Gerard Schouten

Gerard Schouten
Persoonsinformatie
Geboortedatum 23 juni 1924Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats WaddinxveenBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 21 juli 2000
Overlijdensplaats Lievelde
Opleiding en beroep
Beroep(en) architectBewerken op Wikidata
Werken
Belangrijke projecten Modelwoning Teenagerwoning Woondoos Chaletwoning Woonhofje Zilverkamp Piramidewoning Moduul
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Gerardus Gijsbertus (Gerard) Schouten (Waddinxveen, 23 juni 1924[1]Lievelde, 21 juli 2000) was een Nederlands architect.[2] Samen met architect Gerrit de Jonge (1927-2017) was hij binnen het Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge verantwoordelijk voor de ontwerpen van zowel woningen als gebouwen. Schouten opereerde vanuit zijn door hemzelf ontworpen woonhuis aan de Lauwersdijk 18 te Lievelde en De Jonge werkte vanuit zijn woning aan de Da Costalaan 2 te Velp. Beiden waren lid van de BNA, de Bond van Nederlandse Architecten en voerden daarnaast ook de titel architect VBO, omdat ze beiden de Voortgezette Bouwkunde Opleiding (later de Academie van Bouwkunst) in Arnhem hadden gevolgd.

Non-conformistische werkwijze

Het non-conformistische werk van Gerard Schouten kenmerkte zich door een aanhoudend streven om via architectuur bij te dragen aan een open en vernieuwingsgerichte samenleving. De werkwijze van Schouten was daarbij niet technisch-theoretisch maar menselijk-praktisch. Hij verwierf samen met zijn collega De Jonge bekendheid met het eerst gerealiseerde experimentele woningbouwproject van Nederland en de door hen ontworpen Piramidewoningen, die daarna meermaals door andere architecten zouden worden gekopieerd. In 1964 realiseerde Schouten op Vlieland een eigen vakantiewoning, onder andere gebouwd met aangespoeld hout, die qua vormgeving doet denken aan een eenvoudige hut. Een van zijn belangrijkste utiliteitswerken is de Ludgerkerk[3] in Lichtenvoorde, die in de periode 1965–1969 tot stand kwam.[4][5] Naar alle waarschijnlijkheid ontmoette Gerard Schouten zijn toekomstige samenwerkingspartner Gerrit de Jonge in 1958 tijdens een bezoek aan Expo 58, de wereldtentoonstelling in Brussel. Schouten zocht tijdens de samenwerking met De Jonge vaker de publiciteit dan zijn beroepsgenoot, getuige het aantal berichten in kranten en tijdschriften en het uitbrengen van een boek over de ontwerpen van het architectenbureau.

Architect op zeer jonge leeftijd

Gerard Schouten was de zoon van de in Gouda geboren Simon Gijsbertus Schouten (1900–1986) en de in Hillegersberg geboren Cornelia Sophia Abel (1897-1963)[6], dochter van een molenaar, de laatste van de in 1918 afgebrande Bergpoldermolen in Overschie. Hij werd geboren in Waddinxveen, maar verhuisde op eenjarige leeftijd naar Nijmegen, waar hij als oudste kind in een katholiek gezin met acht kinderen opgroeide. Niet alleen de Tweede Wereldoorlog, maar ook de crisisjaren daaraan voorafgaand hebben op Schouten grote invloed gehad. Toch beschouwde hij zijn jeugd als gelukkig, ondanks dat het gezin in die tijd op de grens van armoede leefde. Zijn vader was indertijd een houtbewerker en later baas bij Houthandel G. Key in Nijmegen en Schouten trad in zijn voetsporen door een technische opleiding tot timmerman af te ronden aan de plaatselijke ambachtsschool.

Op veertienjarige leeftijd begon hij te werken en naast zijn zesdaagse werkweek leerde hij door zelfstudie het bouwvak steeds beter kennen. Zo had hij uiteindelijk voldoende vooropleiding om zijn studie tot architect op te pakken. Toen de oorlog uitbrak, werd hij echter gedwongen om te gaan werken op de bouwkunde-afdeling van kunstzijdespinnerij Nyma in Nijmegen, die betrokken was bij de oorlogsproductie. Omdat hij pacifist was, is hij toen ondergedoken en heeft hij in die periode zijn studie kunnen afronden.

Hij ontwierp voor zijn 34ste levensjaar zijn eigen woonhuis in Lievelde, dat in 1958 werd gebouwd:

  • Lievelde (1 woning): Lauwersdijk 18 (1958)

In zijn woonplaats ontwierp hij ook een vrijstaand woonhuis:

  • Lievelde (1 woning): Vicariestraat 39 (1960)

Voordat Schouten de samenwerking aanging met De Jonge, ontwierp hij het nieuwe bedrijfsgebouw van de confectiefabriek Sturka (van Stuurop en Kamphuis) aan de Papenweg te Lievelde. Het gebouw werd in februari 1960 in gebruik genomen en werd pas later officieel geopend.[7]

  • Lievelde (1 bedrijfsgebouw): Papenweg 3 (1960)

Mens-, ruimte-, milieu- en natuurgerichte visie

In de praktijk had hij veel aandacht voor sociale woningbouw[8], milieuvriendelijk wonen en energiebesparend bouwen. Kenmerkend voor zijn ontwerpen was bovendien de grote vrijheid die hij bewoners liet om ruimte naar eigen keuze in te vullen. Mens, maatschappij, welzijn en eenvoud waren terugkerende thema's in zijn benadering.

Hij hekelde de "mooidoenerigheid" van architecten. In zijn optiek kon een ontwerp pas aanspraak maken op schoonheid als het vanuit de natuurlijke logica was ontstaan. Hij was daarnaast principieel in de aanname van opdrachten. Als er geen positieve bijdrage voor hemzelf en anderen in te vinden was, nam hij de opdracht niet aan.

In 1962 werd Schouten door de verantwoordelijke wethouder in Rotterdam gevraagd om daar vanwege de grote bouwopgave aan de slag te gaan, maar in plaats van "het grote geld" koos hij ervoor om zich te vestigen in de Achterhoek, waar volgens eigen zeggen "de mensen aardig zijn en de omgeving mooi".

Vakantiehuisjes op Vlieland

De eerst bekende gezamenlijke opdracht van Schouten en De Jonge was het ontwerpen van een recreatiegebouw en veertig recreatiebungalows met een sociaal karakter op Vlieland in opdracht van de zojuist opgerichte Stichting Rekreatiebelangen Vlieland (SRV) om het toenemende aantal kampeerders op het Friese waddeneiland van betaalbare verblijfsruimte te voorzien. De ontwerptekening, die dateert van juni 1963, is getekend zonder exacte maatvoeringen en toont de vier aanzichten en de plattegrond van het vakantieverblijf van 39,2 m oppervlakte. Binnen enkele jaren zouden er tien woningen in het plan Ankerplaats worden gerealiseerd.[9]

  • Oost-Vlieland (10 woningen): Ankerplaats 1, 2 en 7 t/m 14 (oneven en even) (1964–1966). De vakantieverblijven werden door Roordink's Timmerfabriek uit Baak gebouwd. Van de tien oorspronkelijk woningen staan er nog drie overeind onder de tot de verbeelding sprekende namen: Hoogaars (9), Zeevonk (12) en Bakboord (13). Voor de overige zeven huisjes zijn er in de periode tussen 1999 en 2022 nieuw gebouwde woningen in de plaats gekomen.

In 1986–1987 kregen Schouten en De Jonge opnieuw de opdracht om een recreatiewoning te ontwerpen, waarvan er in de jaren daaropvolgend meerdere zijn gebouwd. In de Vlielandse duinen verrezen er vijftien bungalows, die ook geschikt voor voor mensen met een beperking.

  • Oost-Vlieland (15 woningen): Ankerplaats 17 t/m 31 (oneven en even) (1990). Voor de realisatie zorgde Bouwbedrijf Tj. Dijkstra uit Vlieland. Van de gebouwde huisjes staan er nog: Brigantijn (19), Albatos (20), Jan van Gent (21), Galjoen (23) en Gondel (24) en De Ontdekking van De Hemel (25).

De Ankerplaats bestaat momenteel in totaal uit veertig huisjes, conform het originele bestemmingsplan waarvoor het idee in de jaren '60 is gelegd.

De Hut op Vlieland

Omdat Schouten door de burgemeester van Vlieland Adriaan Anker (1920–1991) als voorzitter van SRV werd gevraagd het project van vakantiewoningen te ontwerpen, had hij met Anker kunnen regelen dat hij in de duinen in het Vliepark een vakantiewoning mocht bouwen, op het hoogstgelegen punt van het eiland en het dichter bij zee dan andere vakantiewoningen. In oktober 1963 was het ontwerp dat hij samen met zijn compagnon Gerrit de Jonge maakte gereed en in 1964 werd het verblijf als 'bungalow en atelierruimte in de duinpan' gebouwd:

De bouw van De Hut, zoals Schouten het verblijf noemde — De Jonge noemde het "een ding met een hangslot" –, mocht uit principe niet meer dan 10.000 gulden kosten. Dat wist hij te bereiken door voor de bouw zoveel mogelijk gebruik te maken van lokaal juthout en van het waddeneiland afkomstige, ongezaagde naaldbomen. Een partij afgekeurde, krom gebakken stenen voor de vierkante stenen kern waren afkomstig uit Harlingen. Schouten bezocht samen met De Jonge regelmatig het huisje om daar gezamenlijk aan opdrachten te werken.

Bij de bouw werd Schouten geholpen door aannemer Hendrik te Woerd (1922–1995) uit Beltrum, voor wie hij op zijn beurt weer in 1966–1967 een woonhuis ontwierp:

  • Beltrum (1 woning): Meester Nelissenstraat 69 (1966–1967)

Later zijn aan de De Hut wel verbouwingen uitgevoerd om het comfort in het vakantieverblijf te verbeteren en na 2000 is het meerdere keren gerenoveerd en uitgebouwd. Na decennia van verhuur werd het huisje in de duinen in het najaar van 2025 te koop aangeboden.

Modelwoningen voor Eurobouw

Modelwoning van Gerard Schouten

Schouten had in 1957 een modelwoning ontworpen voor de E.E.G.-prijsvraag voor seriebouw. Deze modelwoningen werkte zijn bureau verder uit voor bouwmaatschappij NV Eurobouw Het Oosten[10] dat in 1964 was opgericht door aannemers Fokkink en Wenninkmeule uit Borculo en Te Woerd uit Beltrum. De aannemer, die Schouten eerder had geholpen met de bouw van zijn duinhuisje zag wel kansen voor de ontwerpen van de architect. Als vroege pionier in de projectontwikkeling kocht Eurobouw voor eigen rekening en risico bouwgrond, bouwde daarop de modelwoningen en verkocht ze wederom voor eigen rekening en risico. Eurobouw presenteerde de modelwoning als 'vandaag een woning voor morgen voor de prijs van gisteren'.

Dankzij het uitgekiende ontwerp, de doordachte technische constructie en een bouwmethode die gebruik maakte van schragen in plaats van steigers, was volgens bij veel bouwprojecten betrokken projectleider Eddy Te Woerd de woning in ruwbouw met een bouwteam van acht vakmensen – een uitvoerder, vijf metselaars en twee timmerlieden – in een hoog tempo van slechts vier weken te realiseren. Dat kwam naast het bouwconcept doordat de woning voor een deel met prefabbouwsystemen werd gebouwd. Dat leverde een voor die tijd moderne en zeer betaalbare woning op, die bovendien in aanmerking kwam voor overheidssubsidie. Daardoor was het uit praktische, organisatorische en economische redenen voor kopers dan ook niet mogelijk om wijzigingen, in welke vorm dan ook, in de woning aan te brengen gedurende het bouwproces. In de hoogtijdagen van de bouw stonden er in de fabriek zo'n honderd woningen op voorraad klaar voor realisatie. Daardoor kon na een grondaankoop de ontwikkeling en realisatie snel starten.

