Rooms-katholieke begraafplaats Driebergen-Rijsenburg

Rooms-katholieke begraafplaats Driebergen-Rijsenburg
Entree
Entree
Locatie
Plaats Drieklinken, Driebergen
Coördinaten 52° 3 NB, 5° 17 OL
Status en tijdlijn
Status gemeentelijk monument
Gereed 1872
Oorspr. functie begraafplaats
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus Gemeentelijk monument
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Rooms-katholieke begraafplaats Sint Petrus' banden aan de Drieklinken in Driebergen-Rijsenburg is een gemeentelijk monument. De begraafplaats dateert uit 1872 en ligt nabij een restant van het eerste katholieke kerkhof van Driebergen-Rijsenburg.

Historie

Tot begin negentiende eeuw werden katholieken begraven bij de hervormde kerk van Driebergen. In 1805 had Petrus van Oosthuyse het landgoed Sparrendaal gekocht en stelde een van zijn bouwhuizen open als schuilkerk. In 1810 werd Rijsenburg een zelfstandige katholieke statie en werd een nieuwe kerk gebouwd: St. Petrus' Banden. Achter deze nieuw gebouwde kerk werd een katholiek kerkhof aangelegd. Veel van de katholieke adellijke families uit de omgeving Rijsenburg en Driebergen werden er sindsdien begraven. Door de Begrafeniswet van 1869 voldeed het deel van het kerkhof dat het dichtst bij de bebouwing lag niet meer aan de regels. Wetgeving bepaalde dat begraven voortaan buiten de bebouwde kom moest gebeuren. In 1871 stelde jhr. Th.C.M. van Rijckevorsel (1817-1873) een stuk grond aan de Rijsenburgselaan beschikbaar. Dit terrein lag achter het in 1856 gebouwde klooster van de Zusters van Tilburg. Een voorwaarde daarbij was dat er een hek kwam om het restant van het oude kerkhof dat nog wel aan de regels voldeed en dat de familiekelder van Van Rijckevorsel gebruikt mocht blijven. Op 10 oktober 1872 werd de begraafplaats ingewijd.

Indeling

De nieuwe begraafplaats is een ontwerp van architect H. J. van den Brink die eerder al de gebouwen bij de algemene begraafplaats van Driebergen had ontworpen.

De toegang tot de begraafplaats bestaat uit vier decoratieve bakstenen pijlers met daartussen de toegangshekken. De pijlers worden bekroond door een hardstenen afdekking. De lage bakstenen muur ter weerszijden van de entree wordt afgedekt met een ezelsrug met daarop een smeedijzeren hekwerk.

Het voorste deel van de begraafplaats is verdeeld in vier grafvelden. Centraal tussen de grafvakken staat een fors wit kruis van gietijzer op een hardstenen basis. De zijpaden geven het grondplan van de grafvakken een kruisvorm. Links liggen gewone graven, maar rechts liggen gelijke grafmonumenten van de zusters van Congregatie De Kleine Zusters van de H. Joseph. In de as van het hoofdpad staat de grafkapel voor de familie Van Vessem. De grafkapel is inmiddels aangewezen als rijksmonument.

Naast de grafkapel werd in het laatste decennium van de twintigste eeuw een urnentuin aangelegd. Achter deze urnentuin liggen tegen de omheining de graven voor de zusters Ursulinen. Op het hoofdgraf staat uit een kruisbeeld.

De afscheiding met het klooster bestaat deels uit een manshoge muur. Na de aanleg zijn veel nieuwe grafmonumenten geplaatst, maar bleef het ontwerp van de begraafplaats gelijk.

Baarhuisje

Baarhuisje

Achterin de begraafplaats staat het lijkenhuisje uit 1873. Architect Van den Brink ontwierp zowel het hek bij de ingang als het lijkenhuisje. Een lijkenhuis was conform de Wet op de besmettelijke ziekten van 1872 verplicht voor alle Nederlandse begraafplaatsen. Het met leien gedekte zadeldak heeft aan voor- en achterzijde tuitgevels. De gevel is symmetrisch ingedeeld met blindnissen en spaarvelden. Boven de deur bevindt zich een smal venster. In de zijgevels zitten twee smalle openingen binnen getoogde spaarvelden.

Grafkapel

Grafkapel

De grafkapel is evenals het baarhuisje op de begraafplaats een rijksmonument. In 1891 werd aan het eind van het hoofdpad een grafkapel opgericht door de nazaten van Jhr. H.A.L. van Vessem (1814-1891). De grafkapel staat op de graven van zijn in 1886 overleden vrouw en kinderen. Van Vessem was voormalig ritmeester, ordonnansofficier van koning Willem III en intendant van de Koninklijke paleizen in Amsterdam en Den Haag. Van Vessem woonde op Bijdorp aan de Hoofdstraat van Driebergen. De bakstenen grafkapel heeft in de voorgevel een spitsboogvormige toegang met glas-in-lood vensters. Deze verdelen het geheel in drie spitsboogvormige delen en een rozetvenster. Op medaillons staat links Ao. en rechts 1891, het bouwjaar van de kapel. Door een smeedijzeren hekwerk is het interieur zichtbaar. Binnen staat op een verhoging een altaar met daarboven een beeld van Maria met Christuskind. De top van het met leien gedekte zadeldak wordt bekroond met een kruis. In de zijgevels zijn spitsboogvensters met glas in lood opgenomen.

Opvallende grafmonumenten

De begraafplaats biedt ruimte aan ongeveer zeshonderd graven. Drie kwart daarvan kent een grafmonument. De meeste grafmonumenten dateren uit de tweede helft van de twintigste eeuw.

  • De oudste begravene is Maria Th.F. Schmitz die in 1853 stierf. Aangezien zij is bijgezet in het graf van Constance Marie Pauline Caroline Schmitz uit 1901 is Maria Schmitz waarschijnlijk overgebracht van het oude kerkhof. Op het graf met ringen op de hoeken is een marmeren kruis in vierpas aangebracht.
  • Een opvallend graf is dat van Friedrich Anton Tepe (1802-1882) en zijn vrouw Maria Anna Sterneberg (1813-1891). Het zijn de ouders van architect Alfred Tepe, die waarschijnlijk het grafmonument ontwierp. Het bestaat uit een hoog opgaand kruis in neogotische stijl.
  • Enkele graven verder ligt de neogotische zerk van de jong gestorven vrouw vrouw van Tepe, Maria Alexandrina Josepha Savels (1845-1897).
  • Erg opvallend is het hoge grafmonumenten van Franciscus Henricus ter Horst (1807-1891) en diens vrouw. Het rijk uitgewerkte zandstenen monument lijkt op dat van de familie Tepe.
  • Het oudste terracotta grafmonument (1941) is dat voor A.J.W. Harzing en J.M. Schols, de ouders van de beeldhouwer Wilhelmus Anthonius Maria (Wim) Harzing (1898-1978). Wim Harzing maakte in 1945 ook het grafmonument voor de familie Geytenbeek. Op dat graf staat een phoenix van terracotta. Naast het graf voor Harzing en zijn vrouw staan hun beider namen op kleine ronde ornamenten.

Zie ook