Het verjaagde water
Het verjaagde water is een sleutelroman uit 1947, geschreven door A. den Doolaard (pseudoniem voor Cornelis Johannes George Spoelstra Jr.) over het herstel van de dijken na de dijkdoorbraken bij de inundatie van Walcheren in de Tweede Wereldoorlog.
De roman is heruitgegeven in 2001 en is toen bestudeerd door K. d'Angremond en G.J. Schiereck van de sectie waterbouwkunde van de TU Delft. Den Doolaards beschrijvingen bleken een hoge mate van historische nauwkeurigheid te hebben, bijvoorbeeld in de methoden voor het sluiten van de dijken te sluiten en de beschrijving van de sleutelfiguren. Den Doolaard gebruikte voor alle hoofdpersonen en organisaties pseudoniemen.
Context
Oorlog
De geallieerde troepen hadden Antwerpen veroverd, maar hun aanvoerlijnen waren lang en ontoereikend voor de winter die aanstaande was. Zij konden namelijk de haven van Antwerpen niet gebruiken, mede omdat de Duitse troepen het schiereiland Walcheren in een drassig fort hadden veranderd,[1] vanwaaruit zij een vrij schootsveld hadden op de Westerschelde die de toegangspoort tot Antwerpen vormde. De geallieerden werkten daarom een gecompliceerd plan uit om beide oevers in handen te krijgen. Dit leidde tot de Slag om de Schelde, waar de Strijd om Walcheren een onderdeel van was. Een kernpunt van het plan was om Walcheren onder water te zetten en zo de Duitsers tot terugtrekking te dwingen.
In oktober 1944 werden verschillende dijken gebombardeerd op strategische locaties, waaronder Westkapelle, Fort de Nolle bij Vlissingen en Fort Rammekens.
Herstel
Terwijl de bombardementen het militaire doel bereikten, had de overstroming ingrijpende gevolgen voor de bevolking. Den Doolaard beschrijft de moeizame pogingen om de dijkdoorbraken te herstellen en Walcheren terug te winnen op de zee. De werken werden voltooid door een aantal Nederlandse aannemers, waaronder enkele met eerdere ervaring met de Zuiderzeewerken.[2] Door Rijkswaterstaat was voor de begeleiding een speciale dienst opgericht, de Dienst Droogmaking Walcheren (DDW) onder leiding van ir. Jansen.
De werkzaamheden op de belangrijkste doorbraaklocaties werden verdeeld over vier aannemers zoals weergegeven in onderstaande tabel.
| Doorbraaklokatie | Aannemer |
|---|---|
| De Nolledijk | Bos en Kalis |
| Westkapelle | Hollandse Aanneming Maatschappij (HAM) |
| Veere | Adriaan Volker |
| Rammekens | Van Hattum en Blankevoort |

Het werk werd bemoeilijkt doordat veel baggerschepen zich nog in bezet Nederland bevonden en ongeveer een kwart van de Nederlandse baggervloot in beslag was genomen en naar Duitsland was vervoerd.[3][4] In oktober 1945 waren de aannemers en Rijkswaterstaat erin geslaagd een vloot samen te stellen van 14 zuigers en emmerbaggermolens, 135 bakken, 61 sleepboten, 73 landingsvaartuigen, 19 drijvende kranen, 52 bulldozers en draglines, samen met motorvoertuigen en ander materieel.[5]
Moeilijkheden bij het vinden van geschikt materiaal en de enorme schaal van de werken tijdens een noodsituatie in oorlogstijd leidden tot een innovatief gebruik van geïmproviseerde materialen en uitrusting, zoals de Phoenix-caissons voor het dichten van de dijkspleten. Toch was het gebruik niet volkomen nieuw: bij de geallieerde invasie van Normandië hadden de caissons de Mulberry-havens gevormd; later bleken soortgelijke units ook succesvol bij de afsluiting van de Brielse Maasdam in 1950 en de Braakman in 1952.
Den Doolaard beschrijft de aanvankelijke onwil van enkele aannemers om de caissons te gebruiken. Voor het schrijven putte hij uit zijn ervaringen als verbindingsofficier bij de Dienst Droogmaking Walcheren.