De modelwoning was voorzien van een plat dak dat was voorzien van enigszins isolerende halmplanken[11] (ecologisch plaatmateriaal met een kern van geperst stro) en beschikte over een carport en aangrenzende berging. De keuken op de begane grond was zodanig gesitueerd dat deze direct in verbinding stond met entree, hal, woonkamer, kinderspeel- of hobbyruimte en berging van de woning. Bovendien was de keuken voorzien van een vrijstaand terazzo aanrecht als keukeneiland. Kenmerkend voor de constructie waren de exact boven elkaar geplaatste toiletruimten, die als dragende kern dienden voor het eromheen geplaatste trappenhuis. De drie slaapkamers op de verdiepingsvloer hadden ieder toegang tot een overdekt balkon (loggia) dat zich zowel aan de gehele breedte van zowel voor- als achterzijde van de gezinswoning bevond. Nadat Schouten het ontwerp van de modelwoning na het evalueren met bestaande bewoners verder had verbeterd en deze daaropvolgend had gefinaliseerd, tekende hij uitsluitend nog de situatietekeningen van ieder afzonderlijk bouwproject. Ook Jan Koudijs, die in dienst was bij het architectenatelier, tekende mee aan het ontwerp van de Modelwoning. Er zijn zo'n anderhalfduizend Modelwoningen gebouwd, met name in het oosten van Nederland. In een aantal gevallen werd de grond door N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten aangekocht, die er de woningen op liet bouwen. Er zijn vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde Modelwoningen in uiteenlopende varianten voorzien van zowel platte daken als puntdaken gebouwd in onder meer:

  • Aalten (12 woningen): Frankenstraat 8 t/m 30 (even) (1966)
  • Andelst (17 woningen): Johan Frisostraat 2 t/m 10 (even) (1976) en Willem Alexanderstraat 11 t/m 33 (oneven) (1976) in opdracht van en gebouwd door Aannemingsbedrijf D.H. Peters BV te Bemmel (na overname van Aannemingsbedrijf Arns BV te Zetten).
  • Bathmen (54 woningen): Beuginkstraat 13 t/m 19 (oneven) (1969), Omerinkstraat 2 t/m 8 (even) (1969), Polakstraat 26 t/m 40 (even) (1969) in plan West gerealiseerd door NV Eurobouw Het Oosten. Brilmanskamp 1 t/m 7 (oneven) en 2 t/m 26 (even) (1971), Enklaan 16 t/m 22 (even) (1969), Europalaan 2 t/m 12 (even) (1971), Henry Dunantlaan 1 t/m 5 (oneven) en 2 t/m 10 (even) (1971) en Schipbeeksweg 5 t/m 9 (oneven) (1971)
  • Beltrum (8 woningen): Hofstraat 13 t/m 15 (oneven) (1966) en Hofstraat 16 t/m 26 (even) (1966)
  • Bemmel (26 woningen): Wardstraat 39 t/m 89 (oneven) (1969). Oorspronkelijk zouden hier tien Teenagerwoningen worden gerealiseerd in opdracht van Aannemingsbedrijf D.H. Peters BV te Bemmel. De aannemer bouwde in plaats daarvan zesentwintig Modelwoningen aan deze straat.
  • Beuningen (22 woningen): Korte Kar 1 t/m 13 (oneven) (1975) en 2 t/m 18 (even) (1975) en Roskam 1 t/m 11 (oneven) (1975) in opdracht van en gebouwd door Aannemingsbedrijf D.H. Peters BV te Bemmel, allen in plan De Hoeven.
  • Borculo (62 woningen): Beethovenstraat 4 t/m 26 (even) (1967), Chopinstraat 1 t/m 23 (oneven) (1967), Eikenlaan 6 t/m 14 (even) (1974) en 16 t/m 38 (even) (1973), Kastanjelaan 2 t/m 32 (even) (1975) en Johan Strausstraat 1 t/m 9 (oneven) (1966)
  • Borne (9 woningen): Ooievaarshof 1 t/m 5 (oneven) (1973), 13 t/m 17 (oneven) (1973) en 18 t/m 22 (even) (1973) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw te Beltrum in het plan Zenderen.
  • Dieren (5 woningen): Beverodelaan 11 (1973) in opdracht van en gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo en 13 t/m 15 (oneven) (1972) in opdracht van Fam. B. Kirchhoff en G. de Jonge (architect zelf) en gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo en Surinkhof 12 en 14 (1972) in opdracht van J.H. Nijhuis en A.R. Bos gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo, allen in in plan Beverode.
  • Dinxperlo (10 woningen): Aaldersbeeklaan 64 t/m 70 (even) (1970) en Bernard IJzerdraatstraat 21 t/m 31 (oneven) (1970)
  • Doorwerth (2 woningen): W.A. Scholtenlaan 114 (1970) en 136 (1972)
  • Emmeloord (12 woningen): Kaspischestraat 2 t/m 14 (even) (1969) en 5 t/m 13 (oneven) (1969)
  • Ens (16 woningen): G.J. Gillotstraat 64 t/m 70 (even) (1975), De Singel 1 t/m 6 (oneven en even) (1975) en Tuinrand 1 t/m 6 (oneven en even) (1975)
  • Enschede (86 woningen): Atletenstraat 61 t/m 83 (oneven) (1970) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum, Brucknerlaan 1 t/m 3 (oneven) (1969) en 2 t/m 14 (even) (1969) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in uitbreidingsplan Bolhaar Noord, Horstlindelaan 4 t/m 34 (even) (1967), 23 t/m 25 (oneven) (1973), 29 (1969) en 36 t/m 74 (even) (1968) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in uitbreidingsplan Bolhaar Noord en Offenbachlaan 1 t/m 7 (oneven), 2 t/m 14 (even) en 19 (1969) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in uitbreidingsplan Bolhaar Noord en Spartastraat 42 en 44 (even) (1970), 67 t/m 89 (oneven) (1970) in opdracht van Stichting Woningbouw Enschede 1959. Buro voor Architektuur en Bouwcoördinatie G. Dragt BV uit Hengelo tekende na de bouw van de Modelwoningen de kappen voor een aantal woningen, tot ongenoegen van Schouten. Volgens hem werd met het toevoegen van puntdaken aan zijn ontwerp met platte daken het straatbeeld geweld aangedaan.
  • Epse (16 woningen): Het Wansink 19 t/m 34 (even en oneven) (1968) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum
  • Gendt (18 woningen): Langstraat 41 t/m 57 (oneven) (1969), Thorbeckeplein 2 t/m 8 (even) (1969) en Sint Maartenstraat 36 t/m 38 (even) (1969) en 37 t/m 43 (oneven) (1969)
  • Groenlo (3 woningen): Oranjestraat 13 t/m 17 (oneven) (1978)
  • 's-Heerenberg (8 woningen): Tugerallee 2 t/m 16 (even) (1972)
  • Hengelo (22 woningen): Nico Maasstraat 10 t/m 52 (even) (1976)
  • Lichtenvoorde (78 woningen): Bachstraat 14 t/m 24 (even) (1966), Bentinckstraat 33 t/m 41 (oneven) (1966), Chopinstraat 13 t/m 23 (oneven) (1966) en 14 t/m 22 (even) (1966), Frans ten Boschstraat 13 t/m 27 (oneven) (1970), Händelstraat 1 t/m 7 (oneven) (1974) en 2 t/m 10 (even) (1973), Herman van Halterenstraat 2 t/m 12 (even) (1973), Hillenstraat 1 t/m 11 (oneven) (1973), 2 t/m 16 (even) (1970), Ludgerstraat 21 t/m 27 (oneven) (1975), Martin Leliveltstraat 20 t/m 28 (even) (1970) en Tongerlosestraat 1, 1A, 3, 3A, 5, 5A, 7, 7A, 14 t/m 16 (even) (1975)
  • Lochem (36 woningen): Prins Clauslaan 10 t/m 32 (even) (1972), Prins Frisolaan 14 t/m 20 (even) (1972) en Prins Willem-Alexanderlaan 1 t/m 39 (oneven) (1972)
  • Oldenzaal (22 woningen): Alleeweg 25 (1969) en 29 t/m 41 (oneven) (1969) en Buiten Sociëteitstraat 1 t/m 11 (oneven) (1969) en 2 t/m 16 (1969)
  • Rijssen (20 woningen): Van Broekhuizenstraat 11 t/m 35 (oneven) (1973), Leemstraat 3 t/m 5 (oneven) (1971) en Nieuwlandweg 56 t/m 64 (even) (1973)
  • Ruurlo (12 woningen): Buisterplein 1 t/m 23 (oneven) (1971) en 2 t/m 20 (even) (1971) in opdracht van Europrovema NV te Hengelo, gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo in uitbreidingsplan Garvelinkkamp.
  • Twello (50 woningen): Abraham Crijnssenstraat 13 t/m 27 (oneven) (1968), Kortenaerstraat 1 t/m 7 (oneven) (1968), Maarten Tromplaan 49 t/m 55 (oneven) (1971), Van Hogendorpstraat 2 t/m 24 (even) (1971), Wassenaaer-Obdamstraat 2 t/m 16 (even) (1970) en Witte de Withstraat 26 t/m 48 (even) (1968), 44A en 44B (1968)
  • Velp (4 woningen): Gruttostraat 2A, 4 t/m 8 (even) (1966) in opdracht van B.H. Boland, K. Eijkelenboom, C. Kaiser en E. Padding.
  • Vriezenveen (51 woningen): De Graspieper 1 t/m 11 (oneven) (1975), De Tapuit 2 t/m 8 (even) (1974) en De Wulp 1 t/m 81 (oneven) (1973) in opdracht van EWB (Eigen Woningbezit Borne) te Borne en gebouwd door aannemer Fa. J. Groothuis en Zonen BV te Harbrinkhoek in uitbreidingsplan Westerweilanden.
  • Warnsveld (12 woningen): Het Eiland 49 t/m 63 (oneven) (1977) en De Gaikhorst 38 t/m 44 (even) (1977) in opdracht van en gebouwd door Eurobouw NV te Beltrum.
  • Weurt (44 woningen): Eisenhowerlaan 1 t/m 11 (oneven) (1970) en 2 t/m 12 (even) (1970), Laan 1945 13 t/m 47 (oneven) (1970), Montgomerylaanlaan 1 t/m 11 (oneven) (1970) en 2 t/m 8 (even) (1970) en Postkantoorstraat 8 t/m 10 (even) (1965)
  • Wezep (6 woningen): Goudenregenstraat 17 t/m 19 (oneven) (1973) en Oude Wapenveldseweg 21 t/m 27 (oneven) (1973)
  • Winterswijk (61 woningen): Berberislaan 2 t/m 100 (even) (1973), Pasbree 75 t/m 83 (oneven) (1978) en 78 t/m 88 (even) (1978)

Bewonersparticipatie in Pelkwijk

Begin 1973 ontwikkelden Jan Koudijs, afgestudeerd architect aan de IVA (Instituut voor Architectuur) in Utrecht, en André Huitink, destijds student aan de Technische Hogeschool Delft (nu TU Delft) respectievelijk medewerker en stagiair bij het atelier van Schouten en De Jonge, een kansrijke planologische structuur voor de Winterswijkse wijk Pelkwijk[12] een kansrijke planologische structuur. Zij zagen namelijk mogelijkheden om samen met bewoners tuinen en openbare ruimte vorm te geven. De positionering van de woningen had hofachtige ruimtes gecreëerd, waarin privé en openbaar gebied op natuurlijke wijze samenkwamen. Door de binnenpleintjes, in samenwerking met een hovenier, te vergroenen, kregen deze plekken een intiemer karakter en werd het buurtleven versterkt.

Bloemkoolwijk De Pas: uitgesproken individueel gesitueerde woningen

De woningen aan de Pasbree in de Winterwijkse wijk De Pas[13] maakten onderdeel uit van het bestemmingsplan De Pas, een van de allereerste bloemkoolwijken die in Nederland werd gerealiseerd. Opvallend is dat de woningen van Schouten en De Jonge niet als één blok zijn ontworpen, maar individueel en sterk ten opzichte van elkaar verspringen in de rooilijn, gebruikmakend van de glooiing van het bouwterrein. Door deze situering hebben de architecten gezorgd voor een uitgesproken gevarieerd en kleinschalig straatbeeld. In de periode 2019–2024 is tijdens een integrale gebiedsontwikkeling in participatie met bewoners het openbare gebied in de wijk volledig heringericht[14].

Variant Bungalow van Schouten en De Jonge

Daarnaast hebben Schouten en De Jonge op basis van gelijkwaardige principes ook nog een ontwerp gemaakt voor een gelijkvloerse, levensloopbestendige Variant Bungalow, waarvan er waarschijnlijk zo'n honderd exemplaren door Eurobouw zijn gebouwd. Ook hier tekende Jan Koudijs mee aan het ontwerp. De woningen zijn onder andere terug te vinden in:

  • Barchem (6 woningen): Ruurloseweg 7 t/m 17 (oneven) (1968)
  • Bathmen (3 woningen): Banekateweg 2 t/m 6 (oneven) (1969)
  • Dinxperlo (10 woningen): Aaldersbeeklaan 101 t/m 119 (oneven) (1975)
  • Enschede (8 woningen): Rekkenbrink 77 t/m 91 (oneven) (1968) in opdracht van en gebouwd door NV Aannemingsbedrijf P. Ebbinge te Enschede.
  • Haaksbergen (17 woningen): De Els 1 t/m 15 (oneven), 51 en 53 (1972) en Wiedenbroeksingel 73 t/m 87 (oneven) (1974)
Bejaarden Bungalow van Schouten en De Jonge

Door Schouten en De Jonge werd ook een zogeheten Bejaarden Bungalow ontworpen.

