Loge Willem Frederik Karel

Loge Willem Frederik Karel
Vrijmetselaarsloge
Zegel van loge Willem Fredrik Karel
Zegel van loge Willem Fredrik Karel
Obediëntie Grootoosten der Nederlanden
Logenummer 041
Kleur(en)
Geschiedenis
Constitutie 25 september 1825
Structuur
Zetel Vlag van Nederland Den Helder
Ledenaantal 22
Niet te verwarren met
Naamgenoot Loge Willem Fredrik
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Vrijmetselarij

Loge Willem Frederik Karel in Den Helder is een vrijmetselaarsloge die is opgericht op 19 november 1825. Het is hiermee de op een na oudste nog bestaande vereniging van Den Helder[1][2][3][4]. Loge Willem Frederik Karel is een vereniging van leden van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, die - op grond van een haar door die Orde verleende constitutiebrief - zelfstandig werkt in den Helder.De loge is bij de oprichting vernoemd naar Willem Frederik Karel van Oranje-Nassau, die de toenmalige grootmeester van de Orde was. Dit was ook de reden voor de onderscheidingskleuren wit en oranje.

Het ledenaantal van de loge is altijd aan sterke veranderingen onderhevig geweest. Anno 2018 telde de loge zo'n 20 leden, zeer uiteenlopend in leeftijd en achtergrond. De leden komen gedurende het werkjaar (van september tot juni) op de donderdagavond bijeen waarbij er doorgaans een Open loge is - een rituele bijeenkomst waarbij de aanwezigen formeel gekleed zijn en maçonnieke attributen als schootsvel en handschoenen dragen - of een comparitie. Bij dit laatste type bijeenkomst wordt een inleiding gegeven over een filosofisch, spiritueel of anderszins interessant onderwerp (in vrijmetselaarsjargon: er wordt een bouwstuk opgeleverd), wat daarna besproken wordt.

Loge Willem Frederik Karel onderhoudt warme banden met de loge nr. 58 'Neptunus' en Rebekkah loge nr. 20 'Falga' van de Odd Fellows (beide ook gezeteld in den Helder), het Helderse departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, de Helderse serviceclubs als de Rotary en met bevriende loges in Nederland en daarbuiten.

Geschiedenis

Loge Willem Frederik Karel was niet de eerste vrijmetselaarsloge in Den Helder. Bekend is het bestaan van enkele zogenaamde "ambulante" loges: loges behorende bij leger- of marine-onderdelen die na verloop van tijd weer uit de stad vertrokken. Van 1804 tot 1805 verbleef de loge "L'Union Constante Militaire", behorende bij het 20e bataljon Bataafse Infanterie in Den Helder en in 1812 was er ook nog de loge "Les Elèves de Mars et Neptune" waarvan de leden deel uitmaakten van het 33e Regiment lichte infanterie.

De oprichting

In het begin van de negentiende eeuw werden er steeds meer departementen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen opgericht in de Nederlanden. Politiecommissaris van Den Helder Pieter d’Armandville en zijn secretaris Johannes Matthijs Schermerlé richtten met enkele gelijkgestemden op 6 december 1822 een Helders departement op van 't Nut, met als zinspreuk “Zucht tot weldoen”.

Prins Frederik der Nederlanden als Grootmeester. 1817 (Anoniem, collectie Rijksmuseum)

Pieter d’Armandville, zelf vrijmetselaar, vond onder de reeds in Den Helder aanwezige vrijmetselaren en de leden van het departement van 't Nut enthousiasme voor het stichten van een eigen loge. In oktober 1825 ging hiertoe een verzoek uit naar het hoofdbestuur van het Grootoosten der Nederlanden in den Haag, opgesteld door d’Armandville. Gevraagd werd om een loge te mogen oprichten, dragende de naam “Willem Frederik Karel” en met als kleuren oranje en wit. Het verzoek werd in de vergadering van het hoofdbestuur op 19 november 1825 behandeld en bij brief van 23 november 1825 werd een positief antwoord gegeven.

