Allyson Felix

Allyson Felix
Allyson Felix in 2016, OS in Rio de Janeiro.
Allyson Felix in 2016, OS in Rio de Janeiro.
Volledige naam Allyson Michelle Felix
Bijnaam Chicken Legs
Geboortedatum 18 november 1985
Geboorteplaats Los Angeles
Nationaliteit Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Lengte 1,68 m
Gewicht 57 kg
Sportieve informatie
Discipline sprint
Trainer/coach Bobby Kersee
Eerste titel Wereldkampioene U18 100 m 2001
OS 2004, 2008, 2012, 2016, 2020
Extra Wereldrecordhoudster 4 × 100 m, 4 × 400 m gemengd 2019-2023;
Amerikaans indoorrecord-houdster 4 × 400 m; wereldjeugdrecordhoudster 200 m
Website Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Atletiek

Allyson Michelle Felix (Los Angeles, 18 november 1985), is een Amerikaanse voormalige sprintster, die gespecialiseerd was in met name de 200 en 400 m. Op de eerste afstand werd ze eenmaal olympisch kampioene en driemaal wereldkampioene, op de tweede eenmaal wereldkampioene. Daarnaast veroverde zij talloze olympische en wereldtitels op de sprintestafette-onderdelen. Ze nam vijfmaal deel aan de Olympische Spelen en is na de Olympische Zomerspelen 2020 de succesvolste atlete (7-3-1) op de lijst van succesvolste medaillewinnaars op de Olympische Zomerspelen.

Biografie

Jeugd

Allyson Felix is de dochter van Paul, gewijd predikant en hoogleraar aan het Master's seminarie in Sun Valley, Californië, en Marlean, onderwijzeres aan een lagere school. Allyson Felix is zelf ook christen. Haar oudere broer Wes is eveneens sprinter en veroverde in 2003 en 2004 universiteitstitels. Felix zag haar sprintaanleg als een gift van God. "Mijn geloof is de reden dat ik loop – het maakt me vredig en geeft me het gevoel dat ik opstijg naar een hoger niveau. Mijn snelheid is beslist een geschenk van Hem en ik loop voor Zijn glorie. Wat ik ook doe, Hij maakt het me mogelijk."

Felix volgde de Los Angeles Baptist High School in North Hills (Californië), waar haar teamgenotes haar de bijnaam "Chicken Legs" gaven, vanwege haar 1,68 m lengte, haar 57 kilo lichte sprinterslijf en de spillebenen die zij, ondanks haar sprintkracht, had.

Felix ontdekte haar sprinttalent pas vrij laat tijdens haar highschool periode, maar toen was het ook snel raak. In 2003 had ze zich al zodanig op de atletiekbanen gemanifesteerd, dat zij door Track & Field News werd uitgeroepen tot 'highschoolatleet van het jaar'. Enkele maanden later liep ze ten overstaan van 50.000 fans in Mexico-Stad de 200 m in 22,11 s, de snelste tijd ooit door een highschoolatlete gelopen, al kon de tijd wegens het ontbreken van een dopingcontrole niet als wereldjeugdrecord worden erkend.

Wereldkampioene bij de B-junioren

Intussen had ook de rest van de wereld kennisgemaakt met het talent van de Amerikaanse, want vanaf 2001 had zij zich op de internationale toernooien laten zien en boekte direct succes. Op de wereldkampioenschappen voor B-junioren in Debrecen in 2001 won ze de 100 m in 11,57. En een jaar later, op de wereldkampioenschappen U20 in Kingston, behaalde ze op de 200 m een vijfde plaats in 23,48.

Vervolgens vertegenwoordigde Felix in 2003 haar land voor het eerst op de wereldkampioenschappen voor senioren. In Parijs kwam ze echter nog niet al te ver; ze sneuvelde op de 200 m in de kwartfinale in 23,33.

