Tornacum Nerviorum

Tornacum Nerviorum[1] was de Romeinse benaming voor de stad Doornik. Omstreeks het jaar 300 werd het de hoofdplaats van de civitas Turnacensium, de opvolger van de civitas Menapiorum.

Geschiedenis

Bewezen Romeinse wegen, met de heirbaan Boulogne-Kassel-Doornik-Bavay
Loden sarcofaag (280 à 330 na Chr.), Musée d'Archéologie de Tournai
Het bisdom Doornik en het bisdom Terwaan tot 1559

Doornik ontstond aan het begin van de jaartelling, in een overgangszone tussen het woongebied van de Menapiërs (de civitas Menapiorum met hoofdplaats te Kassel) en het woongebied van de Nerviërs (de civitas Nerviorum met hoofdplaats te Bavay). Door zijn ligging aan de heirbaan Boulogne-Kassel-Doornik-Bavay en de Schelde groeide het plaatsje uit tot een draaischijf voor de uitwisseling van handelswaren.

Op zeker moment werd de pre-stedelijke kern uitgebreid met een hoger gelegen stadsdeel, het tegenwoordige la Loucherie. Dit had een typisch rechthoekig stratenpatroon. De nabijheid van groeven voor Doornikse steen bevorderde de oprichting van openbare gebouwen. De bewoning breidde zich uit naar de oostoever van de Schelde, en besloeg nu 40 hectare. Bij opgravingen zijn overblijfselen gevonden van geplaveide straten en riolen. De rijkste woningen waren uitgerust met een hypocaustum. Aan weerszijden van de Schelde lagen grafvelden.

Tijdens de crisis van de derde eeuw trokken veel inwoners weg uit de steden. Veel steden werden voorzien van een stadsmuur. De eerste stadsmuur rond Doornik bevond zich enkel op de westoever en omsloot nog slechts 13 hectare. Bij de bouw werden materialen uit het oostelijke stadsdeel hergebruikt, dat sinds de bevolkingskrimp grotendeels verlaten was. Een gevolg van de algemene stadsvlucht was dat Kassel zijn bestuurlijke functie verloor aan Doornik. Hierdoor ging de civitas Menapiorum bekendstaan als civitas Turnacensium, in de bronnen vermeld vanaf ± 400. Mogelijk was deze aanpassing al 100 jaar eerder doorgevoerd, in de periode dat de Vierkeizerregering ingesteld werd en ook Gallia Belgica heringericht werd.

In 358 kregen de Salische Franken toestemming om zich in Toxandrië te vestigen, met dien verstande dat ze de noordelijke gebieden mee zouden verdedigen. In de 5e eeuw slaagden ze er driemaal in door te stoten naar het rijkere zuiden en enkele steden te controleren. Telkens werden ze verslagen en teruggedrongen door de Romeinse veldheer Aëtius (in 428, 432 en 448). Door de moord op Aëtius (454) ontstond echter een machtsvacuüm, en de Franken bezetten geheel Belgica Secunda. Doornik was achtereenvolgens de hoofdplaats van het Frankische Rijk (tot 486) en het hertogdom van Dentelinus (tot ±650).

Omstreeks 500 werd te Doornik een bisschop geïnstalleerd. In die tijd omvatte het bisdom Doornik niet alleen de civitas Turnacensium, maar ook de aanliggende civitas Morinorum (of Bononiensis). Al in 636 werd het bisdom echter in tweeën gedeeld, waarbij de westelijke helft het nieuwe bisdom Terwaan ging vormen.

Bronnen