Staatsgreep van 22 januari 1798
.jpg)
De Staatsgreep van 22 januari 1798 was een succesvolle, onbloedige staatsgreep die in de Bataafse Republiek plaatsvond en die voltrokken werd in Den Haag. De radicale revolutionairen namen op die dag de macht over in de republiek om de Staatsregeling van 1798 mogelijk te kunnen maken. Belangrijke hoofdrolspelers in deze coup waren de politici Pieter Vreede, Wijbo Fijnje en de generaal Herman Willem Daendels. De dichter en politicus Bernardus Bosch noemde de coupplegers "Januariussen".[1]
In 1795, na de inval van Franse troepen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd de nieuwe Bataafse Republiek een zusterstaat van Frankrijk. Binnen de Franse invloedssfeer werkten de Nederlandse revolutionairen aan een nieuw politiek-bestuurlijk bestel. Zij stelden een Nationale Vergadering in die als voornaamste doel had om een nieuwe grondwet voor de Republiek te ontwerpen. Het eerste voorstel voor een nieuwe grondwet sneuvelde tijdens een referendum in 1797. Hierop volgden nieuwe landelijke verkiezingen en bij deze verkiezing groeide het aandeel radicale politici in de Nationale Vergadering. Door de voortdurende impasse over de grondwet maakten de radicalen plannen voor een staatsgreep en zij wisten hiervoor de diplomatieke steun van de Fransen en van generaal Herman Willem Daendels te verwerven.
Op 22 januari 1798 lieten de coupplegers 28 moderaten of andersdenkende leden van de Nationale Vergadering oppakken. Na de staatsgreep richtten de radicalen het Uitvoerend Bewind op als nieuw landelijk bestuursorgaan. Een nieuw geschreven Staatsregeling werd door de bevolking in een referendum in april van dat jaar goedgekeurd. Door impopulaire maatregelen van het Uitvoerend Bewind hield het radicale bestuur in de Republiek slechts enkele maanden stand. Een nieuwe staatsgreep op 12 juni maakte een einde aan hun regeerperiode.
Achtergrond
Bataafse Republiek
In de winter van 1794-1795 viel een Frans republikeins leger de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden binnen. Dit leger ondervond weinig tegenstand van het stadhouderlijk leger en de Britse en Pruisische troepen in het land namen de wijk naar het oosten. De opmars van het Franse leger ging dermate snel dat de patriotten geen omwenteling meer konden organiseren. Op 18 januari 1795 verliet stadhouder Willem V de Republiek nadat hij meende dat zijn positie onhoudbaar was geworden.[2]
De "fluwelen revolutie" die zich in de oude Republiek voltrok, kreeg de goedkeuring van de gematigde Franse Republiek en in januari 1795 erkende Frankrijk de zelfstandigheid van de "Bataafse Republiek", die zij zogenaamd bevrijd hadden. Het sluiten van het Haags Verdrag maakte van de Republiek een Franse satellietstaat.[3] De situatie in 1795 na de Bataafse Revolutie noemden de vrijheidsstrijders "onordentelijk" (zonder orde). Er moest een nieuwe orde komen, maar hoe deze eruit moest zien was nog onduidelijk. Het voltooien van de revolutie zou dan nog meer dan drie jaar gaan duren.[4]
In 1795 was de Republiek op politiek vlak diep verdeeld en de staat was moeilijk te hervormen. Een aanzienlijke groep orangisten stond politiek buitenspel na de revolutie, maar onder patriotten heerste er ook verdeeldheid nadat zij aan de macht waren gekomen. Onder hen bevonden zich radicale en principiële democraten, maar ook gematigde pragmatici en aristocraten die van mening waren dat de bestuurlijke orde slechts een renovatiebeurt behoefde. In de beginfase bleek dat de gematigde hervormers ruim in de meerderheid waren of dat ze in de positie waren om hun invloed te laten gelden.[5] Het duurde dan ook meer dan een jaar totdat het nieuwe parlement voor het eerst bijeenkwam op 1 maart 1796.[6]
De Staatsregeling
.jpg)