De eerste functionarissen van de nieuwe loge waren naast Pieter d’Armandville - welke de eerste Voorzittend Meester werd -, Pieter van der Zanden, Jean Baptist van Meerbeeck, Johannes Schermerlé, Franciscus van Straten, Pieter Ruardi (de eerste plattelandsdokter die zich in 1824 vestigt in Den Helder), Jan de Jong en George Hackett. Voor de bijeenkomsten had het bestuur een achterzaaltje in het logement Concordia aan het einde van de Kanaalweg gehuurd.

Daar de door het hoofdbestuur uitgegeven en namens de grootmeester Prins Frederik ondertekende constitutiebrief gedateerd was op 19 november 1825, wordt dit als datum van oprichting gezien. Het jaargetijde stond echter de installatie van de loge in de weg en uiteindelijk duurde het tot 8 mei 1826 voordat de loge officieel kon worden geïnstalleerd. Na het jaar van installatie raakte Pieter d’Armandville uit beeld. Zijn functie van politiecommissaris kwam te vervallen, de burgemeesters werden belast met het politiebeheer. De eerste burgemeester van Den Helder[5], Jan in ’t Velt, kreeg ook de titel van directeur van politie in Den Helder en Zijpe, hij was eveneens vrijmetselaar.[6]

Weldadigheid

Vanaf het ontstaan van de loges zien veel vrijmetselaren het uitoefenen van weldadigheid als hun voornaamste plicht. Dit loopt dan ook als rode draad door de geschiedenis van de loge Willem Frederik Karel.

In 1838 werden door de loge verschillende giften aan de armen verstrekt en in januari 1839 werd een bedrag van fl. 60,= gegeven aan de weduwen en kinderen van verongelukte sloeplieden - roeiers - te Huisduinen. In 1842 was plaatselijk een commissie tot uitdeling van warme spijzen aan behoeftigen ingesteld, waarvan logelid Janzen (op dat moment de rijkste man van Den Helder) in 1844 tot president was benoemd. De logeleden Crap Hellingman, Lastdrager, Verweij en Bakker richtten in 1846 de werkinrichting "Loon voor Werk" op. Medeondertekenaars van het reglement waren eveneens logeleden, namelijk P.A. Beets en Janzen. Crap Hellingman was tevens president van het Algemeen Armbestuur en controleur van financiën. Ook in de periode hierna bleef de loge, naast financiële ondersteuning aan de gemeente, ook rechtstreeks geld geven aan verarmde broeders of weduwen en kinderen van vrijmetselaren.

De nieuwe Armenwet zorgde in 1854 voor een keerpunt in de armenzorg. Deze wet bepaalde dat de hulp zoveel mogelijk kerkelijke armenzorg moest zijn. Indien dit volstrekt onmogelijk was, dan mocht alleen algemene armenzorg worden verstrekt. Rond 1860 werd het beleid van de loge daarom meer structureel en gemeentegrens overschrijdend met ondersteuning van landelijke initiatieven zoals de Louisa Stichting. Daarnaast bleef de loge echter ook doorgaan met de ondersteuning van de armen in Den Helder.

Na 1875, na de opening van het Noordzeekanaal, kwamen er minder schepen aan in Den Helder en liep het ledenaantal van de loge drastisch terug. Ook de opkomst van serviceclubs had uiteindelijk eveneens gevolgen voor het aantal leden van de loge. Desondanks bleef de loge maatschappelijk betrokken.

