Jaap Brandenburg

Jaap Brandenburg
Jaap Brandenburg
Algemeen
Volledige naam Jacob Brandenburg
Geboortedatum 22 augustus 1899
Geboorteplaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 7 maart 1957
Overlijdensplaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Partij CPN (1928-1957)
Functies
1935-1957 Lid partijbestuur CPN
1943-1945 Leiding illegale CPN
1945-1946 Lid tijdelijke gemeenteraad Amsterdam
1946-1957 Lid gemeenteraad Amsterdam
1946-1956 Eerste Kamer
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jacob (Jaap) Brandenburg (Amsterdam, 22 augustus 1899 - aldaar, 7 maart 1957) was een Nederlands communist, politicus en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van beroep was hij bouwvakker. Als instructeur voor het district Amsterdam van de Communistische Partij Nederland (CPN) was hij een van de organisatoren van de Februaristaking. Van 1943 tot 1945 zat hij in de illegale leiding van de CPN. Nadien werd hij voor die partij gekozen in de gemeenteraad van Amsterdam en vanaf 1946 was hij tevens lid van de Eerste Kamer. In november 1956 werd hij herkozen voor de Eerste Kamer, maar hij was toen al ziek en kon daardoor de eed niet afleggen noch de functie opnemen. Enige maanden later overleed hij. Van 1935 tot aan zijn dood maakte hij deel uit van de leiding van de CPN.

Levensloop

Brandenburg werd geboren als zoon van Albertus Brandenburg (1860-1930) en Catharina Abbenes (1862-1913) op de Laagte Kadijk, tussen de Jodenbuurt en de Eilanden. Hij kwam uit een gezin van negen kinderen. Op zijn twaalfde verliet hij school en ging werken. De vroege dood van zijn moeder sloeg het gezin uit elkaar, en Jaap nam zijn intrek bij een getrouwde broer.

In 1933 trad Jaap in het huwelijk met Wilhelmina van der Meijden (1908-1988); het huwelijk bleef kinderloos. Met de bouw van het Tropenmuseum in Amsterdam werd hij bouwvakarbeider. In 1928 trad hij toe tot de CPN. Hij was onder meer actief in de werklozenbeweging en tijdens het Jordaanoproer in 1934.[1] Jaap werd organisatie-secretaris van het district Noord-Holland-Utrecht. Hij bleek een bekwaam organisator en in 1935 werd hij als politiek secretaris aangesteld van het district Rotterdam. Drie jaar later werd hij secretaris voor Zuid-Holland. Op het partijcongres in 1938 werd hij verkozen in het Dagelijks Bestuur van de CPN. Tot de Duitse inval in mei 1940 bleef hij in gestationeerd in Zuid-Holland, waarna hij met zijn vrouw terugkeerde naar Amsterdam.[1]

Bezetting

In juni 1940 kreeg Jaap Brandenburg van de illegale CPN leiding de opdracht de ondergrondse CPN in Amsterdam te organiseren. Hij gaf leiding aan de omschakeling naar de illegaliteit; de uitgave, vervaardiging en verspreiding van de illegale krant De Waarheid; het werven van fondsen voor de solidariteitsfondsen (Sol-fonds) van de CPN en aan de stakingsacties in de bedrijven in het najaar 1940, die de opmaat vormde voor de Februaristaking 1941.[1][2][3]

Februaristaking

Zie Februaristaking voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Brandenburg, op dat moment districtsleider van de illegale CPN in Amsterdam, was getuige geweest van de razzia’s en mishandeling van joden in de Amsterdamse Jodenhoek op 22 en 23 februari 1941. Hij nam contact met Lou Jansen, met Paul de Groot en Jan Dieters van de landelijke leiding van de illegale CPN. Er waren al langer plannen voor een algemene staking en door de schokkende gebeurtenissen leek nu de tijd rijp. In overleg met Frits Reuter en Bertus Brandsen van de Amsterdamse leiding begon men voorbereidingen te treffen en illegale partijapparaat in stelling te brengen. Jansen schreef de vooralsnog ongedateerde oproep tot de staking, waarin de CPN niet werd genoemd.[4][5][6]

Tegelijkertijd namen individuele CPN-leden Piet Nak en Willem Kraan het initiatief tot een staking, en overlegden met Brandenburg en Reuter. Na een eerste mislukte poging op 24 februari werd die avond op de Noordermarkt een clandestiene bijeenkomst gehouden met ongeveer 300 personen, waar Dirk van Nimwegen en Nak spraken en het stakingsparool werd gegeven. Brandenburg was ook aanwezig en het illegale CPN apparaat werd in werking gesteld om de staking uit te roepen de volgende dag, 25 februari.[4][5]

Na de Februaristaking was Jaap Brandenburg een van de meest gezochte CPN-ers. Samen met zijn vrouw dook hij onder in Tilburg. Hij ging door voor lift-monteur. Jaap Brandenburg werd verantwoordelijk gesteld voor het illegale werk in Noord-Brabant en Zuid-Holland. Zijn schuilnaam was "Tom".[1] De Amsterdamse Februaristaker Wouter Kalf omschreef Brandenburg in 1957 als "een generaal [...] in het proletarische leger".[7]

Illegale leiding

Nadat in April 1943 de zgn. eerste illegale partijleiding door de Duitse Sicherheitsdienst was opgerold (Jansen en Dieters werden gearresteerd, gemarteld en gefusilleerd; De Groot verdween in de onderduik, en in November 1943 de tweede partijleiding o.l.v. Jan Postma (ook gefusilleerd), nam Brandenburg de leiding over. Deze zgn. derde partijleiding bestond naast Brandenburg uit Wim Puister en Frits Reuter (beiden veranwoordelijk voor het organisatorische werk), A.J. Koejemans, Friedl Baruch (beiden voor De Waarheid), Bob Gillieron (voor het solidariteitsfonds) en Gerben Wagenaar (voor het gewapend verzet en sabotage via de Raad van Verzet).[8]

Een poging van zijn kant om contact op te nemen met de ondergedoken CPN-leider Paul de Groot mislukte, althans zo beweerde Brandenburg kort na de oorlog toen De Groot's positie ter discussie stond wegens vermeende "desertie".[9][10] In juli 1944 nam Brandenburg namens De Waarheid deel aan de Grote Adviescommissie van de Illegaliteit (GAC), dat dienst moest doen als de algemene overkoepelende organisatie van het verzet en adviesorgaan van de regering in Londen.[11][12] Ten tijde van de bevrijding in mei 1945 bevond hij zich weer in Amsterdam.

Na de oorlog

Na de bevrijding was Jaap Brandenburg lid van de Nationale Advies Commissie. Hij maakte deel uit van het Landelijk Bureau van de Waarheid-beweging, zoals de CPN op dat moment heette. Op de Juli-conferentie in 1945 behoorde hij tot de groep die ijverde voor heroprichting van de CPN. In 1946 werd hij opnieuw in het partijbestuur verkozen, waar hij tot zijn dood deel van uitmaakte. Vanaf oktober 1945 was hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad. In juli 1946 werd hij lid van de Eerste Kamer en fractievoorzitter.

In 1951 weigerde hij de hem toegekende Kings Medal for Courage in the Cause of Freedom. Jaap Brandenburg verklaarde: "Ik wens te verklaren, dat ik de orde niet kan aanvaarden met het oog op het feit, dat de Britse regering thans samenwerkt met dezelfde elementen in Duitsland, die verantwoordelijk zijn voor het aan de macht komen van de nazi's, die ons land bezet hebben en tegen wie ik in de Nederlandse Ondergrondse Beweging voor de zaak van de vrijheid heb gestreden."[1]