Gerrit de Jonge
| Gerrit de Jonge | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsinformatie | ||||
| Geboortedatum | 27 augustus 1927 | |||
| Geboorteplaats | Blokzijl | |||
| Overlijdensdatum | 17 april 2017 | |||
| Overlijdensplaats | Arnhem | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | architect | |||
| Werken | ||||
| Belangrijke projecten | Modelwoning
Teenagerwoning Woondoos Chaletwoning Woonhofje Zilverkamp Piramidewoning Moduul | |||
| ||||
Gerrit de Jonge (Blokzijl, 27 augustus 1927 – Arnhem, 17 april 2017) was een Nederlands architect.[1] Samen met architect Gerard Schouten (1924-2000) was hij binnen het Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge verantwoordelijk voor de ontwerpen van zowel woningen als gebouwen. De Jonge werkte vanuit zijn woning aan de Da Costalaan 2 te Velp en Schouten opereerde vanuit zijn door hem zelf ontworpen woonhuis aan de Lauwersdijk 18 te Lievelde. Beide architecten waren lid van de BNA, de Bond van Nederlandse Architecten. Daarnaast voerden zij ook ook de titel architect VBO, omdat ze beiden de Voortgezette Bouwkunde Opleiding, (later de Academie van Bouwkunst) in Arnhem hadden afgerond. Daarnaast had De Jonge ook zijn hogere beroepsopleiding Weg- en Waterbouw afgerond.
Sterk sociaal bewustzijn
Gerrit de Jonge stond, samen met Gerard Schouten, bekend om zijn onconventionele benadering van bouwen. Vanuit een sterk sociaal bewustzijn zocht hij als architect naar vernieuwing in de woningbouw, waarbij in zijn werk maatschappelijke betrokkenheid, sociaal welzijn en de betaalbaarheid van wonen centraal stonden. Vanuit thema's zoals kleinschaligheid en collectiviteit zorgde hij voor ontwerpen die bewoners ruimte lieten om hun eigen huis zelf in te vullen. Zo was hij samen met Schouten, die hij naar alle waarschijnlijkheid in 1958 had ontmoet tijdens een bezoek aan Expo 58, de wereldtentoonstelling in Brussel, verantwoordelijk voor uiteenlopende experimentele woningbouwprojecten[2], waaronder de Teenagerwoning[3][4] en de Piramidewoning.[5] Hij droeg bij aan projecten waarin milieubewustzijn, circulaire bouwmaterialen, alternatieve energiebronnen en nieuwe typologieën van wonen werden onderzocht, zoals flexibele, modulaire en stapelbare woningbouw in de vorm van de Woondoos.[6]
Opgroeien op de grens van inpoldering
De Jonge werd geboren als zoon van de in Blokzijl geboren Steven de Jonge (1883–1959), slager van beroep[7], en de van Kuinre afkomstige Aaltje Oosting (1889–1969). Hij was het twee-na-jongste kind uit een hervormd[8] gezin van negen kinderen en groeide op in zijn geboorteplaats Blokzijl. Hij ging naar de HBS in Steenwijk. In zijn jeugd raakte hij geïnspireerd door de aanleg van de Noordoostpolder waardoor hij weg- en waterbouw wilde gaan studeren. Doordat er echter geen plaats meer was op de opleiding koos hij voor HTS Bouwkunde in Leeuwarden, waarna hij na afronding ervan zijn studie aan de Academie voor Bouwkunst in Arnhem vervolgde.
Samenwerking met Gerard Schouten
Gerrit de Jonge startte begin jaren zestig zijn samenwerking met Gerard Schouten. De eerste gezamenlijk bekende opdracht van Schouten en De Jonge betrof het ontwerp van een recreatiegebouw en veertig recreatiebungalows met een uitgesproken sociaal karakter op Vlieland. Opdrachtgever was de pas opgerichte Stichting Rekreatiebelangen Vlieland (SRV), die met dit project wilde voorzien in betaalbare verblijfsruimte voor het groeiende aantal kampeerders op het Friese waddeneiland. De ontwerptekening uit juni 1963 is uitgevoerd zonder exacte maatvoering en toont de vier gevelaanzichten en de plattegrond van een vakantiewoning met een oppervlakte van 39,2 m². Enkele jaren later werden binnen het plan Ankerplaats uiteindelijk tien woningen gerealiseerd.[9]
- Oost-Vlieland (10 woningen): Ankerplaats 1, 2 en 7 t/m 14 (oneven en even) (1964–1966). De vakantieverblijven werden door Roordink's Timmerfabriek uit Baak gebouwd. Van de tien oorspronkelijk woningen staan er nog drie overeind onder de tot de verbeelding sprekende namen: Hoogaars (9), Zeevonk (12) en Bakboord (13). Voor de overige zeven huisjes zijn er in de periode tussen 1999 en 2022 nieuw gebouwde woningen in de plaats gekomen.
In de jaren 1986–1987 kregen Schouten en De Jonge opnieuw een opdracht voor het ontwerpen van recreatiewoningen op Vlieland. In de daaropvolgende jaren werden vijftien bungalows gerealiseerd in de Vlielandse duinen. Deze woningen waren bovendien geschikt voor mensen met een beperking.
- Oost-Vlieland (15 woningen): Ankerplaats 17 t/m 31 (oneven en even) (1990). Voor de realisatie zorgde Bouwbedrijf Tj. Dijkstra uit Vlieland. Van de gebouwde huisjes staan er nog: Brigantijn (19), Albatos (20), Jan van Gent (21), Galjoen (23) en Gondel (24) en De Ontdekking van De Hemel (25).
De Ankerplaats omvat tegenwoordig in totaal veertig vakantiehuisjes, geheel in overeenstemming met het oorspronkelijke bestemmingsplan waarvan het idee al in de jaren zestig werd ontwikkeld.
In oktober 1963 ontwierp hij samen met Schouten voor laatstgenoemde een eenvoudig bouwwerk op Vlieland. Volgens de architecten was deze 'bungalow en atelierruimte in de duinpan' niet echt te beschouwen als een huis, maar eerder een verblijfsmogelijkheid waar je de elementen van de natuur sterker zou ondergaan. Het verblijf in de duinen werd door Schouten 'De Hut' genoemd, De Jonge noemde het:
Een ding met een hangslot.
Voor de bouw werd zoveel mogelijk gebruikgemaakt van lokaal juthout en ongezaagde naaldbomen afkomstig van het Waddeneiland. De vierkante stenen kern werd opgetrokken uit een partij afgekeurde, krom gebakken stenen uit Harlingen. De Jonge bezocht het huisje regelmatig samen om daar met Schouten aan opdrachten te werken. Ook vakanties met het gezin werden doorgebracht in De Hut.
- Oost-Vlieland (1 woning): Vliepark 15 (1962–1964)
Modelwoningen voor Eurobouw

Zijn collega Schouten had in 1957 een modelwoning ontworpen voor de E.E.G.-prijsvraag voor seriebouw, en de daaropvolgende jaren werd dit ontwerp door hem verder uitgewerkt voor bouwmaatschappij NV Eurobouw Het Oosten[10]. Deze onderneming, in 1964 opgericht door de aannemers Fokkink en Wenninkmeule uit Borculo en Te Woerd uit Beltrum, zag grote potentie in de vernieuwende woningontwerpen.
Als vroege pionier in de projectontwikkeling kocht Eurobouw voor eigen rekening en risico bouwgrond aan, realiseerde daarop de modelwoningen en verkocht ze vervolgens weer zelfstandig. Eurobouw presenteerde de modelwoning als 'vandaag een woning voor morgen voor de prijs van gisteren'.
