Brabantgouw

Omvang volgens Charles Piot en Léon Vanderkindere

De gouw Brabant of Brabantgouw was een gouw in het Frankische Rijk. Tussen 977 en 1085 raakte hij verdeeld tussen het latere hertogdom Brabant, graafschap Henegouwen en graafschap Vlaanderen.

Benaming

Documenten uit de periode van ±700 tot ±1200 vermelden het gebied als pagus Bracbantensis en pagus Bragbantensis: de gouw (pagus) in de smalle strook (bant) met de vele broeken (brac en brag). Specifiek werd gedoeld op het langwerpige gebied tussen de Schelde (ten westen) en de Dijle (ten oosten). Dat werd doorsneden door talrijke moerassen, onder meer rond de Ronne, de Zwalm, de Dender, de Molenbeek/Vliet en de Zenne.

Geschiedenis

Periode van ±650 tot ±850

De Brabantgouw was een van de gouwen in de periode na het hertogdom van Dentelinus. Historici vermoeden dat hij afgelijnd werd door de Schelde, de Rupel, de Dijle, de Lasne en de Hene. Tussen de Lasne en de Hene lag het uitgestrekte Kolenwoud. Naarmate het woud ontgonnen werd, kwam in het midden een nieuwe grens tot stand. Deze grens bleef bewaard als zuidgrens van het middeleeuwse aartsdiakonaat Brabant. Hij begon bij Hautrage en kronkelde voorbij Thieusies en Petit-Rœulx-lez-Braine. Tot aan de Lasne bleef hij ten zuiden van Virginal en Plancenoit, tot de oprichting van het bisdom Namen in 1559.

De 13e-eeuwse Genealogia ducum Brabantiae ampliata stelt dat Pepijn van Landen de eerste graaf van de Brabantgouw (en de Haspengouw) was. Diens echtgenote Ida en dochter Gertrudis schonken de streek rond Wambeek aan de abdij van Nijvel. Rond 688 liet Waldetrudis van Bergen Halle na aan het klooster van Bergen. Rond 800 viel de streek rond Sint-Pieters-Leeuw aan de abdij van Köln-Deutz. Op een onbekend tijdstip werd "Klein-Brabant" geschonken aan de abdij van Kornelimünster.

Deelgraafschappen

Het graafschap Henegouwen in de 17e eeuw

Vanwege de bevolkingstoename en het groeiende aantal landbouwnederzettingen werden veel gouwen al snel voorzien van bijkomende machtscentra. Zo waren ten tijde van het Verdrag van Meerssen (870) vier deelgraafschappen ontstaan, bovenop de hoger genoemde enclaves van de Kerk. Op basis van politieke en kerkelijke indelingen uit latere eeuwen wordt doorgaans uitgegaan van de volgende deelgraafschappen:

  1. Het graafschap Brussel, soms "graafschap Ukkel" genoemd omdat daar het appelgerecht lag. Het groeide later uit tot het burggraafschap Brussel. Hierin lagen enerzijds de "vrijheid Brussel" (Brussel intra muros) en anderzijds de "ammanie van Brussel" (de schepenbanken Sint-Genesius-Rode, Vilvoorde, Kampenhout, Asse, Merchtem en Kapelle-op-den-Bos).
  2. Een graafschap dat (kort na 1013?) verdeeld werd tussen de graaf van Bergen, reeds voogd van Halle, en de graaf van Leuven, reeds voogd van de abdij van Nijvel. De Bergense uitbreiding omvatte onder andere Tollembeek, Pepingen, Edingen, Quenast en Kasteelbrakel. De Leuvense uitbreiding omvatte onder andere Rebecq en Tubeke – later bestuurd door een meier in Nijvel – evenals Eigenbrakel en Terhulpen – samen de nieuwe "meierij Terhulpen".
  3. Het graafschap Ename, vanaf ±977 "markgraafschap Ename" genoemd vanwege enkele burchten langs de Schelde, de grens tussen Oost-Francië en West-Francië. Het gebied werd omstreeks 1085 toegewezen aan het graafschap Vlaanderen, waarna het uitgroeide tot het Land van Aalst.
  4. Het meest zuidelijke gedeelte had Chièvres als hoofdplaats. In de 10e eeuw kwam het tot een tweedeling, die weerspiegeld werd in twee dekenaten. Het "dekenaat Saint-Brice" omvatte onder meer Saint-Brice, Celles, Leuze en Péruwelz. Het "dekenaat Chièvres" omvatte Chièvres, Aat, Lessen, Condé-sur-l'Escaut en Zinnik.

