Habergeiß

Habergeiß met Habergeiß-begeleider tijdens de Pongauer Perchtenlauf in St. Johann im Pongau, 2025
De Habergeiß als koren-demon tijdens een Carnavalsoptocht in Innsbruck, 6 maart 2011
De Habergoaß in het Zwiesel Waldmuseum, 13 juli 2020
Habergeiß met zijn begeleider, 1 januari 2015

De Habergeiß (Beiers: Habergoaß) is een demonische figuur in de vorm van een geit met paardenhoeven of een vogel die ofwel de stem van een geit heeft, ofwel anderszins misvormd is. Volgens een oude legendes is de Habergeiß het huisdier van de Perchten en is hij hen in kracht ver te boven.

De habergeiß is stevig verankerd in lokale gebruiken en wordt in verschillende delen van Oostenrijk gebruikt bij diverse lokale tradities, met name tijdens carnaval, meiboomtradities en Perchten-lopen. Tijdens de Krampus-optochten begin december (vooral op 5 en 6 december, Sint-Nicolaasdag) begeleidt de Habergeiß de Perchten. Deze draagt altijd een Zistl op zijn rug, een draagmand zoals die vroeger door boeren werden gebruikt. Kinderen wordt vaak verteld dat de Habergeiß hen in deze Zistl meeneemt, zie ook Man met de zak.

Folklore

In de folklore wordt de Habergeiß meestal beschreven als een driepotige bok met gloeiende ogen en een lange baard. In sommige legende heeft deze bok veren in plaats van vacht. Het zien van de Habergeiß wordt beschouwd als een slecht voorteken. Soms wordt er onderscheid gemaakt tussen een witte en een zwarte Habergeiß (verwijzend naar de kleur van zijn vacht). De kostuums zijn vaak meer dan twee meter hoog en navenant angstaanjagend. Deze vorm van Habergeiß komt vooral voor in Karinthië, Salzburg en Stiermarken.

Soms, net als de "Brechelschimmel" (een soort paard), wordt hij afgebeeld door twee mannen over wie een wit kleed wordt gegooid, waardoor een paardachtige figuur ontstaat die vervolgens luidruchtig de kamer binnenkomt waar de stoute kinderen zijn.

De habergeiß wordt ook beschreven als een lelijke, demonische vogel, soms met drie poten. Zijn vacht (en soms ook zijn veren) is bloedrood of geel, afhankelijk van de regio. Zijn geblaat is altijd angstaanjagend en afschrikwekkend. Er wordt gezegd dat hij het bloed van boeren en vee zuigt.

Heks

Zelden (maar gebruikelijk in Zwaben) wordt het woord "Habergeiß" gebruikt om zeer magere of zeer lelijke vrouwen te beschrijven. In Feldkirchen en Reichenau wordt de Håbergaß als een heks beschouwd. Ze verschijnt als een oude, lelijke vrouw in vodden, met een wirwar van vlas op haar hoofd en gewapend met een hooivork. Tijdens de maaltijd van de vrouwen komt ze naar het raam en reikt met haar vork naar het eten, terwijl ze allerlei dierengeluiden maakt. Vervolgens probeert ze in te breken, maar zodra ze een wit kruis of het Truden-teken op de deur ziet, moet ze vluchten. Een Trude, Trute, Trut, Trutner, Truderer (ook wel beginnend met een D) is een wezen uit het volksgeloof dat 's nachts op de borst van slapenden zit en nachtmerries, angst en kortademigheid veroorzaakt. Het woord is waarschijnlijk afgeleid van het Oudhoogduitse *trut(a), Middelhoogduitse *trut(e)* (13e eeuw) wat zoiets als "schoppen" betekent.

Andere dieren

In sommige regio's (Zwaben, Franken) is dit de gangbare benaming voor hooiwagen. Het wordt soms gezien als een voorbode van de dood of als een ondefinieerbaar dier dat onheil aankondigt. In het Tiroolse dialect wordt de bosuil of steenuil Hobrgoaß genoemd. In het Gurkdal wordt ook een oehoe zo genoemd, wiens roep eveneens de dood aankondigt. De gewone snip, een soort houtsnip, wordt een 'Haberbock' of 'Haberziege' genoemd omdat de geluiden die hij maakt lijken op het geblaat van geiten.

Naamgeving

Het samengestelde element Haber betekent 'bok' (vgl. dialectisch Häberling 'eenjarige bok') en Geiß betekent 'geit, hinde'. Deze naam, evenals het synonieme Bockgeiß, zijn tautologische samenstellingen. De vaak gehoorde verklaring dat het homonieme Haber 'haver' betekent, is etymologisch onhoudbaar. In het Oud-IJslands en Keltisch betekent hafr 'bok'.

Men denkt dat het mythische wezen oorspronkelijk een vruchtbaarheidssymbool was waarvan de betekenis in de loop der tijd veranderde. Zo werd de naam door volksetymologie vaak verkeerd begrepen als 'havergeit'.

Andere landen

Mythologisch gezien vindt hij zijn tegenhanger in Scandinavië in de Joelbok en in Roemenië in de Capra. De geit die ermee geassocieerd wordt, wordt in het Oud-IJslands ook wel "Hafar" genoemd. Er bestaat ook de legende van de donderveroorzakende Rollibock in Zwitserland.

In het Verenigd Koninkrijk bestaat een soortgelijk gebruik met een schaap: Old Tup. Het komt ook voor in de variant met een paard: Mari Lwyd, Láir Bhán, Hoodening, Broad, Old Ball, Old Horse

Zie ook