Albrunpas
| Albrunpas | ||
|---|---|---|
![]() | ||
De Albrunpas: links de Italiaanse zijde, rechts de Zwitserse | ||
| Hoogte | 2409 m | |
| Coördinaten | 46° 22′ NB, 8° 18′ OL | |
| Van | Binn | |
| Naar | Alpe Devero (en verder Baceno) | |
| Wegdek | wandelpad | |
![]() | ||
De Albrunpas is een relatief hoge (2409 m) bergpas in de Lepontische Alpen op de grens van Zwitserland en Italië. De pas verbindt Binn in het Binntal aan de noordzijde met het Italiaanse Baceno in het zuiden. Vanuit Binn is het dal van de Rhône te bereiken. Even na Baceno is er aansluiting op het Valle Antigorio-Formazza.
De pas is enkel toegankelijk voor voetgangers; over de pas is nooit aan weg aangelegd. Het is de laagste pas over de hoofdkam van de Alpen tussen de Simplonpas (2005 m) en de Gotthardpas. De Albrunpas is relatief moeilijk toegankelijk. Tussen Binn en het Rhônedal moet men langs een kloof en ook de zuidzijde is het relatief vlakke Alpe Devero te bereiken via steile wanden ten noorden van het dorp Goglio (Baceno).
De Albrunpas ligt tussen de Albrunhorn in het westen en de Ofenhorn in het oosten. Over de Nufenenpas (2478 m), 13 kilometer ten noordoosten van de Albrunpas, werd wel een weg aangelegd. Tussen beide passen in ligt de 2487 meter hoge Griesspas waarover enkel een ruiterpad loopt, maar die vroeger wel vaker gebruikt werd in combinatie met de Grimselpas.
Net als de Simplonpas werd de Albrunpas in de Middeleeuwen gebruikt voor de migratie van de Duitstalige Walsers van Wallis naar de Ossola-vallei. In de 19e en 20e eeuw werd de pas gebruikt als smokkelroute voor zout en later tabak en sigaretten. De Albrunpas was ruiger en minder goed bewaakt dan de route over de Simplonpas.
Aan de Zwitserse zijde werden de militaire Binntalhut en de Mittlenberghut gebouwd om de grens met Italië te bewaken.

