Bisdom Doornik

Bisdom Doornik
Bisdom Doornik
Basisgegevens
Land België
Kerkprovincie Katholieke Kerk in België
Bisschopszetel Doornik
Kathedraal Onze-Lieve-Vrouwekathedraal
Geschiedenis
Oprichting ±500
Hiërarchie
Bisschop Frédéric Rossignol
Kapittel Onze-Lieve-Vrouwkapittel
Vicaris-generaal Olivier Fröhlich
Statistieken
Oppervlakte 3.796
Bevolking 1.279.467
Katholieken 900.000
Dekenaten 35
Parochies 584
Locatie
Bisdom Doornik
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Het bisdom Doornik (Latijn: dioecesis Tornacensis) is een katholiek bisdom in België. Tegenwoordig valt het samen met de provincie Henegouwen, maar eeuwenlang behoorden ook Brugge, Gent en Rijsel ertoe. De centrale kathedraal is de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Doornik. De huidige bisschop is Frédéric Rossignol.

Geschiedenis

Beginperiode

In de 4e en 5e eeuw waren de dichtstbijzijnde bisschoppen gevestigd in Amiens, Vermand, Reims en Tongeren/Maastricht. Het bisdom Doornik werd opgericht omstreeks het jaar 500, op initiatief van Remigius van Reims. Aangenomen wordt dat het werkingsgebied van de bisschop gestoeld was op twee wereldlijke territoria: de civitas Menapiorum (of Turnacensium) en de civitas Morinorum (of Bononiensis). Het reikte dus van de kust tot de Schelde en van de Honte tot de Canche. De eerste bisschop was Eleutherius van Doornik. Op zijn sterfbed verzocht hij dat Medardus, reeds bisschop van Noyon, tevens bisschop werd van Doornik.

Na Medardus had Doornik opnieuw afzonderlijke bisschoppen, maar omstreeks het jaar 600 werd de personele unie met Noyon hersteld. Doornik behield haar kathedraal en seculier kapittel, maar de gemeenschappelijke bisschop had zijn hoofdzetel in Noyon en werd ook steeds verkozen door het kapittel aldaar.[1] Omdat Doornik op zichzelf al een omvangrijk bisdom was, zorgde bisschop Acharius ervoor dat het in tweeën gedeeld werd (636). De civitas Bononiensis en enkele delen van de civitas Turnacensium gingen samen het nieuwe bisdom Terwaan vormen, met Acharius' vriend Sint-Omaars als eerste bisschop.

Periode 650–1500

Bij de verdeling van het hertogdom van Dentelinus werd het kapittel van de kathedraal beleend met de Doornikgouw. In de 10e eeuw kwam deze gouw onder sterke invloed van de graven van Vlaanderen (zie het Doornikse). Om de positie van de Kerk te versterken installeerde paus Urbanus II opnieuw een bisschop in het nabije Arras, zodat deze de plaatselijke rechten van de Kerk kon onderstrepen (1094). Zijn poging om ook Doornik opnieuw te voorzien van een eigen bisschop mislukte echter. Ook de daaropvolgende pausen slaagden hier niet in. De bisschop wilde blijven heersen over beide bisdommen, aangezien dit hem meer politieke invloed verschafte.

In 1142 begon Doornik aan de bouw van de huidige kathedraal. Opnieuw vroegen de inwoners om een bisschop in hun stad. Paus Innocentius II wilde deze wens vervullen, maar het kapittel in Noyon protesteerde en kon hierbij rekenen op diplomatieke steun van de aartsbisschop van Reims en de koning van Frankrijk. Na het overlijden van de paus probeerde Doornik, ditmaal met bemiddeling van Herman van Doornik en waarschijnlijk ook Bernardus van Clairvaux, een gunstig antwoord te krijgen van de nieuwe paus, Eugenius. Deze besloot eind 1145 om de personele unie te beëindigen. Begin 1146 wijdde hij Anselmus, de abt van de Vincentiusabdij in Laon, tot bisschop van Doornik.

Tegen ±1270 bestond het bisdom uit drie aartsdekenaten:[2] Doornik, Brugge en Gent. Elk aartsdekenaat bestond op zijn beurt uit "gewone" dekenaten. Zo bestond het aartsdekenaat Doornik uit de Picardische ("Franstalige") dekenaten Doornik, Rijsel en Seclin, aangevuld met de Dietse ("Nederlandstalige") dekenaten Kortrijk en Helkijn. Het aartsdekenaat Brugge was opgebouwd uit de dekenaten Brugge, Oudenburg en Aardenburg. Tot slot telde het aartsdekenaat Gent vier dekenaten: Gent, Roeselare, Oudenaarde en Waas.

1500 tot heden

In de 16e eeuw leidde het protestantisme tot vertalingen van de Bijbel in de volkstaal. Ook in de Rooms-Katholieke Kerk ging de talenkwestie een rol spelen, en was het niet langer houdbaar dat veel Dietse gebieden ondanks hun demografische en economische ontwikkeling nog steeds afhankelijk waren van centra in Franstalig gebied. Op aandringen van Filips II van Spanje ging paus Paulus IV over tot een herschikking van de bisdommen in de Nederlanden. Voor wat betreft Doornik, werden de aartsdekenaten Brugge en Gent verheven tot zelfstandige bisdommen (Super universas, 1559).

In 1666 werd het seminarie van Doornik verplaatst naar Douai, een beslissing die verband hield met het succes van de Universiteit van Dowaai, honderd jaar eerder gesticht. Toch verhuisde het seminarie al in 1673 opnieuw, ditmaal naar het grotere Rijsel, alvorens terug te keren naar Doornik in 1686.[3]

Door de oorlogen van Lodewijk XIV van Frankrijk raakten het bisdom Doornik en het aartsbisdom Kamerijk op politiek vlak verdeeld tussen de Spaanse Nederlanden en het koninkrijk Frankrijk. Het Concordaat van 1801 vereenvoudigde de situatie; het gebied rond Rijsel werd overgedragen aan Kamerijk, het gebied rond Bergen kwam bij Doornik. Nederlandstalige plaatsen zoals Kortrijk, Wervik en Helkijn werden afgestaan aan het bisdom Brugge. Het bisdom had nu dezelfde grenzen als het departement Jemappes, de latere provincie Henegouwen. In 1963 werd deze provincie uitgebreid met de verfranste gemeenten rond Komen en Moeskroen; het bisdom werd aangepast in 1967.

Structuur

Zie lijst van parochies van het bisdom Doornik voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bisschoppen

Zie lijst van bisschoppen van Doornik voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • (fr) Bisdom Doornik

Voetnoten

  1. Jeroen Westerman, De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Doornik: onafhankelijkheidsmonument voor een bisdom, doctoraal proefschrift, Universiteit Leiden, 2016, p. 296
  2. Website van het gasthuis Ten Bunderen in Moorslede
  3. (fr) Henri Platelle, inleiding van Journal d'un curé de campagne au XVIIe siècle, Les éditions de Cerf, 1965, p. 25
Zie de categorie Bisdom Doornik van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.