Val d'Ossola

Voor de gelijknamige trein, zie Val d'Ossola (trein)
Val d'Ossola
Ligging van het dal in Piëmont
Ligging van het dal in Piëmont
Val d'Ossola (Alpen)
Val d'Ossola
Situering
Land Italië
Rivier Toce
Locatie Verbania
Coördinaten 46° 17 NB, 8° 21 OL
Basisgegevens
Soort Trogdal
Gebergte Lepontische Alpen
Foto's
Val d'Ossola
Val d'Ossola
Portaal  Portaalicoon   Geografie
Domodossola
Albo (gemeente Mergozzo)

Het Valle d'Ossola is een bergdal in de Noord-Italiaans regio Piëmont (provincie Verbania). De hoofdplaats van het Val d'Ossola is Domodossola (18.519 inw.) dat tevens de tweede stad van de provincie Verbania is wat betreft grootte.

In enge zin

In het noorden begint het dal bij Crevoladossola, waar het Val d'Ossola naar het noorden toe opsplitst in Valle Antigorio en Val Divedro. Dit laatste dal loopt door tot de 2005 meter hoge Simplonpas. De vallei van Antigorio-Formazza eindigt bij de Griespas. De Val d'Ossola in enge zin is het vervolg van het noordelijker gelegen dal Valle Antigorio dat eveneens zijn uitgesleten door de rivier de Toce. Het Val d'Ossola is echter veel breder en dichter bevolkt dan de Valle Antigorio-Formazza. Al van oudsher is het Val d'Ossola een belangrijk doorgangsgebied. Dwars door het dal lopen de weg en spoorlijn van de Simplonpas in het Val Divedro naar Milaan.

Naar het zuiden toe openen zich aan de westelijke zijde enkele grote zijdalen. Hiervan is het Valle Anzasca dat uitloopt op de Monte Rosa het belangrijkst. Ten oosten van de vallei ligt het ongerepte Nationaal Park Val Grande. Door het Valle d'Ossola is een comfortabele vierbaans autoweg aangelegd. Deze gaat bij Ornavasso over in de snelweg A26 Genua-Gravellona Toce. Enkele kilometers verder ligt het einde van het dal bij het Lago Maggiore.

In ruimere zin

De naam Val d'Osola (vroeger ook wel Eschental) wordt soms ook gebruikt voor het geheel van de in elkaars verlengde liggende dalen van Formazza/Pomatt, Antigorio en Ossola (in enge zin) gebruikt.

In het westen wordt de grens dan gevormd Monte Leone tot voorbij de Helsenhorn tot aan de Blinnenhorn. De Albrunpas en de Griespas vormen de grens met Wallis (respectievelijk het Binntal en het dal ten zuidoosten van Ulrichen). In het oosten wordt de grens gevormd door de Baseldinerhorn (Italiaans: Basodino), de Wandfluhhorn (Italiaans: Pizzo Bièla) en de Sonnenhorn (Italiaans Pizzo Quadro) die de grens met kanton Ticino vormt.

Vroeger vormde het dal Ossola-Antigorio-Formazza ook een verkeersader over het ruiterpad over de Griespas. Dit pad had een belangrijke rol voor de handel tussen de regio Lombardije en het Berner Oberland (via de aansluitende Grimselpas in het noorden).

Geschiedenis

Romeinse tijd

Domodossola was de hoofdplaats van de Keltische Lepontii tot de verovering door de Romeinen in 12 voor Christus. Aan het einde van het Romeinse Rijk maakte de Val d'Ossola deel uit van het Romeinse Rijk en was het een belangrijk doorgangsgebied over de Alpen via de Simplonpas.

Middeleeuwen

Na de ineenstorting van het West-Romeinse Rijk in 476 onderging de vallei, net als de rest van Noord-Italië, een periode van politieke instabiliteit en veranderde het vaak van heerser. In de zesde eeuw werd het gebied onderdeel van het Longobardische koninkrijk. In 774 werden ze echter verslagen door Karel de Grote, waarna het gebied onderdeel werd van het uitgestrekte Frankische Rijk.

In de zesde eeuw werd het gebied onderdeel van het Longobardische koninkrijk. De Longobarden waren een Germaanse stam die grote delen van Italië veroverden. In 774 werden ze echter verslagen door Karel de Grote, waarna het gebied onderdeel werd van het uitgestrekte Frankische Rijk.

Met de versplintering van het Frankische Rijk in de negende eeuw kwam Italië in het Oost-Frankische Rijk terecht. Dit versplinterde vervolgens in kleinere, feodale entiteiten. In de Ossolavallei kwam de heerschappij in handen van lokale heren, met name de bisschoppen van Novara, die als leenmannen van de keizer over het gebied regeerden. Deze feodale structuur bleef bestaan gedurende de vroege middeleeuwen.

Vanaf de dertiende eeuw begon de macht van de stadstaten in Noord-Italië te groeien. Het opkomende hertogdom Milaan begon zijn invloed uit te breiden naar de omliggende gebieden. De Val d'Ossola werd een integraal onderdeel van het hertogdom, dat het strategische belang van de vallei voor de handel en militaire controle over de Alpen erkende. Tegen het einde van de vijftiende eeuw was de vallei stevig verankerd in het Milanese staatkundige geheel.

