Montmédy-Haut

Montmédy-Haut
Plaats in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Montmédy-Haut (Frankrijk)
Montmédy-Haut
Situering
Regio Grand Est
Departement Meuse (55)
Arrondissement Verdun
Kanton Montmédy
Gemeente Montmédy
Coördinaten 49° 31 NB, 5° 22 OL
Overig
Postcode(s) 55600
Foto('s)
Zicht op de citadel
Zicht op de citadel
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk

Montmédy-Haut is een plaats met ongeveer 100 inwoners in het Franse departement Meuse in de gemeente Montmédy.

Geschiedenis

Middeleeuwen

Arnold III, graaf van Chiny, liet in 1221 de eerste burcht van Montmédy bouwen: het château de Mady, waaraan de plaats zijn naam te danken heeft. Van 1221 tot 1364 was Montmédy de hoofdplaats van het graafschap Chiny.

In 1364 werd het graafschap ingelijfd bij het hertogdom Luxemburg. Hertog Wenceslaus I van Luxemburg liet er tussen 1364 en 1383 korte tijd zilveren munten (zogenaamde sterlings) slaan.

Overgang naar Frankrijk

In de periode 1559 tot 1579 heeft gouverneur Antoine d’Allamont van de stad een vesting gemaakt. Na de Tachtigjarige Oorlog, bij de Vrede van Westfalen in 1648 werd Montmédy als deel van Luxemburg (Frans-Luxemburg) ingedeeld bij de Spaanse Nederlanden. In 1657 werd Montmédy belegerd door Lodewijk XIV van Frankrijk en ingenomen door de Fransen en op 9 november 1659 ging het gebied bij de Vrede van de Pyreneeën ingedeeld bij het prinsbisdom Metz, een van de door Frankrijk gecontroleerde Trois-Évêchés.

Kaart van de citadel na de uitbreidingen door Vauban

In deze periode werden in de vesting onder andere een kazerne, een kerk, een school en woonruimte voor gezinnen gebouwd. Deze citadel behoorde tot de verdedigingslinie aangelegd door Sébastien Le Prestre de Vauban aan de noordgrens van Frankrijk en hij bracht veel veranderingen aan de vestingwerken aan, zoals de uitgebouwde bastions.[1]

Na de annexatie van het hertogdom Lotharingen in 1766 werd de aparte generaliteit van de Trois-Évêchés opgeheven en het gebied bij de provincie Lotharingen gevoegd.

Franse Revolutie

Montmédy was de eindbestemming die Lodewijk XVI gekozen had voor zijn vlucht uit Parijs in juni 1791. Het garnizoen van de vesting was namelijk loyaal gebleven en de stad lag vlak bij de grens met de Oostenrijkse Nederlanden, die werden geregeerd door zijn schoonvader Jozef II.[2] Van daaruit hoopte hij samen met andere trouw gebleven royalisten het verzet te kunnen leiden tegen het bewind dat hem ten val had gebracht tijdens de Franse Revolutie van 1789. Samen met zijn vrouw Marie Antoinette en hun gevolg werd hij echter herkend en ingerekend te Varennes-en-Argonne op zowat 50 kilometer van Montmédy. In het naburige Thonnelle herinnert een gedenkplaat op de woning waar hij verwacht werd aan deze historische gebeurtenis.

Zevende Coalitieoorlog

De eerste grote test van de door Vauban aangelegde linie vond plaats na de Slag bij Waterloo aan het einde van de Napoleontische oorlogen. De vesting werd door de geallieerden van 16 juli tot 22 september 1815 belegerd. Na de nederlaag was de vesting zwaar toegetakeld.[1]

Frans-Pruisische oorlog

Zie Beleg van Montmédy (1870) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de Frans-Duitse Oorlog wordt het belangrijke spoorwegknooppunt door de Pruisische veertiende divisie onder leiding van generaal Georg von Kameke vanaf 7 december 1870 belegerd. Tijdens het Beleg van Montmédy werden naar schatting ruim 6.000 granaten afgeschoten op de circa 3.000 verdedigers en opnieuw werd de stad zwaar beschadigd voordat het garnizoen zich op 14 december overgaf. Onder meer het stadhuis en de sous-préfecture werden vernield en nooit meer heropgebouwd in Montmédy-Haut, maar vervangen door nieuwbouw in de benedenstad.

