Nicolaas Biezeveld (waterbouwkundige)
| Nicolaas Biezeveld | ||
|---|---|---|
![]() | ||
ir. N. Biezeveld (1946) | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 16 november 1909 | |
| Geboorteplaats | Batavia | |
| Overlijdensdatum | 4 juni 2005 | |
| Overlijdensplaats | Apeldoorn | |
| Beroep | waterbouwkundige | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Koninklijk Instituut voor Technisch Hoger Onderwijs in Nederlands-Indië | |
Nicolaas (Klaas) Biezeveld (Batavia, 16 november 1909 – Apeldoorn 4 juni 2005) was een Nederlandse waterbouwkundig ingenieur. Na in 1933 te zijn afgestudeerd aan de Technische Hoogeschool te Bandoeng, werkte hij in Nederlands-Indië bij de Hollandsche Beton Maatschappij.
In november 1939 is hij naar Nederland vertrokken voor een baan bij Rijkswaterstaat. Hierdoor is hij in tegenstelling tot zijn studiegenoten niet in een jappenkamp terechtgekomen.
Hij is vanaf 1 augustus 1940 in dienst van Rijkswaterstaat, in eerste instantie bij de directie Benedenrivieren in Den Haag, maar al snel werd zijn standplaats 's-Hertogenbosch, vanwaar hij dijkversterking aan de zuidkant van de Amer moest maken. Hierdoor zal hij in 1944 in bevrijd gebied, en kon dus als een van de weinige Rijkswaterstaat ingenieurs werken aan de droogmaking van Walcheren.[1] Administratief zat hij daardoor in 1944 en 1945 bij de Dienst Droogmaking Walcheren. Hij komt ook voor in het boek Het verjaagde water van A. den Doolaard als ir. Waterschoot. Na de droogmaking van Walcheren werkte hij aan de verdere inpoldering van de Nieuw-Neuzenpolder. In 1948-1949 is hij als ambtenaar aangewezen bij de dienst IJslopruiming. In 1951 wordt zijn standplaats Terneuzen. In 1952 gaat hij weer naar de directie Benedenrivieren.
Tot 1956 was hij bij de afdeling Dijksverhogingen. Hij werd dat jaar bevorderd tot hoofdingenieur A.[2] In 1957 was hij betrokken bij proeven voor de afsluiting van de Pluimpot met nylon zakken.[3][4]
Van 1957 tot 1961 was hij actief als hoofd van de afdeling Werken van het Drie-Eilandenplan te Goes belast met de afsluiting van de Zandkreek en het Veerse Gat. Daarna was hij tot 1975 hoofd van de afdeling Afsluitingswerken van de Deltadienst. Na zijn pensionering is hij opgevolgd door ir. Loschacoff.
Publicaties van ir. Biezeveld
- Rapport omtrent de uitvoering van en de bevindingen bij het maken van de afsluitdijken door de Brielse Maas en de Botlek. Rijkswaterstaat, Benedenrivieren (1951).
- (1 oktober 1952). De indijking van de Braakman. O.T.A.R. 37 (4)
- De afsluitdam in het Veerse Gat en de toepassing van asfalt, OCLC 63820466. Vereniging voor Bitumineuze Werken (V.B.W.) (1960).
- (1965). Doel en aanleg van de Grevelingendam en de daarbij toegepaste slutingsmethoden. Weg- en waterbouw : OCLC 944183799. ISSN:0043-2016
- Deltadammen in Zeeland, OCLC 524913432. Mededelingen vereniging voor bitumineuze werken 1967, nr.35 (1967), p. 394-407.
- ↑ "Hoof afsluitingswerken met pensioen", Provinciale Zeeuwse Courant, 26 november 1974. Geraadpleegd op 30 december 2025. – via Krantenbank Zeeland.
- ↑ "Tussen twee Vlaanderen", Provinciaal Zeeuwse Courant, 28 juni 1951.
- ↑ "Operatie “Nylon” geslaagd", De Eendrachtbode, 18 oktober 1957. Geraadpleegd op 30 december 2025. – via Krantenbank Zeeland.
- ↑ "Dichting Pluimpot moet wachten op nieuwe nylonzakken", De Stem, 24 oktober 1957. Geraadpleegd op 30 december 2025. – via Krantenbank Zeeland.