Dankzij het uitgekiende ontwerp, de doordachte technische constructie en een bouwmethode die gebruik maakte van schragen in plaats van steigers, kon de woning met een bouwteam van acht vakmensen – een uitvoerder, vijf metselaars en twee timmerlieden – in slechts vier weken in ruwbouw worden opgetrokken. De snelheid was mede te danken aan het gebruik van prefabbouwsystemen, waarmee een voor die tijd moderne, efficiënte en betaalbare woning werd gerealiseerd. Bovendien kwam de woning in aanmerking voor overheidssubsidie, wat haar nog aantrekkelijker maakte voor kopers. Vanuit praktische en organisatorische overwegingen was het tijdens het bouwproces niet mogelijk om individuele wijzigingen aan het ontwerp aan te brengen. In de bloeiperiode van de bouwmaatschappij stonden er zo’n honderd woningen op voorraad, gereed voor realisatie. Hierdoor kon de ontwikkeling en bouw direct van start gaan zodra grond was aangekocht.
De modelwoning was herkenbaar aan het platte dak dak dat was voorzien van enigszins isolerende halmplanken[11] (ecologisch plaatmateriaal met een kern van geperst stro), de carport met aangrenzende berging en de functionele indeling van de begane grond, waarbij de keuken centraal stond in het gezinsleven. Deze stond direct in verbinding met de entree, hal, woonkamer, kinderspeel- of hobbyruimte en berging. Een opvallend detail was het vrijstaande terrazzo-aanrecht dat als keukeneiland fungeerde. Constructief bijzonder waren de exact boven elkaar geplaatste toiletruimten, die als dragende kern dienden voor het daaromheen gebouwde trappenhuis. Op de verdieping bevonden zich drie slaapkamers, elk met toegang tot een overdekt balkon (loggia) over de gehele breedte aan zowel de voor- als achterzijde van de woning.
Vanaf het moment dat Schouten het ontwerp op basis van bewonerservaringen had geoptimaliseerd, nam De Jonge binnen de samenwerking een steeds grotere rol in. Hij was naast Schouten verantwoordelijk voor het verder uittekenen van de woningtypen en voor de situatietekeningen van de verschillende bouwprojecten. Ook architect Jan Koudijs, die in dienst was bij het atelier van Schouten en De Jonge, tekende mee aan het ontwerp van de Modelwoning. In de loop der jaren werden circa 1.600 modelwoningen gerealiseerd, voornamelijk in Oost-Nederland. In sommige gevallen werd de grond aangekocht door de N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, die er vervolgens modelwoningen op liet bouwen. Er verrezen vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde woningen – met zowel platte als puntdaken – in uiteenlopende varianten en op tal van locaties in Nederland waar Gerrit de Jonge aan het merendeel werkte:
- Aalten (12 woningen): Frankenstraat 8 t/m 30 (even) (1966)
- Andelst (17 woningen): Johan Frisostraat 2 t/m 10 (even) (1976) en Willem Alexanderstraat 11 t/m 33 (oneven) (1976) in opdracht van en gebouwd door Aannemingsbedrijf D.H. Peters BV te Bemmel (na overname van Aannemingsbedrijf Arns BV te Zetten).
- Bathmen (54 woningen): Beuginkstraat 13 t/m 19 (oneven) (1969), Omerinkstraat 2 t/m 8 (even) (1969), Polakstraat 26 t/m 40 (even) (1969) in plan West gerealiseerd door NV Eurobouw Het Oosten. Brilmanskamp 1 t/m 7 (oneven) en 2 t/m 26 (even) (1971), Enklaan 16 t/m 22 (even) (1969), Europalaan 2 t/m 12 (even) (1971), Henry Dunantlaan 1 t/m 5 (oneven) en 2 t/m 10 (even) (1971), Noteboomstraat 28 t/m 34 (even) (1971) en Schipbeeksweg 5 t/m 9 (oneven) (1971).
- Beltrum (8 woningen): Hofstraat 13 t/m 15 (oneven) (1966) en Hofstraat 16 t/m 26 (even) (1966)
- Bemmel (26 woningen): Wardstraat 39 t/m 89 (oneven) (1969). Oorspronkelijk zouden hier tien Teenagerwoningen worden gerealiseerd in opdracht van Aannemingsbedrijf D.H. Peters BV te Bemmel. De aannemer bouwde in plaats daarvan zesentwintig Modelwoningen aan deze straat.
- Beuningen (22 woningen): Korte Kar 1 t/m 13 (oneven) (1975) en 2 t/m 18 (even) (1975) en Roskam 1 t/m 11 (oneven) (1975) in opdracht van en gebouwd door Aannemingsbedrijf D.H. Peters BV te Bemmel, allen in plan De Hoeven.
- Borculo (62 woningen): Beethovenstraat 4 t/m 26 (even) (1967), Chopinstraat 1 t/m 23 (oneven) (1967), Eikenlaan 6 t/m 14 (even) (1974) en 16 t/m 38 (even) (1973), Kastanjelaan 2 t/m 32 (even) (1975) en Johan Strausstraat 1 t/m 9 (oneven) (1966)
- Borne (9 woningen): Ooievaarshof 1 t/m 5 (oneven) (1973), 13 t/m 17 (oneven) (1973) en 18 t/m 22 (even) (1973) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in het plan Zenderen.
- Dieren (5 woningen): Beverodelaan 11 (1973) in opdracht van en gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo en 13 t/m 15 (oneven) (1972) in opdracht van Fam. B. Kirchhoff en G. de Jonge (architect zelf) en gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo en Surinkhof 12 en 14 (1972) in opdracht van J.H. Nijhuis en A.R. Bos gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo, allen in in plan Beverode.
- Dinxperlo (10 woningen): Aaldersbeeklaan 64 t/m 70 (even) (1970) en Bernard IJzerdraatstraat 21 t/m 31 (oneven) (1970)
- Doorwerth (2 woningen): W.A. Scholtenlaan 114 (1970) en 136 (1972)
- Emmeloord (12 woningen): Kaspischestraat 2 t/m 14 (even) (1969) en 5 t/m 13 (oneven) (1969)
- Ens (16 woningen): G.J. Gillotstraat 64 t/m 70 (even) (1975), De Singel 1 t/m 6 (oneven en even) (1975) en Tuinrand 1 t/m 6 (oneven en even) (1975)
- Enschede (86 woningen): Atletenstraat 61 t/m 83 (oneven) (1970) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum, Brucknerlaan 1 t/m 3 (oneven) (1969) en 2 t/m 14 (even) (1969) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in uitbreidingsplan Bolhaar Noord, Horstlindelaan 4 t/m 34 (even) (1967), 23 t/m 25 (oneven) (1973), 29 (1969) en 36 t/m 74 (even) (1968) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in uitbreidingsplan Bolhaar Noord en Offenbachlaan 1 t/m 7 (oneven), 2 t/m 14 (even) en 19 (1969) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum in uitbreidingsplan Bolhaar Noord en Spartastraat 42 en 44 (even) (1970), 67 t/m 89 (oneven) (1970) in opdracht van Stichting Woningbouw Enschede 1959. Buro voor Architektuur en Bouwcoördinatie G. Dragt BV uit Hengelo tekende na de bouw van de Modelwoningen de kappen voor een aantal woningen, tot ongenoegen van Schouten. Volgens hem werd met het toevoegen van puntdaken aan zijn ontwerp met platte daken het straatbeeld geweld aangedaan.
