De Kunst
| De Kunst | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Genre | kunst | |||
| Frequentie | wekelijks | |||
| Eerste editie | 1 januari 1909 | |||
| Laatste editie | 29 augustus 1942 | |||
| Land(en) | Nederland | |||
| ||||
De Kunst; een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad was een Nederlands weekblad dat was gewijd aan de kunst en werd uitgegeven van 1909 tot 1942.[1] Vanaf 1915 was het weekblad het officieel orgaan van de vereniging De Kunst.
Geschiedenis
Het blad De Kunst werd in oktober 1908 opgericht door journalist en kunstcriticus N.H. Wolf, die directeur-hoofdredacteur werd. Hij was eerder hoofdredacteur van De Wereldkroniek (1901-1905) en het geïllustreerd weekblad Het Leven (1905-1908). Het eerste nummer van De Kunst verscheen op 1 januari 1909.[2] Aanvankelijk werd het uitgebracht als een dagblad, met als ondertitel "geïllustreerd dagblad voor tooneel, muziek, beeldende kunsten, bouwkunst en kunstnijverheid, letteren, tentoonstellingen, kinematografie enz." Volgens de redactie gebeurde er genoeg in de kunstwereld om een dagelijks blad met belangwekkende artikelen en verslagen te vullen.[3] Al op 20 maart 1909 schreef de redactie "Om aan den wensch van vele van onze geabonneerden en andere belangstellenden tegemoet te komen, hebben wij na lang en rijp beraad besloten van ons dagblad een weekblad te maken. Het is ons gebleken dat, ofschoon ons blad in eene behoefte voorziet, in ons land een dagblad uitsluitend op het gebied van kunst niet op zijn plaats is.",[4] waarna het blad voortaan wekelijks werd uitgebracht. De nieuwe ondertitel werd "Geïllustreerd weekblad voor toneel, muziek, beeldende kunsten, letteren, bouwkunst en kunstnijverheid". Bij de start van het vierde jaargang, in oktober 1911, veranderde de redactie de ondertitel opnieuw, naar "Een Algemeen Geïllustreerd en Artistiek Weekblad".[5]
Op 26 februari 1915 werd de 'Vereeniging De Kunst' opgericht, waarvan het weekblad het officiële orgaan werd. Doel van de vereniging werd het bevorderen van toenadering tussen de verschillende categorieën van kunstenaars onderling en tussen de kunstenaars en het publiek. Dat wilde zij bereiken door het houden van bijeenkomsten, door het organiseren van feesten, bals, toneel- en muziekuitvoeringen, door het houden van voordrachten, lezingen en tentoonstellingen en het stichten van een sociëteit. Voorzitter werd N.H. Wolf, tweede voorzitter Piet van der Hem.[6]
De Kunst werd aanvankelijk gedrukt bij N.V. Drukkerij 't Koggeschip in Amsterdam. In 1922-1923 werd de N.V. Uitgeversmaatschappij De Kunst in Den Haag opgericht en trad J.J. Vürtheim Gzn naast Wolf toe tot de directie van het weekblad als directeur-uitgever.[7]
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hoofdredacteur Wolf en zijn vrouw, beiden Joods, opgepakt en weggevoerd naar Auschwitz, waar zij in september 1942 werden omgebracht.[8] Met ingang van het 1e nummer van 1941 nam Frederik van Monsjou de hoofdredactie over, hij was eerder al redactielid. In november 1941 werd de schilder Joh. van Deventer de nieuwe hoofdredacteur. De laatste editie van De Kunst verscheen op 29 augustus 1942.
Inhoud van het blad
.jpg)
De Kunst bevatte onder meer interviews met of necrologieën van kunstenaars, portretten en foto's van kunstenaars en artiesten, kunstwerken, kunstnijverheid en voorstellingen, maar ook opiniestukken over bijvoorbeeld censuur van kunst of films, omdat ze onzedelijk zouden zijn.
Onder Wolf werd gestreefd naar onpartijdig verslag doen alle van kunstevenementen in Amsterdam, waaronder muziekuitvoeringen, film-, toneel- en theatervoorstellingen en de tentoonstellingen van kunstenaarsverenigingen als Sint Lucas, Arti et Amicitiae, De Onafhankelijken en de Hollandsche Kunstenaarskring. Het blad nam het echter ook op voor kunstenaars, onder andere nadat Jan Toorops portret van dr. H.P.N. Muller werd geweigerd voor een tentoonstelling in het Stedelijk Museum.[9] C.L. Dake, hoogleraar aan de Rijksakademie en kunstverslaggever, schreef in De Telegraaf dat er goede redenen waren om het schilderij te weigeren.[10] Wolf reageerde daarop in De Kunst een open brief aan Dake, waarin hij zei: "waar gij, hoogleeraar, als criticus optreedt, dient gij u te stellen op objektief standpunt; dient gij uw eigen smaak, uw persoonlijke gevoelens op den achtergrond te dringen; dient gij te denken aan het standpunt dat de kunstenaar, die het werk wrocht inneemt. En dan dient gij te vragen : is het een góed werk."[11]
Kunsthistorica A.B. Loosjes-Terpstra stelt dat De Kunst "juist door de argeloze onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de artikelen, waarin niet van een of ander kunst-vooroordeel werd uitgegaan, maar waarin Haagse school, kunstnijverheid én luminisme ieder eerlijk hun deel kregen" het blad daarmee onmisbare documentatie heeft opgeleverd. Naast de beeldende kunst kregen muziek, toneel en kleinkunst evenveel aandacht.[12]
Andere activiteiten
Vanaf januari 1914 werd door het weekblad De Kunst een aantal eigen kunstenaarsfeesten en kostuumfeesten georganiseerd, waar kunstenaars, kunstbeschermers en kunstliefhebbers elkaar konden ontmoeten. Die feesten vonden plaats in Amsterdam, tijdens de zomermaanden in Scheveningen en Zandvoort.