Ludgerkerk: baanbrekend ontwerp

De Rooms-Katholieke Ludgerkerk[15][16] in Lichtenvoorde die in 1970 opende, was een ontwerp dat Schouten met een geheel eigen stijl en een eigen filosofie neerzette. Hij liet zich daarbij onder meer inspireren door het boek In een of ander huis van architectuurcriticus Geert Bekaert (1928–2016) die aangaf dat kerkbouw op een keerpunt was gekomen omdat ze zich steeds meer van het menselijke ontvreemde. Bekaert was, zoals Schouten, een voorstander van betrokkenheid van bewoners in de woningbouw.[17] De opmerkelijk moderne kerk zonder een echte toren was ontworpen als een ommuurde tuin. Met in de bakstenen tuinmuur lage poorten als entree, zodat kerkgangers een spirituele buiging moesten maken om de kerk binnen te komen. In het midden van de tuin had de architect een opgetilde ruwhouten doos ontworpen die als daadwerkelijke kerkgebouw diende. De onderste twee meter van het gebouw zouden open blijven terwijl de bestrating van buiten naar binnen door liep. En ook het dak zou open blijven, zodat het gebouw hemelwater en zonlicht kon binnenlaten. Ondanks de progressieve houding en de wens voor een moderne kerk ging dit vooruitstrevende idee de lokale kerkgemeenschap te ver. Het uiteindelijk uitgevoerde gebouw week op meerdere punten af van Schoutens oorspronkelijke ontwerp. Zo werden dak en wanden toch afgesloten, verdween de omgekeerde koepel voor hemelwateropvang en maakte de door Schouten aangekochte zwerfkei plaats voor een ‘normaal’ doopvont. Dit tot grote onvrede van de bevlogen Schouten die enkele jaren voor zijn dood verklaarde:

Het logisch verband dat ik met de natuur, met de schepping, met God wilde leggen is uit het ontwerp gehaald. Ik vind dat heel erg, zelfs het bidsom betreurde destijds de ingreep.

Schouten liet van honorarium een arme student uit Colombia de Social Academie in Den Haag voltooien. De kerk raakte uiteindelijk in 2001 buiten gebruik, waarna het in 2005 na een metamorfose een woonfunctie zou krijgen.

Op sociologie geïnspireerde ontwerpfilosofie

Hans Paul Bahdrt: humane woningbouw

De Duitse socioloog Hans Paul Bahrdt (1918–1994) publiceerde in 1968 het boek Humaner Städtebau, dat in 1972 in het Nederlands verscheen als Een leefbare stad. Volgens Bahrdt moest een architect, om in aanmerking te komen voor het predicaat 'humane' woningbouw, volledig rekening houden met de werkelijke levensbehoeften van de wonende mens. Een woning diende daarom van binnen naar buiten te worden ontworpen: het exterieur moest als het ware een logisch gevolg zijn van de noodzakelijke binnenruimten. Een ander essentieel uitgangspunt in Bahrdts sociologische visie was dat de verschillende woonfuncties in onderlinge harmonie moesten worden gebracht.

Gedeelde opvattingen van geestverwanten

Stedebouwkundige Reinder Blijstra (1901–1975) had zich als invloedrijk architectuurcriticus al eerder uitgesproken over deze ontwerpfilosofie: "Een architect die het binnen niet kan maken, die niet van binnen uitgaat, is geen architect." Ook Rijksbouwmeester en architect Wim Quist (1930–2022) deelde deze overtuiging: "Het object moet zelf zijn functioneren duidelijk maken."[18] Psycholoog Johannes Linschoten (1925-1964) beschreef wonen als een dynamisch samenspel tussen binnen en buiten: "Ons leven speelt zich af als een wisselwerking tussen buiten en binnen, uit en thuis, het andere en het eigene, openbaar en privé. Wonen is het bespelen van deze grens." Diezelfde wisselwerking tussen het private en het collectieve stond ook centraal in de visie van architect Aldo van Eyck (1918–1999) die beide sferen als elkaars natuurlijke verlengde beschouwde.

Cees Saal: sociologische gesprekspartner

Het architectenduo onderhield een hechte band met hoogleraar gezins- en woonsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, Cornelis Dirk (Cees) Saal (1917–1986), zoon van een architect uit de Amsterdamse School. In 1978 werden in Winsum de door Schouten en de Jonge ontworpen Teenagerwoningen en Chaletwoningen gerealiseerd. Saal en zijn echtgenote betrokken zelf een Teenagerwoning. Saal schreef enkele jaren later het voorwoord in het boek van Gerard Schouten Over bouwen gesproken dat in 1982 verscheen. Kort na zijn emiraat in 1984 overleed Saal onverwachts[19]. Na zijn overlijden bleef blijf zijn vrouw, kinderboekenschrijfster, socioloog en oprichter van museum het KinderBoekenHuis in Winsum, Toos Zuurveen (1934–2004) tot haar overlijden in hun huis aan de Hamrik 41 wonen. In 1995 zou Zuurveen lid worden van de door Schouten opgerichte Stichting Heelweg.

Ontwerpsignatuur

Handelsmerk: Overgang van buiten naar binnen en andersom

De hiervoor beschreven denkbeelden hebben onmiskenbaar hun invloed gehad op de ontwerpfilosofie van Schouten en De Jonge. De overgangszone tussen buiten en binnen vormt immers een terugkerend motief in hun werk. Enerzijds manifesteert zich dit in de carport, die als overdekte entree een geleidelijke overgang vormt tussen openbaar en privé. Anderzijds in de terugliggende raampartijen aan zowel de voor- als achterzijde, waardoor inpandige balkons of loggia’s ontstaan. Deze elementen keren in vrijwel al hun ontwerpen terug en kunnen worden gezien als hun architectonische handelsmerk.

Zwart-wit visie

Kleurgebruik speelde in hun ontwerpen een belangrijke en bewuste rol: zwart voor het houtwerk en wit voor het metselwerk, zowel aan de buiten- als binnenzijde. Zo boden de architecten bewoners maximale vrijheid om met kleur hun eigen interieur te personaliseren. Veel van hun woningen werden uitgevoerd in witte kalkzandsteen, de Gevo-breuksteen van Kalkzandsteenfabriek Vogelenzang te Rhenen, of in de hardere lichtgrijze MBI-betonsteen[20] van Van der Meijden Beton Industrie te Raalte. De dakbedekking bestond veelal uit olifantgrijze Eternit[21] Gallia golfplaten uit Goor, terwijl de in zwarte Sadolin[22] beits gedompelde plafondbalken waren bekleed met decoratief geperst riet van NV Bouwplatenfabriek Nopriet[23] te Vollenhove.

Geïntegreerde keuken

Binnen de woningarchitectuur van Schouten en De Jonge maakte de traditionele afgesloten werkkeuken plaats voor een open leefkeuken, volledig geïntegreerd in het woon- en eetgedeelte. Daarmee werd de keuken in vrijwel al hun woningplattegronden het centrale punt van het huiselijke leven.

Meer door minder

Schouten en De Jonge kozen sinds het begin van hun samenwerking voor natuurlijke materialen zoals kalkzandsteen, hout en riet, ook om te bewijzen dat met eenvoudige en goedkopere materialen fijne en solide combinaties mogelijk waren. Het uitgangspunt voor hun werk formuleerden zij, met dank aan Mies van der Rohe's 'Less is more' als 'Meer door minder'[24].

Betaalbare seriebouw

Schouten en De Jonge streefden naar de ontwikkeling van betaalbare woningen, met een duidelijke focus op de sociale woningbouw: woningwetwoningen, premiehuur- en premiekoopwoningen. Hun ontwerpen waren geschikt voor zowel vrijstaande, halfvrijstaande als geschakelde uitvoering in seriebouw. Door de woningen op een verspringende rooilijn te plaatsen, ontstond een speels straatbeeld. Om de kosten laag te houden, hanteerden de architecten sobere bestekken waarbij afwerkingen als stuc- en plintwerk werden weggelaten — zonder dat dit ten koste ging van de ruimtelijke kwaliteit.

Pionier in experimentele woningbouw

Gerard Schouten geldt samen met Gerrit de Jonge als een van de pioniers op het gebied van de experimentele woningbouw.[25] Zij ontwierpen in de tweede helft van de jaren '60 samen al experimentele woningen die in 1970 als eerste van de door minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Wim Schut (1920–2006) geprediceerde plannen in Nederland[26] aan de Beltrumseweg in Eibergen (EX 69-028) door het lokale bouwbedrijf NV Aannemingsmaatschappij E. Odink (in 1970 overgenomen door Van Wijnen NV[27]) werden gerealiseerd.[28][29] Tijdens de officiële opening van de woningen in Eibergen sprak Dr. Saal, lector in gezinssociologie aan de Groningse universiteit, zijn bewondering uit voor beide architecten, die hadden willen breken met het gangbare type en afgeweken waren van een stelregel een huis te bouwen zonder de mensen te raadplegen. Burgemeester van Eibergen Frans Hermsen (1926–2003) voegde eraan toe dat stedenbouwkundigen meer om de tafel moesten gaan zitten om meer ruimte te geven aan experimentele woningbouw, zodat dit soort woningen ook beter tot hun recht zouden komen. Ook minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hans Gruijters bezocht destijds in het bijzijn van architecten Schouten en De Jonge deze eerste experimentele woningen.

  • Eibergen (5 woningen): Beltrumseweg 48 t/m 56 (even) (1970) gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen

Eigentijdse visie op wonen

De experimentele patiobungalow van Schouten en De Jonge

De Teenagerwoning, geschakelde patio-bungalows die Schouten "Het Nest"[30] noemde, waren met minimale middelen tot stand gekomen maar zouden in later jaren sterk in waarde toenemen. Leidend voor het ontwerp waren de uitgangspunten: privacy, spel, variatie, creativiteit, ruimte en beslotenheid.

Met het ruimtelijk ontwerp van de woning speelde Schouten en De Jonge in op steeds verder afnemende gezinsgrootte en veranderende levensstijl van de bewoners. De woningen met een flauw hellend lessenaarsdak beschikten over een indertijd moderne zitkuil, een open keuken in de woonkamer, insteekverdieping (entresol) met loggia, patiotuin met waterput voor hemelwateropvang en een carport.

Bijzonder aan de woning was de zogeheten 'expansieruimte' die bewoners de ruimte gaf om deze naar eigen inzicht in te delen. Dit levensloopbestendige ontwerp van Schouten en De Jonge is voornamelijk in de jaren zeventig van de vorige eeuw op verschillende plaatsen door heel Nederland gerealiseerd. Daarbij was ook sprake van zogeheten Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO)[31], waarbij de realisatie van de woningen door bewoners zelf werd geïnitieerd.

Architectuurjournalist Wim J. van Heuvel (1935–2004) beschreef de woningen in de uitgave Experimentele Woningbouw uit 1976:

Door het onderling verschuiven van de twee beuken waaruit de plattegrond is samengesteld, ontstaat aan de voorzijde een carport, tevens ingangspartij, en aan de achterzijde een besloten tuin waaraan twee of meer vertrekken zijn gelegen.

Hierdoor leverden woningen bij elkaar in groepsvorm in verschillende situeringen uiteenlopende variaties op.