- Epse (16 woningen): Het Wansink 19 t/m 34 (even en oneven) (1968) in opdracht van en gebouwd door NV Eurobouw Het Oosten te Beltrum
- Gendt (18 woningen): Langstraat 41 t/m 57 (oneven) (1969), Thorbeckeplein 2 t/m 8 (even) (1969) en Sint Maartenstraat 36 t/m 38 (even) (1969) en 37 t/m 43 (oneven) (1969)
- Groenlo (3 woningen): Oranjestraat 13 t/m 17 (oneven) (1978)
- 's-Heerenberg (8 woningen): Tugerallee 2 t/m 16 (even) (1972)
- Hengelo (22 woningen): Nico Maasstraat 10 t/m 52 (even) (1976)
- Lichtenvoorde (78 woningen): Bachstraat 14 t/m 24 (even) (1966), Bentinckstraat 33 t/m 41 (oneven) (1966), Chopinstraat 13 t/m 23 (oneven) (1966) en 14 t/m 22 (even) (1966), Frans ten Boschstraat 13 t/m 27 (oneven) (1970), Händelstraat 1 t/m 7 (oneven) (1974) en 2 t/m 10 (even) (1973), Herman van Halterenstraat 2 t/m 12 (even) (1973), Hillenstraat 1 t/m 11 (oneven) (1973), 2 t/m 16 (even) (1970), Ludgerstraat 21 t/m 27 (oneven) (1975), Martin Leliveltstraat 20 t/m 28 (even) (1970) en Tongerlosestraat 1, 1A, 3, 3A, 5, 5A, 7, 7A, 14 t/m 16 (even) (1975)
- Lochem (36 woningen): Prins Clauslaan 10 t/m 32 (even) (1972), Prins Frisolaan 14 t/m 20 (even) (1972) en Prins Willem-Alexanderlaan 1 t/m 39 (oneven) (1972)
- Oldenzaal (22 woningen): Alleeweg 25 (1969) en 29 t/m 41 (oneven) (1969) en Buiten Sociëteitstraat 1 t/m 11 (oneven) (1969) en 2 t/m 16 (1969)
- Rijssen (20 woningen): Van Broekhuizenstraat 11 t/m 35 (oneven) (1973), Leemstraat 3 t/m 5 (oneven) (1971) en Nieuwlandweg 56 t/m 64 (even) (1973)
- Ruurlo (12 woningen): Buisterplein 1 t/m 23 (oneven) (1971) en 2 t/m 20 (even) (1971) in opdracht van Europrovema NV te Hengelo, gebouwd door Fa. Gebr. Kock Aannemingsbedrijf te Ruurlo in uitbreidingsplan Garvelinkkamp.
- Twello (50 woningen): Abraham Crijnssenstraat 13 t/m 27 (oneven) (1968), Kortenaerstraat 1 t/m 7 (oneven) (1968), Maarten Tromplaan 49 t/m 55 (oneven) (1971), Van Hogendorpstraat 2 t/m 24 (even) (1971), Wassenaaer-Obdamstraat 2 t/m 16 (even) (1970) en Witte de Withstraat 26 t/m 48 (even) (1968), 44A en 44B (1968)
- Velp (4 woningen): Gruttostraat 2A, 4 t/m 8 (even) (1966) in opdracht van B.H. Boland, K. Eijkelenboom, C. Kaiser en E. Padding.
- Vriezenveen (51 woningen): De Graspieper 1 t/m 11 (oneven) (1975), De Tapuit 2 t/m 8 (even) (1974) en De Wulp 1 t/m 81 (oneven) (1973) in opdracht van EWB (Eigen Woningbezit Borne) te Borne en gebouwd door aannemer Fa. J. Groothuis en Zonen BV te Harbrinkhoek in uitbreidingsplan Westerweilanden.
- Warnsveld (12 woningen): Het Eiland 49 t/m 63 (oneven) (1977) en De Gaikhorst 38 t/m 44 (even) (1977) in opdracht van en gebouwd door Eurobouw NV te Beltrum.
- Weurt (44 woningen): Eisenhowerlaan 1 t/m 11 (oneven) (1970) en 2 t/m 12 (even) (1970), Laan 1945 13 t/m 47 (oneven) (1970), Montgomerylaanlaan 1 t/m 11 (oneven) (1970) en 2 t/m 8 (even) (1970) en Postkantoorstraat 8 t/m 10 (even) (1965)
- Wezep (6 woningen): Goudenregenstraat 17 t/m 19 (oneven) (1973) en Oude Wapenveldseweg 21 t/m 27 (oneven) (1973)
- Winterswijk (61 woningen): Berberislaan 2 t/m 100 (even) (1973), Pasbree 75 t/m 83 (oneven) (1978) en 78 t/m 88 (even) (1978)
Bewonersparticipatie in Winterswijk
In 1973 ontwikkelden Jan Koudijs, afgestudeerd architect aan de IVA (Instituut voor Architectuur) in Utrecht, en André Huitink, destijds student aan de Technische Hogeschool Delft (nu TU Delft), beiden werkzaam bij het atelier van Schouten en De Jonge, een planologische opzet voor de wijk Pelkwijk[12] in Winterswijk die bijzondere kansen bood. De manier waarop de woningen waren gesitueerd, had hofjes doen ontstaan die zich uitstekend leenden voor een gezamenlijke inrichting van tuinen en openbare ruimte. Zij Samen met bewoners en een hovenier werden de binnenpleintjes vergroend, wat niet alleen zorgde voor meer intimiteit, maar ook voor een hechter en levendiger buurtleven.
Bloemkoolwijk De Pas: uitgesproken individueel gesitueerde woningen
De woningen aan de Pasbree in de wijk De Pas[13] in Winterswijk maakten deel uit van het bestemmingsplan De Pas, een van de eerste bloemkoolwijken die in Nederland zijn gerealiseerd. Kenmerkend is dat de door Schouten en De Jonge ontworpen woningen niet als een aaneengesloten bouwblok zijn opgezet, maar onderling sterk verspringen in de rooilijn, waarbij gebruik is gemaakt van de glooiing van het bouwterrein. Deze opzet heeft geresulteerd in een afwisselend en kleinschalig straatbeeld. Tussen 2019 en 2024 is, in het kader van een integrale gebiedsontwikkeling en in samenspraak met bewoners, de openbare ruimte in de wijk volledig opnieuw ingericht.[14].

Daarnaast hebben Schouten en De Jonge op basis van gelijkwaardige principes ook nog een ontwerp gemaakt voor een gelijkvloerse, levensloopbestendige Variant Bungalow, waarvan er zo'n 100 exemplaren door Eurobouw zijn gebouwd. Aan het ontwerp tekende ook architect Jan Koudijs mee. De woningen staan onder andere in:
- Barchem (6 woningen): Ruurloseweg 7 t/m 17 (oneven) (1968)
- Bathmen (3 woningen): Banekateweg 2 t/m 6 (oneven) (1969)
- Dinxperlo (10 woningen): Aaldersbeeklaan 101 t/m 119 (oneven) (1975)
- Enschede (8 woningen): Rekkenbrink 77 t/m 91 (oneven) (1968) in opdracht van NV Aannemingsbedrijf P. Ebbinge te Enschede.
- Haaksbergen (17 woningen): De Els 1 t/m 15 (oneven), 51 en 53 (1972) en Wiedenbroeksingel 73 t/m 87 (oneven) (1974)

Door Schouten en De Jonge werd ook een zogeheten Bejaarden Bungalow ontworpen.
Naast de samenwerking met Schouten ontwierp De Jonge ook zelfstandig woningen zoals een bungalow in Blokzijl:
- Blokzijl (1 woning): Beatrixstraat 9 (1966) in opdracht van J. Klinkert uit Hengelo
Op sociologie geïnspireerde ontwerpfilosofie
Hans Paul Bahdrt: levensbehoeften van de wonende mens
De Duitse socioloog Hans Paul Bahrdt (1918-1994) publiceerde in 1968 het boek Humaner Städtebau, dat in 1972 verscheen in het Nederlands onder de titel Een leefbare stad. Volgens Bahrdt diende een architect om in aanmerking te komen voor het predicaat 'humane' woningbouw volledig rekening houden met de werkelijke levensbehoeften van de wonende mens. Om dit te bereiken diende een woning van binnen naar buiten te worden ontworpen. Het totale exterieur van de woning zou daarmee een logisch voortvloeisel zijn van wat er binnen aan ruimten voor de individuele bewoner(s) noodzakelijk was. Een ander belangrijk uitgangspunt in de sociologische ideeën van Bahrdt was dat respectievelijke woonfuncties met elkaar in harmonie dienden te zijn.
Gelijke denkers in de architectuur
Stedebouwkundige Reinder Blijstra (1901–1975) had zich als bekend architectuurcriticus al eens duidelijk uitgesproken over deze ontwerpfilofosie: "Een architect die het binnen niet kan maken, die niet van binnen uitgaat, is geen architect." Ook Rijksbouwmeester en architect Wim Quist (1930–2022) had een gelijke visie op woningbouw: "Het object moet zelf zijn functioneren duidelijk maken."[15] Volgens psycholoog Johannes Linschoten (1925-1964) was wonen het bespelen van de grens tussen binnen en buiten: "Ons leven speelt zich af als een wisselwerking tussen buiten en binnen, uit en thuis, het andere en het eigene, openbaar en privé. Wonen is het bespelen van deze grens." De verbinding tussen binnen en buiten is ook wat architect Aldo van Eyck (1918-1999) motiveerde. In Van Eycks visie liggen het private en het collectieve in elkaars verlengde.