De taak die de Nationale Vergadering kreeg, was het voorbereiden van een grondwet. De besprekingen over de constitutionele ontwerpen namen ruim een jaar in beslag. In de Vergadering bestonden er een paar richtingen van de houding van de politici ten opzichte van staatsvorm, want formele partijen bestonden nog niet. De unitarissen waren voorstander van de staatseenheid en zij stonden hierin lijnrecht tegenover de federalisten, die meer zagen in de verbetering van het oude bestel van de voormalige federale Republiek. Binnen de unitarissen bevond zich ook nog de beweging van de radicale democraten. Zij pleitten voor ruime volksinvloed en een grondige hervorming van het bestel. De moderaten, die veelal het compromis zochten, stonden menigmaal tegenover de radicale democraten.[7][noot 1]
Eind 1796 bracht de Constitutiecommissie een eerste voorstel voor een grondwet ter tafel in de Nationale Vergadering. De republikeinse unitarissen hekelden het cryptofederalistische karakter van het voorstel. Pieter Vreede noemde het in een toespraak voor het parlement een rampzalig en onwerkbaar mengsel van federalisme en uniteit. In zijn speech verweet hij de mensen die een federalistische grondwet verlangden dat zij ook "een Tiran; een Stadhouder" wilden.[8] Het parlement nam het Plan van Constitutie met 66 tegen 52 stemmen aan en in een tweede stemming bepaalde de vergadering dat de Republiek "volstrekt een en ondeelbaar" was, waarmee het federalisme werd afgewezen. Begin december benoemde de Nationale Vergadering een commissie die het Plan van Constitutie in lijn moest brengen met dit eenheidsbeginsel.[9]
%252C_RP-P-OB-86.633.jpg)
In mei 1797 kwam een geamendeerde grondwet ter tafel. Dit compromisvoorstel was tot stand gekomen door wisselende meerderheden. Het voorstel dat er lag kon maar weinig politici bevredigen en kreeg vooral steun omdat men de mening was toegedaan dat er eindelijk een grondwet moest komen. De radicaal Johan Valckenaer verklaarde dat het beter was een slechte constitutie te hebben dan helemaal geen.[10]
Op 1 augustus 1797 vond het eerste landelijke referendum in de Nederlandse geschiedenis plaats waarin er gestemd werd over de grondwet. In totaal telde de Constitutie 781 artikelen en deze stond dan ook bekend als het "Dikke Boek". In de campagne voorafgaand aan de verkiezingen publiceerden twaalf radicale representanten, de Twaalf Apostelen, een manifest tegen het grondwetsvoorstel. In dit manifest presenteerden zij het voorstel als een aristocratische samenzwering die het volk klein moest houden. De kiezers verwierpen de Grondwet met 80 procent van de stemmen. Een nieuwe Nationale Vergadering, die op 8 augustus werd verkozen, moest het werk overdoen.[11] De radicalen kwamen redelijk goed uit de verkiezingen: de Twaalf Apostelen waren allemaal herkozen en meerdere districten verkozen Vreede als hun representant.[12]
Plannen voor een coup
Het nieuwe parlement vormde een nieuwe constitutiecommissie en deze kwam onder de leiding te staan van de progressieve parlementariër Willem Ockerse. Terwijl Ockerse werkte aan de Grondwet spraken andere radicaal-unitarische volksvertegenwoordigers in september 1797 af om desnoods een coup te plegen om de ondeelbaarheid door te drukken.[13] De plannen voor een staatsgreep ontstonden binnen twee verschillende groepen. De eerste hiervan was de groep van radicalen rondom Vreede die zitting had in de Nationale Vergadering. Leden van deze club waren naast Vreede onder andere Jan Konijnenburg, Stephanus Jacobus van Langen, Jacobus Nolet en Lambertus Christoffel Vonk. De tweede groep werd gevormd door radicalen uit verschillende Amsterdamse volkssociëteiten. Tot deze groep behoorden bijvoorbeeld Frederik Willem Fennekol en Hendrik Nobbe.[14]
