Mangeriet

Indeling van charnockitisch gesteente in een QAPF-diagram. De velden voor mangeriet (donkergroen) en kwarts-mangeriet (lichtgroen) staan aangegeven.

Mangeriet is een grofkorrelig kristallijn gesteente dat de mineralen plagioklaas, kaliveldspaat en orthopyroxeen (vooral hyperstheen en enstatiet) bevat. Het is meestal een type granofels en onderdeel van de charnockitische gesteenteserie. Mangeriet is intermediair gesteente; het bevat meer mafische mineralen dan charnockiet. Mineralogisch gezien is mangeriet hetzelfde als orthopyroxeenhoudend monzoniet.

De IUGS raadt aan charnokitisch gesteente als stollingsgesteente te classificeren, ook als het duidelijk een metamorfe overprint heeft. Mangeriet heeft meestal een granoblastische textuur: het heeft niet of nauwelijks foliatie en de kristalopbouw is faneritisch. Als de protoliet magmatisch van aard was is dat niet altijd even duidelijk herkenbaar.

In de IUGS-classificatie heeft kwarts een volume-aandeel tussen 0-5% en is van de veldspaten tussen de 35-65% plagioklaas.[1] De microstructuur van de veldspaten is vaak perthitisch. Een charnockitisch gesteente dat 5-20% kwarts bevat is kwarts-mangeriet. Bij meer dan 20% kwarts heet het gesteente charnockiet. Als de van de veldspaten in charnockitisch gesteente meer dan 65% plagioklaas is, heet het gesteente jotuniet. Een afanitisch gesteente met een vergelijkbare samenstelling wordt soms doreiet genoemd. De IUGS-classificatie geeft hiervoor de naam "pyroxeenhoudend trachyandesiet".

Mangeriet is genoemd naar Manger in het westen van Noorwegen. Mangeriet komt veelal voor in Proterozoïsche terreinen. In de Grenvillegordel in het westen van Noord-Amerika komt mangeriet voor als een intrusieve suite met anorthosiet en charnokiet (AMC-suite).