Stadsmuur van Deventer

Kaart van Deventer rond 1582 die een beeld geeft van de verschillende muren en poorten

De stadsmuur van Deventer kwam tot stand na de groei en opkomst van Deventer als stad. In de loop van de 13de eeuw werden de eerste stenen stadsmuren gebouwd en vanaf 1360 werd hier nog een omringende muur aan toegevoegd. Deventer was daarmee een van de weinige steden in het toenmalige Nederland die een dubbele stadsmuur hadden.

Deventer was tot 1874 een vestingstad, de stadspoorten die toen nog aanwezig waren, werden in de periode die hierop volgde gesloopt.

Geschiedenis

Kort na de Vikingsinval van 882 werd ter bescherming van Deventer als handelsplaats en bisschopszetel een aarden omwalling aangelegd van zand en graszoden. Deze wal, oorspronkelijk circa 4,5 meter hoog, was vermoedelijk voorzien van houten palissaden en mogelijk een tufstenen muur. Archeologisch onderzoek in 2009 tussen de Walstraat en de Boreel bracht daarnaast een forse tufstenen toren uit de 12e eeuw aan het licht.

Stenen muur met vestigstorens

Vanaf 1230 werd de aarden wal aan de stadszijde afgegraven en vervangen door een hoge bakstenen stadsmuur, waarin ook de Brink en het Bergkwartier werden opgenomen. Langs deze muur werden halfronde vestingtorens gebouwd, waarvan enkele bewaard zijn gebleven, zoals de toren bij Achter de Muren/Vispoort uit circa 1230. Deze toren toont nog zowel grote werpgaten uit de periode voorafgaande aan de introductie van buskruit als kleinere schietgaten van latere datum. Buskruit werd in Deventer voor het eerst in 1348 toegepast.

Tweede muur met rondeeltorens

In de 14e eeuw verrees enkele meters voor de eerste ringmuur een tweede, iets lagere muur, voorzien van rondeeltorens. Hierdoor konden verdedigers vanaf de binnenste muur over de buitenste heen schieten. Bij de hoek Smedenstraat/Sijzenbaan werden in 2003 de fundamenten van een dergelijke rondeeltoren aangetroffen, met een muurdikte van circa 1,80 meter en een naar buiten uitstekende vorm die het beschieten van vijanden vergemakkelijkte. De bakstenen voor deze versterkingen werden geleverd door vier steen- en pannenbakkerijen op de stadsweide.

Gezicht op Deventer uit 1550 waarop een groot aantal van de stadspoorten te zien is waaronder Vispoort, Zandpoort, Melksterpoort en Duimpoort

De stadsmuren waren voorzien van dubbele poortconstructies met een binnen- en buitenpoort. De Binnen- en Buiten-Vispoort, de Bergpoort, Zandpoort, Duimpoort, Noordenbergpoort en Brinkpoort vormden de belangrijkste doorgangen. Een schilderij van H.A. Noordijk toont de Binnen-Vispoort kort voor de sloop in 1838, met daarachter de buitenste muur en Buiten-Vispoort.

Uitbreiding verdedigingswerken

Na voltooiing van de stadsmuren volgde in de 15e en 16e eeuw verdere versterking met onder meer de Noordenbergtoren, het rondeel De Keizer buiten de Brinkpoort en het bastion Graaf van Buren aan de IJssel. Buiten de stad lag bovendien een landweer van greppels, wallen en doornstruiken, met versterkte wachttorens zoals het Koerhuis en de Swormertoren. Rond 1500 werd langs de IJssel een stenen kademuur opgetrokken en tijdens de Tachtigjarige Oorlog aanzienlijk verhoogd. Toen de oude muren het zware geschut niet langer konden weerstaan, liet het stadsbestuur tussen 1597 en 1621 onder leiding van vestingbouwer Adriaan van Alkmaar in opdracht van Maurits van Oranje een nieuwe verdedigingsgordel aanleggen met zeven bolwerken en ravelijnen.

Sloop

Vanaf 1880 verloren de vestingwerken hun militaire betekenis en werden ze grotendeels gesloopt om ruimte te maken voor stadsuitbreiding. Restanten van de stadsmuren zijn nog zichtbaar aan de Welle en de Bokkingshang, waar de binnenzijde met grote bogen en voormalige opslag- en woonruimten te herkennen is. Ornamenten van de in 1619 door Hendrick de Keyser ontworpen Buiten-Bergpoort werden in 1880 door de gemeente Deventer geschonken aan het Rijksmuseum in Amsterdam, waar ze in de museumtuin zijn hergebruikt. Pogingen om de Bergpoort in Deventer te reconstrueren hebben vooralsnog geen resultaat gehad.

Stadspoorten

Kaart uit 1732 die een schematisch overzicht geeft van alle vestingwerken, waaronder de poorten

In totaal had Deventer zo'n zeventien verschillende stadspoorten. Van al deze poorten is er maar één overgebleven, de Buiten-Bergpoort, die echter niet meer in Deventer staat, maar in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam. Als gevolg van het feit dat Deventer dubbele stadsmuren had, bestonden veel poorten uit zowel een binnen- en buitenpoort.

Overzicht poorten

Van de vele poorten waren de volgende de belangrijkste, omdat ze de stad verbonden met de toegangswegen naar het achterland of de havens:

Daarnaast waren er nog vele kleinere poorten:

Poortwachters

Bij elke stadspoort was er altijd een poortwachter (ook wel poortschrijver) aanwezig. Dezen controleerden onder andere wie de stad in en uit gingen en ook of men niet met een te groot mes de stad in ging. Om dit laatste te controleren hing er bij iedere poort een maatmes. Wanneer een mes groter was dan het maatmes, moest men het inleveren.

Oorspronkelijk moesten de poortwachters van Deventer een eed zweren. Deze ging als volgt:

"Ick beloove, seeckere ende sweere, dat ick stadt van Deventer trouw ende holt sal wesen, my des morgens vroech strac in 't opsluyten by der poorten vervoegen ende vinden laten, des daegs by der poorten verblijven, goede acht ende sorge dragen op alle vreemde incomende personen, der selver namen met vlijt aanteckenen, ende nae sluytinge der poorten, en scedule, inhoudende de namen der vreemden ende der selver weerden, op de Wage aen de hoofdwachte bestellen: ende alle bedelaers ende land-loopers, mijnes besten vermogens, oock door noot met hulpe der wachten, buyten de stadt sal blijven laten om voorby te passeren. Sullen oock alle poortschrijvers de vuylenisse, in jegelic poorte gelegen, by winter-tijden ende markt-dagen by een brengen ende op de bequaemste plaetse op een hoop schoppen, om also den inganck ende uytganck der binnen- ende buytenpoorten altoos reyn te houden sullen oock de poortschrijvers nyemant toelaten eenigh tuyn ofte holt in de stadt te dragen, maer sullen deselve vervolgen, ende vernemen waer sy te huys zijn, om sulc den heeren in der tijt te openbaren."[1]

Meer lezen

  • Ronald Stenvert, Chris Kolman, Ben Olde Meierink, Jan ten Hove, Marieke Knuijt en Ben Kooij, Monumenten in Nederland. Overijssel. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 1998, Hoofdstuk Deventer (pp. 95 ff.)