Marie Kelting

Marie Kelting
Marie Kelting
Persoonsgegevens
Volledige naam Maria Kelting
Geboren Amsterdam, 29 oktober 1886
Overleden Vleuten, 25 februari 1969
Geboorteland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep kunstschilder, lithograaf en tekenaar
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Maria (Marie) Kelting (Amsterdam, 29 oktober 1886Vleuten, 25 februari 1969) was een Nederlands kunstschilder, lithograaf en tekenaar.[1]

Leven en werk

Marie Kelting was een dochter van bloemist Johannes Kelting en Maria Hermina Stroecker. Ze volgde vanaf 1906 een opleiding aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid in het Rijksmuseumgebouw in Amsterdam,[2] later kreeg ze privélessen van August Allebé en D.B. Nanninga.[3][4]

Kelting had vooral de dierenwereld als onderwerp, die ze vastlegde in schilderijen, aquarellen, litho's en tekeningen,[5] maar ook als prentbriefkaarten voor de Ned. Heidemaatschappij en illustraties voor het tijdschrift Onze Tuinen.[6] Haar litho's werden onder andere verkocht bij Scheltema & Holkema in Amsterdam.[7]

Artis

Al snel na de opening van Artis in de 19e eeuw wisten kunstenaars de dierentuin te vinden, het was verplichte kost voor dierstudies van de studenten van de Rijksakademie.[8] Via Allebé kwam ook Kelting in Artis terecht. Ze legde er jarenlang dagelijks de dieren en planten vast.[9] Kelting zal er dierenoppasser Piet Bohncke (1873-1949) hebben leren kennen.[10] Ze werkten in 1911 beiden aan het nieuwe 'kruipdierenhuis'. Hij was verantwoordelijk voor de stoffering van kasten, terraria en de kruipdierensalon, zij maakte afbeeldingen van de verschillende dieren, die bij de hokken werden aangebracht.[11] In 1913 kreeg Artis een orang-oetan van de sultan van Serdang. Ter gelegenheid van diens komst, maakte Kelting een affiche met de aap, die de naam Sultan kreeg.[12] Bohncke -die zich ontplooide tot beeldhouwer- boetseerde de kop van het dier, een afgietsel daarvan kreeg een plek in het apenhuis.

In 1915 nam Kelting het initiatief om aan Artis-directeur Coenraad Kerbert voor zijn zilveren jubileum een liber amicorum aan te bieden. De losbladige portefeuille, aan de jubilaris aangeboden door Antoon Derkinderen, bevat werken van ruim vijftig kunstenaars, onder wie Kelting zelf en August Allebé, Lizzy Ansingh, Nelly Bodenheim, Piet Bohncke, David Bueno de Mesquita, Thérèse van Duyl-Schwartze, Gerrit Willem Dijsselhof, Jan van Essen, Abraham Hesselink, Nelly Honig, Theo van Hoytema, Klaas van Leeuwen, Huib Luns, Joseph Mendes da Costa, Martin Monnickendam, Theo Nieuwenhuis, Johanna Pieneman, Georg Rueter, Jo Schreve-IJzerman, Georgine Schwartze, Nicolaas van der Waay en Ben Wierink.[13][14][15]

In het najaar van 1915 exposeerde Marie Kelting zestig werken, naast Anna Baucke-Kleine, Anna Gildemeester en Georgine Schwartze, in het Stedelijk Museum Amsterdam. De kunstrecensent van De Nieuwe Courant vond haar de aangewezen illustrator van boeken over dierkunde. Vooral vanwege de nauwkeurigheid waarmee het uiterlijk van de dieren weergaf, daarnaast haar zeer opmerkelijk talent om het karakter van plant en dier uit te drukken.[16] N.H. Wolf, hoofdredacteur en recensent van het weekblad De Kunst vond dat "haar grootste kracht zit in illustratieve weergave van vogels. Zij zou bij voorbeeld een uitnemende artieste zijn om een groot werk over vogels, visschen en kruipende dieren fraai en uitvoerig met aquarellen en teekeningen te verluchten: in het buitenland zou iemand als Marie Kelting goud verdienen! Hier moet zij zich vergenoegen met het tentoonstellen van schilderijen en aqua's en wachten tot er enkele verkocht worden."[17]