Zie landgraafschap Brabant voor het hypothetische graafschap rond Asse.

10e en 11e eeuw

Rond 900 was de Brabantgouw waarschijnlijk een van de bezittingen van Giselbert II, de hertog van Lotharingen. Na diens opstand en dood gaf keizer Otto I de gouw in leen aan Wichman IV van Hamaland (939). Wichman onderhield goede contacten met zijn machtige buur, Arnulf I van Vlaanderen. Toen hij zich terugtrok uit het politieke leven, werd de gouw toegewezen aan Godfried van Verdun (966). Giselberts verwanten Lambert, Reinier en Karel maakten bezwaar tegen de toewijzing, op grond van hun erfrecht. Aan het hoofd van een West-Frankisch leger staken ze in 973 de Schelde over en veroverden ze de Brabantgouw. In 977 gaf keizer Otto II toe. Reinier verkreeg het deelgraafschap Chièvres en het vooruitzicht op het naburige graafschap Bergen. Karel ontving de titel "hertog van Lotharingen" en de twee deelgraafschappen rond Brussel. Het deelgraafschap Ename bleef aan Godfried. Lambert werd beleend met het graafschap Leuven, een gebied buiten de Brabantgouw dat had toebehoord aan zijn moeder. De Brabantse kroniekschrijving vertelt dat hij later het deelgraafschap Brussel ontving via zijn huwelijk met een dochter van Karel (±990).

Karel werd opgevolgd door zijn zoon Otto (992), Godfried door zijn zoon Herman (998). Terwijl de bovengenoemde Renier het graafschap Bergen ontving, hoopte Lambert nog de hertogentitel en het deelgraafschap rond Halle te verwerven aangezien Otto geen kinderen had. Toen Otto stierf, benoemde de keizer echter een broer van Herman, Godfried II, tot hertog (1005). Samen met Reinier V, de nieuwe graaf van Chièvres en Bergen, liep Lambert het deelgraafschap rond Halle onder de voet. Ze werden verslagen in 1015; Lambert sneuvelde hierbij. Reinier V en Lambert II van Leuven moesten Godfried erkennen als hertog. Om een blijvende vrede te vestigen en om hun veroveringen te legitimeren, trouwden ze met twee vrouwen uit het Huis Verdun. Nu grote gebieden ingelijfd waren door de graven van Bergen en Leuven, heerste de "graaf van Brabant" nog slechts over een restant rond Ename, door historici aangeduid als "markgraafschap Ename". Dit kwam uiteindelijk bij het graafschap Vlaanderen, eerst van ±1033 tot ±1049 en definitief in 1085.

Literatuur

  • (fr) Bonenfant, P., "Quelques cadres territoriaux de l’histoire de Bruxelles (comté, ammanie, quartier, arrondissement)", Annales de la Société royale d’Archéologie de Bruxelles 38 (Brussel 1934) 5-45.
  • (fr) Bonenfant, P., "Le pagus de Brabant", Bulletin de la Société belge d’études géographiques 5 (1935) 25-76.
  • (de) Nonn, U., "Pagus und Comitatus in Niederlothringen. Untersuchungen zur politischen Raumgliederung im früheren Mittelalter." Bonner Historische Forschungen 49 (Bonn 1983).
  • (fr) Piot, C., "Les pagi de la Belgique et leurs subdivisions pendant le Moyen Age." Mémoires couronnés et mémoires des savants étrangers publiés par l'Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique 39 (Brussel 1876) 1-260.

Verwijzingen