Edities
De originele Nederlandse editie van Het verjaagde water verscheen in 1947 bij Em. Querido te Amsterdam, met enkele prenten van Cees Bantzinger; die had veel journalistieke tekeningen gemaakt tijdens de droogmaking. Het boek werd tot 1971 acht keer herdrukt door dezelfde uitgever.
Delft Academic Press bracht in 2001 een geactualiseerde uitgave uit met annotaties van prof. K. d'Angremond en G.J. Schiereck.[6] Ook had deze editie veel foto's van de auteur en Rijkswaterstaat en nagenoeg alle Walcherse tekeningen van Bantzinger. Veel van dat werk is in 1945 en na een expositie in 1974 aangekocht door Kobus Kalis en was zo in het bezit gekomen van de firma Boskalis.
Vertalingen
Het boek is in minstens negen talen vertaald:[7]
| jaar | titel | taal | uitgever | vertaler |
|---|---|---|---|---|
| 1948 | Roll Back the Sea | Engels | New York: Simon & Shuster | June Barrows Mussey |
| 1948 | Londen: Heinemann | |||
| 1948 | Besiegtes Wasser | Duits | Bazel: Ammerbach | Irma Silzer |
| 1948 | Og havet ga tapt | Noors | Oslo: Tanum | |
| 1948 | Det besegrade havet | Zweeds | Stockholm: AB Ljus | |
| 1953 | Digerne Brister | Deens | Kopenhagen: Hirschspung | |
| 1953 | Vaincre la mer | Frans | Parijs: Albin Michel | Robert Petit |
| 1954 | Nazad, more! | Servisch | Belgrado: Prosveta Isdavačko Preduzeće Srbije | Мила Драшковић; Mila Drašković |
| 1964 | Spoutaná voda | Tsjechisch | Praag: Lidová demokracie | Ella Kazdová |
| 1981 | Akik a tengerrel csatáznak[8] | Hongaars | Boedapest: Europa Könyvkiadó | Vámosi Pál |

Inhoud
| Boek (Hoofdstuk) | hoofdstuktitel |
|---|---|
| 1 (1) | De watertovenaars |
| 1 (2) | Zuidzee en Noordzee |
| 1 (3) | Het water komt |
| 1 (4) | De preek |
| 1 (5) | Het spookeiland |
| 1 (6) | Doen of niet doen? |
| 2 (7) | Wie een boot heeft, heeft de wereld |
| 2 (8) | Van Hummel's zwarte boekje |
| 2 (9) | Anton Hijnssen gaat uit roeien |
| 2 (10) | Van Hummel's zwarte boekje (ii) |
| 2 (11) | De baggervloot vaart uit |
| 2 (12) | De rijswerkers |
| 3 (13) | Walcheren omhoog |
| 3 (14) | Klei tegen water |
| 3 (15) | Kraan zeven |
| 3 (16) | Beton tegen klei |
| 3 (17) | Anton Hijnssen verovert Vlissingen |
| 4 (18) | Westkapelle |
| 4 (19) | De scharesliep |
| 4 (20) | De brug over de afgrond |
| 5 (21) | De vuist van de reus |
| 5 (22) | Het water loopt weg |
| 5 (23) | Het boze gat van Rammekens |
| 5 (24) | Phoenix |
| 5 (25) | De eeuwige strijd |
In de tweede tot en met de zevende druk in 1965 zijn regelmatig wijzigingen opgenomen, hoofdzakelijk weglatingen. In de editie van 2001 zijn al deze weglatingen weer opgenomen (in grijze druk).
Over het tot stand komen van het boek van meer dan vijfhonderd bladzijden in nog geen vijf maanden, schreef Den Doolaard in 1971 het essay Ogen op de rug. Terugkijkend naar boeken en tijdgenoten. Dit essay is beschikbaar via Dbnl.[9]


Personen en instellingen in het boek
Op den duur werd de ware identiteit van veel personages duidelijk, waaronder hoofdrolspelers zoals de vooraanstaande civiel ingenieur en professor Pieter Philippus Jansen (Van Hummel), veel seniore Rijkswaterstaat-ambtenaren, de charismatische baggerbaas Berend Bonkelaar (Kobus Kalis, de directeur van Bos en Kalis) die het afzinken van 36 zinkstukken met een totale oppervlakte van 52.700 vierkante meter begeleidde.
