Slag om de Lanzerathrug

Marsroute (Rollbahn) van Kampfgruppe Peiper met de locatie van Lanzerath

De Slag om de Lanzerathrug werd uitgevochten op 16 december 1944, de eerste dag van het Ardennenoffensief tijdens de Tweede Wereldoorlog, nabij het dorp Lanzerath in België, langs de belangrijkste route voor de Duitse opmars aan de noordelijke flank van de operatie.[1][2]

De Amerikaanse troepen bestonden uit twee pelotons met in totaal achttien mannen die behoorden tot een verkenningspeloton en vier vooruitgeschoven artilleriewaarnemers, tegenover een Duits bataljon van ongeveer 500 parachutisten en volksgrenadiers. Deze Duitse strijdmacht moest de weg openen voor de Kampfgruppe Peiper zodat die snel kon doorstorten naar de Maas. Tijdens een confrontatie die een hele dag duurde, brachten de Amerikaanse verdedigers onder leiding van 1e luitenant Lyle Bouck de Duitsers tientallen slachtoffers toe en vertraagden ze de opmars van de hele 1e SS-Panzerdivisie, de speerpunt van het Duitse 6e Panzerleger, met bijna twintig uur.

1e luitenant Lyle Bouck
Een gecamoufleerde en afgedekte schuttersput in de Ardennen

Bij valavond wisten de Duitsers de Amerikanen te omsingelen en gevangen te nemen. Bij de Amerikanen viel er slechts één slachtoffer, een artilleriewaarnemer. Verder telde men veertien gewonden. De Duitse verliezen bedroegen in totaal 92 man. De Duitsers pauzeerden, in de veronderstelling dat het bos vol zat met meer Amerikanen en tanks. Pas toen SS-Obersturmbahnführer Joachim Peiper en zijn Kampfgruppe om middernacht arriveerden, twaalf uur later dan gepland, ontdekten de Duitsers dat het nabijgelegen bos leeg was.

Gevecht

De achttien Amerikanen zaten in schuttersputjes in een weide op een heuvelflank. Aan hun rechterkant lag een dicht dennenbos waarlangs ze ongezien konden ontsnappen maar wat de vijand ook de kans bood om hen ongezien te omsingelen. Het verdedigen van dit punt was belangrijk omdat rechts van hen een kruispunt lag met een weg naar Honsfeld en via daar naar de Amblève. Tankjagers van de Amerikaanse 14e Cavaleriegroep stonden tussen huizen en iets lager opgesteld. Ze werden geteisterd door het bombardement van honderden kanonnen die de Duitse aanval voorafging. Hun schuttersputten waren afgedekt door de 2e Divisie zodat de beschieting geen slachtoffers maakte. Bouck zag wel dat de tankjagers hun positie verlieten richting Honsfeld zonder hem te verwittigen.

Bouck had de bewapening van de eenheid uitgebreid met vier extra karabijnen, twee BAR's en één licht machinegeweer van kaliber .30. Buiten de officiële kanalen om had hij ook de verzameling Duitse memorabilia van zijn eenheid geruild met een officier van de munitievoorziening voor een gepantserde jeep met een gemonteerd .50 kaliber machinegeweer. Zijn mannen groeven een stellingen voor de gepantserde jeep en het .50 kaliber geweer, en plaatsten deze in enfilade langs de weg, in de richting van de mogelijke opmarsroute van de Duitsers.[3]

Na radiocontact kreeg hij van het hoofdkwartier de opdracht Lanzerath te verkennen. Bouck nam drie mannen mee en vroeg om artillerievuur toen ze iets later een grote groep mannen zagen opmarcheren maar het regimentshoofdkwartier geloofde hem niet. Hij zag nochtans Duitse parachutisten met hun specifieke helmen die bijna achteloos marcheerden en zo hun gebrek aan training etaleerden. Ze behoorden tot het 9e regiment van de 3e Parachutistendivisie. Bouck wilde wachten tot ze zeker binnen schootsafstand waren toen een blondharig meisje van ongeveer dertien jaar uit een van de huizen kwam en naar boven wees, naar de locatie van de Amerikanen. Een Duitse officier schreeuwde een bevel en zijn mannen doken in de greppels langs de weg.

Dan volgde de ene na de andere frontale aanval die Bouck en zijn mannen toeliet de Duitsers neer te maaien. Ze kwamen zo dichtbij dat ze duidelijk hun gezichten konden zien. Een tweede vraag om artilleriesteun werd opnieuw afgewezen omdat 'de kanonnen met andere vuurmissies bezig waren'. Bouck kreg wel de opdracht om kost wat kost stand te houden. Enkele Amerikanen waren gewond maar ze konden blijven vechten. De stapel dode en gewonde Duitsers bracht hen van streek maar de Duitse officier bleef zijn mannen via frontale aanvallen de rug opsturen in plaats van zijn mannen om de tegenstand heen te leiden. Een witte vlag van de Duitsers en Bouck die hier positief op reageerde liet hen toe om hun gewonde medestrijders te evacueren. De strijd ging verder tot na zonsondergang toen de Amerikanen via hun flanken werden overrompeld en bijna allemaal in gevangenschap geraakten. Boucks peloton had bijna een dag lang de aanval van een heel regiment afgestopt en kostbare tijd gewonnen voor de Amerikanen om zich te organiseren. De Duitsers telden tientallen doden en gewonden terwijl bij de Amerikanen één dode viel en enkele gewonden.

Nabeschouwing

Peiper, geconfronteerd met alle vertragingen was furieus toen bleek dat het bataljon parachutisten verdedigingsposities innam voor de nacht. Woedend eiste hij de inname van Honsfeld. De commandant van het parachutistenregiment protesteerde en wees op versterkte posities en mijnen die zich naar verluidt in het bos bevonden, maar het bleek dat niemand het gebied had verkend. Peiper nam het eerste bataljon van de parachutisten onder zijn bevel, dat de volgende dag de doorbraak zou leiden.

Peiper had zich al lang gerealiseerd dat het een vergissing was om de infanterie het offensief te laten leiden, en inderdaad was er veel kostbare tijd verloren gegaan doordat de oprukkende infanterie er niet in slaagde de noodzakelijke doorbraken te realiseren.[4]

Galerij