Cees Saal: sociologisch klankbord
Het architectenduo onderhield een goede relatie met hoogleraar gezins- en woonsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, Cornelis Dirk (Cees) Saal (1917–1986), wiens vader architect van de Amsterdamse School was. In 1978 werden in Winsum de door Schouten en de Jonge ontworpen Teenagerwoningen en Chaletwoningen gebouwd. Saal en zijn echtgenote namen daar hun intrek in een Teenagerwoning. Saal schreef enkele jaren later het voorwoord in het boek van De Jonge's compagnon Schouten Over bouwen gesproken dat in 1982 zou verschijnen. Kort na zijn emiraat in 1984 overleed Saal geheel onverwacht[16]. Na zijn overlijden bleef blijf zijn vrouw, kinderboekenschrijfster, socioloog en oprichter van museum het KinderBoekenHuis in Winsum, Toos Zuurveen (1934–2004) tot haar overlijden in het huis aan de Hamrik 41 wonen. Zuurveen zou bij de oprichting op 21 november 1995 bestuurslid worden van de door zijn compagnon Schouten opgerichte Stichting Heelweg.
Ontwerpsignatuur
Handelsmerk: Overgang van buiten naar binnen en andersom
Ongetwijfeld hebben deze voorgenoemde zienswijzen invloed gehad op de ontwerpopvattingen van Schouten en De Jonge. Het idee van een overgangszone tussen buiten en binnen is immers terug te zien in twee belangrijke aspecten van hun ontwerpen. Enerzijds een carport als overdekte toegang tot de woning waardoor er een geleidelijke overgang ontstaat tussen de openbare en private sfeer. En anderzijds door zowel aan de voor- als achterzijde van de woning de raampartijen terug te leggen zodat een inpandig balkon of loggia ontstaat. In verreweg de meeste ontwerpen zijn deze elementen terug te vinden, die als het ware hun handelsmerk zijn geworden.
Zwart-wit visie
In hun ontwerpen speelde ook het het kleurgebruik een belangrijke en weloverwogen rol: zwart voor het houtwerk en wit voor het metselwerk, zowel buiten als binnen. Daarmee boden de architecten de toekomstige bewoners alle vrijheid eigen kleuren bij de inrichting van hun huis toe te passen. Veel van hun ontwerpen werden uitgevoerd in een witte kalkzandsteenklinker, de Gevo-breuksteen van Kalkzandsteenfabriek Vogelenzang te Rhenen of er werd gekozen voor de hardere, lichtgrijze MBI-betonsteen van Van der Meijden Beton Industrie te Raalte. De dakbedekking bestond veelal uit olifantgrijze Eternit[17] Gallia golfplaten uit Goor en in zwarte Sadolin[18] beits gedompelde plafondbalken voorzien van decoratief geperst riet van NV Bouwplatenfabriek Nopriet[19] te Vollenhove.
Geïntegreerde keuken
In de woningarchitectuur van de Schouten en De Jonge had de gebruikelijke afgesloten werkkeuken plaatsgemaakt voor een open leefkeuken die volledig was geïntegreerd in het woon-/eetgedeelte, waardoor de keuken in nagenoeg alle woningplattegronden van het architectenduo tot het middelpunt van het huiselijke gebeuren was geworden.
Meer door minder
Schouten en De Jonge kozen binnen hun samenwerking voor natuurlijke materialen zoals kalkzandsteen, hout en riet, ook om te bewijzen dat met eenvoudige en goedkope materialen fijne en solide combinaties mogelijk waren. Het uitgangspunt voor hun werk formuleerden zij, met dank aan Mies van der Rohe's 'Less is more' als 'Meer door minder'[20].
Betaalbare seriebouw
Schouten en De Jonge streefden in hun werk naar het ontwerpen van betaalbare woningen. Hun ogen waren daarmee gericht op de sociale woningbouw, waaronder destijds woningwetbouw maar ook premiehuur- en premiekoopwoningen vielen. Ze hadden zich toegelegd op de ontwikkeling van woningtypen die zowel in vrijstaande, half vrijstaande of geschakelde vorm in seriebouw konden worden gerealiseerd. Door de woningen in een plan op een verspringende rooilijn te plaatsen werd een speels straatbeeld gerealiseerd. Vanwege de betaalbaarheid werd voor de bouw van de woningen een zo sober mogelijk bestek aangehouden en werden qua afbouw stucwerk en plintwerk achterwege gelaten.
Pionierend in de experimentele woningbouw
Gerrit de Jonge geldt evenals zijn collega Gerard Schouten als een van de pioniers in experimentele woningbouw. In de tweede helft van de jaren zestig ontwierpen Gerrit de Jonge en zijn collega Gerard Schouten gezamenlijk al experimentele patio-bungalows. Deze werden in 1970 als eerste geprediceerde plan in Nederland gerealiseerd aan de Beltrumseweg in Eibergen (EX 69-028), uitgevoerd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink uit Eibergen (in 1970 overgenomen door Van Wijnen NV[21]). Daarmee gaven zij concreet vorm aan de toekomstplannen die toenmalig minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Wim Schut (1920–2006) had aangekondigd. Tijdens de officiële opening van de woningen in Eibergen sprak dr. Saal, lector gezinssociologie aan de Groningse universiteit, zijn waardering uit voor de twee architecten. Zij hadden bewust willen breken met het gangbare woningtype en waren afgeweken van de gewoonte om een huis te ontwerpen zonder toekomstige bewoners te raadplegen. Burgemeester Frans Hermsen (1926–2003) van Eibergen vulde aan dat stedenbouwkundigen vaker met elkaar om de tafel zouden moeten gaan om experimentele woningbouw meer ruimte te geven, zodat dit soort woningen beter tot hun recht zouden komen. Ook minister Hans Gruijters bracht destijds, samen met architecten Schouten en De Jonge, een bezoek aan deze eerste experimentele woningen in de Achterhoek.
- Eibergen: Beltrumseweg 48 t/m 56 (even) (1970) gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen
Experimentele 'Teenagerwoningen'

De experimentele geschakelde patio-bungalows, de zogenoemde Teenagerwoning, werden met beperkte middelen gebouwd, maar stegen in de loop der jaren aanzienlijk in waarde. Het ontwerp was gebaseerd op de principes privacy, spel, variatie, creativiteit, ruimte en beslotenheid.
Met deze woonvorm speelden Schouten en De Jonge in op de afnemende gezinsgrootte en de veranderende leefstijl van bewoners. De woningen met een flauw hellend lessenaarsdak waren vooruitstrevend voor hun tijd en boden onder meer een zitkuil, een open keuken in de woonkamer, een insteekverdieping (entresol) met loggia, een patiotuin met waterput voor regenwateropvang en een carport.
Kenmerkend was daarnaast de ‘expansieruimte’, die de bewoner vrijheid gaf om deze naar eigen inzicht vorm te geven. Dit levensloopbestendige woonconcept van Schouten vond in de jaren zeventig, tachtig en negentig navolging in diverse projecten verspreid over Nederland. Daarbij werd regelmatig gebruikgemaakt van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO)[22], waarbij bewoners zelf het initiatief namen voor de realisatie.
Architectuurjournalist Wim J. van Heuvel (1935–2004) schreef in 1976 in de publicatie Experimentele Woningbouw over de Teenagerwoning het volgende:
Door het onderling verschuiven van de twee beuken waaruit de plattegrond is samengesteld, ontstaat aan de voorzijde een carport, tevens ingangspartij, en aan de achterzijde een besloten tuin waaraan twee of meer vertrekken zijn gelegen.