De twee groepen kwamen met elkaar in contact en kwamen tot de conclusie dat een democratische grondwet alleen bereikt kon worden als hun belangrijkste tegenstanders uit de Nationale Vergadering verwijderd werden. Daarnaast dat een staatsgreep alleen maar kon slagen als deze de steun of goedkeuring van Frankrijk had.[15]
Franse steun
_-_The_Battle_of_Camperdown_-_N01659_-_National_Gallery.jpg)
Aanvankelijk vertegenwoordigde François-Joseph-Michel Noël de Franse belangen als ambassadeur in de Republiek, maar hij werkte bij voorkeur samen met de gematigde republikeinen en moderaten. Vanwege deze politieke smaak was hij een obstakel voor de plannen van de radicalen. Op 4 september 1797 vond in Frankrijk de staatsgreep van 18 fructidor plaats. De staatsgreep van de Directoire-leden Paul Barras, Louis-Marie de La Révellière-Lépeaux en Charles-Maurice de Talleyrand richtte zich tegen de gekozen royalisten en het gematigde, reactionaire klimaat in Frankrijk en zij gingen een radicalere koers varen.[16][17] Generaal Herman Willem Daendels stond geregeld in contact met het Directoire en uitte bij hen zijn ongenoegen over de binnenlandse situatie in de Bataafse Republiek. Hierbij sprak hij de hoop uit op een Nederlandse versie van de staatsgreep van 18 fructidor.[18]
De politieke urgentie voor meer politieke daadkracht kreeg een stimulans door de oorlogssituatie in 1797. Op 11 oktober leed de Bataafse vloot een verpletterende nederlaag tegen de Britse marine in de Zeeslag bij Camperduin. De schuld voor deze nederlaag kwam te liggen bij de Haagse politiek, met name bij de Commissie voor Buitenlandse Zaken,[noot 2] die de vloot tegen de zin van admiraal Jan Willem de Winter eropuit had gestuurd.[19] De Winter zag namelijk in dat zijn bemanningsleden moesten onderdoen voor de Royal Navy, vanwege het lage moraal en ondermaatse training. Om hun toewijding voor de revolutionaire zaak tegenover de Fransen te bewijzen, wegens hun ondermaatse bijdrage aan de oorlog, besloot de commissie om De Winter toch de zee op te sturen.[20] Het verband tussen het binnenlandse politieke onvermogen en internationale onmacht werd na de nederlaag snel gelegd, mede door de Franse bondgenoot, die rekende op de Bataafse vloot in de oorlog.[13] Het uitvaren van de vloot beschreef Van Langen later als de hoofdoorzaak voor de staatsgreep van 22 januari.[21]
De radicalen zochten contact met het Directoire in Parijs. Barras stelde zijn diensten voor de radicalen voor een bedrag van een miljoen gulden beschikbaar. Deze kwam deels in de vorm van contanten en deels in de vorm van jenever- en lakenleveranties. Na de slag bij Camperduin besloot de Bataafse ambassadeur in Parijs, Casparus Meijer, om de radicalen te steunen. Een van de vertegenwoordigers van de radicalen in Parijs, Arnoldus Bode, wist vervolgens het volledige vertrouwen van Barras te krijgen. Een paar dagen later bevestigde het Directoire dat ambassadeur Noël en generaal Beurnonville uit de Republiek teruggeroepen zouden worden. Charles Delacroix en generaal Barthélemy Catherine Joubert kregen de opdracht om hen te vervangen.[21]
Laatste stappen
De Franse auteur Pierre Claude François Daunou kreeg van het Directoire de opdracht om op basis van het eerder verworpen Ontwerp van Constitutie een conceptgrondwet te schrijven. Ambassadeur Delacroix een kopie van deze grondwet bij zich bij zijn aankomst in Nederland en hij kwam via een tussenpersoon in contact met de radicalen. Hij deed vervolgens nog enige pogingen om de radicalen en de gematigden bij elkaar te brengen, maar slaagde daar niet in. Hij schreef over de ijver van de radicalen naar Parijs:[22]
Deze patriotten hebben in ieder geval het verlangen en de vaste wil om stappen te zetten en spoedig het doel te bereiken. Ze zijn zelfs bang dat ze worden voorbijgestreefd. Het is alleen zaak hun revolutionaire ijver te reguleren en excessen te voorkomen.