Zilver op Olympische Spelen

Alweer veel beter uit de verf kwam ze op de Olympische Spelen van 2004 in Athene, waar ze met 22,18 een zilveren medaille op de 200 m won achter de Jamaicaanse Veronica Campbell (goud; 22,05) en voor de Bahamaanse Debbie Ferguson (brons; 22,30). Haar tijd van 22,18 gold tot 2021 als een wereldrecord voor junioren.

Allyson Felix viert haar overwinning op de 200 m tijdens de WK in Osaka in 2007.

Verschillende wereldtitels bij de senioren

Op de WK van 2005 in Helsinki veroverde Allyson Felix voor de eerste maal een seniorentitel: ze werd wereldkampioene op de 200 m. Met haar tijd van 22,16 eindigde ze voor haar landgenote Rachelle Boone-Smith (zilver) en de Française Christine Arron (zilver). Twee jaar later prolongeerde ze deze titel op de WK in Osaka. Felix was in de finale verreweg het snelste en liep met haar eindtijd van 21,81 tevens een persoonlijk record. Ze was hiermee ruim een halve seconde sneller dan Veronica Campbell (22,34), die eerder de 100 m had gewonnen. Op dit toernooi won ze ook goud op de 4 × 100 en 4 × 400 m estafette. Op grond van haar in Osaka geleverde prestaties werd Allyson Felix in haar land uitgeroepen tot atlete van het jaar. Op 1 december 2007 kreeg zij de Jesse Owens Award uitgereikt.

Olympisch estafettekampioene

Op de Olympische Spelen van 2008 in Peking nam Felix deel aan de 200 m en de 4 × 400 m estafette. Op de 200 m was de uitslag identiek aan die van de vorige Spelen. Alleen de tijden waren sneller: Veronica Campbell-Brown won dit keer in 21,74, terwijl Allyson Felix 21,93 liet noteren. Op de estafette won ze echter wel goud door samen met haar teamgenotes Mary Wineberg, Monique Henderson en Sanya Richards naar een tijd van 3.18,54 te snellen. Het Amerikaanse viertal bleef de estafetteploegen uit Rusland (zilver) en Jamaica (brons) voor.

Allyson Felix op weg naar haar derde achtereenvolgende wereldtitel op de 200 m, Berlijn 2009.

Voor de derde maal wereldkampioene

Op de 200 m bij de vrouwen leek het wel stuivertje wisselen. Want nadat Felix in 2007 in Osaka Veronica Campbell op deze afstand had verslagen, waarna die op haar beurt op de Olympische Spelen in Peking Felix klop had gegeven, was het op de WK in Berlijn het jaar daarop weer de Amerikaanse die aan het langste eind trok. In 22,02 bleef Felix de Jamaicaanse, die ditmaal op 22,35 uitkwam, ruim voor. Bovendien zorgde zij met haar overwinning voor het unieke feit, dat zij voor de derde maal op rij de wereldtitel veroverde. Prolongeren deed zij vervolgens ook haar wereldtitel op de 4 × 400 m. Samen met Debbie Dunn, Lashinda Demus en Sanya Richards liep Allyson Felix naar een tijd van 3.17,83, veel te snel voor de verzamelde concurrentie, van wie het Jamaicaanse team op 3,3 en het Russische op 3,8 seconden achterstand nog het dichtst in de buurt bleven.

Russische overheersing doorbroken

Felix (midden) na haar overwinning op de 200 m tijdens de Memorial Van Damme 2010.

Op de wereldindoorkampioenschappen in Doha in maart 2010 gaf Felix acte de présence op de 4 × 400 m estafette. Het Amerikaanse team had zich ten doel gesteld om de Russische hegemonie op dit onderdeel te doorbreken. Rusland had in dit toernooi sinds 1995 de dienst uitgemaakt en aan die overheersing moest paal en perk worden gesteld, zo vond men in Amerika. Het Amerikaanse viertal deed wat er van hen werd verwacht. Debbie Dunn, DeeDee Trotter, Natasha Hastings en Allyson Felix snelden gevieren naar 3.27,25 en waren daarmee 0,19 seconden te sterk voor de Russische ploeg. Het was overigens de eerste gouden plak ooit van Amerika op dit onderdeel.
Tijdens het baanseizoen van dat jaar manifesteerde Felix zich vervolgens in de wedstrijden om de Diamond League op zowel de 200 als de 400 m. Op beide nummers won zij de serie, zodat de Amerikaanse na de laatste wedstrijd, de Memorial Van Damme 2010 in Brussel met niet één, maar met twee diamanten huiswaarts keerde.