Deze opzet maakte het mogelijk om, zodra de woningen in groepsvervand werden gebouwd, door diverse situeringen allerlei variaties te creëren.
'Teenagerwoningen' door het hele land

Dit type experimentele patio-bungalows verschenen na Eibergen in met name bloemkoolwijken door heel Nederland. Ze zijn gerealiseerd in de volgende plaatsen:
- Bilthoven (25 woningen): Berlagelaan 93 t/m 141 (oneven) (1972) in opdracht van en gebouwd door Bouwbedrijf De Jong NV uit Bilthoven in de eerste fase Waterigeweg in nieuwbouwwijk De Leyen.
- Eemnes (7 woningen): Rietgors 1 t/m 15 (oneven) (1975) in opdracht van en gebouwd door Bouw- en Aannemingsbedrijf Heilijgers BV te Amersfoort in het 2e deelplan in Noordbuurt.
- Enschede (5 woningen): Mozartlaan 180 (1970), 182 t/m 186 (even) (1971) en 188 (1973) in opdracht van en gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen.
- Etten-Leur (12 woningen): Gitaarhof 1 t/m 7 (oneven) (1977) in opdracht van de particuliere initiatiefnemers J. Hupkes, W. Kamp, H. Nonner en A. Vonk, gebouwd door Aannemersbedrijf Van Herwijnen uit Dordrecht (nadat Aannemingsbedrijf P.J. Mathijsen uit Etten-Leur van de bouw had afgezien gezien het experimentele karakter van de woningen) in bestemmingsplan Grauwe Polder II. De bouwdirectie was in handen van D. E. Ubbink en J. Opdam, die als bewoners in Papendrecht ook de bouwdirectie van de Teenagerwoningen hadden gevoerd.
- Huizen (25 woningen): Gemeenlandslaan 57 t/m 71 (oneven) (1973), Stuurboord 73 t/m 81 (oneven) (1973) en Treiler 2 t/m 24 (even) (1973) in opdracht van en gebouwd door Bouwbedrijf Vreeswijk - Koebrugge te Huizen.
- Joure (6 woningen): Zuiderveldplantsoen 9 t/m 19 (oneven) (1971) in opdracht van en gebouwd door Bouwbedrijf M. de Vries uit Joure.
- Leerdam (19 woningen): Buizerdstraat 2 t/m 6 en 10 t/m 14 (even) (1976), Sperwerlaan 18 t/m 22 (even) (1976) en Velduilstraat 1 t/m 7 (oneven) (1976) in opdracht van Hawass BV te Maartensdijk, waarvan het bouwplan worden afgebouwd door een nieuw op te richten besloten vennootschap waarin Projektontwikkelingsmaatschappij Steeds BV en Aannemingsbedrijf H.J. Jurriëns BV te Utrecht deelnemen. Daarnaast zijn er aan Valkhof 1 t/m 4 (oneven en even) (1977) en Buizerdstraat 5 t/m 7 (oneven) (1977) in opdracht van Steeds BV eveneens experimentele Teenagerwoningen in het bestemmingsplan Leerdam-Noord I gerealiseerd.
- Leusden (20 woningen): Walstro 30 t/m 68 (even) (1975) in het plan De Wetering in opdracht van en gebouwd door Bouw- en Aannemingsbedrijf J. Bloemendal BV te Leusden.
- Papendrecht (26 woningen): Tinbergenplantsoen 1 t/m 17 (oneven en even) (1975) en 19 t/m 26 (oneven en even) (1975)
- Streefkerk (39 woningen): Burgemeester Dekkingstraat 24 t/m 36 (even) (1978), Dreef 13 t/m 29 (oneven) (1973), Dreefstraat 1 t/m 13 (oneven) (1973) en Zwanenvliet 6 t/m 36 (even) (1973) in opdracht van Projektontwikkelinsgmaatschappij voor experimentele architektuur Projekta NV te Utrecht.
- Tholen (5 woningen): Ten Ankerweg 41 t/m 49 (oneven) (1973) in opdracht van de particuliere initiatiefnemers F. Tielens, W. Heybroek, C. Zuidweg, P. Blom en J. Hilbron gebouwd door Bouwbedrijf M.E. Feleus te Sint Philipsland. De seriematige opbouw van de woningen is getekend door Architektenburo Boelhouwers te Tholen.
- Voorschoten (5 woningen): Van Hamellaan 20 t/m 28 (even) (1970). De woningen in partieel bestemmingsplan Boschgeest zijn gebouwd door bouwbedrijf Delf- en Schieland te Vlaardingen in opdracht van grondeigenaar Stichting Bevordering Eigen-Woningbezit te 's-Gravenhage uit naam van gemachtige H.A.C. (Henk) de Heer die in samenwerking met Schouten en De Jonge eveneens als bouwkundige betrokken was bij de realisatie van de woningen. In 1981 tekende architect de Heer tevens de dakopbouw voor huisnummers 26 en 28.
- Vriezenveen (15 woningen): De Taling 2 t/m 22 (even) (1978) en De Grutto 40 (1978) en 42 t/m 46 (even) (1979)
- Winsum (21 woningen): Hamrik 21 t/m 29 (oneven) (1978), 31 t/m 49 (oneven) (1978) en 65 t/m 71 (oneven) (1978) en Tichelwerk 3 t/m 5 (oneven) (1978)
- Zutphen (28 woningen): Weerdslag 54 t/m 57 (even en oneven) (1976), 74 t/m 83 (even en oneven) (1976), 120 t/m 128 (even en oneven) (1976) en 165 t/m 167 (oneven en even) (1976) in opdracht van Van Wijnen Projektontwikkeling BV in Dordrecht en gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen in plan Het Weerdslag.
Ze zijn een aan de voorzijde van de woning geknikte kap, als zogeheten experimentele Variantbungalow, eveneens gerealiseerd aan de:
- Almere (9 woningen): Rozenwerf 62 t/m 78 (even) (1977)
- Leersum (12 woningen): Dekkersbos 5 (1972), 6 (1981), 7 (1974) en 8 (1973), 17 t/m 20 (oneven en even) (1979) en 29 t/m 32 (oneven en even) (1979) in opdracht van BV Maatschappij voor Projectontwikkeling EMPEO te Utrecht namens Bredero Vast Goed NV en onder leiding van projectleider A. Blaak gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen
- Leusden (6 woningen): Esdoornhof 22 t/m 32 (even) (1973) in opdracht van Maatschappij voor research en ontwikkeling Projekt Promotion BV in samenwerking met S.S.N. Bouwmaatschappij Noordzij BV te Schiedam en Bouw- en Aannemingsmaatschappij Heilijgers BV uit Amersfoort
- Velp (36 woningen): Aalscholversingel 1 t/m 29 (oneven) en Karekietstraat 2 t/m 30 (even) en 31 t/m 41 (oneven) (1973) gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen in opdracht van BV Maatschappij voor Projectontwikkeling EMPEO te Utrecht namens Bredero Vast Goed NV onder de projectleiding van Ruud de Clercq, die later directeur zou worden van attractieparken Efteling, Dolfinarium en Avonturenpark Hellendoorn. In nauwe samenwerking met Schouten en De Jonge richtte interieurontwerper Elisabeth de Lestrieux een modelwoning in aan de Karekietstraat 41. Voor het interieur werd uitsluitend gebruikgemaakt van werk van Nederlandse meubel- en stoffabrikanten als Pastoe, Artifort en Ploeg. De stijlvol vormgegeven woning kreeg ruime aandacht in het tijdschrift Avenue, dat het huis in de uitgave van augustus 1972 portretteerde onder de titel Made in Holland.
In totaal zijn er dus voor zover bekend – met enige variatie – 321 experimentele patiowoningen naar het ontwerp van Schouten en De Jonge in ons land gebouwd. In de volksmond werden de woningen vanwege hun opvallende vorm al snel 'kippenhokken' (in Eibergen) of 'van hondenhok tot konijnenhok' (in Bilthoven) genoemd.