Delacroix gaf vervolgens de radicalen de opdracht om een draaiboek voor de staatsgreep te maken en lijsten aan te leggen van namen van volksvertegenwoordigers die na de coup het veld moesten ruimen. De groep conspirateurs groeide verder uit en onder hen bevond zich ook Johannes Henricus Midderigh. Deze was zojuist verkozen tot de nieuwe voorzitter van de Nationale Vergadering en doordat hij aan de zijde van coupplegers was komen te staan kon de staatsgreep via een semilegale weg worden bereikt.[22][noot 3] Delacroix maakte op zijn beurt afspraken met Joubert over de inzet van Franse militairen tijdens de staatsgreep. Na onderhandelingen met de radicalen kwam deze taak te rusten bij de Bataafse militairen onder de leiding van Daendels.[23] Politiek gezien neigde Daendels veel meer naar de moderaten in het parlement, maar hij was het met de radicalen eens dat er iets moest gebeuren.[24] Het plan van Delacroix om de politieke tegenstanders van de radicalen te deporteren naar Cayenne in Frans-Guyana kreeg geen steun van de radicalen.[23]
Staatsgreep

In de nacht van 21 op 22 januari 1798 ging de staatsgreep van start. Midderigh gaf aan het Haagse garnizoen de opdracht om de toegangswegen van de stad te versperren. Daarnaast verschenen Bataafse militairen, zowel cavalerie als infanterie, bij de verschillende ingangen van het Binnenhof en de pleinen eromheen, zoals het Plein, het Buitenhof en de Vijverberg, waar kanonnen werden geplaatst.[25] De volksvertegenwoordigers kregen een schrijven om de volgende ochtend naar het Binnenhof te komen. Twintig representanten werden bij de vergaderzaal gearresteerd. Daarnaast werden ook de leden van de Commissie voor Buitenlandse Zaken aangehouden.[26]
De Commissie voor Buitenlandse Zaken vervulde een belangrijke zondebokfunctie in het narratief van de radicalen waarin zij hun staatsgreep legitimeerden. Onderdeel van deze commissie was Hugo Gevers en hij had sinds 1795 meestal aan de zijde van de republikeinen gestaan, maar dezen maakten voor hem geen uitzondering. Hij kreeg net zoals de rest huisarrest. Ze gaven hem enige coulance door geen soldaten te stationeren vanwege de zwangerschap van zijn vrouw.[27]
Midderigh opende vervolgens de vergadering in een besloten zitting. De aanwezigen legden een verklaring af waarin zij regeringloosheid, het stadhouderschap, het federalisme en de aristocratie afkeurden. Er waren elf representanten die weigerden deze verklaring af te leggen en zij verlieten alsnog de zaal. Midderigh opende vervolgens de openbare zitting met een serie voorstellen. In deze voorstellen werd de gewestelijke soevereiniteit nietig verklaard en de Nationale Vergadering doopte zichzelf om tot de Constituerende Vergadering. Nadat de voorzittershamer had geklonken barstte de zaal in gejuich uit. Delacroix betrad daarop de zaal en bezegelde de overwinning met een broederkus.[28]
Nasleep
Uitvoerend Bewind
Na de staatsgreep stelde de vergadering twee nieuwe commissies aan. Een daarvan had tot taak het adviseren van de vergadering over de uitvoerende macht. Deze commissie stelde voor om Pieter Vreede, Stephanus van Langen, Wijbo Fijnje, Johan Pieter Fokker en Berend Wildrik aan te stellen als directeuren van een voorlopig Uitvoerend Bewind. De benoeming vond uiteindelijk op 25 januari plaats.[29] Het voorlopig Uitvoerend Bewind koos Vreede als hun eerste voorzitter, maar door zijn gezondheidsklachten traden Fijnje en Van Langen meer op de voorgrond.[30] Voor verschillende beleidsterreinen werden agentschappen ingesteld die werden geleid door agenten. Deze agenten worden vaak gezien als voorgangers van de latere vakministers. Een van de bekendste agenten die een aanstelling kregen was Alexander Gogel voor Financiën.[31]
Politieke vervolging

Haagse zuiveringen
De afgezette leden liepen openlijk te koop om een eigen ommekeer te bewerkstelligen en ze bleven daarvoor samenkomen in De Groote Sociëteit aan het Lange Voorhout. Delacroix drong er op aan dat de 22 afgezette leden alsnog ergens werden vastgezet. Hij bepleitte dat het huisarrest van de leden van Commissie voor Buitenlandse Zaken binnen 24 uur werd omgezet naar detentie en dat zij zoveel mogelijk van elkaar gescheiden moesten worden op het Bataafse grondgebied. Het Intermediair Uitvoerend Bewind ging akkoord met de voorstellen van Delacroix en gaf de opdracht om de 22 afgezette leden wederom onder arrest te plaatsen. Een tiental van hen werd ondergebracht in Huis ten Bosch. De andere gearresteerden kregen in eerste instantie huisarrest en werden in de weken die volgden ook overgebracht naar Huis ten Bosch.[32]