Kelting gaf in 1916 de aanzet voor de in Artis gehouden Tentoonstelling van Kunstwerken betreffende Het Dier, waarvoor zij het affiche maakte. Zij was secretaresse van het organisatiecomité, met Samuel Jessurun de Mesquita als voorzitter. Wolf noemde haar deze keer een "realiste pur sang. Zij schildert en teekent de werkelijkheid hoogst minutieus en brengt leven in hare modellen."[18] Volgens Siegfried van Praag, die in 1926 voor Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift een aantal artikelen schreef over de relatie tussen Artis en kunst, had zij "Kennis van heel de fauna, van onnoemelijk veel diervormen deed ze er op, zoodat ze nu op geheugen werken kan, en op kan roepen uit de groote dierenweelde der natuur, het zoogdier, het insect of den vogel, die zij noodig heeft voor haar compositie van het oogenblik. (…) Vooral als teekenares van dieren heeft Marie Kelting echter goed werk verricht. Haar litho's van konijnen, muizen en marmotjes zijn natuurgetrouw, bestudeerd en sprekend."[9]

Over haar werk als kunstenaar zei Kelting zelf:

De taak van de kunstenaar is, de schoonheid en de harmonie van de Cosmos te vertolken, door aandachtvolle beschouwing en meditatie in contact te komen met de bron aller dingen, en dit trachten te openbaren aan anderen.

— Kelting[19]

Kelting nam onder meer deel aan de exposities De Vrouw 1813-1913[20] en Onze kunst van heden (1939-1940) en tentoonstellingen van de verenigingen waarvan ze (werkend) lid was: kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken,[21] Arti et Amicitiae en de Kunstenaarsvereniging Sint Lucas.

Advertentie in de Nieuwe Haarlemsche courant, 1 maart 1941

Blaricum

Marie Kelting en Piet Bohncke, die getrouwd was, kregen in de loop van de jaren een relatie. Zij exposeerden samen met haar leermeester Nanninga bij Unger & Van Mens in Rotterdam (1916),[22] bij Biesing in Den Haag (1918)[23] en in de kunstzaal van de bibliotheek in Laren (1939).[24]

In het voorjaar van 1921 verhuisde Kelting naar Blaricum, het jaar erop trok Bonhcke bij haar in. Niet lang daarna wordt ze ook wel met de naam Bohncke-Kelting aangeduid[25] en als gehuwd vermeld.[26] Beiden sloten zich aan bij de Kunstenaarsvereniging Laren-Blaricum en exposeerden bij Kunstzaal Hamdorff in Laren. Vanuit Blaricum hadden ze duo-exposities in de kunstzaal Willem Brok in Hilversum (1929),[27] de Openbare Leeszaal en Bibliotheek in Laren (1934) en in Zomerlust in Santpoort (1934).[28] In 1941 worden ze als "kunstenaarsechtpaar" vermeld bij hun expositie in het Frans Hals Museum in Haarlem.[29] Ze trouwden echter pas eind 1945 in Blaricum, na het overlijden van Bohnckes eerste echtgenote. Hij overleed vier jaar later. In 1958 exposeerde Kelting met beeldhouwster Trudy de Lange in haar eigen atelier aan de Meentweg in Blaricum.[30]

Marie Kelting overleed op 82-jarige leeftijd, ze werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Blaricum.[31]

Enkele werken

  • Noodlot, schilderij in de collectie van De Museumfabriek in Enschede.[6]
  • De Aalscholvers, schilderij in de collectie van de gemeente Blaricum. Hing oorspronkelijk in een school in Blaricum.[6][32]
  • Boerderij achter twee bomen, schilderij in de collectie van de gemeente Blaricum.[33]
  • Boerderij in Blaricum, schilderij in de collectie van Museum De Waag, Deventer.