De oorlog is uiteindelijk zo'n 40 kilometer ten westen van Montmédy, bij Sedan, in het voordeel van de Duitsers beslist, toen de Franse keizer Napoleon III zich overgaf.

Eerste Wereldoorlog

Ook in 1914 bij het begin van de Eerste Wereldoorlog was er een garnizoen gevestigd in de vesting van Montmédy. Al in het begin van de strijd werd besloten de vesting te ontruimen en het 2300 man tellende garnizoen probeerde Verdun te bereiken. Slechts 20 man en één officier bereikten uiteindelijk dit doel.

Tijdens de bezetting legden de Duitsers o.a. beslag op de orgelpijpen van het kerkorgel in de Sint-Martinuskerk om deze om te smelten voor oorlogsgebruik.[3] Ontdaan van de orgelpijpen raakte het instrument volledig in verval. Bijna 100 jaar later en na ongeveer tien jaar actievoeren en geld inzamelen door een lokale vzw kon op 27 oktober 2013 het volledig gerestaureerd buffetorgel in gebruik genomen worden met een inhuldigingsconcert door Olivier Vernet.

Op gemeentelijke begraafplaats van de bovenstad bevinden zich graven van 69 Duitse, 18 Franse en 21 Russische slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Meer slachtoffers liggen begraven op de Duitse militaire begraafplaats Montmédy en op de gemeentelijke begraafplaats van de benedenstad.[4]

Tweede Wereldoorlog

De versterkte sector van Montmédy was het deel van de Maginotlinie, de Franse verdedigingslinie aangelegd tussen 1930 en 1938, tussen Longuyon in het oosten en Sedan in het westen. De sector had een lengte van 60 km ten zuiden van de grens met België en lag grotendeels ten zuiden van de rivier de Chiers.

Rond Montmédy bevond zich een bruggenhoofd (tête de pont de Montmédy) ten noorden van de Chiers.[5] Hierdoor omvatte de linie onder meer het plateau van Tivoli. Dit bruggenhoofd was het meest westelijke verstrekte deel van de Maginotlinie, verder naar het westen bevinden zich geen forten omdat de Franse legerleiding voornemens was te vechten op Belgisch en niet op Frans grondgebied.

Tijdens de Slag om Frankrijk was de sector rond Sedan (Sous-secteur de Sedan) in mei 1940 het toneel van een grote doorbraak van de Duitse troepen. Dit werd gevolgd door een Duitse aanval op de Ouvrage van La Ferté ten westen van Montmédy in de nacht van 18 op 19 mei, waarbij het gehele garnizoen werd gedood. Dit was de het enige fort van de linie dat direct aangevallen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na 11 juni ontruimden de Franse troepen het bruggenhoofd van Montmédy. Hierdoor konden Duitse troepen oprukken in de richting van de versterkte sector van de Crusnes, verder naar het oosten.

Na de oorlogen

Na de oorlogen speelde de plaats nooit meer een strategische rol van betekenis en Montmédy-Haut liep zo goed als leeg. Zowel het leger als de lokale besturen (onder-prefectuur) verhuisden naar de benedenstad en vele huizen raakten in verval. Hoewel een aantal gebouwen al gerenoveerd werd zijn er ook vandaag nog verschillende bouwvallen, waaronder het refugehuis van de Abdij Notre-Dame d'Orval.

Een aantal van de kazematten in de citadel zijn verhuurd als atelier voor kunstenaars. Ook de kerk is gerenoveerd, in het najaar van 2013 werd er een nieuw orgel geplaatst en de kerk zelf werd ondertussen ontwijd en bruikbaar gemaakt als ruimte voor conferenties, tentoonstellingen en concerten. In de citadel is ook een museum gevestigd dat behalve aan zijn geschiedenis ook gewijd is aan de naturalistische schilder Jules Bastien-Lepage, geboren in Damvillers, zowat 20 kilometer ten zuiden van Montmédy.

De stad

Trivia

De citadel van Montmédy-Haut vormt het decor voor het tweedelige beeldverhaal "Les enfants de la Citadelle" uit de reeks Tendre Violette (in het Nederlands uitgegeven als Bosliefje) getekend en geschreven door Jean-Claude Servais dat gepubliceerd werd in 2006 en 2007.[7][8]

Zie de categorie Citadelle de Montmédy van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.