De kunstenaarsfeesten gaven ruimte voor ontmoeting en vermaak vanuit verschillende disciplines. Zo stond op het programma van het tweede kunstenaarsfeest in januari 1915 onder meer cabaret, muziek van het Hollandsch Strijkkwartet en drie symfonieorkesten, sneltekenaar Piet van der Hem, humoristische voordrachten van Nap de la Mar, zang van Emiel Hullebroeck en Lisa Steelink en dans van Mata Hari.[13]
![]() |
Een speciale editie van de Kunstenaarsfeesten vond plaats op 25 maart 1927 in Bellevue in Amsterdam, ter gelegenheid van het 1000e nummer dat een dag later in extra dikke uitvoering verscheen.[15][16]
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het blad in 1934, kreeg beeldhouwer Gerrit van der Veen de opdracht een portretkop van prinses Juliana te maken. Zij heeft er ook voor geposeerd. De buste werd in september 1935 door N.H. Wolf en de beeldhouwer aangeboden op het Paleis op de Dam ontvangen.[17] Bij het 30-jarig bestaan in 1939 werd in het Concertgebouw Amsterdam de hoofdredacteur zelf gehuldigd.[18]
Enkele medewerkers
- Lucy d'Audretsch
- Carel J.A. Begeer
- Bernard Canter
- Walter van Diedenhoven
- Cornelis Dokkum
- Cornelis Dopper
- Henry Engelen
- Wenzel Frankemölle
- Leo Gestel
- Jac. van Gils
- Oscar Haberer
- Piet van der Hem
- G.W. Knap
- Anna Lambrechts-Vos
- Theo Molkenboer
- Frederik van Monsjou
- P. Cornelis de Moor
- François Pauwels
- Jean-Louis Pisuisse
- Jan Ponstijn
- Jac. Rinse
- Willem Royaards
- Jules Schürmann
- Willem Schürmann
- J.H. Speenhoff
- Johanna Steketee
- Jan Toorop
- L.F. Edema van der Tuuk
- Herre de Vos
- Albert van Waasdijk
- Gust van de Wall Perné
- Ph. Zilcken
Externe links
- ↑ Beschrijving van De Kunst, bij het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.
- ↑ "Kunst- en letterennieuws", Het Vaderland, 29 december 1908.
- ↑ "Ons Program", De Kunst, 1 januari 1909.
- ↑ "Aan onze abonné's en lezers", De Kunst, 20 maart 1909.
- ↑ "De Vierde Jaargang", De Kunst, jrg 4, no 193, 7 oktober 1911.
- ↑ "Vereeniging De Kunst", Algemeen Handelsblad, 1 maart 1915.
- ↑ "Uit de Residentie", De Avondpost, 19 februari 1923.
- ↑ Nathan Wolf, Oorlogsbronnen; Nathan Wolf, Digitaal Joods Monument.
- ↑ Een Toorop geweigerd!, De Kunst, jrg 1, no 74, 26 juni 1909.
- ↑ "Aantekeningen over beeldende kunst", De Telegraaf, 2 juli 1909.
- ↑ "Open brief", De Kunst, jrg 1, no 81, 14 augustus 1909.
- ↑ A.B. Loosjes-Terpstra (1959) Moderne kunst in Nederland 1900-1914. Utrecht: Veen/Reflex. p. 72, 107. Herdrukt in 1987.
- ↑ "Tweede Amstersdamsch Kunstenaars-feest", De Kunst, jrg 7, 1914/1915, no 360, 19 december 1914.
- ↑ Zie foto in de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam en Wenzel Frankemölle, "De Zaal-Opbouw", De Kunst, jrg 7, 1914/1915, no 364/365, 23 januari 1915.
- ↑ "Het 1000ste nummer van De Kunst", De Telegraaf, 21 maart 1927.
- ↑ "De Duizendste Kunst", De Kunst, 19e jrg, no 1000, 26 maart 1927.
- ↑ "Aanbieding buste van Prinses Juliana", Provinciale Drentsche en Asser Courant, 30 september 1935.
- ↑ "N.H. Wolf hartelijk gehuldigd", De Telegraaf, 10 mei 1939.

.jpg)