Look-a-likes van de Teenagerwoning
In Nederland zijn woningen gebouwd die sterk overeenkomen met de zogenoemde Teenagerwoning van Schouten en De Jonge. Hoewel een ontwerp van een architect in principe auteursrechtelijk beschermd is, is de grens tussen inspiratie en inbreuk in de praktijk vaak diffuus. Architectuur bouwt immers voort op bestaande typologieën, technische vereisten en regelgeving, waardoor ontwerpen al snel overeenkomsten vertonen. Daarnaast wordt een gebouw altijd gerealiseerd binnen praktische en functionele kaders, wat de creatieve vrijheid in zekere mate begrenst. Hierdoor is het nogal eens lastig vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een ongeoorloofde kopie, of juist van een zelfstandige uitwerking binnen vergelijkbare randvoorwaarden.
Quirijnstok in Tilburg
Dat geldt ook voor de woningen in het uitbreidingsplan Quirijnstok in Tilburg. Deze woningen, waarbij de kenmerkende balkons aan voor- en achterzijde ontbraken en vervangen zijn door een gemetselde gevel, zijn uitgevoerd als vrijstaand geschakelde woningen en twee-onder-een-kapwoningen. De bouw vond plaats in opdracht van Bouwbank Stok NV te Tilburg, met J.L. van Oers Architektuur en Stedebouw uit Tilburg als betrokken bureau. Opvallende overeenkomsten met het experimentele ontwerp van Schouten en De Jonge zijn niet alleen het schuine lessenaarsdak en het metselwerk in MBI-betonsteen, maar ook de plattegrond en afwerking van de woningen. Zo beschikt het woongedeelte over een hoog balkenplafond bekleed met nopriet, is er een dieper liggende zitkuil met laag balkenplafond, en bevindt zich daarboven een insteekverdieping. Verder zijn aanwezig een ‘inpandige’ carport, een achterliggende expansieruimte en een besloten patiotuin. Samengevat lijken het ontwerp van de Tilburgse architect en het oorspronkelijke werk van zijn Gelderse vakgenoten sterk op elkaar.
- Tilburg (30 woningen): Brittendreef 8 t/m 34 (even) (1973), Purcelldreef 2 t/m 28 (even) (1973) en Sullivandreef 71 en 73 (1973)
Plan Raam te Uden
In Noord-Brabant zijn verschillende woningen te vinden waarbij het twijfelachtig is of architecten Schouten en De Jonge bij de uitvoering betrokken zijn geweest. Zo werden in het plan Raam in Uden negentien patiowoningen gebouwd door Aannemersbedrijf Muller uit Heesch, in opdracht van De Waal NV te Utrecht (later opgegaan in de Koninklijke BAM Groep). Op de bouwaanvraag, de bouwtekeningen en de situatietekening staat Architektenburo F.M.I. van Oers uit Waalwijk als architect vermeld. Toch vertonen deze woningen opvallende overeenkomsten met de experimentele Teenagerwoning van Schouten en De Jonge, zowel in de indeling als in de materialisering. Deze overeenkomsten wekken de indruk dat er mogelijk sprake is geweest van een inbreuk op het auteursrecht.
- Uden (19 woningen): Meerhoek 402 t/m 420 (even) (1973) en 617 t/m 633 (oneven) (1973)
Kopieën door West-Brabant
Ook in West-Brabant zijn circa vijftien kopieën gerealiseerd. Civiel bouwkundig ingenieur Piet van Yperen uit Bavel, die eerder betrokken was bij de aanleg van de IJ-tunnel, raakte bekend met de Teenagerwoningen aan de Gitaarhof (1977) in Etten-Leur en was, naar eigen zeggen, gecharmeerd van het woningconcept. Zonder medeweten van architecten Schouten en De Jonge nam hij vervolgens, in zijn hoedanigheid van landmeter en docent informatica, de bouwaanvraag, het technische tekenwerk en het opstellen van het bestek op zich voor twee twee-onder-een-kapwoningen in het plan Bunder II in Bavel. Daarbij bracht hij wijzigingen aan in de constructie en isolatie. De uitvoering lag bij aannemer C. van Dongen uit Oosterhout. Na de oplevering van deze twee woningen aan de Margarethastraat in Bavel betrok Van Yperen zelf een van de woningen. Een jaar later volgde, onder zijn leiding — inmiddels trad hij op als architect — de bouw van vier identieke woningen aan de Pater Verschurenstraat in Bavel, in opdracht van J.J.W. en J. van Kuyk. In 1990 werd dit herhaald met de realisatie van een vrijstaande woning aan de Lindestraat in Made, in opdracht van H. Bolluyt te Made. Enkele jaren later werden in het plan Groot Sander in Etten-Leur, in opdracht van de particuliere initiatiefnemers W. Eggenkamp, C. Hylkema, P. Reynaars, E. Reynaars, J.L.M. Quaijtaal, Th. Quaijtaal, D. Hopstaken en M. v.d. Stap, opnieuw acht woningen gerealiseerd. Ook bij dit project werd het tekenwerk verzorgd door Piet van Yperen uit Bavel. De bouw was in handen van Bouwbedrijf Maas-Jacobs BV uit Zundert.
- Bavel (2 woningen): Margarethastraat 2 en 4 (even) (1986)
- Bavel (4 woningen): Pater Verschurenstraat 2 t/m 8 (even) (1987) )
- Made (1 woning): Lindestraat 46 (even) (1990)
- Etten-Leur (8 woningen): Schimmelpennincklaan 64 t/m 78 (even) (1993)
Bestemmingsplan Loonsebaan-Oost in Vught
In februari 1970 schetsten Schouten en De Jonge een ontwerp voor een deel van het bestemmingsplan Loonsebaan-Oost in Vught. Het ging om het bosrijke gebied dat wordt omsloten door de Loonsebaan, Zonneweilaan, Lekkerbeetjenlaan en de Bréautélaan. Pas in 1978 werd het bestemmingsplan uiteindelijk goedgekeurd. Het ontwerp van Schouten en De Jonge is daarbij echter niet overgenomen.
Woondoos: Voorloper in flexibele woningbouw
Begin jaren zeventig traden Schouten en De Jonge regelmatig naar buiten in de dagbladen met hun kritiek op de manier waarop er in die tijd werd gebouwd. Zij wezen op de economische én sociale consequenties van de woningbouwpraktijk. Met hun conceptuele Woondoos[6] uit 1970 introduceerden zij een alternatief: stapelbare woonvormen die betaalbare huisvesting konden bieden aan vrijgezellen, studenten en gastarbeiders. Daarmee wilden zij de steeds duurder wordende woningmarkt doorbreken en inspelen op de veranderende samenstelling van de samenleving. Hoewel het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) hun voorstel destijds naast zich neerlegde, waren de ideeën van het architectenduo hun tijd ver vooruit. Pas een halve eeuw later kreeg de modulaire en flexibele woningbouw daadwerkelijk vorm.[23]
Ringenplan in blokstructuur
Het Ringenplan van Gendt werd in 1970 ontworpen door Schouten en De Jonge. Het voorzag in split-level woningen die in cirkels waren geplaatst rond beschutte binnengebieden. Deze binnengebieden waren verbonden met gezamenlijke binnen- en buitenruimten. Het plan vormde de basis voor sociale woningbouw op meerdere locaties in Nederland. Het werd echter niet in ringvorm uitgevoerd, maar "helaas" in de meer gangbare blokstructuur.
Split-level drive-in woningen
- Epe (49 woningen): De Leegte 39 t/m 75 (oneven) (1973) en Midachten 1 t/m 59 (oneven) (1973) in het plan Hogeweerd in opdracht van en gebouwd door Reinbouwgroep NV te Dieren. Aan dit project werd meegetekend door architect Edy Kwak, die freelance voor het atelier van Schouten en De Jonge werkte.