De leden van de commissie kregen een speciale behandeling, eentje die milder was dan de detentie waar Delacroix om gevraagd had. Bicker kreeg aanvankelijk een civiel arrest in Wijk bij Duurstede, maar nadat hij misbruik van zijn vrijheid had gemaakt werd hij overgebracht naar Leeuwarden. Hahn kreeg in Breda een huisarrest en Queysen in Hoorn. Jordens en De Beveren kwamen terecht in Huis Honselaarsdijk en Gevers bleef in Den Haag tot dat hij in juni overgebracht werd naar Delft.[33]
Bij de zuivering van de Nationale Vergadering concentreerden de radicalen zich voornamelijk op de parlementsleden die zij als hun tegenstander beschouwden. Bij een te grote zuivering zou er een rompparlement ontstaan en dat zou geleid hebben tot een schijnvertoning in het al broze stelsel. Het elftal volksvertegenwoordigers dat op 22 januari weigerde om de verklaring af te leggen was voor de radicalen een onaangename ontwikkeling, maar de meeste weigeraars waren betrekkelijk anonieme leden van de vergadering.[33]
.jpg)
| Naam[34] | Politieke affiniteit | Straf |
|---|---|---|
| Willem Aernout de Beveren | Commissie voor Buitenlandse Zaken | Huisarrest |
| Coert Lambertus van Beyma | Republikeins representant | Internering |
| Jan Bernd Bicker | Commissie voor Buitenlandse Zaken | Huisarrest |
| Cornelis Gerrit Bijleveld | Moderaten | Internering |
| Petrus Brouwer | Moderaten | Internering |
| Jacob Jan Cambier | Moderaten | Internering |
| Hendrik van Castrop | Moderaten | Internering |
| Lambert van Eck | Moderaten | Internering |
| Hugo Gevers | Commissie voor Buitenlandse Zaken | Huisarrest |
| Jacob George Jeronimo Hahn | Commissie voor Buitenlandse Zaken | Huisarrest |
| IJsbrand van Hamelsveld | Onafhankelijken en voormalig voorzitter | Huisarrest |
| Jan van Hooff | Onafhankelijken | Internering |
| Cornelis van der Hoop | Moderaten | Internering |
| Carel Gerard Hultman | Onafhankelijken | Internering |
| Gerrit David Jordens | Commissie voor Buitenlandse Zaken | Huisarrest |
| Jacobus Kantelaar | Moderaten | Internering |
| Reinder van Kleffens | Moderaten | Internering |
| Jacob van Manen | Onafhankelijken | Internering |
| Gerard van Marle | Moderaten | Internering |
| Jacob Abraham de Mist | Moderaten | Internering |
| Jan David Pasteur | Onafhankelijken | Internering |
| Willem Queysen | Commissie voor Buitenlandse Zaken | Huisarrest |
| Jacob Scheltema | Moderaten | Internering |
| Albert Johan de Sitter | Federalisten | Internering |
| Johan van der Spijk | Moderaten | Internering |
| Hendrik Stoffenberg | Federalisten | Internering |
| Herman Vitringa | Federalisten | Internering |
| Carel de Vos van Steenwijk | Federalisten | Internering |
Landelijke zuiveringen
Naast de zuiveringen die plaatsvonden in de politiek in Den Haag vonden er ook nog zuiveringsrondes in de lokale en regionale politiek plaats. De tweede zuivering had te maken met de algehele reorganisatie van het bestuurlijke stelsel van de Republiek. De provinciale besturen moesten vervangen worden en daarna moest er ook een zuivering plaatsvinden in de lagere politieke organen van de stads- en dorpsbesturen. Vrijwel direct na de staatsgreep van 22 januari begon de reorganisatie en zuivering van het overheidsapparaat. Als eerste werd Holland gezuiverd en in februari en maart volgden de andere provincies. Het Uitvoerend Bewind stelde subagenten aan die de taak hadden om bestuurders te ontslaan en aan te stellen in de provincies en zij waren afkomstig uit de kring van de radicalen. De bestuurlijke zuiveringen waren rigoureus en werden top-down uitgevoerd. Voor 23 april, de datum van het referendum, moest het werk voltooid zijn.[35]
Staatsregeling van 1798
De staatsgreep kreeg een veel bredere steun dan alleen die van de radicale republikeinen en hun clubs, dat had met name te maken met het feit dat de staatsgreep de bestaande constitutionele impasse doorbrak.[31] Zo kon de staatsgreep op de sympathie rekenen van enkele vrouwen binnen het publieke debat in de Republiek, zoals de dichteres Petronella Moens.[36] De radicale journaliste Johanna Jacoba van Beaumont schreef op haar beurt een lofdicht voor de Republikeinse politicus Theodorus van Leeuwen:[37]
Juicht Batavieren! 't eind van uw verdrukking sneld!
