Grote of Sint-Stevenskerk

Grote of Sint-Stevenskerk
Zicht op de kerk vanaf de Grote Markt, 1975
Zicht op de kerk vanaf de Grote Markt, 1975
Locatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Nijmegen
Adres St. Stevenskerkhof 61, 62, 64Bewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 51 NB, 5° 52 OL
Gewijd aan Stefanus
Status en tijdlijn
Gebouwd in 13e tot 16e eeuw
Restauratie(s) 1948-1969; 2014-2015
Monumentale status rijksmonument (17 april 1973)[1]Bewerken op Wikidata
Monument­nummer 31181
Bouwkundige informatie
Stijl­periode laatgotiek
Kerkprovincie en -genootschap
Huisvest Stichting Stevenskerk NijmegenBewerken op Wikidata
Afbeeldingen
interieur
interieur
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Grote Kerk of Sint-Stevenskerk, in de volksmond meestal Stevenskerk genoemd, is de oudste en tevens grootste kerk in het centrum van Nijmegen, in de Nederlandse provincie Gelderland. De kerk is in de 13e eeuw gebouwd op een kleine heuvel, de Hundisburg.

Geschiedenis

Voorgeschiedenis (7e-13e eeuw)

In de zevende eeuw moet er in het kader van de toenmalige kersteningscampagne van bisschop Kunibert van Keulen, aan het Valkhof de Gertrudiskerk zijn gebouwd; naar algemeen wordt aangenomen was dit de allereerste parochiekerk in de geschiedenis van Nijmegen. Tegelijk geldt deze eerste Nijmeegse kerk als de rechtstreekse voorloper van de Stevenskerk. Er is geen rechtstreeks bewijs voorhanden (in de vorm van bijvoorbeeld oude kaarten of teruggevonden archeologische resten) dat het bestaan van deze Gertrudiskerk ondersteunt. Niettemin wordt de kerk enkele malen genoemd in overgeleverde geschriften.

Nadat Nijmegen in 1247 in pand was gegeven aan graaf Otto II van Gelre, moest de Gertrudiskerk aan het Valkhof om strategische redenen (met name de verdere uitbreiding en versterking van de burcht) van deze plek verdwijnen. Koning Willem II van Holland stelde de Hundisburg ter beschikking voor de bouw van een vervangende kerk.

Aanbouw en ingebruikname vanaf 1254

In 1254 werd met de bouw van deze nieuwe kerk begonnen.[2] Aanvankelijk werd er bij de bouw veel gebruik gemaakt van tufsteen, en was de bouwstijl nog overwegend Romaans.[3] Bij de verdere uitbreiding van de kerk in de eeuwen daarna schakelde men echter over op een meer gotische bouwstijl. Het huidige gebouw wordt vooral door die laatste stijl gekenmerkt.[4]

Aan het Valkhof bouwde men nu een - eveneens aan Gertrudis van Nijvel gewijde - kapel, die een paar eeuwen later weer is afgebroken.[5]

Inwijding

Het oudste gedeelte van de huidige Stevenskerk werd op 7 september 1272 (volgens sommige bronnen een jaar later, dus 1273) gewijd door Albertus Magnus.[6][7] De Heilig Grafkapel van de kerk herbergt tegenwoordig nog een reliek van hem.[8] De kerk als geheel was toen nog in staat van aanbouw. De bouwpastoor, Lambertus Friso, moet snel na de wijding zijn begonnen met het bouwen van de eerste kerktoren, die in Romaanse bouwstijl was. Sporen van deze oorspronkelijke toren zijn tegenwoordig nog te vinden in de onderbouw en zijbeuken.[9]

Albertus Magnus verordonneerde ook dat in Nijmegen voortaan elk jaar de Maria-Omdracht zou worden gehouden, een processie die van de Stevenskerk naar het Valkhof trok.[10] Deze traditie zou vervolgens, met enkele onderbrekingen, tot het eind van de 20e eeuw in stand blijven; in 1994 is de tocht uiteindelijk voor het laatst gehouden.[11]

Bestuurlijk viel de Stevenskerk op dat moment onder het gezag van het kapittel van de Apostelenkerk in Keulen.

