Aartsdiakonaat Brabant

Aartsdiakonaat Brabant was de naam van twee aartsdekenaten die bestonden van ±1000 tot 1559.

Bisdom Kamerijk

Bij zijn oprichting kwam het Kamerijkse "aartsdekenaat Brabant" vermoedelijk overeen met de Brabantgouw. In 1272 werden de noordelijke dekenaten Brussel, Aalst en Pamele afgescheiden onder de nieuwe naam "aartsdekenaat Brussel".[1] Hierdoor resteerden van het aartsdekenaat Brabant nog slechts de dekenaten Halle, Geraardsbergen, Chièvres en Saint-Brice. Beide aartsdekenaten werden overbodig toen de bul Super universas het bisdom Kamerijk verdeelde over vier kleinere bisdommen (1559).

Bisdom Luik

De bisschop van Luik benoemde een aartsdiaken voor de westelijke helft van de Haspengouw, onder controle van de graven (later hertogen) van Brabant. Deze aartsdiaken was tevens bevoegd over het dekenaat Hozémont, hoewel dat er geografisch niet mee verbonden was. De bul Super universas wees de dekenaten Leuven, Zoutleeuw en Geldenaken toe aan het nieuwe aartsbisdom Mechelen-Brussel. Van het aartsdekenaat bleef nog alleen het dekenaat Hozémont over; dit werd bij het aartsdekenaat Haspengouw gevoegd.