Oostenburgervaart

Oostenburgervaart
Oostenburgervaart gezien naar het INIT-gebouw en de Isaac Titsinghkade (2017)
Oostenburgervaart gezien naar het INIT-gebouw en de Isaac Titsinghkade (2017)
Loopt/Liep door Amsterdam
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
Amsterdam
De Zonnewendebrug (2023)
Het Oost-Indisch Pakhuis (2017)
Oostenburgervaart gezien naar de spoorlijnen tussen Centraal Station en Muiderpoort (2017); links het INIT-gebouw

De Oostenburgervaart is een kort, deels gedempt kanaal in het centrum van Amsterdam, langs de oostkant van Oostenburg. De gracht loopt in noordoostelijke richting van het Oostenburgerpark naar het INIT-gebouw. Vanaf de zuidwestelijke kant van de Oostenburgervaart loopt de Oostenburgerdwarsvaart naar de Wittenburgervaart.

Langs de oevers van de Oostenburgervaart lopen de Isaac Titsinghkade en Oostenburgerkade. Deze kades zijn alleen toegankelijk voor voetgangers. Een deel van de noordelijke oever heeft geen kade.

De Zonnewendebrug (2023) voor voetgangers, met 3D-geprinte balustrade-elementen, loopt over de Oostenburgervaart en verbindt Oostenburg met de Czaar Peterbuurt.

Aan de Oostenburgervaart staat het Oost-Indisch Pakhuis, een voormalig pakhuis van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC).

Geschiedenis

Verenigde Oost-Indische Compagnie

De Oostenburgervaart werd gegraven als onderdeel van de aanleg van de Oostelijke Eilanden en strekte zich oorspronkelijk uit vanaf de Nieuwe Vaart in het zuiden tot aan het IJ, bij het dok aan de noordzijde van de VOC-werf op Oostenburg. Het eiland bestond uit vijf afzonderlijke percelen tussen de Nieuwe Vaart en het IJ.[1]

In 1661 nam de VOC bezit van Oostenburg om een lijnbaan aan te leggen en voor de productie van scheepstouw. Deze Lijnbaan van de VOC was een uitgestrekt gebouw dat wel 500 meter doorliep tot aan het IJ.[2][3] Pal naast deze lijnbaan liep de Admiraliteitslijnbaan.[3]

Het eiland herbergde daarnaast scheepswerven, een houtzagerij en het Oost-Indisch Zeemagazijn (gebouwd 1661-1663), lange tijd het grootste gebouw in Amsterdam. Van 1665 tot 1799 rolden hier zo'n 500 VOC-schepen van de helling.[2]

Midden 19e eeuw, na het faillissement van de VOC in 1799 en een korte periode van Admiraliteitsgebruik, werd de gracht deels gedempt om ruimte te maken voor industriële vestigingen zoals de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen (1844), het latere Werkspoor en (na fusies) Stork-Werkspoor-Diesel.[1] De zuidelijke en noordelijke delen van de Oostenburgervaart werden gedempt, terwijl het overgebleven centrale deel behouden bleef als gracht langs de oostkant van het eiland.[2]

21e eeuw

De oevers van de Oostenburgervaart ondergaan vanaf begin 21e eeuw een herontwikkeling tot woonfunctie, met nieuwbouw zoals het complex Houtrak, gekenmerkt door houten en metalen gevels, op de noordelijke kop van de Oostenburgervaart.[4] In 2018 werd een uitwerkingsplan gepresenteerd met ruimte voor ongeveer 400 woningen en een ondergrondse parkeergarage.[5]

Onderzoek in 2022 toonde aan dat er veel bodemvervuiling is in de Oostenburgervaart. De sedimenten zijn sterk belast met zware metalen, PAKs, PCBs en oliehoudende stoffen uit vroegere scheepsactiviteiten, wat recreatief gebruik zoals zwemmen riskant maakt. Sanering staat gepland voor de periode 2027-2030.[6][7]

Zie de categorie Oostenburgervaart van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.