Staatsgreep van 12 juni 1798

De staatsgreep van 12 juni 1798 was een succesvolle, bloedeloze staatsgreep die op 12 juni 1798 plaatsvond in de Bataafse Republiek waarin de moderate krachten de macht overnamen van de radicalen. Deze coup was een reactie op de staatsgreep van eerder dat jaar.
Achtergrond
In een poging om de Staatsregeling 1798 mogelijk te maken pleegden de radicale republikeinen op 22 januari 1798 een staatsgreep. Bij deze staatsgreep werd de Commissie voor Buitenlandse Zaken ontslagen en onder huisarrest geplaatst. Daarnaast werden nog eens 22 leden van de Nationale Vergadering ontslagen en in hechtenis genomen. De overige leden van de Vergadering moesten een verklaring van afkeer van het stadhouderschap, aristocratie, het federalisme en de regeringloosheid afleggen.[1]
Deze staatsgreep maakte de weg vrij voor een snelle totstandkoming van de Staatsregeling. Bij het referendum dat op 23 april plaatsvond stemden 153.913 mensen voor de Staatsregeling en stemden 11.597 mensen tegen. Toch was de legitimiteit van de nieuwe instellingen wankel. De Constituerende Vergadering was nog maar een rompvergadering en het nieuw ingestelde Uitvoerend Bewind berustte slechts op een besluit van deze vergadering. Vervolgens namen deze instanties een aantal impopulaire besluiten. Allereerst zuiverden ze het kiezerscorps door hun tegenstanders het stemrecht te ontnemen. Het tweede besluit betrof om het provisorisch Uitvoerend Bewind definitief te maken met een ambtstermijn van vijf jaar. Ten slotte werd op 4 mei de zittingstermijn van de Constituerende Vergadering verlengd door het om te vormen tot een tweekamerstelsel. Ondanks dat deze besluiten in lijn waren met de Staatsregeling stonden ze op gespannen voet met de geest van die constitutie.[2]
In april brachten een paar agenten van het Uitvoerend Bewind, Alexander Gogel en Jacobus Spoors, het Directoire in Frankrijk op de hoogte van het bestuurlijk onvermogen van de leden van het Uitvoerend Bewind. Zij traden ook in contact met de generaals Barthélemy Catherine Joubert en Herman Willem Daendels. Nadat deze laatste zich kritisch had uitgelaten over het Uitvoerend Bewind vertrok hij boos naar Parijs en kondigde het regime maatregelen tegen de Nederlandse generaal af, ondanks dat procureur-generaal Cornelis Felix van Maanen concludeerde dat er geen grond voor vervolging was. In Parijs vond Daendels de steun voor een nieuwe staatsgreep. In Frankrijk zelf was er een gematigder politiek klimaat ontstaan na de coup die in de Franse Republiek had plaatsgevonden. De Franse minister Charles-Maurice de Talleyrand ontsloeg eind mei zijn ambassadeur in Nederland, Charles Delacroix,[3] die eerder een groot aandeel had gehad in de totstandkoming van de vorige staatsgreep in de Bataafse Republiek.
Staatsgreep

Op 10 juni keerde Daendels terug in Den Haag. Een dag later organiseerden Abraham Pompe van Meerdervoort en Jacob Charles van Kretschmar in de Oude Doelen een groots ontvangst voor Daendels, waarbij ook een vijftal agenten aanwezig waren. Bij deze bijeenkomst ging een verzoekschrift rond dat gericht was aan het Vertegenwoordigend Lichaam tegen de drie besluiten. Toen de Kamers dit besluit ontvingen op 12 juni werd besloten om Pompe van Meerdervoort en Kretschmar gevangen te nemen. Geruchten over een naderende terechtstelling leidde tot een bijeenkomst van de agenten Gogel, Spoors en Pijman met Daendels. Bij deze vergadering besloten ze om direct over te gaan tot de staatsgreep en maakten ze een lijst op van te arresteren leden van de twee kamers.[3]
Rond half vijf marcheerde Daendels aan het hoofd van drie compagnieën vanuit de Houtstraat naar het Logement van Amsterdam om de leden van het Uitvoerend Bewind te arresteren. Van Langen, Wildrik en Fokker werden aangehouden, maar Wijbo Fijnje en Pieter Vreede konden via de tuin ontsnappen.[4] Fijnje werd later alsnog gepakt, maar Vreede kon naar het buitenland ontkomen. Vervolgens trok Daendels naar het Binnenhof en daar arresteerde hij de voorzitter van de Eerste Kamer en ook de voorzitter van de Tweede Kamer, evenals drie andere leden van deze Kamer.[5] In totaal arresteerde Daendels elf representanten tijdens deze staatsgreep.[4]
Nasleep
De vijf agenten van het Uitvoerend Bewind brachten in de avond van 12 juni een statement naar buiten waarin ze verklaarden dat ze de Staatsregeling zouden handhaven en verkiezingen voor het Vertegenwoordigend Lichaam aankondigden. Deze agenten zouden tot aan de verkiezingen fungeren als een Intermediair Uitvoerend Bewind. Op 10 juli vonden de verkiezingen plaats en hieraan konden ook de gezuiverden deelnemen. Op 31 juli trad een nieuw Vertegenwoordigend Lichaam aan en op 17 augustus werd er een nieuw Uitvoerend Bewind aangesteld. De mannen die bij de staatsgreep opgepakt waren werden rond de verkiezing vrijgelaten, in december werd een laatste groepje vrijgelaten.[5] Procureur-generaal Van Maanen startte een onderzoek naar het voormalig bewind, maar de misdrijven die aan hen werden toegeschreven leidde alleen tot een rechtszaak tegen Van Langen en Fijnje. Een veroordeling zou hier niet uit voortkomen.[6]
In 1799 kwam in Frankrijk Napoleon Bonaparte aan de macht na een staatsgreep. In de Europese plannen van Bonaparte nam de Bataafse Republiek een strategische positie in en hij wenste dan ook een herstel van de politieke vrede in het land door toenadering te bewerkstelligen tussen de orangisten en federalisten. Een nieuwe staatsgreep op 18 september 1801 maakte dit mogelijk en kwam er een nieuwe grondwet tot stand om deze staatsgreep te legitimeren.[7]
- ↑ Bart van Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof: De staatsgrepen van 22 januari en 12 juni 1798 en de Staatsregeling van 1798", in: Marieke van Delft e.a. (red.), Onrust in Den Haag: Vier eeuwen oorlog, conflict en protest (Amsterdam 2024) 89.
- ↑ Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 91.
- 1 2 Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 92.
- 1 2 Dirk Alkemade, Radicale democratie: Pieter Vreede (1750-1837) en de Nederlandse revolutie (Amsterdam 2025) 346.
- 1 2 Poelgeest, "Fluwelen coups op het Binnenhof", 93.
- ↑ Alkemade, Radicale democratie, 349-351.
- ↑ Remieg Aerts, "Een staat in verbouwing. Van republiek naar constitutioneel koninkrijk, 1780–1848", Remieg Aerts e.a., Land van kleine gebaren: Een politieke geschiedenis van Nederland (Zevende druk; Amsterdam/Nijmegen 2010) 42.