In 1908 werd door 12 leden van de loge het Algemeen Militair Tehuis in Den Helder opgericht. Het stak hen dat er in Den Helder wel een Rooms Katholiek en Protestants militair tehuis was, maar geen algemeen tehuis, terwijl er bijvoorbeeld nogal wat Joodse jongens werden opgeroepen voor militaire dienst. In 1915 was er voldoende geld bijeen gebracht om tot de bouw van een nieuw tehuis over te gaan en in 1917 werd er een stuk grond aangekocht in de Spoorstraat waar op 10 juli 1917 het gebouw in gebruik werd genomen. De bestuursleden van de Stichting Algemeen Militair Tehuis waren over het algemeen benoemd uit de leden van de loge Willem Frederik Karel. De stichting kreeg dan wel een jaarlijkse subsidie van de rijksoverheid voor exploitatie van het tehuis, maar verder moesten de financiën komen uit verhuur van de kamers en de omzet van de bar. Deze opbrengsten bleken echter op den duur niet voldoende. Het aantal bezoekers liep terug en militaire tehuizen waren steeds minder nodig. Vanwege het jaarlijks oplopende verlies werd op 1 januari 1984 besloten het gebouw te sluiten en te verkopen aan de Marine Onderofficieren Club (MOOC). Met de opbrengst hiervan werd een pensioenvoorziening voor de beheerder van het tehuis en zijn vrouw gekocht, de rest werd in een fonds gestopt wat nog altijd bestaat onder de naam "Stichting Willem Frederik Karel".

Het logegebouw

Logegebouw te Den Helder

Sinds de oprichting was loge Willem Frederik Karel op verschillende locaties in den Helder gehuisvest. Vanaf 1922 bezat zij een logegebouw aan de Hoofdgracht, dit is echter in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.

Het huidige logegebouw aan de Molengracht 5 is na de oorlog in 1948 aangekocht door bemiddeling van logelid[1] Govert Ritmeester, toenmalig burgemeester van Den Helder. Het gebouw is symmetrisch van opzet en heeft vijf grote schuifvensters met een statige paneeldeur met bovenlicht. In dat bovenlicht zijn de passer en winkelhaak van de vrijmetselaarsbeweging als ornament aangebracht.

Voorzittend Meesters (1825-1940)

De voorzittershamer van de loge heet in vrijmetselaarsjargon de Moker des gezags. In onderstaande lijst een overzicht van de Voorzittend Meesters van loge Willem Frederik Karel gedurende de eerste eeuw van haar bestaan.

Voorzittend meester Benoemd in Termijnen
P. d'Armandville18251
P. vd. Zanden18264
J.B. van Meerbeeck18301
C.F. von Steyger18335
J.J.A. Greyton18389
P. Noot18471
J.A. Crap Hellingman18484
E.J. Verweyde18522
J.A. Crap Hellingman18541
P.A. Beets18551
J.A. Crap Hellingman18568
K.J.C. Stakman Bosse18649
C. de Bosch Reitz18736
W.A. Alting von Geussau18792
P. Urbanus188113
A. ten Klooster18941
W.J. van Neck189611
G.C. Dibbetz190713
H.B. van Dam19201
C.J.E. Brutel de la Rivière19201
H. van Couwelaer (Ged.Mr.)19211
H.F. Minkema19223
J. Jager19251
W.A.F. van Dijk19261
J. van de Veer19271
H.F. Minkema19271
M.J.W. Rienks19283
J.A. Jonker19312
W. Heeroma19332
M.J.W. Rienks19353

Trivia

Tot teleurstelling van de plaatselijke vrijmetselaren vond de installatie van de loge op 8 mei 1826 niet plaats in aanwezigheid van Prins Frederik zelf, maar een zware delegatie bestaande uit de Gedeputeerd Meester van de Orde, Jan Schouten, en enkele andere hoogwaardigheidsbekleders was wel aanwezig.

De bijeenkomst had echter een staartje: de dignitarissen declareerden achteraf bij de loge de door hen gemaakte kosten voor de installatie ten bedrage van: fl. 68,70, voor die tijd een aanzienlijk bedrag. Tijdens de viering van het 190-jarige bestaan op 3 december 2015 heeft het Hoofdbestuur van de Orde gemeend deze “ereschuld” alsnog in te moeten lossen en heeft een bedrag van €31,17 overgemaakt naar de loge.[7].

Fotogalerij

Zie ook