Juicht Zusters! wyl uw stem ook in 's Lands Raadzaal geld!
Na de staatsgreep ging de Nationale Vergadering verder onder de naam Constituerende Vergadering.[38] De Vergadering stelde een nieuwe constitutiecommissie in en al op 6 maart, na anderhalve maand, kon de commissie een grondwetsontwerp afleveren. Het ontwerp dat Delacroix uit Parijs had meegekregen had nauwelijks een rol van betekenis gespeeld bij de totstandkoming van de Staatsregeling van 1798.[39][noot 4] In het grondwetsvoorstel werd het principe van "een- en ondeelbaarheid" vastgelegd en daarmee werd een einde gemaakt aan de oude federalistische Republiek. Het voorstel drukte het provincialisme de kop in door het introduceren van departementen naar Frans voorbeeld, die veelal waren vernoemd naar riviernamen.[40] Door de introductie van de eenheidsstaat brak volgens historicus Niek van Sas in 1798 qua politieke structuur "het einde van de Middeleeuwen" aan voor Nederland.[41]
Opnieuw organiseerde het parlement een referendum voor het aannemen van de grondwet. Op 23 april 1798 brachten 167.649 mensen hun stemmen uit en hiervan sprak 93 procent zich uit voor de nieuwe grondwet. In vergelijking met de stemming in 1797 waren er ruim 30.000 meer stemmers komen opdagen, ondanks de zuiveringen die hadden plaatsgevonden.[42][43]
Een nieuwe staatsgreep

De Constituerende Vergadering en het Uitvoerend Bewind namen na de staatsgreep drie omstreden besluiten aan, waarvan zij dachten dat die noodzakelijk waren voor hun politieke voortbestaan. Op 10 maart zuiverden ze het kiezerscorps voor het referendum door hun tegenstanders het stemrecht te ontnemen. Een week later besloot het provisioneel Uitvoerend Bewind verder te gaan door het uitroepen van het Uitvoerend Bewind dat voor een periode van vijf jaar het land zou besturen, zoals was vastgelegd in de Staatsregeling. Het derde besluit verlengde de zittingsduur van de leden van de Constituerende Vergadering. In dit besluit vormde het Uitvoerend Bewind het Constituerende Lichaam om naar het Vertegenwoordigend Lichaam, dat op zijn beurt samengesteld was uit twee kamers. Op deze manier hadden de leden van de voorlopige instellingen zonder tussenkomst van een verkiezing hun toekomst veilig gesteld in de nieuwe instellingen van de Staatsregeling. Deze besluiten stonden op gespannen voet met de geest van de constitutie en leidden tot de nodige kritiek en weerstand.[44]
Jacobus Spoors en Alexander Gogel, agenten van het Uitvoerend Bewind, traden in april al in contact met het Directoire in Parijs en uitten kritiek op het bestuurlijk onvermogen van de leden van het Uitvoerend Bewind. Na 4 mei traden zij in contact met de generaals Joubert en Daendels en deze laatste liet zich beledigend uit over het Bewind. Hierdoor voelde het Uitvoerend Bewind zich genoodzaakt om stappen tegen de generaal te ondernemen. De generaal vertrok naar Parijs en kreeg daar van het Directoire steun voor een nieuwe staatsgreep in Nederland. Het Directoire was na een nieuwe staatsgreep in Frankrijk zelf een meer gematigder koers gaan varen. Op 12 juni wilde de Eerste Kamer een tweetal ontruststokers oppakken en onthoofden, maar Daendels trok nog diezelfde dag met zijn leger op om de leden van het Uitvoerend Bewind te arresteren. Vier van de vijf kon Daendels arresteren, alleen Vreede wist naar het buitenland te ontkomen.[45] De na 22 januari geïnterneerde leden van de Nationale Vergadering werden rond de nieuwe verkiezingen van 10 juli 1798 vrijgelaten.[46]