'Het Nest' door heel Nederland

De 25 in 1975 gebouwde experimentele patiobungalows aan het Tinbergenplantsoen in Papendrecht

Na Eibergen verschenen van dit type experimentele patio-bungalows met name in bloemkoolwijken door het hele land. Ze zijn terug te vinden in de volgende plaatsen:

  • Bilthoven (25 woningen): Berlagelaan 93 t/m 141 (oneven) (1972) in opdracht van en gebouwd door Bouwbedrijf De Jong NV uit Bilthoven in de eerste fase Waterigeweg in nieuwbouwwijk De Leyen.
  • Eemnes (7 woningen): Rietgors 1 t/m 15 (oneven) (1975) in opdracht van en gebouwd door Bouw- en Aannemingsbedrijf Heilijgers BV te Amersfoort in het 2e deelplan in Noordbuurt.
  • Enschede (5 woningen): Mozartlaan 180 (1970), 182 t/m 186 (even) (1971) en 188 (1973) in opdracht van en gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen.
  • Etten-Leur (12 woningen): Gitaarhof 1 t/m 7 (oneven) (1977) in opdracht van de particuliere initiatiefnemers J. Hupkes, W. Kamp, H. Nonner en A. Vonk, gebouwd door Aannemersbedrijf Van Herwijnen uit Dordrecht (nadat Aannemingsbedrijf P.J. Mathijsen uit Etten-Leur van de bouw had afgezien gezien het experimentele karakter van de woningen) in bestemmingsplan Grauwe Polder II. De bouwdirectie was in handen van D. E. Ubbink en J. Opdam, die als bewoners in Papendrecht ook de bouwdirectie van de Teenagerwoningen hadden gevoerd.
  • Huizen (25 woningen): Gemeenlandslaan 57 t/m 71 (oneven) (1973), Stuurboord 73 t/m 81 (oneven) (1973) en Treiler 2 t/m 24 (even) (1973) in opdracht van en gebouwd door Bouwbedrijf Vreeswijk - Koebrugge te Huizen.
  • Joure (6 woningen): Zuiderveldplantsoen 9 t/m 19 (oneven) (1971) in opdracht van en gebouwd door Bouwbedrijf M. de Vries uit Joure.
  • Leerdam (19 woningen): Buizerdstraat 2 t/m 6 en 10 t/m 14 (even) (1976), Sperwerlaan 18 t/m 22 (even) (1976) en Velduilstraat 1 t/m 7 (oneven) (1976) in opdracht van Hawass BV te Maartensdijk, waarvan het bouwplan worden afgebouwd door een nieuw op te richten besloten vennootschap waarin Projektontwikkelingsmaatschappij Steeds BV en Aannemingsbedrijf H.J. Jurriëns BV te Utrecht deelnemen. Daarnaast zijn er aan Valkhof 1 t/m 4 (oneven en even) (1977) en Buizerdstraat 5 t/m 7 (oneven) (1977) in opdracht van Steeds BV eveneens experimentele Teenagerwoningen in het bestemmingsplan Leerdam-Noord I gerealiseerd.
  • Leusden (20 woningen): Walstro 30 t/m 68 (even) (1975) in het plan De Wetering in opdracht van en gebouwd door Bouw- en Aannemingsbedrijf J. Bloemendal BV te Leusden.
  • Papendrecht (26 woningen): Tinbergenplantsoen 1 t/m 17 (oneven en even) (1975) en 19 t/m 26 (oneven en even) (1975). De begeleiding van de bouw was in handen van bewoners Dick Ubbink en J. Opdam, die beiden bouwkunde hadden gestudeerd. Architecten Schouten en De Jonge hebben de woningen regelmatig bezocht, onder meer met Cees Saal.
  • Streefkerk (39 woningen): Burgemeester Dekkingstraat 24 t/m 36 (even) (1978), Dreef 13 t/m 29 (oneven) (1973), Dreefstraat 1 t/m 13 (oneven) (1973) en Zwanenvliet 6 t/m 36 (even) (1973) in opdracht van Projektontwikkelingsmaatschappij voor experimentele architektuur Projekta NV te Utrecht.
  • Tholen (5 woningen): Ten Ankerweg 41 t/m 49 (oneven) (1973) in opdracht van de particuliere initiatiefnemers F. Tielens, W. Heybroek, C. Zuidweg, P. Blom en J. Hilbron gebouwd door Bouwbedrijf M.E. Feleus te Sint Philipsland. De seriematige opbouw van de woningen is getekend door Architektenburo Boelhouwers te Tholen.
  • Voorschoten (5 woningen): Van Hamellaan 20 t/m 28 (even) (1970). De woningen in partieel bestemmingsplan Boschgeest zijn gebouwd door bouwbedrijf Delf- en Schieland te Vlaardingen in opdracht van grondeigenaar Stichting Bevordering Eigen-Woningbezit te 's-Gravenhage uit naam van gemachtige Henk de Heer die in samenwerking met Schouten en De Jonge eveneens als bouwkundige betrokken was bij de realisatie van de woningen. In 1981 tekende architect de Heer tevens de dakopbouw voor huisnummers 26 en 28.
  • Vriezenveen (15 woningen): De Taling 2 t/m 22 (even) (1978) en De Grutto 40 (1978) en 42 t/m 46 (even) (1979)
  • Winsum (21 woningen): Hamrik 21 t/m 29 (oneven) (1978), 31 t/m 49 (oneven) (1978) en 65 t/m 71 (oneven) (1978) en Tichelwerk 3 t/m 5 (oneven) (1978)
  • Zutphen (28 woningen): Weerdslag 54 t/m 57 (even en oneven) (1976), 74 t/m 83 (even en oneven) (1976), 120 t/m 128 (even en oneven) (1976) en 165 t/m 167 (oneven en even) (1976) in opdracht van Van Wijnen Projektontwikkeling BV in Dordrecht en gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen in plan Het Weerdslag.

Identieke woningen met een aan de voorzijde van de woning geknikte kap, de zogeheten experimentele Variantbungalow, werden gerealiseerd aan de:

  • Almere (9 woningen): Rozenwerf 62 t/m 78 (even) (1977)
  • Leersum (12 woningen): Dekkersbos 5 (1972), 6 (1981), 7 (1974) en 8 (1973), 17 t/m 20 (oneven en even) (1979) en 29 t/m 32 (oneven en even) (1979) in opdracht van BV Maatschappij voor Projectontwikkeling EMPEO te Utrecht namens Bredero Vast Goed NV en onder leiding van projectleider A. Blaak gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen
  • Leusden (6 woningen): Esdoornhof 22 t/m 32 (even) (1973) in opdracht van Maatschappij voor research en ontwikkeling Projekt Promotion BV in samenwerking met S.S.N. Bouwmaatschappij Noordzij BV te Schiedam en Bouw- en Aannemingsmaatschappij Heilijgers BV uit Amersfoort
  • Velp (36 woningen): Aalscholversingel 1 t/m 29 (oneven) (1973) en Karekietstraat 2 t/m 30 (even) (1973) en 31 t/m 41 (oneven) (1973) gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen in opdracht van BV Maatschappij voor Projectontwikkeling EMPEO te Utrecht namens Bredero Vast Goed NV onder de projectleiding van Ruud de Clercq, die later directeur zou worden van attractieparken Efteling, Dolfinarium en Avonturenpark Hellendoorn. Interieurontwerper Elisabeth de Lestrieux, met wie Schouten en De Jonge veel contact hadden, richtte een modelwoning in aan de Karekietstraat 41. Het interieur bestond uitsluitend uit ontwerpen van Nederlandse meubel- en stoffabrikanten, waaronder Pastoe, Artifort en Ploeg. De woning, volledig ingericht in één samenhangende stijl, werd in de augustuseditie van Avenue (1972) gepresenteerd onder de titel Made in Holland.

In totaal zijn er dus voor zover bekend – met enige variatie – 321 experimentele patiowoningen naar het ontwerp van Schouten en De Jonge in ons land gebouwd. In de volksmond werden de woningen vanwege hun opvallende vorm al snel 'kippenhokken' (in Eibergen) of 'van hondenhok tot konijnenhok' (in Bilthoven) genoemd.

Look-a-likes van de Teenagerwoning

In Nederland zijn woningen gebouwd die sterk overeenkomen met de zogenoemde Teenagerwoning van Schouten en De Jonge. Hoewel een ontwerp van een architect in principe auteursrechtelijk beschermd is, is de grens tussen inspiratie en inbreuk in de praktijk vaak diffuus. Architectuur bouwt immers voort op bestaande typologieën, technische vereisten en regelgeving, waardoor ontwerpen al snel overeenkomsten vertonen. Daarnaast wordt een gebouw altijd gerealiseerd binnen praktische en functionele kaders, wat de creatieve vrijheid in zekere mate begrenst. Hierdoor is het nogal eens lastig vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een ongeoorloofde kopie, of juist van een zelfstandige uitwerking binnen vergelijkbare randvoorwaarden.

Quirijnstok in Tilburg

Dat geldt voor de woningen in uitbreidingsplan Quirijnstok in Tilburg. Deze woningen, waarbij de kenmerkende balkons aan voor- en achterzijde ontbraken en in plaats daarvan een gemetselde gevel kregen, zijn uitgevoerd als vrijstaand geschakelde woningen en twee-onder-een-kapwoningen. De bouw vond plaats in opdracht van Bouwbank Stok NV te Tilburg. Het bij de realisatie betrokken bureau was J.L. van Oers Architektuur en Stedebouw uit Tilburg. Opvallende overeenkomsten met het experimentele ontwerp van Schouten en De Jonge zijn niet alleen het kenmerkende schuine lessenaarsdak en het metselwerk in MBI-betonsteen, maar ook de plattegrond en afwerking van de woning. Zo vertoont het woongedeelte een hoog balkenplafond bekleed met nopriet, is er een dieper liggende zitkuil met laag balkenplafond en bevindt zich daarboven een insteekverdieping. Verder bevat de woning een ‘inpandige’ carport, een achterliggende expansieruimte en een besloten patiotuin. Al met al vertoont het ontwerp van de Tilburgse architect veel gelijkenis met het oorspronkelijke werk van zijn Gelderse collega’s.

  • Tilburg (30 woningen): Brittendreef 8 t/m 34 (even) (1973), Purcelldreef 2 t/m 28 (even) (1973) en Sullivandreef 71 en 73 (1973)

Plan Raam te Uden

In Noord-Brabant zijn meerdere woningen aan te wijzen waarbij het niet aannemelijk is dat architecten Schouten en De Jonge bij de totstandkoming betrokken zijn geweest. Zo werden in het plan Raam in Uden negentien patiowoningen gerealiseerd door Aannemersbedrijf Muller uit Heesch, in opdracht van De Waal NV te Utrecht (later onderdeel van de Koninklijke BAM Groep). Op de bouwaanvraag, de bouwtekeningen en de situatietekening wordt Architektenburo F.M.I. van Oers uit Waalwijk als architect vermeld. Desondanks zijn deze woningen tot in detail vrijwel identiek vormgegeven en vertoont de materialisatie sterke overeenkomsten met die van de experimentele Teenagerwoning van Schouten en De Jonge. De mate van overeenstemming doet vermoeden dat hier sprake is geweest van een mogelijke inbreuk op het auteursrecht.

  • Uden (19 woningen): Meerhoek 402 t/m 420 (even) (1973) en 617 t/m 633 (oneven) (1973)

West-Brabantse kopieën

Ook in West-Brabant is sprake geweest van een vijftiental kopieën. Civiel bouwkundig ingenieur Piet van Yperen uit Bavel, die had meegewerkt aan de aanleg van de IJ-tunnel, had de Teenagerwoningen aan de Gitaarhof (1977) in Etten-Leur gezien en was naar eigen zeggen gecharmeerd van het concept. Zonder medeweten van architecten Schouten en De Jonge verzorgde hij vervolgens, in zijn rol als landmeter en docent informatica, de bouwaanvraag, het technische tekenwerk en het bestek voor twee twee-onder-een-kapwoningen in het plan Bunder II in Bavel. Daarbij paste hij de constructie en isolatie van de woning aan. Als aannemer was C. van Dongen uit Oosterhout betrokken. Na de oplevering van deze twee woningen aan de Margarethastraat in Bavel ging Van Yperen zelf in één ervan wonen. Een jaar later volgde, onder zijn leiding — inmiddels tekende hij als architect — de bouw van vier identieke woningen aan de Pater Verschurenstraat in Bavel, in opdracht van J.J.W. en J. van Kuyk. In 1990 herhaalde hij dit met de realisatie van een vrijstaande woning aan de Lindestraat in Made, in opdracht van H. Bolluyt te Made. Enkele jaren later werden in het plan Groot Sander in Etten-Leur, in opdracht van particuliere initiatiefnemers W. Eggenkamp, C. Hylkema, P. Reynaars, E. Reynaars, J.L.M. Quaijtaal, Th. Quaijtaal, D. Hopstaken en M. v.d. Stap, opnieuw acht woningen gerealiseerd. Ook hier werd het tekenwerk verzorgd door Piet van Yperen uit Bavel. De bouw was in handen van Bouwbedrijf Maas-Jacobs BV uit Zundert.

