Ventura de los Reyes
Ventura de los Reyes (Vigan, 1739 of 1743 - Manilla, 1822) was een Filipijnse koopman en de enige Filipijnse afgevaardigde in de Spaanse Cortes van Cádiz van 1811 tot 1814. De Cortes van Cádiz was het eerste parlement van Spanje met soevereine macht, dat werd opgericht tijdens de afwezigheid van koning Ferdinand VII. In 1812 was De los Reyes was een van de ondertekenaars van de de Constitutie van Cádiz en in 1813 bepaalde dit parlement, op voorspraak van De los Reyes, dat de handel met de Manillagaljoenen beëindigd zouden worden.
Biografie
Levensloop voorafgaand aan zijn verkiezing in de Cortes

Ventura de los Reyes werd geboren in Vigan, een plaats in het noordwesten van het grootste Filipijnse eiland Luzon. Over zijn levensloop voor zijn verkiezing tot afgevaardigde in de Cortes van Cádiz is niet veel met zekerheid bekend. Hij was naar verluidt de onwettige zoon van een Spaanse koopman uit Barcelona, genaamd Santiago de los Reyes Cardona, en een Filipijns moeder van mestiza-afkomst, genaamd Vicenta Sánchez. Zijn exacte geboortedatum is niet bekend. In sommige bronnen staat dat hij in 1739 geboren werd en andere bronnen geven 1743 als zijn geboortejaar. De los Reyes was volgens sommige bronnen in zijn jongere jaren zeeman en werd uiteindelijk kapitein op een koopvaardijschip dat voer langs de kusten van de Chinese Zee. In 1762 zou hij meegevochten hebben aan de zijde van Diego Silang in diens opstand tegen het Spaanse bewind in Ilocos. Nadien vestigde hij zich in Manilla waar hij onderdeel uitmaakte van het koninklijke artillerie corps en later vergaarde hij daar een fortuin met de handel in indigo en andere plantaardige kleurstoffen. Hij handelde niet alleen via de Manillagaljoen met Nieuw-Spanje, maar ook in Zuid-China en India. De los Reyes groeide uit tot een van de meest rijke en invloedrijke inwoners van de stad en was onder meer bevriend met de Spaanse gouverneur-generaal van de Filipijnen Mariano Fernández de Folgueras en andere bewindvoerders in Manilla.
Situatie in Spanje
In 1808 brak in het moederland Spanje ondertussen de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog uit. De Spaanse koning Karel IV en zijn zoon Ferdinand VII werden door Napoleon Bonaparte gedwongen om af te treden, waarna eerst zijn broer Lodewijk en later hijzelf de nieuwe vorst in Spanje werd. Nadat de Franse troepen Spanje waren binnengevallen kwam de Spaanse bevolking echter in opstand. Bij afwezigheid van de Spaanse koning werd een Opperste Centrale Junta (Junta Suprema Central) opgericht. Deze bepaalde dat onder andere dat er een Cortes zou worden opgericht. In dit parlement moesten vertegenwoordigers van alle landsdelen plaatsnemen. Ook de Spaanse kolonies zoals de Filipijnen mochten een afgevaardigde kiezen. De eerste sessie van de Cortes zou plaats vinden op 24 september 1810 en omdat het nieuws de verder gelegen gebieden pas later bereikte werd voor deze gebieden, waaronder ook de Filipijnen, gebruik gemaakt van vervangende afgevaardigden de al in Spanje woonden. Voor de Filipijnen waren dit Pedro Pérez de Tagle en José Manuel Couto.
