Jacobus Spoors
| Jacobus Spoors | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Jacobus Spoors | |||
| Geboortedatum | 14 september 1751 | |||
| Overlijdensdatum | 3 april 1833 | |||
| Partij | Technocraten | |||
| Functies | ||||
| 1798-1801 | agent voor Marine | |||
| 1798 | lid Intermediair Uitvoerend Bewind | |||
| 1801-1804 | lid Staatsbewind ven het Bataafs Gemenebest | |||
| ||||
Jacobus Spoors (Hazerswoude, 14 september 1751 - 's-Gravenhage, 3 april 1833) was een Nederlands advocaat en politicus ten tijde van de Bataafse Republiek.
Advocaat
Spoors was een Leidse patriot en bestuurder. Hij was de zoon van de schout van Hazerswoude en met François Adriaan van der Kemp betrokken bij het exercitiegenootschap van Wijk bij Duurstede.
Spoors begon zijn loopbaan als advocaat en werd in mei 1797 advocaat-fiscaal (aanklager) in de Hoge Zeekrijgsraad in het proces tegen de schout-bij-nacht Engelbert Lucas en de kapiteins van het eskader dat zich bij de Capitulatie in de Saldanhabaai in Zuid-Afrika zonder meer had overgegeven aan een Britse vloot. Het rapport dat hij hierover schreef werd in 1798 gedrukt en uitgegeven door de Lands Drukkerij in Den Haag.[1]
Agent van de marine
_Achter_de_Koekoeken_(titel_op_object)%252C_RP-P-OB-86.674.jpg)
Na de staatsgreep van 22 januari 1798 werd Spoors benoemd tot Agent van Marine. Hij was door de coupplegers min of meer gedwongen zijn benoeming te aanvaarden omdat hij anders verbannen zou worden.[2] Toen de Constitutionele Vergadering zichzelf zonder verkiezingen op 4 mei uitriep tot Vertegenwoordigend Lichaam en het Uitvoerend Bewind permanent werd verklaard zagen Spoors en de agent van Financiën Alexander Gogel dit als ‘zugt tot zelf-behoud en zelf-verheffing’ en als verraad aan de eerder gepredikte beginselen.[3] Zij zochten steun bij luitenant-generaal Daendels, die het met hen eens was. Dit leidde tot de staatsgreep van 12 juni 1798. Spoors stelde met de vier andere agenten van het oude bewind een Proclamatie betreffende de vernietiging van het inconstitutioneel Uitvoerend Bewind en Wetgevend Lichaam der Bataafse Republiek op, waarna zij zelf het nieuwe Intermediair Uitvoerend Bewind vormden.[4] Ook werd er snel een tijdelijke Intermediaire Wetgevende Vergadering samengesteld en werden er verkiezingen uitgeschreven op 10 juli. Spoors en de zijnen stelden zich nadrukkelijk op in het politieke centrum, in een poging een eind te maken aan de factiestrijd tussen de zogeheten Republikeinen en Moderaten. ‘Onze politique is geheel nieuw’, schreef hij op 26 juni, ‘zij is geene andere dan stipt eerlijk te zijn’ in de uitvoering van de Staatsregeling.[3]
Spoors ging de daaropvolgende jaren door met zijn werkzaamheden als agent van Marine. Zijn pogingen de vloot in zijn oude glorie te herstellen werden ernstig bemoeilijkt door de eisen die de Fransen aan de inzet van de marine stelden. De Bataafse Republiek was de facto een vazalstaat van het revolutionaire Frankrijk.
In het Staatsbewind

Op 18 september 1801 vond er onder druk van Napoleon opnieuw een staatsgreep plaats. Ook bij deze was Spoors betrokken. De coup bracht het Staatsbewind aan de macht, waar ook Spoors lid van werd. Het Staatsbewind betekende een gedeeltelijke terugkeer naar het federalisme van de oude republiek en poogde een verzoening tot stand te brengen met de orangisten. Velen van hen keerden terug op bestuursfuncties en de naam Bataafse Republiek werd vervangen door de neutralere naam Bataafse Gemenebest.
Spoors was een van degenen die probeerden Nederland los te weken uit de Franse dominantie. Napoleon vatte in 1804 het plan op om het Staatsbewind te vervangen door een éénmansbestuur in de persoon van Rutger Jan Schimmelpenninck, destijds ambassadeur in Parijs. Hij moest omringd worden met enkel getrouwen. De leden van het Staatsbewind die niet Frans-gezind waren en geassocieerd werden met de oude revolutionaire politiek waren de eersten die het veld moesten ruimen. In november hadden Spoors en drie andere leden van het Staatsbewind aan Bataafse functionarissen in de havens opdracht gegeven de hen opgedrongen Franse kustwachters en douane niet meer te gehoorzamen. Dit was aanleiding voor Napoleon om hun ontslag te eisen.[5] In december gaf het Staatsbewind daar gehoor aan.[6] Spoors speelde daarna geen rol meer in de politiek.
- ↑ Spoors, Jakob (1798). Rapport van Jakob Spoors, als fiscaal van den Hoogen Zee-krygsraad, omtrend het gedrag van den capitein Engelbertus Lucas en verdere commandanten der schepen behoord hebbende tot het esquader in [... 1796. naar de Oost-Indien gedestineerd]. 'sLands Drukkerij 's-Gravenhage.
- ↑ De Jonge, J.C. (1862). De Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen. Deel 5. A.C. Kruseman, p. 430.
- 1 2 Oddens, Joris (2012). Pioniers in Schaduwbeeld. Het eerste parlement van Nederland 1796-1798. Vantilt, p. 373. ISBN 9789460041099.
- ↑ De leden van het Intermediair Uitvoerend Bewind waren de agenten Isaäc Jan Alexander Gogel, Abram Jacques La Pierre, Gerrit Jan Pijman, Reinier Willem Tadama en Jacobus Spoors. Het bewind bestond van 12 juni tot 14 augustus 1798.
- ↑ De andere leden waren Campegius Gockinga, Cornelis Bijleveld en Augustijn Besier.
- ↑ Schama, Simon (2005). Patriotten en bevrijders. Revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813. Olympus, p. 540. ISBN 90-467-0051-8.
| Voorganger: - |
Agent van Marine 1798-1801 |
Opvolger: H. van Roijen |