| naam in boek | werkelijke naam | functie |
|---|---|---|
| Gebr. van Buuren | Fa. Van Oord (Werkendam) | destijds een aannemer gespecialiseerd in zinkwerk |
| Berend Bonkelaar | J.J. (Kobus) Kalis | directeur baggermaatschappij Bos & Kalis |
| Dankers | J.A.A. Mol | opzichter van de polder Walcheren |
| Brig. Fowles | E.E. Read | brig, Corps of Royal Engineers |
| Glimmelmans | W. Metzelaar | hoofd afdeling sociale verzorging bij de DDW |
| Goedemans | B. van Schijndel | opzichter RWS |
| Guldental | ir. J.P.A. van Scherpenberg | directeur en hoofuitvoerder van de Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken (MUZ) |
| ds. Heikes | ds. Don | predikant in Oostkapelle |
| Hijnssen | H. Onderdijk | verzekeringsagent en voorzitter comité "Walcheren moet droog" |
| Van Hengel | A. van Toor | opzichter RWS, materiaalbeheer |
| Hermsen | Steehouwer | assistent-uitvoerder in Westkapelle |
| Van Hummel | prof.ir. P.Ph Jansen | hoofd DDW, later hoogleraar in Delft |
| Irma van Hummel | mevr. I.L. Jansen-Mustert | echtgenote van prof. Jansen |
| Jolanda van Hummel | mevr. J.I. Zeper-Jansen | dochter van prof. Jansen |
| Irma | mevr. I.P. Jansen | dochter van prof. Jansen |
| Jongbloed | G.P. Sturm | opzichter bij de Polder Walcheren |
| Klagemans | G.A. van Hattem | uitvoerder van de HAM |
| Lorentz | ir. C.J. Witteveen | hoofdingenieur-directeur van RWS in Limburg, hoogste RWS-ambtenaar in bevrijd gebied |
| Maartje en Klaartje | Mine en Tine de Vos | evacuées uit Westkapelle |
| prof. Van der Molen | prof.ir. J.Th. Thijsse | hoogleraar Technische Hogeschool Delft en directeur Waterloopkundig Laboratorium |
| Naerebout | ir. M. van Noorden | ingenieur bij de Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken (MUZ) |
| Van Noorden | De Moor | machinist van de SHV in Vlissingen |
| Notekauwer | N.N. Dijkstra | projectleider bij de DDW op Walcheren |
| Onrust | ir. G. van der Rest | eerst bij RWS Veere, daarna bij MUZ |
| Klaas Otterkop | Gerrit Visser | zinkbaas bij Van Oord |
| Rafelding | ir. H.A. Ferguson | hoofd studiedienst in Vlissingen |
| Van Regteren | C. van Westen | bankier in Middelburg en penningmeester "Walcheren moet droog" |
| de rekenmeester | dr. J.J. Dronkers | wiskundige, gespecialiseerd in getijberekeningen |
| Rens | Lous | kok in de arbeiderskantine |
| Capt. Roberts | Capt. Ily | kapiteit Supreme Headquarters Allied Expeditionary Forces (SHAEF) |
| Van Roffel | R. v.d. Pol | opzichter RWS |
| Rommel | J. Jonker | opzichter RWS |
| Roosje | B. van Groot | praktikant van de HTS Dordrecht |
| Rossiger | D.J. Blom | plaatsvervangend hoofd werk te Rammekens |
| Capt. Scherp | ir.A. Smit | kapitein bij het militair gezag, directeur bij De Schelde |
| Schoonebloem | ir. P.A. van de Velde | plaatsvervangend hoofd DDW |
| Smit | Dirk Pijl | havenmeester van MUZ, als uitvoerder in dienst bij Bos & Kalis |
| Steengracht | ir. de Lindt | ingenieur bij de HAM |
| Kees van der Stoep | C.J. (Gommert) Visser | uitvoerder bij Bos & Kalis |
| Kapitein Tazelaar | P. Bakkeren | Rotterdamse sleepbootkapitein |
| Teuntje | Mevr. Nel Berghuis | latere echtgenote van Kobus Kalis |
| Wapervaan | ir. J.H. Verheij | hoofdingenieur bij RWS |