Er volgde na de nieuwe staatsgreep vrije verkiezingen die een overwegend moderaat parlement en Uitvoerend Bewind opleverden. Deze hadden de enorme opdracht om het land te besturen, de grondwet uit te voeren en diverse bestuursinstellingen en nieuwe wetten in te voeren. Veel van het ordenende werk kwam niet verder dan het parlement en werd niet van nationaal naar lokaal niveau vertaald. In 1799 kwam in Frankrijk Napoleon Bonaparte aan de macht en in zijn ogen had de Bataafse Republiek slechts een strategische betekenis.[47]
Historiografie
De geschiedschrijving gebruikt de term "staatsgreep" om de gebeurtenissen op 22 januari 1798 mee aan te duiden. Tijdgenoten gebruikten daarentegen liever de term "omwenteling" of ze spraken over de "revolutie van 22 januari".[48]
Historicus Simon Schama beargumenteerde in zijn boek Patriots and Liberators dat de staatsgreep van 22 januari 1798 niet nodig was geweest. Zonder een staatsgreep was er volgens hem toch wel een op hervormingen gerichte, unitarisch-democratische grondwet tot stand gekomen. Jurist Leonard de Gou bestreed de stelling van Schama op basis van een uitgebreide bronnenstudie. Op zijn beurt betoogde historicus Niek van Sas dat de staatsgreep van 22 januari de belangrijkste doorbraak in het Nederlandse staatsvormingsproces was sinds de Nederlandse Opstand.[49]
Geraadpleegde literatuur
- Aerts, Remieg, "Een staat in verbouwing. Van republiek naar constitutioneel koninkrijk, 1780–1848", in: Remieg Aerts e.a., Land van kleine gebaren: Een politieke geschiedenis van Nederland. (Zevende druk; Amsterdam/Nijmegen 2010). ISBN 9789061686248.
- Alkemade, Dirk, Radicale democratie: Pieter Vreede (1750-1837) en de Nederlandse revolutie. (Amsterdam 2025). ISBN 9789024472444.
- Everard, Myriam, 'In en om de (Nieuwe) Bataafsche Vrouwe Courant. Het aandeel van vrouwen in een revolutionaire politieke cultuur', Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001), 68-81.
- Oddens, Joris, Pioniers in schaduwbeeld: Het eerste parlement van Nederland 1796-1798. (Nijmegen 2012). ISBN 9789460041099.
- Jensen, Lotte, Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt: Vrouwentijdschriften en journalistes in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw. (Hilversum 2001). ISBN 9789065506659.
- Paardekoper, Cees, Kooplieden en stadspolitiek: Regimewisselingen in Amsterdam (1740-1840). (Hilversum 2022). ISBN 9789087049546.
- Poelgeest, Bart van, "Fluwelen coups op het Binnenhof: De staatsgrepen van 22 januari en 12 juni 1798 en de Staatsregeling van 1798", in: Marieke van Delft e.a. (red.), Onrust in Den Haag: Vier eeuwen oorlog, conflict en protest. (Amsterdam 2024), 83-98. ISBN 9789048567133.
- Postma, Jan, Alexander Gogel (1765-1821): Grondlegger van de Nederlandse staat. (Hilversum 2017). ISBN 9789087046330.
- Sas, N.C.F. van, De metamorfose van Nederland: Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900, (Amsterdam 2005). ISBN 9789053568409.
- Sas, Niek van, De wentelende eeuw: De geschiedenis van Nederland, 1795-1914. (Amsterdam 2024). ISBN 9789035127777.
- Velema, Wyger, "Republikeinse democratie: De politieke wereld van de Bataafse Revolutie, 1795-1798", in: Frans Grijzenhout, Niek van Sas & Wyger Velema, Het Bataafse experiment: Politiek en cultuur rond 1800. (Nijmegen 2013). ISBN 9789460041327.
Verklarende noten
- ↑ De radicale democraten worden in dit artikel aangeduid als "radicalen".
- ↑ Deze commissie droeg de taken van een Minister van Buitenlandse Zaken.