- Giesbeek (63 woningen): Dahliastraat 2 t/m 18 (even) (1972) en 20 t/m 24 (even) (1972), Prinses Beatrixplein 2 t/m 64 (even) (1973), Prins Clauslaan 26 t/m 42 (even) (1973) en Weth J Teeringstraat 1 t/m 19 (oneven) (1972)
- Maarssen (26 woningen): Jacob van Heemskerklaan 2 t/m 52 (even) (1973)
- Vaassen (30 woningen): Ligusterstraat 2 t/m 14 (even) (1970) en Vuurdoornstraat 12 t/m 20 (even) (1974), 72 t/m 78 (even) (1974), 146 t/m 152 (even) (1974), 200 t/m 208 (even) (1974) en 238 t/m 246 (even) (1974)
- Velp (48 woningen): Fuutstraat 2 t/m 32 (even) (1973), Lepelaarstraat 6 t/m 20 (even) (1973), Meerkoetstraat 6 t/m 30 (even) (1973) en President Kennedylaan 305 t/m 325 (oneven) (1973) in opdracht van BV Maatschappij voor Projectontwikkeling EMPEO te Utrecht namens Bredero Vast Goed NV en gebouwd door Bouwbedrijf Schutte en Oolhorst NV te Ambt-Delden, waarbij de projectleiding evenals de Teenagerwoningen in Velp in handen was van Ruud de Clercq.
Ontwerpen vanuit wezenlijke behoeften
In 1970–1971 begonnen Schouten en De Jonge in de bossen bij het zwembad De Looërmark in Recreatiecentrum Loo in Bathmen met de bouw van twee geschakelde proefwoningen[24] waarvoor als één recreatiewoning een bouwvergunning was verleend. Hun doel was om in de praktijk te ervaren én te laten zien aan welke essentiële eisen een woning moest voldoen. De bouw werd uitgevoerd als stageopdracht door twee architectuurstudenten, André Huitink en Raymond Driessen (die eind jaren 80 de internationale luchthaven van Malta ontwierp[25]), die korte tijd zelf in de woningen hebben gewoond. De twee huisjes belichaamden precies waar Schouten en De Jonge steeds naar streefden: teruggaan naar de oorsprong, werken met natuurlijke materialen en de kunst van het weglaten toepassen. Net als bij de Teenagerwoning kregen de ontwerpen een carport, zitkuil, entresol en een centraal geplaatste open keuken. In het hart van de woningen stond een vaste kern, geïnspireerd op de Modelwoning. Deze kern bood op het laagste niveau (zitkuil) een aansluiting voor de kachelafvoer, bevatte op het middenniveau (keuken/eetgedeelte) een toilet en herbergde op het hoogste niveau (entresol) een wasgelegenheid. Met deze twee compacte huisjes bewezen ze dat je met minimale afmetingen en eenvoudige materialen toch volledig kunt voorzien in de wezenlijke behoeften van bewoners, geheel volgens hun visie: meer door minder.
- Bathmen (1 dubbelwoning): Looërmark 42 (1974)
Recreatiewoningen voor Buiten-Stee
In 1972 ontwierp het architectenkoppel recreatiewoningen in opdracht van Buiten-Stee NV in Hoevelaken bedoeld voor een project in de provincie Noord-Holland. Buiten-Stee was in 1968 opgericht[26] door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten (BPD Bouwfonds Gebiedsontwikkeling), de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (Arcadis) en de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB. De organisatie had als doel enerzijds tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar recreatiewoningen – zomerhuisjes die als tweede woning dienden en in complexen werden gerealiseerd – en anderzijds de aantasting van natuur en landschap te beperken.
Modernistische ontwerpen
In het dorp Nagele in de Noordoostpolder, dat door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd aangewezen als een van de dertig wederopbouwgebieden binnen het Beschermingsprogramma Wederopbouw 1959–1965, realiseerden Gerard Schouten en Gerrit de Jonge hun Modelwoningen. Deze werden uitgevoerd in zowel vrijstaande als twee-onder-een-kap varianten. Deze woningen verrezen op de locatie waar oorspronkelijk twee Noorderwinkels waren gepland en werden als premiekoopwoningen aangeboden om starters aan te trekken. Dankzij de subsidiemogelijkheden waren ze bovendien populair bij forenzen. In totaal werden er dertig woningen gebouwd, gelegen aan:
- Nagele (30 woningen): Noorderlaan 1 t/m 13 (oneven) (1973), Ring 62 t/m 74 (even) (1973) en Tarwehof 1 t/m 16 (oneven en even) en 60 (1972
Daarnaast staan er nog een drietal door particulieren gebouwde gelijkvloerse woningen naar ontwerp van Schouten en De Jonge in Nagele:
- Nagele (3 woningen): Karwijhof 33 /m 35 (oneven en even) (1973)
De woningen bevinden zich te midden van toonaangevende modernistische ontwerpen van architecten als Aldo van Eyck (1918–1999), Cornelis van Eesteren (1897–1988), Ernest Groosman (1917–1999), Frans van Gool (1922–2015), Gerrit Rietveld (1888–1964), Jaap Bakema (1914–1988), Jan Rietveld (1919–1986), Johan Niegeman (1902–1977), Mart Stam (1899–1986), Lotte Stam-Beese (1903–1988), Wim van Bodegraven (1903–1992) en tuinarchitecte Mien Ruys (1904–1999).
Woningen in de wijk Zilverkamp
In 1969 presenteerde burgemeester Ton Stadhouders van Huissen het plan om ten zuiden van Arnhem een nieuwe woonwijk te realiseren. Drie jaar later, in 1972, ging de bouw van deze uitbreiding van Huissen van start. De ontwikkeling van de wijk — die de naam Zilverkamp kreeg — werd in vier fasen uitgevoerd en nam in totaal zo’n tien jaar in beslag.
Het architectenatelier Schouten en De Jonge kreeg de opdracht om voor fase II het uitbreidingsplan Rietbaan, en later ook voor delen van fase III, een gevarieerd woningaanbod te ontwerpen. Hun ontwerpen omvatten onder meer Terras-Patiowoningen (type TP), Tuinkamerwoningen (type TK), woningen van het type GK en OPD, sociale huurwoningen (type SW) en Chaletwoningen, een woningtype dat zij eerder al hadden ontwikkeld. Voor het metselwerk werd gekozen voor witte kalkzandsteen, een materiaal dat het wijkdeel een kenmerkende lichte uitstraling gaf. Het schilderwerk daarentegen werd uitgevoerd in contrasterend zwart.
Terras-Patiowoningen
De Terras-Patiowoningen werden ontwikkeld in opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp en gebouwd door Aannemingsbedrijf Toepoel BV uit Huissen. Deze tweeënvijftig woningen (waarvan tweeënveertig patiowoningen en tien terraswoningen) en vijfenveertig bijpassende garages bevinden zich aan de:
- Huissen (52 woningen): Binnendijk 28 t/m 130 (even) (1977-1978)
Tuinkamerwoningen
Van de zogenoemde Tuinkamerwoningen werden er vijftig gerealiseerd, inclusief 18 garages, in opdracht van Bouw- en Exploitatiemaatschappij Ign. B. Hakvoort uit Silvolde.
- Huissen (50 woningen): Blokland 2 t/m 8 (even) (1977), Grevenveld, 22 t/m 28 (even) en 39 t/m 45 (oneven) (1977), Griend 1 t/m 7 (oneven) (1977), Hopland 1 t/m 7 (oneven) en 2 t/m 8 (even) (1977), Landouwen 1 t/m 17 (oneven) (1977), Paalbalk 1 t/m 7 (oneven) (1977), Paalgrens 1 t/m 7 (oneven) (1977), Paalsteen 2 t/m 8 (oneven) (1977) en Paalrij 2 t/m 10 (even) (1977)
In 1975 nam de gemeente Huissen deze woningen over van het bouwbedrijf om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse bijdrage zoals vastgelegd in de Beschikking Geldelijke Steun Particulier Huurwoningen 1968. Met deze regeling stimuleerde de Rijksoverheid de bouw en verbouw van betaalbare woningen in de sociale huursector.