14e-16e eeuw

Omstreeks 1307 was de kerk voltooid, het was een kruisbasiliek geworden. De toren was iets later klaar, in 1326. Het eerste nieuwe transept kwam gereed in de periode 1343-1361.

Het gebouw werd van de dertiende tot en met de zestiende eeuw herhaaldelijk verbouwd en verder uitgebreid. Zo kwam er onder andere een kooromgang (naar een ontwerp van Gisbert Schairt). Tussen 1371 en 1428 werden de zijbeuken op gelijke gebracht met het middenschip, zodat de Stevenskerk tevens een hallenkerk werd.

In 1429 woedde er voor het eerst een grote brand in de kerk, waarbij de toren afbrandde en zeven kerkklokken verloren gingen. De rest van de kerk bleef gespaard. Johannes Smetius meldt hierover dat de brand midden op de dag uitbrak, zonder schade aan de aangrenzende gebouwen. De oorzaak van deze brand lijkt nalatigheid van de torenwachters te zijn geweest. Binnen twee jaar was het gebouw weer hersteld en was er een nieuwe kerktoren. Ook de klokken werden vervangen.[9]

Rond 1430 is ook de sacristie voltooid, of deze werd toen weer hersteld na de brand van het jaar ervoor.[12] Iets eerder, aan het begin van de 15e eeuw, waren de stedelijke privileges (waaronder het zegelstempel) opgeslagen in een houten kist, die vanaf die tijd in de sacristie van de Stevenskerk werd bewaard.

In de periode 1420-1456 werd er aan de achterkant van de kerk een koor met straalkapellen toegevoegd.

De in 1469 aan het Valkhof overleden Catharina van Bourbon is in de Sint-Stevenskerk begraven, op de eervolst mogelijke plek: voor het hoogaltaar. Zij liet een deel van haar geld na aan de kerk, zodat het nu een kapittelkerk kon worden.[3] In 1475 werd de Stevenskerk dan ook tot collegiale kerk verheven. Paus Sixtus IV verleende toestemming voor de oprichting van een eigen kapittelzaal in het kerkgebouw.[13] Op kosten van Catharina van Bourbons zoon Karel van Gelre (Karel van Egmond) werd in 1511 op het hoogkoor voor haar ook een grafmonument van natuursteen opgericht (gemaakt door Wilhelm Loemans), dat vandaag de dag nog te bezichtigen is. Er zijn ook grafplaten voor de kanunnik Thomas Buys en burgemeester Jacob Leeuwens.[12][14]

Tussen 1542 en 1565 werd een nieuw transept gebouwd. Tussen 1567 en 1579 volgde nog het zuidportaal.[15]

Op 14 februari 1566 (tijdens de viering van Valentijnsdag) werd de toren van de Stevenskerk door de bliksem getroffen. De kerkklokken gingen daarbij verloren. De vervangende kerktoren was een ontwerp van Jan Kelffken en Severijn van Kessel, die zich sterk inspireerden op de torenspits van de Oude Kerk van Amsterdam, die twee jaar eerder was vervangen. In 1567 werden er vier nieuwe klokken in de toren gehangen, ontworpen door twee broers, de klokkengieters Van Trier.[16] Omstreeks 1570 was de nieuwe toren helemaal klaar.[9]

Het is onduidelijk of de kist met stedelijke privileges in de 16e eeuw ook nog enige tijd in het stadhuis bewaard is geweest. Uiteindelijk werden de privileges vanaf 1560 opgeborgen in een eikenhouten ladekast. Deze ladekast zou daarna nog tot 1849 aan de noordkant van de Heilig Grafkapel van de Stevenskerk worden bewaard.[17][noten 1]

Protestants (vanaf 1591)

In 1590, kort voor het beleg van Nijmegen, ging de pas twintig jaar oude torenspits van de Stevenskerk door de beschietingen verloren, maar is daarna snel weer vervangen.[2]. De klokken en het uurwerk werden uit de beschadigde toren verwijderd. Op 23 december 1590 werd met een raadsbesluit verordonneerd dat de Broederkerk voorlopig de rol van avondklok (ook wel "boevenklok" genoemd) zou overnemen.[16]

