De dood van Maria (Caravaggio)
| De dood van Maria | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Kunstenaar | Caravaggio | |||
| Jaar | 1601-06 | |||
| Techniek | Olieverf op doek | |||
| Afmetingen | 369 × 245 cm | |||
| Museum | Louvre | |||
| Locatie | Parijs | |||
| Inventarisnummer | INV 54 ; MR 104 | |||
| RKD-gegevens | ||||
| ||||
De dood van Maria (Frans: La Mort de la Vierge) is een schilderij van Caravaggio, dat hij tussen 1601 en 1606 maakte. Het maakt deel uit van de collectie van het Louvre in Parijs, waar het in de Grande Galerie te zien is.
Geschiedenis
Caravaggio maakte De dood van Maria in opdracht van de vooraanstaande jurist Laerzio Cherubini voor zijn door Girolamo Rainnaldi ontworpen grafkapel in de Karmelietenkerk van Santa Maria della Scala in de Romeinse wijk Trastevere. Waarschijnlijk heeft Cherubini zelf model gestaan voor een van de personage, de tweede oude man van links. Het was in die tijd gebruikelijk om de opdrachtgever op die manier te eren.
Het schilderij veroorzaakte veel ophef. De paters van de Santa Maria della Scala wezen het werk af en vervingen het door een schilderij van Carlo Saraceni, een navolger van Caravaggio, over hetzelfde onderwerp. De dokter en kunsthandelaar Giulio Mancini, die het schilderij na de afwijzing wilde kopen, dacht dat Caravaggio een prostituee, mogelijk zijn maîtresse, als model voor Maria had gebruikt. Ook de schilders Giovanni Baglione en Gian Pietro Bellori wezen op de realistische en grafische voorstelling van de dode Maria. De afwijzing kan echter ook verband houden met Caravaggio's vlucht uit Rome nadat hij een moord gepleegd had.
Op aanbeveling van Peter Paul Rubens, die het prees als een van Caravaggio's beste werken, kocht Vincenzo Gonzaga, de hertog van Mantua, het schilderij. Giovanni Magni, de ambassadeur van de hertog, stelde het schilderij in april 1607 kort tentoon in zijn huis aan de Via del Corso. De collectie van de hertog werd in 1627 verkocht aan Karel I van Engeland. Na zijn executie zette het Engelse Gemenebest zijn verzameling in 1649 te koop en werd het schilderij gekocht door Everhard Jabach. Deze Keulse bankier en verzamelaar verkocht het in 1671 op zijn beurt aan Lodewijk XIV voor de Franse koninklijke collectie, die na de Franse Revolutie staatseigendom werd.
Voorstelling
De dood van Maria is met 3,69 × 2,45 meter het grootste doek dat Caravaggio tot dan toe schilderde. Het wordt gekenmerkt door een dramatisch realisme en de kenmerkende chiaroscuro van de kunstenaar. Het tafereel speelt zich af in een donkere, sobere kamer. Het geheel wordt van linksboven verlicht door een onzichtbare bron, wat voor sterke contrasten zorgt. Een groot, zwaar rood gordijn hangt boven de scène en vult de bovenste helft van het doek, wat een theatraal en plechtig effect creëert.
Het schilderij toont Maria liggend op een houten tafel. Ze is zeer eenvoudig gekleed, met blote voeten en een uitgestrekte arm, wat erop wijst dat ze zojuist is overleden. Caravaggio breekt met de traditie door de Maagd af te beelden met een niet-geïdealiseerd, levenloos lichaam. Haar fysieke verschijning, zoals de opgezwollen buik en het niet-verheven gelaat, droeg bij aan de afwijzing.
Rondom haar lichaam staan en knielen elf apostelen in diepe rouw. Maria Magdalena bevindt zich op de voorgrond, zittend aan de voet van het bed met haar gezicht in haar hand. Haar aanwezigheid is ongebruikelijk in de iconografie van de Ontslapenis. Ze is geschilderd naar hetzelfde model als de Magdalena in Caravaggio's Graflegging. Bij haar voeten staat een koperen bekken bedoelde om het lichaam van de overledene met azijn te wassen.
Het schilderij is een krachtige weergave van universeel menselijk verdriet en wordt beschouwd als een stilistische voorloper van de grote, monumentale werken uit het laatste deel van Caravaggio's loopbaan.
Theologische controverse
De afwijzing van De dood van Maria ging verder dan louter esthetische kritiek. Het raakte aan de kern van de heersende katholieke doctrine. De opdrachtgever had expliciet om een Transito (Ontslapenis) gevraagd, wat volgens de katholieke leer de laatste slaap van Maria en haar overgang naar het hiernamaals betekende, vaak gepaard met haar lichamelijke hemelvaart. Caravaggio tartte deze conventie door Maria echt dood af te beelden, een levenloos lichaam met een gezwollen uiterlijk, in strijd met het geïdealiseerde beeld van de Moeder Gods. Bovendien liet de schilder alle bovennatuurlijke en liturgische elementen weg, zoals cherubijnen, wolken, wierook of kaarsen, en verving deze door een somber, aards realisme.
Afbeeldingen
Detail
De dood van Maria - Carlo Saraceni.jpg)
Literatuur
- Pamela Askew (1990). Caravaggio's Death of the Virgin. Princeton University Press.
- Laurent Bolard (2010). Caravage. Fayard. p. 111
- Helen Langdon (2000). Caravaggio: A Life. Boulder: Westview Press. p. 229
- Catherine Puglisi (1998). Caravaggio. Londen: Phaidon Press Limited.
- Gérard-Julien Salvy (2008). Le Caravage Parijs: Gallimard.
- Sybille Ebert-Schifferer (2009). Caravage. Parijs: éditions Hazan. p. 291-20
- Sebastian Schütze (2017). Caravaggio, The Complete Works. Keulen: Taschen. p. 183-190, 398-400
- John T. Spike (2010). Caravaggio. New York: Abbeville Press. p. 263-65
Externe links
- (fr) Informatie over het schilderij op de website van het Louvre. Geraadpleegd op 21 november 2025.
- (fr) informatie over het schilderij op de database van Joconde. Geraadpleegd op 21 november 2025.
- (it) informatie over het schilderij op de website van de Fondazione Zeri. Geraadpleegd op 21 november 2025.
- (en) Dr. Beth Harris en Dr. Steven Zucker, Caravaggio, Death of the Virgin in Smarthistory. Geraadpleegd op 21 november 2025.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Death of the Virgin (Caravaggio) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel La Mort de la Vierge (Le Caravage) op de Franstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
.jpg)