Goud, zilver en brons op WK in Daegu

Het lukt Allyson Felix net niet om Amantle Montsho op de 400 m in Daegu te kloppen.

Hoogtepunt van het jaar 2011 waren de wereldkampioenschappen in Daegu. Felix nam deel aan vier verschillende onderdelen, de individuele 200 en 400 m en de estafettes 4 × 100 en 4 × 400 m. Op alle vier de onderdelen veroverde zij een medaille. Ze startte met zilver op de 400 m, waar zij op de streep 0,03 seconden te kort kwam op winnares Amantle Montsho, ondanks een PR-prestatie van 49,59. Montsho zou enkele jaren later, in 2014, worden betrapt op het gebruik van de verboden stof methylhexanamine, wat haar een wedstrijdverbod voor een periode van twee jaar opleverde. Enkele dagen later werd Felix derde op de 200 m in 22,42, achter de Jamaicaanse Veronica Campbell-Brown en haar landgenote Carmelita Jeter. Vervolgens was de 4 × 400 m estafette aan de beurt, waar Allyson Felix samen met Sanya Richards-Ross, Jessica Beard en Francena McCorory in 3.18,09 naar het goud snelde, ten slotte gevolgd door de 4 × 100 m estafette; samen met Bianca Knight, Marshevet Myers en Carmelita Jeter sleepte zij in 41,56 haar tweede gouden plak uit het vuur. Felix was de enige atlete van het toernooi die met vier medailles huiswaarts keerde.

Driemaal goud in Londen

Allyson Felix in actie als tweede loopster op de 4 × 400 m in Londen.

Op de Olympische Spelen van 2012 in Londen nam Felix deel aan de 100 m, de 200 m, plus de estafettenummers 4 × 100 m en 4 × 400 m. Op de 100 reikte ze tot de finale en werd daarin vijfde met een tijd van 10,89. Op de 200 m werd ze olympisch kampioene met een tijd van 21,88. Haar rivale van voorbije Spelen op dit onderdeel, Veronica Campbell-Brown, viel ditmaal met een vierde plaats buiten de prijzen; haar landgenote Shelly-Ann Fraser-Pryce was nu met 22,09 de voornaamste rivale van Felix, gevolgd door Carmelita Jeter in 22,14.
Op de 4 × 100 m estafette liep Felix vervolgens naar haar tweede gouden medaille door met haar teamgenotes Tianna Madison, Bianca Knight en Carmelita Jeter de finale te winnen. Het team verbeterde met een tijd van 40,82 het wereldrecord. Een indrukwekkende prestatie, omdat het uit 1985 stammende record op naam van Oost-Duitsland van 41,37 met niet minder dan 0,55 seconden werd verbeterd. Ten slotte werd het goud ook binnengehaald op het afsluitende nummer, de 4 × 400 m estafette, waarop Felix, DeeDee Trotter, Francena McCorory en Sanya Richards-Ross in 3.16,87 te sterk bleken voor de verzamelde concurrentie, van wie geen enkele ploeg er verder in slaagde om de grens van 3.20 te doorbreken. Allison Felix werd met haar prestaties een van de succesvolste atletes van de Londense Spelen.

Allyson Felix in 2013 tijdens de London Grand Prix.