Verkiezing tot lid van de Cortes
Enkele maanden voor de eerste sessie van de Cortes in Cádiz arriveerde de nieuwe gouverneur-generaal Manuel González de Aguilar in Manilla waar hij het bewind overnam van Fernández de Folgueras. Een van de eerste zaken waar Aguilar zich na zijn aankomst in Manilla mee bezighield was het organiseren van verkiezingen voor de afgevaardigde namens de Filipijnen. Na een versneld en aangepast verkiezingsproces werd de los Reyes op 6 november 1810 door kiescommissie, bestaande uit de gouverneur-generaal, de aartsbisschop van Manila Juan Antonio Zulaibar en drie vertegenwoordigers van de gemeenteraad van Manila, gekozen als afgevaardigde voor de Cortes. Hij vertrok niet lang daarna met zijn hele gezin naar Spanje, maar kwam arriveerde vanwege de lange reistijd van 10 maanden uiteindelijk pas eind 1811 in Cádiz, waar hij op 6 december zijn geloofsbrieven aanbood aan de Cortes en op 9 december kon aansluiten bij zijn eerste sessie.[1][2]
Afgevaardigde namens de Filipijnen

In de Cortes diende De los Reyes in februari 2012 een hervormingsplan in voor de Filipijnse kolonie. Dit plan omvatte in totaal twaalf hervormingsvoorstellen. Met name het voorstel om de monopolistische handel met de Manillagaljoenen stop te zetten werd uitvoerig besproken in hat parlement. De handel met de Manillagaljoenen bracht voordelen voor de elite en de direct bij de handel betrokken sectoren, zoals de scheepswerven en leveranciers voor de galjoenen, maar had ook grote nadelen. Het hinderde de ontwikkeling van de kolonie als geheel en droeg niet bij aan de welvaart van de inwoners van de Filipijnen in het algemeen en belemmerde de groei van andere sectoren in de kolonie. Na uitvoerige discussie besloot de Cortes uiteindelijk op 14 september 1813 per decreet dat de handel met de Manillagaljoenen beëindigd moest worden.
Een van de belangrijkste momenten in de periode dat de Cortes van Cádiz actief vond plaats op 19 maart 1812 toen de Constitutie van Cádiz werd geratificeerd met De los Reyes als de enige ondertekenaar uit de Filipijnen. Deze grondwet vestigde een constitutionele monarchie en schafte diverse instellingen af die bepaalde groep bevoordeelde. Deze grondwet wordt wel beschouwd als een belangrijke stap richting meer democratie en liberalisme.
Toen Ferdinand VII in 1814 terugkeerde op de Spaanse troon weigerde hij echter de Constitutie van Cádiz te erkennen. Hij ontbond op 4 mei 1814 de Cortes en regeerde daarna weer als een absolute monarch. Op 24 mei adviseerde hij alle parlementsleden om terug te keren naar huis. Wel vroeg hij hen nog om aanbevelingen te doen hoe het leven bij hun achterban verbetert kon worden. Op voorspraak van De los Reyes besloot de koning daarop op 23 april 1815 het eerder door de Cortes genomen besluit om de handel met de Manillagaljoenen te stoppen, alsnog te bekrachtigen. In 1815 vertrok daarom de laatste Manillagaljoen met de naam Magallanes vanuit Acapulco richting Manilla.
Terug in de Filipijnen werd De los Reyes in 1921 benoemd in de verkiezingscommissie toen in de Trienio Liberal (een periode van drie jaar waarin een liberale overheid Spanje regeerde na een militaire opstand) opnieuw verkiezingen voor afgevaardigden gepland werden. Een jaar later overleed hij in Manilla. De los Reyes trouwde drie keer. Twee van zijn echtgenotes maakten deel uit van de familie Monterosso, een invloedrijke creoolse familie, die handelde via de Manillagaljoenen en waarvan diverse leden in de stadsraad van Manilla zaten.
Bronnen
- Galang, Zoilo M. (1950), Encyclopedia of the Philippines, 3 ed. Vol IV. Manila, E. Floro
- Villarroel, Hector K. (1965), Eminent Filipinos, National Historical Commission
- Real Academia de la historia Biografie Ventura de los Reyes, Real Academia de la historia (geraadpleegd op 6 januari 2026)
- National Historical Institute (1990) Filipinos in History Vol II, Manilla, NHI
- Quirino, Carlos (1995), Who's who in Philippine history, Tahanan Books, Manilla
- Elizalde, María Dolores (september 2013), The Philippines at the Cortes de Cádiz, Philippine Studies: Historical & Ethnographic Viewpoints, Vol. 61, No. 3, p. 331-361
Referenties
- ↑ Montero y Vidal, José (1894), Historia General Filipinas: desde el descubrimiento de dichas islas hasta nuestros días, Vol II, p.398-400, Madrid : Imprenta y Fundición de Manuel Tello / Est. Tip. de la Viuda é Hijos de Tello, online te lezen via deze link
- ↑ Blair, E. H., Robertson, J. A., The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, 1903, Vol. 51, p.281