  • Bavel (2 woningen): Margarethastraat 2 en 4 (even) (1986)
  • Bavel (4 woningen): Pater Verschurenstraat 2 t/m 8 (even) (1987) )
  • Made (1 woning): Lindestraat 46 (even) (1990)
  • Etten-Leur (8 woningen): Schimmelpennincklaan 64 t/m 78 (even) (1993)

Bestemmingsplan Loonsebaan-Oost in Vught

In februari 1970 maakten Schouten en De Jonge een schetsontwerp voor een gedeelte van het bestemmingsplan Loonsebaan-Oost in Vught. Het betrof het bosrijke gebied tussen de Loonsebaan, Zonneweilaan, Lekkerbeetjenlaan en de Bréautélaan. Het duurde echter tot 1978 dat het bestemminsplan werd goedgekeurd. Het plan van Schouten en De Jonge is het niet geworden.

Woondoos: Stapelbare woonvormen

Begin jaren '70 lieten Schouten en De Jonge regelmatig van zich horen in de dagbladen vanwege hun groeiende kritiek op het toenmalige bouwen. Zij constateerden de economische en sociale gevolgen van de woningbouw op dat moment. Met hun conceptuele Woondoos[32] uit 1970 wilden ze de steeds duurder wordende woningmarkt te lijf gaan en een oplossing aanreiken voor de veranderende samenstelling van de maatschappij door stapelbare woonvormen te bieden voor vrijgezellen, studenten en gastarbeiders. Ondanks dat het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) geen gehoor gaf aan hun idee, was het architectenduo feitelijk hun tijd ver vooruit. Het zou nog een halve eeuw duren voordat de modulaire, flexibele woningbouw daadwerkelijk tot ontwikkeling kwam.[33]

Ringenplan in blokvorm

Op basis van het Ringenplan van Gendt, in 1970 ontworpen door Schouten en De Jonge, werd op verschillende plekken in Nederland sociale woningbouw gerealiseerd. Het plan bestond uit split-level woningen in cirkels rond windvrije binnengebieden. Deze waren onderling gekoppeld met gemeenschappelijke binnen- en buitenruimten. Op basis van dit plan werd op meerdere plekken in Nederland woningen gerealiseerd, zij het "helaas" in de gebruikelijke blokvorm.

Split-level drive-in woningen

  • Epe (49 woningen): De Leegte 39 t/m 75 (oneven) (1973) en Midachten 1 t/m 59 (oneven) (1973) in het plan Hogeweerd in opdracht van en gebouwd door Reinbouwgroep NV te Dieren. Architect Edy Kwak, die freelance voor het atelier van Schouten en De Jonge werkte, tekende mee aan dit project.
  • Giesbeek (63 woningen): Dahliastraat 2 t/m 18 (even) (1972) en 20 t/m 24 (even) (1972), Prinses Beatrixplein 2 t/m 64 (even) (1973), Prins Clauslaan 26 t/m 42 (even) (1973) en Weth J Teeringstraat 1 t/m 19 (oneven) (1972)
  • Maarssen (26 woningen): Jacob van Heemskerklaan 2 t/m 52 (even) (1973)
  • Vaassen (30 woningen): Ligusterstraat 2 t/m 14 (even) (1970) en Vuurdoornstraat 12 t/m 20 (even) (1974), 72 t/m 78 (even) (1974), 146 t/m 152 (even) (1974), 200 t/m 208 (even) (1974) en 238 t/m 246 (even) (1974)
  • Velp (48 woningen): Fuutstraat 2 t/m 32 (even) (1973), Lepelaarstraat 6 t/m 20 (even) (1973), Meerkoetstraat 6 t/m 30 (even) (1973) en President Kennedylaan 305 t/m 325 (oneven) (1973) in opdracht van BV Maatschappij voor Projectontwikkeling EMPEO te Utrecht namens Bredero Vast Goed NV en gebouwd door Bouwbedrijf Schutte en Oolhorst NV te Ambt-Delden, waarbij de projectleiding evenals de Teenagerwoningen in Velp in handen was van Ruud de Clercq.

Siamese tweeling in Bathmen

In 1970–1971 startten Schouten en De Jonge in de bossen bij het zwembad De Looërmark in Recreatiecentrum Loo in Bathmen met de bouw van een tweetal geschakelde proefwoningen[34], waarvoor als één recreatiewoning een bouwvergunning was verleend, om te kunnen ervaren en te laten zien wat de wezenlijke eisen waren waaraan een woning moest voldoen. De bouwwerkzaamheden werden bij wijze van stageopdracht verricht door twee architectuurstudenten, André Huitink en Raymond Driessen (die eind jaren 80 de internationale luchthaven van Malta ontwierp[35]), die zelf ook een korte tijd in de woningen hebben gewoond. Deze twee woningen typeerden wat Schouten en De Jonge steeds probeerden: beginnen bij de oorsprong, werken met natuurlijke materialen en het bedrijven van de kunst van het weglaten. Evenals de Teenagerwoning was ook dit ontwerp voorzien van een carport, zitkuil, entresol en een in het midden van de woning gelegen open keuken. Centraal was een vaste kern opgebouwd, ontleend aan het ontwerp van de Modelwoning, die op het laagste niveau (zitkuil) aansluiting gaf voor de kachelafvoer, op het middenniveau (keuken/eetgedeelte) een toilet bevatte en op het slaapniveau (entresol) een wasgelegenheid bood. Met de twee huisjes toonden ze aan dat het mogelijk was om met minimale afmetingen en eenvoudige materialen wezenlijke behoeften van de bewoners te vervullen, geheel in visie van het duo: meer door minder.

  • Bathmen (1 dubbelwoning): Looërmark 42 (1974)

Vakantiewoningen voor Buiten-Stee

In 1972 werd door het architectenkoppel een ontwerp gemaakt voor Rekreatiewoningen in opdracht van Buiten-Stee NV in Hoevelaken voor een plan in de provincie Noord-Holland. Buiten-Stee was in 1968 opgericht[36] door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten (BPD Bouwfonds Gebiedsontwikkeling), de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (Arcadis) en de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB. Om enerzijds tegemoet te komen aan de toenemende behoefte aan recreatiewoningen, in de vorm van zomerhuisjes als buitenverblijf in complexen bijeen – een tweede woning voor huiseigenaren – en anderzijds aantasting van natuur en landschap te beteugelen.

Erfgoed in Nagele

Ook in het dorp Nagele gelegen in de Noordoostpolder, dat als een van de dertig wederopbouwgebieden werd geselecteerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor het Beschermingsprogramma Wederopbouw 1959–1965, werden Modelwoningen die Gerard Schouten en Gerrit de Jonge hadden ontworpen in vrijstaande en twee-onder-een-kap varianten gebouwd. Ze werden op de plaats waar oorspronkelijk nog twee Noorderwinkels waren gepland, als premiekoopwoningen gebouwd die starters moesten aantrekken. Ze konden met subsidie worden gekocht en waren in trek bij forenzen. Deze in totaal dertig woningen zijn gesitueerd aan de:

  • Nagele (30 woningen): Klaverhof 35 t/m 39 (oneven) (1973), Noorderlaan 1 t/m 13 (oneven) (1973), Ring 62 t/m 74 (even) (1973) en Tarwehof 1 t/m 16 (oneven en even) en 60 (1972)

Daarnaast staan er nog een drietal door particulieren gebouwde gelijkvloerse woningen naar ontwerp van Schouten en De Jonge in Nagele:

  • Nagele (3 woningen): Karwijhof 33 /m 35 (oneven en even) (1973)

Ze staan daar temidden van modernistische ontwerpen van architecten Aldo van Eyck (1918–1999), Cornelis van Eesteren (1897–1988), Ernest Groosman (1917–1999), Frans van Gool (1922–2015), Gerrit Rietveld (1888–1964), Jaap Bakema (1914–1988), Jan Rietveld (1919–1986), Johan Niegeman (1902–1977), Mart Stam (1899–1986), Lotte Stam-Beese (1903–1988), Wim van Bodegraven (1903–1992) en tuinarchitecte Mien Ruys (1904–1999).

Nieuwbouwwijk Zilverkamp

In 1969 werd door de burgemeester van Huissen, Ton Stadhouders, het plan gepresenteerd om ten zuiden van Arnhem een nieuwe wijk te bouwen. In 1972 ging de bouw van de uitbreiding van de plaats Huissen van start. Het zou tien jaar in beslag nemen voordat de gehele wijk Zilverkamp verdeeld over vier fasen zou zijn gerealiseerd. Aan het architectenatelier van Schouten en De Jonge werd de opdracht gegeven om in fase II — het uitbreidingsplan genaamd Rietbaan — en daarna ook in delen van fase III uiteenlopende woningen voor deze nieuwbouwwijk te ontwerpen. Dat werden Terras-Patiowoningen (type TP), Tuinkamerwoningen (type TK), woningen type GK en OPD, sociale huurwoningen (type SW) en Chaletwoningen die de architecten al eerder hadden ontworpen. Voor het metselwerk werd een kenmerkende witte kalkzandsteen gekozen. Het schilderwerk werd in contrasterend zwart uitgevoerd.

Terras-Patiowoningen

De Terras-Patiowoningen werden in opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp ontwikkeld en door Aannemingsbedrijf Toepoel BV uit Huissen gebouwd. Deze tweeenvijftig woningen (waarvan tweeenveertig patiowoningen en tien terraswoningen) en vijfenveertig bijbehorende garages bevinden zich aan de:

  • Huissen (52 woningen): Binnendijk 28 t/m 130 (even) (1977-1978)

Tuinkamerwoningen

De Tuinkamerwoning was in feite een experimentele Teenagerwoning, maar dan zonder insteekverdieping. Ook bij dit ontwerp was er sprake van een hoofdgebouw bestaande uit een zitkuil en een eet-/keukenniveau met een zijvleugel die de patio omsloot. De woning was voorzien van een zadeldakje dat over de volle breedte van het eet-/keukengedeelte liep en zorgde voor extra lichtinval dankzij driehoekige raampjes aan weerszijden ervan. Van de zogeheten Tuinkamerwoningen werden er vijftig inclusief achttien bijbehorende garages door Bouw- en Exploitatiemaatschappij Ign. B. Hakvoort uit Silvolde gebouwd:

  • Huissen (50 woningen): Blokland 2 t/m 8 (even) (1977), Grevenveld, 22 t/m 28 (even) en 39 t/m 45 (oneven) (1977), Griend 1 t/m 7 (oneven) (1977), Hopland 1 t/m 7 (oneven) en 2 t/m 8 (even) (1977), Landouwen 1 t/m 17 (oneven) (1977), Paalbalk 1 t/m 7 (oneven) (1977), Paalgrens 1 t/m 7 (oneven) (1977), Paalsteen 2 t/m 8 (oneven) (1977) en Paalrij 2 t/m 10 (even) (1977)

Deze woningen werden door gemeente Huissen in 1975 van het bouwbedrijf overgenomen om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse bijdrage, als bedoeld in de Beschikking Geldelijke Steun Particulier Huurwoningen 1968, waarmee de Rijksoverheid het beschikbaar komen van goedkope woningen wilde bevorderen door het subsidiëren van nieuwbouw en verbouw in de sociale huursector.

In het zogeheten deelgebied Dijkplan van fase II werden in opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp eenendertig Tuinkamerwoningen bestempeld als woningwetwoning door Aannemingsbedrijf Toepoel BV uit Huissen gebouwd:

  • Huissen (31 woningen): Binnendijk 1 t/m 6 (oneven en even) (1977), Kaaidijk 2 t/m 8 (even) (1977), Muurdijk 1 t/m 7 (oneven) (1977), Grevenveld 7 t/m 10 (oneven en even) (1977), 12 , 14 t/m 20 (even) (1977), 23 t/m 29 (oneven) (1977) en 31 t/m 37 (oneven) (1977)

Woningen type GK

In opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp werden dertien woningen type GK gebouwd:

  • Huissen (13 woningen): Binnendijk 2 t/m 26 (even) (1976)

Woningen type OPD in fase II

In opdracht van Bouw- en Exploitatiemaatschappij Ign. B. Hakvoort uit Silvolde werden zevenendertig woningen type OPD en zes bijbehorende garages gebouwd:

  • Huissen (37 woningen): Paalgrens 2 t/m 26 (even) (1977), Paalsteen 1 t/m 19 (oneven) (1977), Landpaal 1 t/m 9 (oneven) (1977) en Paalrij 1 t/m 17 (oneven) (1977)

Deze woningen werden in 1975 eveneens door gemeente Huissen van het bouwbedrijf overgenomen om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse bijdrage, conform de Beschikking Geldelijke Steun Particulier Huurwoningen 1968.

In opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp werden tien woningen type OPD gebouwd:

  • Huissen (10 woningen): Binnendijk 11 t/m 19 (oneven) (1976) en 132 t/m 140 (even) (1976)

Woningen type SW in fase II

In opdracht van Woningbouwstichting St. Joseph uit Huissen werden vierentwinitig woningen type SW gebouwd:

  • Huissen (24 woningen): Kaaidijk 1 t/m 13 (oneven) (1974), Grevenveld 1 t/m 21 (oneven) (1974) en Zomerdijk 1 t/m 11 (oneven) (1974)

In opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp werden 23 woningen type SWV gebouwd:

  • Huissen (23 woningen): Kaaidijk 15 t/m 29 (oneven) (1974) en Muurdijk 16 t/m 44 (even) (1974)

Chaletwoningen

In het oostelijke deel van fase III van Zilverkamp werden in opdracht van Mabo Huissen BV tweeentwintig Chaletwoningen naar ontwerp van Schouten en De Jonge gerealiseerd. Deze woningen bevinden zich op de volgende locaties:

  • Huissen (22 woningen): Boet 1 t/m 9 (oneven en even) (1976), Garf 1, 2 en 3 (1976), Stulp 1 t/m 3 (oneven) (1976) en Tas 1 t/m 8 (oneven en even) (1976)

Premiewoningen

In opdracht van Reinbouw BV uit Dieren werden in dezelfde derde fase drieendertig zogeheten premiewoningen en zes garages gebouwd op de volgende locaties:

  • Huissen (33 woningen): Silo 1 t/m 31 (oneven) en 2 t/m 18 (even) (1978) en Stulp 2 t/m 16 (even) (1978)

Woningen type OPD in fase III

Er werden in opdracht van Reinbouw Intermed BV achttien woningen type OPD gebouwd:

  • Huissen (18 woningen) Schoof 1 t/m 35 (oneven) (1978)

Sociale woningen in fase III

In opdracht van Woningbouwstichting St. Joseph werd een sociale woning (type SW2) ontworpen, die destijds woningwetwoning werd genoemd. Daarvan zijn er door Bouw- en Exploitatiemaatschappij Ign. B. Hakvoort uit Silvolde in het deelgebied De Dullert negenenvijftig woningen gebouwd, gelegen in de straten:

  • Huissen (59 woningen): Hoogland 1 t/m 25 (oneven) (1975) en 2 t/m 36 (even) (1975) en Huurland 1 t/m 25 (oneven) (1975) en 2 t/m 30 (oneven) (1975)

In totaal werden er in de wijk Zilverkamp 372 woningen naar ontwerp van Schouten en De Jonge gebouwd.

Bouwplannen in Buurse

In januari 1974 presenteerden Schouten en De Jonge een plan in Buurse[37] om het bestaande bestemmingsplan ten oosten van de Esstraat dat voorzag in bungalowbouw te wijzigen in een plan, waaraan ook freelance bouwkundig tekenaar Edy Kwak meetekende, van in totaal 70 woningen in zeven verschillende types, waaronder bungalows, woningwet- en experimentele woningen, bestemd voor verkoop en deels verhuur. Ondanks de grote belangstelling en de vele suggesties die door potentiële bewoners naar voren werden gebracht, is het bij plannen alleen gebleven[38].

Hofjesplan: Wonen rondom een binnentuin

In 1974 ontvingen Schouten en De Jonge van de Adviescommissie Experimentele Woningbouw voor de tweede maal het predicaat experimenteel, dit maal voor hun ontwerp van gelijkvloerse woningen rond woonhofjes (EX 74-198)[39]. Ook hier waren hun bekende uitgangspunten duidelijk aanwezig: eenvoud in constructie, materiaal en vorm, gecombineerd met veelzijdigheid in gebruik, beleving en geschiktheid voor verschillende bewonersgroepen.

Het Hofjesplan[40] dat in samenwerking met stedenbouwkundige Cees Grit van stedenbouwkundigadviesbureau Witpaard in Zwolle werd vormgegeven, bestond uit telkens vier geschakelde woningen die samen een carré vormden. Daardoor ontstond een besloten binnenhof, dat flexibel kon worden ingericht: als gezamenlijke tuin, als deels gedeelde en deels private tuinen, of met toevoeging van een gemeenschappelijke ruimte. Het concept van een vrije expansieruimte – ook toegepast in de Teenagerwoning en de Tuinkamerwoning – kreeg in dit ontwerp opnieuw een plaats. Gerard Schouten sprak bij dit ontwerp graag over het "Woonhol", vanwege het naar binnen gekeerde karakter van de Hofwoning.

Na de bouw van twee proefwoningen in Overasselt werd het hofjesplan verder uitgewerkt en gerealiseerd als twee blokken van elke twaalf woningen in Reeuwijk, waar de realisatie met inspraak van de aspirant-kopers werd uitgevoerd als zogenoemde premie-koopwoningen.

  • Overasselt (2 woningen): Craeyenbergh 22 en 24 (even) (1975)
  • Reeuwijk (24 woningen): De Lange Krag 16 t/m 26 (even) (1979), Kievitsbloem 1 t/m 11 (oneven) (1979), Valeriaan 21 t/m 31 (oneven) (1979) en Zwanebloem 1 t/m 11 (oneven) (1979)

Prijsvraag Ziekenhuisbouw: X

In 1975 dienden Schouten en De Jonge een conceptueel plan in voor de Prijsvraag Ziekenhuisbouw, uitgeschreven door de Sectie Ziekenhuizen van de Nationale Ziekenhuis Raad, in samenwerking met de Sectie Bouwkunde en Techniek van het NZI te Utrecht. De kern van de prijsvraag was een cultuuromslag: ziekenhuizen moesten afstappen van hun imago als ‘tempel der medische technologie’ en zich ontwikkelen tot een ‘open huis’ waar mensen ziek konden zijn en herstellen.

Het tijdschrift Plan, maandblad voor ontwerp en omgeving, publiceerde in 1977 de inzendingen. Het plan X van Schouten en De Jonge werd gezien als een uitgesproken voorbeeld van integratie van het ziekenhuis in zijn omgeving. Hun ontwerp bestond uit zeventig paviljoens, verspreid in een als openbaar park ingericht terrein, onderling verbonden door een ondergronds gangenstelsel.

De jury vond deze vergaande integratie met het groen inspirerend en intrigerend, maar in hun ogen leidend tot een ‘desintegratie’ van het ziekenhuis als geheel. Aan het plan werkten, naast Gerard Schouten en Gerrit de Jonge, de medewerkers van het Atelier voor Architectuur — Mery Honsveld, Stella de Jong — en de toenmalige studenten aan de Academie van Bouwkunst in Arnhem, Edy Kwak en Fons Nales. Voor het ontwerp werd bovendien samengewerkt met twee verpleegkundigen: Desiree Seret en Riek Verhoeff.

Ambtswoning in Eibergen

In 1976 ontwierpen Schouten en De Jonge de ambtswoning van de burgemeester van Eibergen, F.J.M. Cappetti (1927-1993), die hetzelfde jaar werd gebouwd aan de:

  • Eibergen (1 woning): Mallumse Molenweg 33 (1976)

De markante woonboerderij werd gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen.

Uiteenlopende woningtypen met dezelfde kenmerken

Naar ontwerp van Schouten en De Jonge werden in Nederland verschillende type woningen gebouwd:

Appartementen voor alleenstaanden

  • Haaksbergen (10 woningen): Stiegert 1 t/m 19 (oneven) (1980) in opdracht van Woningbouwvereniging Lucht en Licht te Haaksbergen.

Bejaardenwoningen

  • Haaksbergen (4 woningen): Stiegert 18 t/m 24 (even) (1980)

Chaletwoningen — 'Villa-Suisse'

  • Borger (1 woning): Sassenbergen 26 (1974)
  • Borne (3 woningen): Twickelerblokweg 89 (1976), 91 en 97 (1975)
  • Doetinchem (1 woning): Burgemeester Kehrerstraat 48 (1972)
  • Druten (2 woningen): Hoogstuk 54 en 56 (1972)
  • 's-Heerenberg (1 woning): Korensingel 13 (1978)
  • Heino (1 woning): de Cingel 17 (1976)
  • Hengelo (1 woning): Flemingstraat 1 (1974)
  • Hoogland (3 woningen): Zevenhuizerstraat 4 t/m 6 (even) (1976) en 8 (1975)
  • Huizen: Van Houtenlaan 12 t/m 20 (even) (1978)
  • Leusden (10 woningen): Esdoornhof 2 t/m 20 (even) (1974) in opdracht van Maatschappij voor research en ontwikkeling Projekt Promotion BV in samenwerking met S.S.N. Bouwmaatschappij Noordzij BV te Schiedam en Bouw- en Aannemingsmaatschappij Heilijgers BV uit Amersfoort
  • Lichtenvoorde (1 woning): Delstraat 24 (1978)
  • Lievelde (1 woning): Bergstraat 4A (1979)
  • Rhenen (2 woningen): Asterstraat 3 en 15 (1969)
  • Schalkhaar (3 woningen): Kolkmansweg 9A, 9B en 9C (1977)
  • Stokkum (1 woning): Eltenseweg 6B (1971)
  • Zeddam (4 woningen): Oswaldusstraat 20 t/m 26 (even) (1975)

Geschakelde Chaletwoningen

  • Losser (6 woningen): Markeweg 113 t/m 123 (oneven) (1972) in opdracht van Europrovema NV te Hengelo, gebouwd door Bouwbedrijf Oolthuis te Lichtenvoorde

Variant Chaletwoningen

  • Winterswijk (16 woningen): Pasbree 85 t/m 115 (oneven) (1978)

Geschakelde woningen

  • Borculo (8 woningen): Geesterse Binnenweg 32 t/m 46 (even) (1974) in opdracht van Europrojektontwikkelings- en Verkoopmaatschappij Europrovema NV te Hengelo (in 1969 opgericht[41] door Eurobouw Het Oosten te Beltrum en K. van Heuven, econoom te Enschede en in 1975 weer failliet verklaard[42][43]) en gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen
  • Huizen (15 woningen): Van Houtenlaan 1 t/m 9 (oneven) (1978), 2 t/m 10 (even) (1978) en 11 t/m 19 (oneven) (1978)
  • Lochem (4 woningen): Tusseler 210 t/m 216 (even) (1975)

Geschakelde topgevelwoningen

  • Lochem (24 woningen): Henry Dunantweg 148 t/m 150 (even) (1974) en Schweizerweg 15 t/m 57 (oneven) (1973)

Rijwoningen

  • Anna Paulowna (28 woningen): Nachtegaallaan 2 t/m 56 (even) (1977)
  • Reeuwijk (33 woningen): Kievitsbloem 2 t/m 12 (even) (1979), Wederik 18 t/m 32 (even) (1979), Zonnedauw 2 t/m 18 (even) (1980) en Zwanebloem 46 t/m 64 (oneven) (1980)

Rijwoningen (drie-onder-één-kap)

  • Borculo (3 woningen): Kamerlingh Onnesstraat 21 (even) (1973) en 23 en 25 (oneven) (1972) in opdracht van Europrovema NV te Hengelo, gebouwd door Bouwbedrijf Oolthuis te Lichtenvoorde

Rijwoningen (met carport)

  • Haaksbergen (13 woningen): De Boorne 12 t/m 18 (even) (1980), Stiegert 21 t/m 37 (oneven), 28 t/m 42 (even) en 44 t/m 60 (even) (1980), Vonkenkaamp 4 t/m 38 (even) (1979) en 40 t/m 44 (even) (1980)

Rijwoningen met garage

  • Zutphen (79 woningen): Weerdslag 1 t/m 28 (oneven en even) (1977), 58 t/m 73 (even en oneven) (1977) en 157 t/m 193 (oneven en even) (1977) in opdracht van Van Wijnen Projektontwikkeling BV in Dordrecht en gebouwd als Tuinkamerhuizen[44] door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen in plan Het Weerdslag

Rijwoningen met garage en dakkapel

  • Franeker (19 woningen): R. Pollemaplein 2 t/m 26 (even) (1976) en 7 t/m 17 (oneven) (1976) in opdracht van EWB (Eigen Woningbezit Borne) te Borne en gebouwd door Vierstra's Bouwbedrijf BV uit Franeker in het plan Sexbierumervaart.