WK 2013: uitgeschakeld door blessure

In 2013 had Felix zich bij de Amerikaanse kampioenschappen in juni als tweede op de 200 m gekwalificeerd voor de WK in Moskou. In de aanloop daar naartoe won zij in juli een tweetal Diamond League wedstrijden, in Monaco de 4 × 100 m en in Londen de 200 m. Eenmaal in Moskou zag het er voor Felix na de series 200 m veelbelovend uit, want daarin had zij in 22,30 de snelste tijd van iedereen op de klokken gezet. In de finale ging het echter mis; ze liep daarin een hamstringsblessure op en moest door haar broer van de baan af worden gedragen. De race werd nu gewonnen door Shelly-Ann Fraser-Pryce in 22,17. Felix was voor de rest van het jaar uitgeschakeld; haar herstel zou een periode van negen maanden in beslag nemen.

Winst in Diamond League reeks 2014

Nadat zij van haar zware blessure was hersteld, startte Felix in 2014 haar wedstrijdseizoen in mei met deelname aan enkele Diamond League wedstrijden, waarvan ze er in juni alweer eentje won: bij de Bislett Games in Oslo zegevierde zij op de 200 m in 22,73. Een week later boekte zij ook een overwinning bij de Golden Spike Ostrava, eveneens op de 200 m, ditmaal in 22,75. Op de Amerikaanse kampioenschappen koos zij echter voor de 100 m en dat liep slecht af, want daar strandde zij reeds in haar serie als vierde. Voor de rest van het jaar concentreerde zij zich nu op de Diamond League reeks, waarvan ze in augustus de 200 m bij de DN Galan won, net als ten slotte in september bij de Memorial Van Damme. Daar zegevierde zij in 22,03, haar snelste seizoentijd op die afstand. Zij sleepte hiermee ook de trofee voor de eindoverwinning van dat jaar op dit onderdeel in de wacht, haar derde diamant sinds die twee in 2010.

OS Tokio

Tijdens haar vijfde Olympische Spelen won Felix een bronzen medaille op de 400 m en een gouden medaille op de 4 × 400 m estafette. Door dit resultaat is ze de Amerikaanse atleet met het hoogste aantal medailles en de eerste vrouw in de atletiek die vier gouden medailles op één onderdeel won (4 × 400 m estafette).[1]

Einde atletiekloopbaan

In april 2022 kondigde Felix aan, dat dit het laatste jaar zou worden van haar lange atletiekloopbaan. Haar laatste grote toernooi waren de wereldkampioenschappen in Eugene, waar zij nog twee bronzen medailles veroverde op de estafette-onderdelen; eerst op de 4 × 400 m gemengd en vervolgens op de gewone 4 × 400 m. Op dit laatste onderdeel kwam zij alleen in actie in de series. Het waren de laatste wapenfeiten van een van de meest succesvolle Amerikaanse atletes ooit.[2]

Trainer

Felix werd getraind door Bobby Kersee, de echtgenoot en trainer van olympisch medaillewinnares Jackie Joyner-Kersee.

Titels

  • Olympisch kampioene 200 m - 2012
  • Olympisch kampioene 4 × 100 m - 2012, 2016
  • Olympisch kampioene 4 × 400 m - 2008, 2012, 2016, 2020
  • Wereldkampioene 200 m - 2005, 2007, 2009
  • Wereldkampioene 400 m - 2015
  • Wereldkampioene 4 × 100 m - 2007, 2011, 2017
  • Wereldkampioene 4 × 400 m - 2007, 2009, 2011, 2017, 2019, 2022
  • Wereldkampioene 4 × 400 m gemengd - 2019
  • Wereldindoorkampioene 4 × 400 m - 2010
  • Amerikaans kampioene 100 m - 2010
  • Amerikaans kampioene 200 m - 2004, 2005, 2007, 2008, 2009, 2012
  • Amerikaans kampioene 400 m - 2011, 2015, 2016
  • Amerikaans indoorkampioene 200 m - 2003
  • Wereldkampioene U18 100 m - 2001
  • Wereldkampioene U18 Sprint Medley 1000 m - 2001

Persoonlijke records

Outdoor
Onderdeel Tijd Datum Plaats
100 m 10,89 (+1,5 m/s) 4 augustus 2012 Londen
200 m 21,69 (+1,0 m/s) 30 juni 2012 Eugene
400 m 49,26 27 augustus 2015 Peking
Indoor
Onderdeel Prestatie Datum Plaats
50 m 6,43 23 februari 2002 Los Angeles
60 m 7,10 11 februari 2012 Fayetteville
200 m 22,59 21 februari 2021 Fayetteville
300 m 36,33 9 februari 2007 Fayetteville
400 m 51,37 28 februari 2010 Albuquerque