| Waterschoot | ir. N. Biezeveld | projectleider bij de DDW op Walcheren |
| majoor Young | Maj. Alan Becket | van Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF) |
| van Zeurzeutel | ir. E.D. Kalis | directeur Bos & Kalis in Engeland, broer van Kobus, majoor bij het Militair Gezag in Goes |
| Ziftelaar | J.M. de Haas | administrateur bij de DDW |
| Havendrecht | Sliedrecht | |
| firma Destrooper | Ackermans & Van Haaren |
Historische nauwkeurigheid
Voor de heruitgave van het boek in 2001 deden Kees d'Angremond en Gerrit-Jan Schiereck van de Technische Universiteit Delft acht jaar onderzoek naar de personages in het boek en de daarin beschreven gebeurtenissen, waarbij twee van hun afstudeerders onderzoek deden naar de juistheid van den Doolaards weergave van de technische aspecten van de drooglegging.[10][11] Hun bevindingen werden als annotaties in het boek opgenomen en bevestigden de hoge mate van nauwkeurigheid in den Doolaards beschrijvingen van de mensen, gebeurtenissen en technische aspecten van de toegepaste waterbouwkundige methoden, waaronder het gebruik van de Phoenix-caissons en torpedonetten. Daarnaast bleek uit het onderzoek van de Waterstaat-archieven (bespreekverslagen e.d.) dat de meeste discussies vrij nauwkeurig naar de werkelijkheid waren weergegeven. Ook de memoires van majoor Alan Becket bevestigen de historische nauwkeurigheid.[12]
- ↑ (en) Goodlet, Kirk W. (1 juni 2013). "Reduced to the banks of mud from which they were reclaimed" - The province of Zeeland, war and reconstruction, 1940-1945. Canadian Journal of Netherlandic Studies | Revue canadienne d’études néerlandaises 34 (2): pp. 36 en verder
- ↑ Bouwens, B., Sluyterman, K. (2010). Verdiept verleden: Een eeuw Koninklijke Boskalis Westminster en de Nederlandse baggerindustrie. Boom, Amsterdam. ISBN 9789085069492. Gearchiveerd op 20 november 2022.
- ↑ Vandersmissen, H. (2005). 60 jaar Vereniging Centrale Baggerbedrijf. Centraal Baggerbedrijf.
- ↑ Korteweg, Joke (2018). Grondleggers. Balans, Amsterdam. ISBN 9789460039508. NUR 680.
- ↑ Bos, Willem (1974). Van baggerbeugel tot sleepzuiger. Een overzicht van de ontwikkeling in de Nederlandse baggerindustrie. van Wijngaarden, Sliedrecht.
- ↑ den Doolaard, A., K. d'Angremond; G.J. Schiereck (2017). Het verjaagde water, geannoteerde uitgave. Delft Academic Press. ISBN 9789065624116. NUR 301, 955. Gearchiveerd op 21 november 2022. Geraadpleegd op 22 november 2022.
- ↑ A. den Doolaard, Ogen op de rug : terugkijkend naar boeken en tijdgenoten p. 146. Querido (1971). Geraadpleegd op 12 januari 2026.
- ↑ DBNL, Bibliografie van het Nederlandstalige boek in vertaling - LXVII, Ons Erfdeel. Jaargang 25. DBNL. Geraadpleegd op 12 januari 2026.
- ↑ Den Doolaard, A. (1971). Ogen op de rug. Querido, p. 108-114.
- ↑ Bleyi, R.H.J (15 oktober 1998). Het verjaagde water, de getijbeweging op Walcheren en de caissonsluitingen in 1945/1946. TU Delft, afdeling waterbouwkunde.
- ↑ Zuiderbaan, K.E. (1 september 1999). Luctor et Emergo, het sluiten van de dijksgaten van Walcheren. TU Delft, afdeling waterbouwkunde.
- ↑ (en) Beckett, Allan, Record of Armey service, including experience of design & construction of Mulberry Harbour p 10-11 (1991).