In datzelfde jaar werd de Stevenskerk, die tot dan toe katholiek was geweest, definitief protestants (hetzelfde gebeurde toen met de Broederkerk). Als gevolg daarvan werden onder meer alle voorheen aanwezige altaren verwijderd. Ook werden de houten beelden verbrand en de meeste stenen beelden vernield; men ontdeed ze van hun hoofden.[8] De kerk, die voordien bontgekleurd was geweest, werd ook witgekalkt. Er volgde nog heel even een katholiek intermezzo omstreeks 1672, na het beleg van Nijmegen waarbij de stad gedurende twee jaar door een Frans garnizoen werd bezet. De Stevenskerk was de enige kerk in Nijmegen die de protestanten tijdens deze bezetting moesten afstaan.[4][18]

De kerk kreeg ook te maken met de Beeldenstorm. Een deel van de aanvankelijk in de Stevenskerk aanwezige kunstschatten en relieken is door al deze gebeurtenissen verdwenen, waaronder een arm van de heilige Stefanus.[3]

17e-19e eeuw

Aquarel van Hendrik Hoogers uit 1776, met op de achtergrond de Stevenskerk

Restauraties en nieuwe aanvullingen

Uit de 18e eeuw dateren een eenvoudige hervormde preekstoel en orgelkast.[12]

Van 1772 tot 1777 onderging de kerk voor het eerst een grote restauratie, maar dit gebeurde weinig zorgvuldig. Het vervalproces van het gebouw ging hierna nog door.[15]

In 1776 kwam het belangrijkste orgel van de kerk gereed, het Königorgel. Het koororgel dateert van iets eerder, ca. 1700. Dit tweede orgel komt uit de Ardennen; de maker is onbekend. Een derde orgel in de kerk werd midden 18e eeuw gemaakt door Pieter van Assendelft; dit orgel had eerder in de Hervormde Kerk te Ommeren gestaan.[12]

Hervormde Gemeente

In 1810 werd de kerk bij koninklijk besluit eigendom van de Hervormde Gemeente; de burgerlijke gemeente houdt sindsdien de toren officieel in eigendom tot heden ten dage in verband met de verdedigingswerken van de stad.[4] In de hiernavolgende periode raakte de kerk in een steeds ernstiger staat van verval. Het vaste luiden van de avondklok werd in deze tijd afgeschaft.[19]

Vanaf 1886 stond aan de Augustijnenstraat de nieuw gebouwde Sint-Augustinuskerk, waarvan de toren net iets hoger reikte dan de Stevenskerk. Vanaf dat moment waren de beide kerktorens naast elkaar gedurende een aantal decennia zeer bepalend voor de skyline van Nijmegen.

Vanaf eind 19e eeuw werden er voor het eerst op grote schaal gebouwen in het stadscentrum gerestaureerd. Dit gebeurde toen echter niet met de Stevenskerk, onder meer vanwege onenigheid binnen de Hervormde Gemeente en omdat de belangstelling voor geloofszaken – en daarmee dus voor gebedshuizen – in het algemeen wat aan het teruglopen was. Het gebouw verkeerde daardoor omstreeks het begin van de 20e eeuw in slechte staat.[20]

20e eeuw

Verwoesting (1944-1945)

De na het bombardement zwaar beschadigde kerk, maart 1944
Schets voor de restauratie van de toren na het bombardement, van architect A.W,. Janz.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde de Sint-Stevenskerk bijna helemaal in een ruïne als gevolg van het bombardement dat de United States Army Air Forces op 22 februari 1944 uitvoerde op het centrum van Nijmegen. Onder meer de torenspits ging geheel verloren, terwijl ook de rest van de St. Stevenstoren ernstig beschadigd raakte, evenals de zijbeuk. De kerktoren stortte in op het schip van het kerkgebouw en op enkele aangrenzende woningen aan de Stikke Hezelstraat. Vijf torenwachters die werkten voor de Luchtbeschermingsdienst kwamen hierbij om. Voor alle oorlogsslachtoffers is door Mari Andriessen een plaquette "de Engel" gemaakt, als monument bij de kerk.[21]

Vanaf de Slag om Nijmegen in september 1944 tot mei 1945 had de kerk opnieuw zwaar te lijden onder het oorlogsgeweld.