Rijwoningen variant type OPD

  • Haaksbergen (56 woningen): De Boorne 20 t/m 30 (even) (1980) en 32 t/m 44 (even) (1980), De Morsboer 23 t/m 41 (oneven) (1980), De Nolle 13 t/m 29 (oneven) (1980) en Stiegert 2 t/m 14 (even) (1980), 39 t/m 51 (oneven) (1980) en 62 t/m 70 (even) (1980)
  • Stokkum (2 woningen): Rozenkampsweg 37 t/m 39 (oneven) (1973)

Rijwoningen type SW

  • Beuningen (34 woningen): Brink 1 t/m 17 (oneven) (1978) en 12 t/m 18 (even) (1978), Hagerspas 1 t/m 27 (oneven) (1979) en Lange Dreef 58 t/m 70 (even) (1977)
  • Dieren (4 woningen): Spankerenseweg 19 en 21 (oneven) (1974), 25 en 27 (oneven) (1974)

Tuinkamerwoningen

  • Huizen (10 woningen): Nolenslaan 17 t/m 25 (oneven) (1978) en Gerbrandylaan 6 t/m 14 (oneven) (1978)
  • Lochem (13 woningen): Schweitzerweg 32 t/ m 44 (even) (1977) en 59 t/m 67 (oneven) (1978)

Twee-onder-één-kap en Vrijstaande woningen

  • Biddinghuizen (16 woningen): Dreef 18 t/m 32 (even) (1975) en 34 t/m 48 (even) (1975)
  • Franeker (3 woningen): R. Pollemaplein 1 t/m 5 (oneven) (1976)

Vrijstaande herenhuizen

  • Anna Paulowna (15 woningen): Zijperlaan 29 t/m 57 (oneven) (1978) in opdracht van NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten en gebouwd door Slokker Bouw Maatschappij BV

Milieubewust wonen in piramidehuizen

Een van de bekendste ontwerpen van het architectenduo Schouten en De Jonge is de Piramidewoning[45], die volgens de bedenkers met name geschikt was voor het platteland. De architecten wilden met een afwijkende vorm de "traditionele denkkaders" doorbreken en inspelen op de behoefte aan nieuwe leef- en woonvormen. De planopzet was een reactie op de veelgebouwde rijwoningen die naast elkaar werden gezet in rechte, op auto's gerichte straten. Volgens hen leende een piramidewoning zich ervoor om zich eromheen te groeperen. Zij zagen bovendien dat de gezinssamenstelling in één generatie praktisch halveerde en vonden dat er dus ook een geringere slaapruimte binnen een woning noodzakelijk was. De ontwerpfilosofie van beide architecten was zonder meer hun tijd vooruit en is als volgt in antropologische, ecologische en maatschappijkritische bewoordingen samen te vatten[46]:

  • de mens staat centraal en in relatie met de natuur en zijn medemensen
  • milieuverantwoord en minimalistisch bouwen met toepassing van kringloop-materialen zoals hout
  • gevarieerde en flexibele oplossingen, zowel in situering als indeling
  • realisatie van gemeenschappelijke leefruimten in het woonplan
  • voldoening en geluk door er persoonlijk maatwerk van te maken
  • alternatieve energiewinning en het telen van groente op eigen erf
  • samen bouwen en wonen om vervreemding en vereenzaming te voorkomen

De piramidevormige casco woning bestaande uit eenvoudige houtskeletbouw met een basisvorm van 8 x 8 meter en een hoogste punt van 7 meter, was voor een groot deel zelf en daardoor goedkoper te bouwen. Bewoners hadden daarbij de volle vrijheid het huis naar eigen behoefte in te vullen. Bij de realisatie stond bovendien het toepassen van milieuvriendelijke bouwmaterialen voorop en het gebruik van wind- en zonne-energie middels 'zonnekollektoren' als hoofdzakelijke energiebron. Het vakblad Cobouw beschreef het ontwerp destijds als het droomhuis voor de alternatievelingen in onze samenleving.

Piramideplan: van experiment naar bouw

Ondanks dat de experimentele woning voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens in 1978 nog door het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werd afgewezen[47][48], kwam een eerste voorbeeldexemplaar van deze kringloopwigwam in de periode 1978–1982 van de grond op het terrein van het ecologische project De Kleine Aarde in Boxtel. Op 10 juni 1978 werd een prototype van het 'wigwamhuis' in Boxtel gebouwd tijdens een interactieve informatiedag die werd bijgewoond door zo'n 80 à 90 aanhangers en sympathisanten van de zogeheten DKA-ideologie. Het werd als volgt geïntroduceerd in de brochure die door De Kleine Aarde werd uitgebracht:

Een woonplan met alle mogelijkheden voor alternatieve energie met eventueel aansluiting op het centrale net voor aardgas, elektriciteit en water, waarvan slechts kleine hoeveelheden nodig zijn. Goedkoop door het eenvoudige basisplan én door de mogelijkheid van een grote eigen inbreng van de bewoners, die zelf het huis kunnen afbouwen naar eigen inzicht. Dat is in een notedop het ontwerp van Gerard Schouten, Gerrit de Jonge en De Kleine Aarde.

De officiële opening in 1982 werd verricht door de Schiedamse wethouder Chris Zijdeveld[49][50], die later Gerard Schouten en Gerrit de Jonge overhaalde om het piramideplan in Schiedam van de grond te krijgen. Medewerker Fons Nales was onder de vleugels van Schouten betrokken bij de uitwerking van het Pyramideplan.

  • Boxtel (1 woning): Het Klaverblad 13 (1982)

In heel Nederland ontstonden er tegelijkertijd zo'n 25 groepen die met de ideeën van De Kleine Aarde aan de slag gingen, waarbij Schouten regelmatig in de pers verscheen als pleitbezorger van de piramidedorpen.[51] De piramidevorm bleek echter in strijd te zijn met allerlei bouwvoorschiften en verordeningen. Staatssecretaris van Volkshuisvesting Gerrit Brokx (1933–2002) heeft de gemeente Vlissingen – waar projectgroep Centraal Wonen Vlissingen al ver gevorderd was met hun plannen – toestemming verleend de voorschriften soepel te hanteren.[52]

Al in 1980 volgde een eerste exemplaar in een buitenwijk van Vlissingen die als proefwoning voor een hele wijk van dergelijke woningen dienst deed.[53] Het is in Vlissingen echter bij die ene proefwoning gebleven. Inmiddels is de Piramidewoning in de Zeeuwse havenstad ook weer is verdwenen.[54][55]

In de jaren erna is er toch een tweetal projecten van de grond gekomen in:

  • Huizen (20 woningen): Het Spijk 1 t/m 8 (oneven en even), 1A, 3A, 10 t/m 28 (even) (1983)[56] gerealiseerd in plan Bovenmaat I
  • Schiedam (16 woningen): Nijhoffplein 1 t/m 16 (oneven en even) (1991)[57]

waar respectievelijk twintig en zestien piramidewoningen bij elkaar zijn neergezet.

In geen van beide gevallen is dat helemaal volgens de ideeën van de kritische Schouten gebeurd, aangezien bewoners bredere spanten bouwden dan de bedoeling was. In beide projecten weken de uiteindelijke plannen af van Schoutens oorspronkelijke ontwerpvisie. Bewoners pasten bredere spanten toe dan hij had bedoeld, waarna hij besloot zich niet verder met de uitvoering te bemoeien.

Voor het project in Huizen schakelde opdrachtgever Bouwfonds Nederlandse Gemeenten te Haarlem het Project-Service Bureau (PSB) uit Rijswijk in voor het technische tekenwerk.

Voor het project in Schiedam werden de technische tekeningen tijdens zijn studie gemaakt door Christoph Maria Ravesloot (Lector Duurzaam Bouwproces met BIM aan de Hogeschool Rotterdam) gedurende zijn stage bij Van Dop + Mathot architecten, in opdracht van Stichting Piramide Woningen Schiedam. Onder begeleiding van architect Ben van Dop en Aannemingsbedrijf G.W. Geelen BV uit Vleuten werkten bewoners zelf mee aan de bouw van de piramidewoningen.

In Madurodam zijn indertijd ook miniatuur piramidewoningen geplaatst. In 1997 verdween de Piramidewoning als architectonisch unicum en voorbeeld van duurzaam bouwen in de jaren '80 door de slechte staat waarin het verkeerde – mede door lekkages en boktor in het houtwerk – van het terrein van De Kleine Aarde.

Moduul: Voor de stedelijke gemeenschap

In tegenstelling tot het Piramideplan ontwierpen Schouten en De Jonge in eind jaren zeventig voor leefgemeenschappen in de stad een flexibel toepasbaar Moduulplan waarvoor zij op 20 december 1979 octrooi (NL7909180A) hadden aangevraagd. Middels geprefabriceerde betonnen basisvormen konden woningen worden gemonteerd en gedemonteerd en de leefruimte naar gelang de behoefte van de bewoner worden verschoven en ingedeeld. Voor zover bekend is dit concept nooit uitgevoerd. Het octrooi meldt:

Parallellepipedische sectie van prefabgebouw – bestaat uit betonnen componenten waarbij de bovenkant, onderkant en zijkanten kamers vormen die door geprofileerde secties met elkaar verbonden zijn. — Het gebouw bestaat uit een aantal geprefabriceerde onderdelen, die elk een rechthoekige vorm hebben. De verplaatsbare onderdelen zijn van beton, elk met boven- en onderwanden die aan de uiteinden door zijwanden met elkaar verbonden zijn, zodat ze deel uitmaken van een woon- of andere kamer. Ze kunnen achter elkaar worden verbonden door middel van profielen die aan de wanden worden bevestigd en door de wanden lopen. Hieraan worden balken bevestigd voor het bevestigen van dak- en wandpanelen e.d., terwijl in de ruimte tussen de wanden en de panelen leidingen en bedrading worden weggewerkt.

CVK-woning

In 1981 ontwierpen architecten Schouten en De Jonge in opdracht van het Centraal Verkoopkantoor voor de Kalkzandsteenindustrie (CVK) in Hilversum, de zogenoemde CVK-woning. Bij dit ontwerp waren alle wanden uitgevoerd in kalkzandsteen. De woning voldeed aan een aantal kernprincipes: eenvoud in constructie en materiaalgebruik, geschiktheid voor uiteenlopende huishoudens, aanpasbaarheid aan veranderende bewonerswensen, energiebesparing, goede geluidsisolatie, mogelijkheden voor gedeeltelijke zelfbouw, flexibele situering en relatief lage bouwkosten.

Het basiscasco bood een grote variatie aan verschijningsvormen en indelingsmogelijkheden. Dankzij het modulaire ontwerp kon de woning bovendien eenvoudig worden geschakeld, versprongen of gestapeld. Daarmee leende het concept zich voor toepassing in uiteenlopende stedenbouwkundige contexten: in een straatwand, als clusterbebouwing of op een woonerf. Het sloot goed aan bij de experimentele bloemkoolwijken van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig.

Premie-A-woningen

Gerard Schouten ontwierp ook zogeheten Premie-A-woningen die werden gebouwd in:

  • Dinxperlo (24 woningen): De Pas 1 t/m 27 (oneven) (1981) en 2 t/m 20 (even) (1981) in opdracht van Klomps Woningbouwontwikkeling BV te Dinxperlo

Een onbevangen visie op bouwen

In april 1982 publiceerde Gerard Schouten het boek Over bouwen gesproken: ruimte naar menselijke maat/een onbevangen visie op bouwen (ISBN 9789061390336, Uitgeverij Arcanum) waarmee hij zijn tijd vooruit was. In het boek benadrukte hij zijn visie op praktisch bouwen voor de diverse gezinssamenstellingen.[58][59]

Aanhoudende kritiek op de overheid

In de jaren '80 en '90 hield de kritiek van Gerard Schouten aan op een in zijn ogen achter de feiten aanlopende, bureaucratische overheid. Als voorvechter van het vrije bouwen, werd er volgens hem door overheidsbeleid te veel en te groot gebouwd, terwijl de omvang van gezinnen juist afnam. Daarnaast zag hij een groeiende vereenzaming. Straten waren "verkeersgoten" geworden, terwijl dat voorheen juist maatschappelijke ontmoetingsplaatsen waren. Ook zag hij een groeiende segregatie naar woonvorm, waarbij bevolkingsgroepen gescheiden van elkaar leefden. Bovendien ervaarde hij te weinig aandacht vanuit de overheid voor energie en milieu. In zijn woorden vond er "een hoop vermorsing in de bouwerij" plaats.[60] Aan de Rijsdijk 14 in Krimpen aan de Lek bouwden Schouten en De Jonge in 1978-1979 in opdracht van J. Verhoeff een sober huis met lage plafonds en een te kleine keuken en toilet. Omdat zij zich niet aan de toen geldende bouwregels hielden, werd de bouw eind oktober 1978 onmiddelijk stopgezet op last van Burgemeester Arie van Dienst (1919-1997) en Wethouders van de gemeente Krimpen aan de Lek. Gaandeweg het bouwproces kocht Schouten de in aanbouw zijnde woning van J. Verhoeff uit Krimpen aan de Lek. In Huissen (bij Nijmegen) bouwden zij echter honderden woningen, die niet aan de voorschriften voldeden, maar 'per ongeluk' werden goedgekeurd. Het was volgens Schouten "gemakkelijker om de Rijn met één hand tegen te houden, dan in Nederland de regelgeving te veranderen."[61] In Nederland trad het eerste Bouwbesluit – waarmee technische bouwvoorschriften landelijk uniform werden – in 1992 in werking. Door de komst hiervan werd het voor architecten Schouten en De Jonge steeds lastiger om volgens hun principes goedkopere en energiezuinigere woningen te ontwerpen en te bouwen.

Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge

Hoe lang Gerard Schouten precies heeft samengewerkt met zijn vakgenoot Gerrit de Jonge is niet exact vast te stellen. Wel staat vast dat hun vroegst bekende gezamenlijke werk dateert uit 1963, waarbij zij een ontwerp maakten voor recreatieverblijven op Vlieland. In 1987 maakten samen nogmaals een ontwerp voor vakantiebungalows op Vlieland. Op basis hiervan kan met zekerheid worden geconcludeerd dat zij gedurende zo'n vijfentwintig jaar onder de naam Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge hebben samengewerkt.

Groene Pluim

Op 26 september 1989 ontving Gerard Schouten in Den Haag uit handen van demissionair-minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Ed Nijpels de Groene Pluim van De Kleine Aarde. Hij ontving deze onderscheiding omdat hij al jaren actief was om ideeën over ecologisch bouwen in praktijk te brengen.[62] Aan de toekenning was ook een geldbedrag verbonden, dat Schouten ter beschikking stelde aan de Vereniging Vrienden van de Veerponten. Het bedrag overhandigde hij bij het in ontvangst nemen van de prijs aan voorzitter Meta de Visser, die zich al jarenlang inzette voor behoud van het Slikkerveertje, de veerpont tussen Slikkerveer, Kinderdijk en Krimpen aan de Lek. Schouten woonde namelijk in Krimpen aan de Lek vlak naast het voetveer Slikkerveer.

Stormpolder-monument

Eind 1992 was Gerard Schouten als lid van de kunstraad in Krimpen aan den IJssel betrokken bij de oprichting van een monument[63] ter nagedachtenis aan vier inwoners die tijdens de Watersnoodramp van 1953 verdronken. Samen met kunstenaar Dies de Jonge werkte hij zijn idee uit tot een kunstwerk dat zich 4,25 meter boven NAP bevindt. Het gedenkteken werd geplaatst op een havenhoofd aan de Molenaar van Schelvenlaan, aan de Hollandse IJssel, als herinnering aan de ramp die zich veertig jaar eerder had voltrokken.

Stichting Heelweg

Gerard Schouten was op 21 november 1995 oprichter en stimulator van Stichting Heelweg. Door een deel van zijn nalatenschap aan de stichting beschikbaar te stellen, maakte hij het mogelijk om projecten te initiëren waarbij een nieuwe vorm van bouwen en het welzijn van de mensen het uitgangspunt vormden en om bijzondere woningbouwinitiatieven te stimuleren waarbij collectiviteit en duurzaamheid centraal staan:

De Stichting heeft als doel te komen tot een nieuwe vorm van bouwen als voorbeeldfunctie van samenleving, waarin het uitgangspunt is het welzijn van de mensen om op een milieu-positieve wijze te leven in onderlinge verbondenheid waarin ruimte is voor steun aan hulpbehoeftigen, alles in de ruimste zin des woords. De Stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het houden van voordrachten, het verrichten van publicaties en het initiëren van projecten.

Middels deze stichting wilde hij het initiatief nemen om in het Gelderse Wisch zijn Piramideplan uit te voeren zoals hij het oorspronkelijk had bedoeld[64] maar tot de realisatie ervan is het niet gekomen. Als voorzitter trad Gerard Schouten zelf op, Alida Zuidema - de Vries was bij oprichting secretaris-penningmeester en Toos Saal-Zuurveen vervulde de rol als lid. Na het overlijden van Gerard Schouten werd oud-wethouder van Den Haag Nico Dijkhuizen voorzitter en notaris Ton Verlinden secretaris. Het huidige bestuur is in handen van voorzitter Frans de Vries, secretaris Eric Vreedenburgh en penningmeester Alex Duijnisveld.

Van Ludgerkerk naar Ludgerhof

Een eerste project werd kort na het overlijden van Schouten reeds geïnitieerd. De door hem ontworpen Ludgerkerk was in onbruik geraakt en stond op de nominatie om gesloopt te worden. Hij had de laatste maanden voor zijn overlijden samen met vriend en medestrijder Henny Bennink uit Eibergen een laatste reddingspoging gedaan om zijn geesteskind voor sloop te behoeden. Architect Hans van Beek van Atelier PRO in Den Haag, die Schouten tijdens een vakantie op Vlieland had leren kennen, heeft burgemeester Reinder van Rijckevorsel en het kerkbestuur ervan weten te overtuigen de kerk te behouden. Hij nam het voortouw in dit project en creëerde ook zelf het draagvlak om het daadwerkelijk te kunnen realiseren. In de periode 2001–2004 heeft de Ludgerkerk in Lichtenvoorde naar zijn ontwerp een transformatie ondergaan. De herbestemming heeft geleid tot de Ludgerhof, bestaande uit zestien ruim opgezette woningen rond een geborgen binnenhof[65], gesitueerd aan:

  • Lichtenvoorde (16 woningen): Ludgerhof 1 t/m 16 (oneven en even) (2001–2004)

In het woonblok herinneren allerlei details nog aan de oorspronkelijk kerkelijke bestemming van het gebouw. Bij de omzetting van de kerk naar woningen is door Van Beek een element toegevoegd dat eer doet aan het gedachtegoed van Schouten: een serre die naar eigen behoefte kan worden ingevuld, waardoor gekozen kan worden voor verschillende manieren van wonen, zoals een woon-werk-woning, een woning voor een grote familie of een twee-in-één-woning. Ook door het dak van de kerk te verwijderen, waarbij de vloer van de voormalige kerk is nu het gezamenlijke binnenplein voor de woningen is geworden, is de geest van het oorspronkelijke concept van Gerard Schouten in ere hersteld. WBC Bouw BV uit Winterswijk was risicodragend projectontwikkelaar voor het bijzondere plan. De Ludgerhof werd genomineerd voor de Publieksprijs van de Architectuurprijs Achterhoek 2005 en BNA Gebouw van het jaar 2006. Het werd gewaardeerd met de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2008 en de Green Good Design Award 2010 en kreeg in 2013 de status van Gemeentelijk monument.

Van Pastoor van Arskerk naar Pastorale

Met steun van de Stichting Heelweg werd de Pastoor van Arskerk en de naastgelegen pastorie in Delft naar ontwerp van projectarchitect Eric Vreedenburgh van Archipel Ontwerpers[66] in de periode 2019–2023 getransformeerd tot een plan met zestien woningen[67], gesitueerd aan:

  • Delft (16 woningen): Kappeyne van de Coppellostraat 2A t/m 2E en 6A t/m 6K (2019–2023)

De gerealiseerde woningen in het plan Pastorale zijn aanpasbaar aan toekomstige wensen en behoeften door het gebruik van een autonoom casco. Daarnaast zijn de woningen praktisch energieneutraal opgeleverd.

Kritische terugblik

In het najaar van 1998 blikte Schouten tijdens een radioportret in het NPS-programma Een leven lang[68] vanuit Vlieland terug op zijn leven en werk. Daarin gaf hij te kennen niet altijd tevreden te zijn over het eindresultaat van zijn ontwerpen. In zijn ogen werd er tijdens de bouw nogal eens door (ondeskundige) betrokkenen aan het ontwerp "gerommeld" waardoor een "karikatuur" van zijn ontwerp ontstond.[69] Zo ook bij de realisatie van de Ludgerkerk waarbij voor hem belangrijke elementen werden geschrapt. Hij sloot het interview af met de uitspraak:

De vloer en het plafond in mijn gevoelens liggen verder uit elkaar dan gemiddeld. Dat betekent dat ik me ontzettend diep ellendig en ongelukkig kan voelen, maar aan de andere kant ook enorm blij en heel vrolijk kan zijn. Beide elementen heb ik in me.

Leven en karakter

Overtuigend en inspirerend

Gerard Schouten had een actieve, energieke en zelfs onrustige aard. Een aanwezige persoonlijkheid die zijn overredingskracht gebruikte om anderen in zijn visie, aanpak en ontwerpen mee te nemen, waarbij hij veel over zichzelf en zijn werk sprak. Hij wist dan ook regelmatig de media te vinden om aandacht voor zijn persoonlijke visie te vragen en uiteenlopende bouwprojecten te promoten. Daarnaast wist hij ook mensen te inspireren om met zijn sociologische en holistische ideeën aan de slag te gaan en onbewust mensen aan te sporen om voor bouwkunde te kiezen. Zijn overtuigingskracht kwam ook terug in zijn vriendschappen. Zo was hij goed bevriend met de Nederlandse luchtmachtveteraan Jan Linzel (1915-2019), de die hij had leren kennen op Vlieland, toen Linzel daar kapitein en later majoor was van de Vliehors, de schietbaan van de luchtmacht op het waddeneiland. Na de verhuizing van Linzel naar het zuiden van Ierland, heeft Schouten hem daar regelmatig bezocht. Gedurende de vriendschap heeft Schouten Linzel kunnen overhalen zijn grafrechten over te dragen aan Schouten, zodat hij later op Vlieland zou kunnen worden begraven.

Perfectionistisch

In zijn werk was hij perfectionistisch en had daarom de grootste moeite met aanpassingen op zijn ontwerpen. Enerzijds wilde hij graag dat mensen zelf aan de slag gingen met hun woning — van het indelen naar eigen wens tot aan het zelf bouwen – maar daar had hij veelal zelf ook uitgesproken ideeën over. Zo kwam hij regelmatig in aanvaring met betrokkenen, die de oorspronkelijke ontwerpen wilden aanpassen, zoals het veranderen van beukmaten en aanpassen van dakconstructies. Hij was kritisch op collega-architecten omdat hij vond dat zij zich vooral bezighielden met voornamelijk esthetische aspecten en niet mensgericht genoeg bezig waren. Hij sprak in zijn gehele carrière eigenlijk maar over één inspiratiebron uit zijn vakgebied: de Duits-Amerikaanse architect Ludwig Mies van der Rohe, wiens werk invloed had op de minimalistische kijk van Schouten:

Meer door minder.

Principieel

In het artikel 'Meer door minder' in het meinummer van 1978 van het tijdschrift De Architect zei Gerard Schouten over een eenvoud van de ontwerpen van het Atelier voor Architektuur:

Het is niet toevallig dat je al onze ontwerpen op een bewasemde autoruit kunt tekenen. Daarom worden we ook zo vaak gecopieerd. We zijn de meest gecopieerde architecten in Nederland en we hebben al heel wat processen om auteursrechten gevoerd, ook in het buitenland.

Na de realisatie van de eerste experimentele Teenagerwoningen in Eibergen, meldde aannemer Odink op 6 december 1971 aan de architecten dat hij bij een bezoek aan Marl in Duitsland was gevraagd om voor de bouw van 170 woningen een prijsopgave te maken. Tot zijn verbazing kwamen tijdens de bespreking de plannen van een gekopieerd experimenteel woningtype ter tafel zoals deze in Eibergen waren gerealiseerd.

Alternatief

Schouten had ook enigszins zonderlinge trekken; zo kweekte hij in zijn woning in Eibergen champignons in de vensterbanken, lagen er in de zitkuil klinkers op een zandbed als vloerbedekking en groeide er klimop in de woonkamer.

Gedreven

Gerard Schouten was getrouwd en uit dit huwelijk werden een zoon en een dochter geboren. Hij was op vrij jonge leeftijd gescheiden en leefde sindsdien als vrijgezel, veel tijd en aandacht bestedend aan zijn werk en het bezoeken van projecten door het hele land. Op meerdere plekken bezat hij huizen in eigen projecten die veelal als uitvalsbasis dienden voor zijn werkzaamheden.

In de laatste jaren van zijn leven had hij een relatie met Catharina R. Molenaar. Gerard Schouten overleed onverwacht op 76-jarige leeftijd aan een hartstilstand toen hij in Lievelde op het NS-Station Lichtenvoorde-Groenlo op de trein stond te wachten. Volgens zijn laatste wens is hij op 26 juli 2000 begraven op de Algemene begraafplaats Vlieland.[70] Op zijn rouwkaart staat als het ware in zijn laatste woorden:

Als het eind nadert, laat me bij zee zijn.

Zie ook