Manuel González de Aguilar
| Manuel González de Aguilar | ||||
|---|---|---|---|---|
| Land | Spanje | |||
| 58e Gouverneur-generaal van de Filipijnen | ||||
| Aangetreden | 4 maart 1810 | |||
| Einde termijn | 4 september 1813 | |||
| Voorganger | Mariano Fernández de Folgueras | |||
| Opvolger | José Gardoqui Jaraveitia | |||
| ||||
Manuel González de Aguilar was een Spaans militair, koloniaal bestuurder en ridder in de orde van Santiago. Aguilar was van 1782 tot 1786 kapitein-generaal van Venezuela en van 1810 tot 1813 gouverneur-generaal van de Filipijnen.
Biografie
Aguilar werd geboren in Andalusië. Voor zijn aanstellingen als bestuurder in de Spaanse kolonies maakte hij carrière in het Spaanse leger waarin hij uiteindelijk de rang van brigadier (brigadegeneraal) bereikte. Op 11 maart 1782 werd Aguilar door de Spaanse koning Karel III benoemd tot gouverneur van de provincie Nieuw-Andalusië (in Venezuela). Nog datzelfde jaar volgende een aanstelling tot kapitein-generaal van Venezuela. Deze functie bekleedde hij tot 14 februari 1786. Nadien was Aguilar van 1786 tot 1788 gouverneur van Santo Domingo en president van de Audiencia van Santo Domingo.
Na zijn benoeming tot gouverneur-generaal van de Filipijnen arriveerde Aguilar op 4 maart 1810 in Manilla, waar hij het bestuur over de kolonie overnam van zijn voorganger Mariano Fernández de Folgueras, die de kolonie op dat moment 3,5 jaar leidde na de dood van Rafael María de Aguilar in augustus 1806. Op 7 juli 1810 stelde hij voor om de (monopolistische) handel met de Manillagaljoenen af te schaffen. Handelaren zouden voortaan de vrijheid moeten krijgen om goederen met een waarde tot maximaal 1 miljoen peso met eigen schepen naar elke willekeurige haven in Nieuw-Spanje te vervoeren en verhandelen.
Een van de andere zaken waar Aguilar zich na zijn aankomst in Manilla mee bezighield was het organiseren van verkiezingen voor een afgevaardigde voor de nieuw opgerichte Cortes van Cádiz. De benoeming van Aguilar viel midden in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Na de gedwongen abdicaties van koning Karel IV en zijn zoon Ferdinand VII ten gunste van Napoleon en de het binnenvallen van de Franse troepen was de Spaanse bevolking in opstand gekomen. Bij afwezigheid van de Spaanse koning werd een Opperste Centrale Junta (Junta Suprema Central) opgericht. Deze bepaalde dat onder andere dat er een Cortes zou worden opgericht. In deze Cortes van Cádiz zouden vertegenwoordigers van alle landsdelen, waaronder ook de overzeese kolonies, plaatnemen. Ook de Filipijnen mochten een afgevaardigde kiezen en naar Cadiz sturen. De eerste sessie van de Cortes zou plaats vinden op 24 september 1810.
Na een versnelt en aangepast verkiezingsproces werd op 6 november 1810 zakenman Ventura de los Reyes gekozen als afgevaardigde voor de Cortes van Cadiz. Vanwege de lange reistijd naar Spanje arriveerde hij uiteindelijk pas op 6 december 1811 in Spanje waarna hij bij de resterende sessies van de Cortez de Filipijnen vertegenwoordigde. In de Cortes pleitte De los Reyes, in navolging van gouverneur Aguilar, onder meer voor het beëindigen van de handel met de Manillagaljoenen, iets dat na langdurige besprekingen in de Cortes, uiteindelijk op 14 september 1813 middels een decreet formeel werd besloten.