Na WOII

In eerste instantie werd overwogen om de overgebleven ruïne van de Stevenskerk te slopen. In 1948 besloot men om in plaats daarvan over te gaan tot een grondige restauratie, vanwege de grote historische en culturele betekenis van de kerk voor de stad. Het idee was om het gebouw daarbij zoveel mogelijk terug te brengen in de staat die het in de 17e eeuw had gehad. [15]

De verdwenen torenspits werd vervangen door een bijna identieke, die echter drie meter hoger was. Het ontwerp hiervoor was van A.W. Jansz.[22] Bij de herbouw werd veel beton gebruikt in plaats van hout, met het oog op zowel de brandveiligheid als het milieu. De toren was als eerste onderdeel van de kerk weer hersteld, in 1953. Er kwam nu een bakstenen romp met vijf verdiepingen. Het nieuwe bovendeel was in renaissancestijl.[8] Het nieuwe carillon werd op 9 juli 1953 in gebruik genomen.[23]

De restauratiewerkzaamheden duurden alles bij elkaar tot 1969; in dat jaar werd de kerk officieel heropend en weer in gebruik genomen. Prins Claus was hierbij aanwezig.[24]

21e eeuw

In 2001 kreeg de kerk twee glas-in-loodramen van Marc Mulders, getiteld Pelikaan en Stigmata. De toren huisvest in totaal zeven klokken, in een houten klokkenstoel. De in 1566 gegoten St. Catharinaklok is de oudste en met 3500 kg ook de zwaarste.[8] Van het oudste romaans-gotische gedeelte zijn nog sporen te zien in het onderste deel van de toren en de meest westelijke traveeën.[8]

De Stevenskerk is dagelijks voor bezichtiging geopend. Tegenwoordig wordt het gebouw vooral gebruikt voor wekelijkse oecumenische kerkdiensten, orgelconcerten op het befaamde Königorgel, tentoonstellingen, activiteiten van studentenverenigingen en oraties. De vieringen worden tegenwoordig georganiseerd door de Vereniging Oecumenisch CityPastoraat Nijmegen (OCP).

Vanaf het begin van de 21e eeuw is de Stevenskerk zich meer dan voordien gaan openstellen voor lgbt'ers. Tijdens de Roze Zaterdag van 2005 werd in de kerk voor het eerst een "Regenboogdienst" gehouden.[6]

Varia

  • De traditie van het elke avond luiden van de klok van de Stevenstoren is wel in verband gebracht met Karel de Grote, van wie wordt aangenomen dat hij vanaf ca. 770 geregeld in de palts aan het Valkhof verbleef. Volgens een legende (waarschijnlijk ontstaan ergens na de middeleeuwen) zou de keizer op een dag tijdens een jachtpartij in het Reichswald zijn verdwaald, en dankzij het klokgelui (toen nog van de Gertrudiskerk) zijn weg terug hebben gevonden. Een andere uitleg brengt de traditie van het klokgelui eveneens in verband met Karel de Grote; hierdoor zou hij zijn begeleid tijdens zijn avondgebed. [25]
  • Ter nagedachtenis aan Graodus fan Nimwegen werd er in 2006 een beeld (gemaakt door Toon Heijmans) in de Nijmeegse binnenstad geplaatst, met als inscriptie de volgende tekst van Graodus zelf:

AL MOT IK KRUPE OP
BLOTE VOETEN GAON
IK WIL NOG EEN KEER
SINT STEVEN
HEUREN SLAON

  • Vanwege de onduidelijkheid of de kerk op 7 september 1272 werd ingewijd, dan wel op dezelfde dag een jaar later, vierde men het 750-jarig bestaan van de Stevenskerk in de hele periode 7 september 2022 - 7 september 2023.[6]

Fotogalerij

Zie ook

Zie de categorie St Stevenskerk (Nijmegen) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.