Johanna Jacoba van Beaumont

Johanna Jacoba van Beaumont
Johanna Jacoba van Beaumont, geportretteerd door Noach van der Meer
Johanna Jacoba van Beaumont, geportretteerd door Noach van der Meer
Persoonsgegevens
Pseudoniem(en) Netje Revolutionair
Geboortedatum Ca. 1752
Geboorteplaats Sluis
Overlijdensdatum 17 oktober 1827
Overlijdensplaats Bergen op Zoom
Opleiding en beroep
Beroep Journalist
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1795-1800
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Johanna Jacoba van Beaumont (Sluis, circa 1752Bergen op Zoom, 17 oktober 1827), ook bekend onder haar pseudoniem Netje Revolutionair, was een Nederlands journalist, feminist en schrijfster.

Biografie

Johanna Jacoba van Beaumont werd geboren als een dochter van Adriaan van Beaumont en Johanna Joons in de stad Sluis, dat deel uitmaakte van Staats-Vlaanderen. Wanneer Johanna Jacoba precies uit deze regio vertrok is onbekend, maar ze trouwde waarschijnlijk in Amsterdam met Hendricus van Haaren.[1]

Beaumont, noch haar partner, lijkt een rol te hebben gespeeld in de patriottenbeweging. Na de Bataafse Revolutie in 1795 begon ze samen met een groep journalistes te strijden voor revolutionaire idealen. Ze behoorde tot de meer radicalere schrijfsters en zat samen met haar vriendin Catharina Heybeek in de redactie van de Nationaale Bataafsche Courant. Beaumont behoorde tot de unitaristen en vanuit deze positie toonde ze zich als een felle tegenstander van de federalistische grondwet dat in 1797 ter stemming lag. In haar krant riep ze dan ook aan de lezers op om dit "rampzalige plan" te verwerpen.[1]

Ze bleef zich politiek roeren. Samen met 27 andere vrouwen schreef ze een petitie aan de Nationale Vergadering en hierin sprak ze haar steun uit voor voor de radicale representanten die de principes nastreefden als een- en ondeelbaarheid van het land, gelijkwaardigheid van burgers en verregaande volksinvloed. In de petitie schreven ze dat de vrouwen "goed en bloed" voor het land zouden geven.[1] In januari 1798 diende ze een nieuwe petitie in met in totaal 112 vrouwen waarin zij hun steun uitspraken voor het Manifest van de Twaalf Apostelen.[2] Beaumont beschouwde de Staatsgreep van 22 januari 1798 die volgde ook als een overwinning en een schreef een lofdicht voor Theodorus van Leeuwen. Na het aannemen van de Staatsregeling 1798 publiceerde ze een berijmde Zegezang. Op 12 juni van dat jaar vond een nieuwe staatsgreep plaats en dit leidde tot het verdwijnen van de stukken van Beaumont in de kranten.[1] Beaumont deed in 1799 wel een rekwest aan het Vertegenwoordigend Lichaam om artikel 3 van de Staatsregeling te herformuleren zodat ook vrouwen in de politiek konden participeren. Bijna tweehonderd vrouwen ondertekenden het verzoekschrift. Het parlement deed uiteindelijk niks met het verzoek.[3]

Ze publiceerde in 1800 de verhalenbundel Fabelen, geschiedenissen en voorbeelden in dichtmaat. Vijf jaar later overleed haar echtgenoot en twee jaar na diens overlijden huwde ze met de katholiek Jacob Fredrik Hubert Adam de Greuve. Na de dood van De Greuve is Beaumont waarschijnlijk naar Bergen op Zoom verhuisd, waar ze zelf zou overlijden.[1]

Bibliografie

  • Zegezang op het aannemen van het Ontwerp van Staatsregeling (Amsterdam 1798).
  • Proclamatie in vaersen gebragt (Amsterdam 1798).
  • Op het constituëeren der beide kameren van het vertegenwoordigend ligchaam des Bataafschen Volks (1798).
  • Fabelen, geschiedenissen en voorbeelden in dichtmaat, zijnde een vrije navolging van eenige autheuren met fraaije kunstvignetten verrijkt (Amsterdam 1800).