Gouverneur Aguilar kreeg ondertussen in de zomer van 1811 te maken met een nieuwe opstand in Ilocos. De opstandelingen onder leiding van enkele dorpshoofden wilden een nieuw geloof te stichtten, waarbij ze een God met de naam Lungao aanbaden en kwamen daarbij in opstand tegen de heersende katholieke Spanjaarden. Ze probeerden daarbij steun te krijgen van niet-christelijke volken in het bergachtige binnenland van Cagayan. De opstand werd echter neergeslagen door de Spanjaarden en de leiders van de opstand werden geëxecuteerd.[1]
González Aguilar bepaalde in zijn periode als gouverneur-generaal ook dat lokale inwoners gedwongen zouden moeten meewerken aan openbare werken in de kolonie.[1] Deze maatregel stond binnen de Spaanse koloniale wet- en regelgeving bekend als polo y servicio. Hierin was bepaald dat mannen uit de lokale bevolking (indios) van een bepaalde leeftijd tegen een zeer geringe of zelfs zonder vergoeding, maximaal 40 dagen per jaar ingezet konden worden door de koloniale autoriteiten in de regio waar ze woonden.
De politieke situatie in het thuisland Spanje. De grote afstand en het gebrek aan nieuws zorgde voor grote onzekerheid en angst bij de (Spaanse) inwoners van de Filipijnse kolonie. Wel arriveerde halverwege 1811 een Engels schip in Manilla met aan boord kranten uit Londen van eind 1810.[2] Zo ontstond het idee om tot de oprichting van een krant met de naam Gaceta del Superior Govierno. Deze eerste krant in de Filipijnen met Aguilar's voorganger Fernández de Folgueras als hoofdredacteur bracht alleen nieuws uit het moederland Spanje en verscheen tussen 8 augustus 1811 en 7 februari 1812, telkens wanneer er nieuws was.

In Cadiz werd ondertussen op 19 maart 1812 de Constitutie van Cádiz geratificeerd door de Cortes met De los Reyes als de enige ondertekenaar uit de Filipijnen. Deze grondwet vestigde een constitutionele monarchie en schafte diverse instellingen af die bepaalde groep bevoordeelde. Op 17 april 1813 werd de grondwet ook plechtig afgekondigd in Manilla en de volgende dag legden de Aguilar en andere belangrijke koloniale functionarissen in de kathedraal van Manilla ook de eed van trouw af. Tevens werden twee nieuwe Filipijnse afgevaardigden voor de Cortes gekozen. Deze zouden hun zetel echter nooit innemen, omdat koning Ferdinand VII in 1814 terugkeerde op de troon, Cortes liet ontbinden en de nieuwe grondwet niet erkende.
Op 4 september 1813 droeg Aguilar zijn functie als gouverneur-generaal over aan José Ramón de Gardoqui y Jaraveitia
Bronnen
- Seaver, George (1922), Malacañang, residence of the Governor - General: a historical resumé of the Palace under Spanish and American sovereignty in the Philippine Islands. Manila, Philippine Education Co.
- Galang, Zoilo M. (1950), Encyclopedia of the Philippines, 3 ed. Vol IV. Manila, E. Floro
- Real Academia de la historia Biografie Manuel González de Aguilar, Real Academia de la historia (geraadpleegd op 5 januari 2026)
- Elizalde, María Dolores (september 2013), The Philippines at the Cortes de Cádiz, Philippine Studies: Historical & Ethnographic Viewpoints, Vol. 61, No. 3, p. 331-361
- PARES Korte biografie Manuel González de Aguilar, PARES Portal de Archivos de Españoles (geraadpleegd op 9 januari 2026)
Referenties
- 1 2 Montero y Vidal, José (1894), Historia General Filipinas: desde el descubrimiento de dichas islas hasta nuestros días, Vol II, p.401, Madrid : Imprenta y Fundición de Manuel Tello / Est. Tip. de la Viuda é Hijos de Tello, online te lezen via deze link
- ↑ Montero y Vidal, José (1894), Historia General Filipinas: desde el descubrimiento de dichas islas hasta nuestros días, Vol II, p.402, Madrid : Imprenta y Fundición de Manuel Tello / Est. Tip. de la Viuda é Hijos de Tello, online te lezen via deze link