Palmares

100 m

  • 2001: Goud WK U18 – 11,57 s
  • 2006: Brons Wereldatletiekfinale – 11,07 s
  • 2007: Zilver Wereldatletiekfinale – 11,15 s
  • 2010: Goud Amerikaanse kamp. – 11,27 s
  • 2012: 5e OS – 10,89 s

200 m

  • 2002: 5e WK U20 – 23,48 s
  • 2003: Goud Amerikaanse indoorkamp. – 23,14 s
  • 2003: 3e in ½ fin. WK indoor – 23,39 s
  • 2003: 6e in ¼ fin. WK – 23,33 s
  • 2003: Brons Pan-Amerikaanse Spelen – 22,93 s
  • 2004: Goud Amerikaanse kamp. – 22,28 s
  • 2004: Zilver OS – 22,18 s
  • 2005: Goud Amerikaanse kamp. – 22,13 s
  • 2005: Goud WK – 22,16 s
  • 2005: Goud Wereldatletiekfinale – 22,27 s
  • 2006: Goud Wereldatletiekfinale – 22,11 s
  • 2007: Goud Amerikaanse kamp. – 22,34 s
  • 2007: Goud WK – 21,81 s
  • 2008: Goud Amerikaanse kamp. – 21,82 s
  • 2008: Zilver OS – 21,93 s
  • 2009: Goud Amerikaanse kamp. – 22,02 s
  • 2009: Goud WK – 22,02 s
  • 2009: Goud Wereldatletiekfinale – 22,29 s
  • 2011: Brons WK – 22,42 s
  • 2012: Goud Amerikaanse kamp. – 21,69 s
  • 2012: Goud OS – 21,88 s
  • 2013: Zilver Amerikaanse kamp. – 21,85 s (+3,4 m/s)
  • 2013: DNF WK (in serie 22,30 s)
  • 2014: Goud Golden Spike Ostrava - 22,75 s

400 m

  • 2011: Goud Amerikaanse kamp. – 50,40 s
  • 2011: Zilver WK – 49,59 s
  • 2015: Goud Amerikaanse kamp. – 50,19 s
  • 2015: Goud WK – 49,26 s
  • 2016: Goud Amerikaanse kamp. – 49,68 s
  • 2016: Zilver OS – 49,51 s
  • 2017: Brons WK – 50,08 s
  • 2021: Brons OS – 49,46 s

4 × 100 m

  • 2002: Zilver WK U20 in Kingston (Jam.) – 43,66 s[3]
  • 2007: Goud WK – 41,98 s
  • 2011: Goud WK – 41,56 s
  • 2012: Goud OS – 40,82 s (WR)
  • 2015: Zilver IAAF World Relays – 42,32 s
  • 2015: Zilver WK – 41,68 s
  • 2016: Goud OS – 41,01 s
  • 2017: Goud WK – 41,82 s

4 × 400 m

  • 2007: Goud WK – 3.18,55
  • 2008: Goud OS – 3.18,54
  • 2009: Goud WK – 3.17,83
  • 2010: Goud WK indoor – 3.27,34
  • 2011: Goud WK – 3.18,09
  • 2012: Goud OS – 3.16,87
  • 2015: Zilver WK – 3.19,44
  • 2016: Goud OS – 3.19,06
  • 2017: Goud WK – 3.19,02
  • 2019: Goud WK - 3.18,92[4]
  • 2021: Goud OS – 3.16,85
  • 2022: Goud WK - 3.17,79[5]

4 × 400 m gemengd

  • 2019: Goud WK – 3.09,34 (WR)
  • 2022: Brons WK – 3.10,16

Golden en Diamond League-overwinningen

Onderscheidingen

Zie de categorie Allyson Felix van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.