Tussen de 13e en 15e eeuw werden sommige hoge zijdalen gekoloniseerd door de Walsers uit het naburige Wallis. Deze Germaanstalige bevolkingsgroep vestigde zich in de hoger gelegen, tot dan toe onbewoonde, alpiene gebieden van de vallei, zoals in Formazza en Macugnaga. De Walsers brachten hun eigen taal (Walserduits), bouwmethoden en agrarische technieken mee, wat resulteerde in een unieke culturele enclave binnen de Italiaanse alpiene regio.

Het Val d'Ossola werd in de 15e en 16e eeuw tweemaal kortstondig door de Zwitsers van het Oude Eedgenootschap veroverd die er een gemeine Herrschaft van maakten. De eerste verovering van de Ossolavallei door de Zwitsers gebeurde in 1418 en duurde tot 1422 wanneer de Zwitsers door de hertog van Milaan teruggedreven werden.

De Franse koning Lodewijk XII claimde het hertogdom Milaan en veroverde het hertogdom in 1499. Hij veroverde Milaan in 1499 en regeerde er tot 1512. In 1512 sloten de Zwitsers zich aan bij de Heilige Liga, een coalitie van Europese machten, waaronder paus Julius II en koning Ferdinand II van Aragon. Het doel was om de Franse overheersing van Noord-Italië te beëindigen en de Franse koning Lodewijk XII uit het Hertogdom Milaan te verdrijven. De Zwitserse huurlingen werden ingehuurd door de paus en Spanje, maar hadden ook hun eigen ambities. De Zwitsers waren op het toppunt van hun macht en wilde de zuidelijke toegangen tot de belangrijke Alpenpassen controleren. De Zwitserse huurlingen veroverden Milaan en de bijbehorende gebieden, waaronder de strategisch gelegen Ossolavallei. Ze installeerden Massimiliano Sforza, een lid van de voormalige heersende familie, als een marionettenhertog om hun heerschappij te legitimeren.

Frankrijk sloeg echter terug en kon de Zwitsers verslaan in de Slag bij Marignano in 1515. In tegenstelling tot de gebieden in het huidige Ticino eisten de Fransen wel de Ossola-vallei opnieuw op als cruciaal onderdeel van het Franse hertogdom Milaan. Het Val d'Ossola beheerste de toegang tot de Simplonpas en fungeerde als economische slagader voor Milaan. Na het verlies bij Marignano gaf de Zwitserse Confederatie haar expansiepolitiek in het Val d'Ossola op.

Nieuwe Tijd

Val d'Ossola bleef deel van het hertogdom Milaan en wisselde mee met de heerschappij over dit hertogdom: in 1525 werd het voor bijna twee eeuwen een Spaanse bezitting maar bleef het formeel deel van het Heilig Roomse Rijk.

In 1713 kwam het hertogdom Milaan in handen van de Oostenrijkse Habsburgers. Tijdens de Poolse Successieoorlog (1733-1738) kocht Oostenrijk de steun van het sterk opkomende Piëmont-Sardinië (huis Savoye) door in 1735 bij een Voorverdrag van Wenen de provincies Novara en Tortona af te staan aan het huis Savoye. Val d'Ossola werd deel van het koninkrijk Piëmont-Sardinië.

In 1861 werd het Val d'Ossola officieel een deel van het Koninkrijk Italië, met de rest van het land.

De bouw van de Simplontunnel (voltooid in 1906) was een monumentaal keerpunt dat de economie en het transport in de vallei radicaal veranderde, waardoor de vallei een vitaal knooppunt in de Europese spoorwegen werd.

Monument voor gesneuvelde partizanen

In 1944 richtten de antifascistische partizanen de Republiek Ossola op die vierenveertig dagen als zelfstandige republiek bestond. De republiek omvatte het ruimere Val d’Ossola en de aangrenzende Val Grande. Het Partizanenmuseum "Casa della Resistenza" met een documentatiecentrum Fondotoce vlak bij Verbania is nog een herinnering aan de omgekomen Partizanen. Het zestienduizend vierkante meter "Parco della Memoria e della Pace" is een herdenkingsmonument voor de tweeënveertig Partizanen die door Duitse troepen geëxecuteerd werden. Het herdenkingsmonument is ook voor de gedode en gewonde burgers en de omgekomen Joden. Op een groot monument staan de namen van de twaalfhonderd omgekomenen alsook in interneringskampen vastgehouden districten Een urn met as van een onbekend slachtoffer uit het concentratiekamp Mauthausen herinnert eraan dat veel inwoners van dit dal naar het concentratiekamp gedeporteerd werden.

In 1992 bouwde men de cirkelvormige tunnel Galleria delle Casse tussen Foppiano en Fondovalle. Deze tunnel moet de weg met smalle haarspeldbochten vervangen zodat het verkeer regelmatiger door het dal kan rijden.

Zijdalen

Belangrijkste plaatsen

Hoogste bergtoppen