- ↑ Binnen de Bataafse Republiek fungeerde de voorzitter van de Nationale Vergadering als een semi-staatshoofd
- ↑ Sinds de Tweede Nationale Vergadering verloor de benaming "constitutie" terrein aan de benaming "staatsregeling", die door de Commissie Hahn was geïntroduceerd. Na het fiasco rondom het Ontwerp van Constitutie kwam de term staatsregeling weer in beeld als benaming voor de grondwet. Zie: Oddens, Pioniers in schaduwbeeld, 340-341.
Referenties
- ↑ Cees Paardekoper, Kooplieden en stadspolitiek: Regimewisselingen in Amsterdam (1740-1840) (Hilversum 2022) 278.
- ↑ Remieg Aerts, "Een staat in verbouwing. Van republiek naar constitutioneel koninkrijk, 1780–1848", Remieg Aerts e.a., Land van kleine gebaren: Een politieke geschiedenis van Nederland (Zevende druk; Amsterdam/Nijmegen 2010) 37.
- ↑ Aerts, "Een staat in verbouwing", 38.
- ↑ Niek van Sas, De wentelende eeuw: De geschiedenis van Nederland 1795-1914 (Amsterdam 2024) 32.
- ↑ Aerts, "Een staat in verbouwing", 39.
- ↑ Wyger Velema, "Republikeinse democratie: De politieke wereld van de Bataafse Revolutie, 1795-1798", in: Frans Grijzenhout, Niek van Sas en Wyger Velema (red.), Het Bataafse experiment: Politiek en cultuur rond 1800 (Nijmegen 2012) 33.
- ↑ Aerts, "Een staat in verbouwing", 40.
- ↑ Velema, "Republikeinse democratie", 38.
- ↑ Dirk Alkemade, Radicale democratie: Pieter Vreede (1750-1837) en de Nederlandse revolutie (Amsterdam 2025) 265-266.
- ↑ Sas, De wentelende eeuw, 65.
- ↑ Sas, De wentelende eeuw, 66.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 307.
- 1 2 Sas, De wentelende eeuw, 67.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 309-310.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 310.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 310-311.
- ↑ Bart van Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof: De staatsgrepen van 22 januari en 12 juni 1798 en de Staatsregeling van 1798", in: Marieke van Delft e.a. (red.), Onrust in Den Haag: Vier eeuwen oorlog, conflict en protest (Amsterdam 2024), 84.
- ↑ N.C.F. van Sas, De metamorfose van Nederland: Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900, (Amsterdam 2005), 320.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 312.
- ↑ Goossens, Olivier, Zeeslag bij Camperduin (1797) – Een Britse overwinning op de Bataafse vloot. Historiek (10 oktober 2025). Geraadpleegd op 23 januari 2026.
- 1 2 Alkemade, Radicale democratie, 313.
- 1 2 Alkemade, Radicale democratie, 319.
- 1 2 Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 85.
- ↑ Sas, De metamorfose van Nederland, 321.
- ↑ Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 86.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 320.
- ↑ Joris Oddens, Pioniers in schaduwbeeld: Het eerste parlement van Nederland 1796-1798 (Nijmegen 2012) 322.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 321.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 322.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 324.
- 1 2 Sas, De wentelende eeuw, 69.
- ↑ Oddens, Pioniers in schaduwbeeld, 324.
- 1 2 Oddens, Pioniers in schaduwbeeld, 325.
- ↑ Lijst opgesteld aan de hand van: Oddens, Pioniers in schaduwbeeld, 322-323.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 333-334.
- ↑ Lotte Jensen, Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt: Vrouwentijdschriften en journalistes in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw (Hilversum 2001) 76.
- ↑ Myriam Everard, 'In en om de (Nieuwe) Bataafsche Vrouwe Courant. Het aandeel van vrouwen in een revolutionaire politieke cultuur', Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001) 75.
- ↑ Tweede Nationale Vergadering en Constituerende Vergadering (1797-1798). Parlement.com. Geraadpleegd op 21 september 2025.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 326.
- ↑ Sas, De wentelende eeuw, 72.
- ↑ Sas, De metamorfose van Nederland, 42.
- ↑ Sas, De wentelende eeuw, 74.
- ↑ Staatsregeling 1798. Parlement.com. Geraadpleegd op 10 augustus 2025.
- ↑ Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 91.
- ↑ Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 92-93.
- ↑ Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 95.
- ↑ Aerts, "Een staat in verbouwing", 42.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 332.
- ↑ Jan Postma, Alexander Gogel (1765-1821): Grondlegger van de Nederlandse staat (Hilversum 2017) 89.