In het deelgebied Dijkplan binnen fase II werden in opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp nog eens eenendertig Tuinkamerwoningen als woningwetwoningen gebouwd door Aannemingsbedrijf Toepoel BV uit Huissen:
- Huissen (31 woningen): Binnendijk 1 t/m 6 (oneven en even) (1977), Kaaidijk 2 t/m 8 (even) (1977), Muurdijk 1 t/m 7 (oneven) (1977), Grevenveld 7 t/m 10 (oneven en even) (1977), 12 , 14 t/m 20 (even) (1977), 23 t/m 29 (oneven) (1977) en 31 t/m 37 (oneven) (1977)
Woningen type GK
In opdracht van Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp werden dertien woningen van het type GK gerealiseerd:
- Huissen (13 woningen): Binnendijk 2 t/m 26 (even) (1976)
Woningen type OPD in fase II
Bouw- en Exploitatiemaatschappij Ign. B. Hakvoort uit Silvolde gaf opdracht voor de bouw van zevenendertig woningen van het type OPD en 6 garages:
- Huissen (37 woningen): Paalgrens 2 t/m 26 (even) (1977), Paalsteen 1 t/m 19 (oneven) (1977), Landpaal 1 t/m 9 (oneven) (1977) en Paalrij 1 t/m 17 (oneven) (1977)
Ook deze woningen werden in 1975 door de gemeente Huissen overgenomen om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse bijdrage volgens de Beschikking Geldelijke Steun Particulier Huurwoningen 1968.
Daarnaast realiseerde Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp nog tien woningen van hetzelfde type OPD:
- Huissen (10 woningen): Binnendijk 11 t/m 19 (oneven) (1976) en 132 t/m 140 (even) (1976)
Woningen type SW in fase II
In opdracht van Woningbouwstichting St. Joseph uit Huissen werden vierentwintig woningen van het type SW gebouwd:
- Huissen (24 woningen): Kaaidijk 1 t/m 13 (oneven) (1974), Grevenveld 1 t/m 21 (oneven) (1974) en Zomerdijk 1 /t/m 11 (oneven) (1974)
Daarnaast liet Projekt- en Exploitatiemaatschappij Atlas BV uit Velp drieeentwintig woningen van het type SWV bouwen:
- Huissen (23 woningen): Kaaidijk 15 t/m 29 (oneven) (1974) en Muurdijk 16 t/m 44 (even) (1974)
Chaletwoningen
In het oostelijke deel van fase III van de Zilverkamp werden in opdracht van Mabo Huissen BV tweeentwintig Chaletwoningen naar ontwerp van Schouten en De Jonge gerealiseerd:
- Huissen (22 woningen): Boet 1 t/m 9 (oneven en even) (1976), Garf 1, 2 en 3 (1976), Stulp 1 t/m 3 (oneven) (1976) en Tas 1 t/m 8 (oneven en even) (1976)
Premiewoningen
In dezelfde derde fase bouwde Reinbouw BV uit Dieren drieendertig zogenoemde premiewoningen en zes garages:
- Huissen (33 woningen): Silo 1 t/m 31 (oneven) en 2 t/m 18 (even) (1978) en Stulp 2 t/m 16 (even) (1978)
Woningen type OPD in fase III
Reinbouw Intermed BV realiseerde achttien woningen van het type OPD:
- Huissen (18 woningen): Schoof 1 t/m/ 37 (oneven) (1978)
Sociale woningen in fase III
In opdracht van Woningbouwstichting St. Joseph werd een nieuw woningtype ontwikkeld: de sociale woning type SW2, destijds aangeduid als woningwetwoning. Bouw- en Exploitatiemaatschappij Ign. B. Hakvoort uit Silvolde bouwde hiervan negenenvijftig exemplaren in het deelgebied De Dullert:
- Huissen (59 woningen): Hoogland 1 t/m 25 (oneven) (1975) en 2 t/m 36 (even) (1975) en Huurland 1 t/m 25 (oneven) (1975) en 2 t/m 30 (oneven) (1975)
In totaal zijn binnen de wijk Zilverkamp 372 woningen gebouwd naar ontwerp van Schouten en De Jonge.
Herbestemming in Buurse
In januari 1974 presenteerden Schouten en De Jonge in Buurse[27] een voorstel om het bestaande bestemmingsplan ten oosten van de Esstraat, dat uitging van bungalowbouw, te herzien. Het nieuwe stedebouwkundige plan, waaraan ook freelance bouwkundig tekenaar Edy Kwak meetekende, omvatte in totaal 70 woningen in zeven verschillende typen, waaronder bungalows, woningwetwoningen en experimentele woningen, bedoeld voor zowel verkoop als gedeeltelijke verhuur. Ondanks de grote belangstelling en de vele suggesties van potentiële bewoners is het plan uiteindelijk niet verder gekomen dan de ontwerpfase[28].
Hofjesplan: Gezamenlijke woonhofjes
Met het indienen van het een ontwerp voor gelijksvloerse woningen met woonhofjes bij de Adviescommisie Experimentele Woningbouw verwierven Schouten en De Jonge in 1974 nogmaals het predikaat experimenteel (EX 74-198)[29]. Eenvoud in constructie, materiaal en vorm tegenover meervoud in gebruiksmogelijkheden, ervaringsmogelijkheden en bewonerscategorieën waren ook in dit ontwerp voor de architecten herkenbare uitgangspunten.
Het Hofjesplan[30] werd in samenwerking met stedenbouwkundige Cees Grit van stedenbouwkundigadviesbureau Witpaard in Zwolle gevormd. Door een carrévormige opzet van vier geschakelde woningen werd een besloten binnenhof gerealiseerd, die de mogelijkheid bood tot het vormen van een volledig of gedeeltelijk gezamenlijke binnentuin of separate binnentuinen met een eventuele gemeenschappelijke ruimte. Ook het idee van een vrije expansieruimte, dat eerder was toegepast in de Teenagerwoning en de Tuinkamerwoning werd door de architecten doorgevoerd in het ontwerp van de woning. De Jonge's compagnon Schouten sprak bij duit woningtype graag over "woonhol", vanwege het introverte karakter van de Hofwoning.
Nadat in Overasselt twee woningen als prototype waren gebouwd, werd dit hofjesplan in Reeuwijk met inspraak van de aspirant -bewoners uitgevoerd in twee blokken bestaande uit elk twaalf premie-koopwoningen.
- Overasselt (2 woningen): Craeyenbergh 22 en 24 (1975)
- Reeuwijk (24 woningen): De Lange Krag 16 t/m 26 (even) (1979), Kievitsbloem 1 t/m 11 (oneven) (1979), Valeriaan 21 t/m 31 (oneven) (1979) en Zwanebloem 1 t/m 11 (oneven) (1979)
Prijsvraag ziekenhuisbouw: X
In 1975 dienden Schouten en De Jonge een conceptueel plan in voor de Prijsvraag Ziekenhuisbouw die was uitgeschreven door de Sectie Ziekenhuizen van de Nationale Ziekenhuis Raad met medewerking van de Sectie Bouwkunde en Techniek van het NZI te Utrecht. De belangrijkste leidraad voor de prijsvraag was dat ziekenhuizen hun imago van 'tempel der medische technolgie' moesten laten varen en een 'open huis' worden waar mensen ziek konden zijn en weer beter worden. In 1977 publiceerde het tijdschrift Plan, een maandblad voor ontwerp en omgeving, de ingediende plannen. Het plan van Schouten en De Jonge, X, werd beoordeeld als een extreem voorbeeld van integratie van het ziekenhuis in zijn omgeving. Het bestond uit zeventig paviljoens die verspreid waren gesitueerd in een als openbaar park aangelegd terrein. De paviljoens waren onderling verbonden door een ondergronds gangenstelsel.
De integratie met de groene omgeving werd echter door de jury gezien als een volledige desintegratie van het ziekenhuisgebeuren, maar als gedachte interessant bevonden. Aan de prijsvraag werd, naast Gerard Schouten en Gerrit de Jonge, gewerkt door de medewerkers van het Atelier voor Architectuur: Mery Honsveld, Stella de Jong en de toenmalige studenten aan de Academie van Bouwkunst in Arnhem, Edy Kwak en Fons Nales. Voor het ontwerp werd samengewerkt met twee verpleegkundigen: Desiree Seret en Riek Verhoeff.
Ambtswoning in Eibergen
In 1976 ontwierpen Schouten en De Jonge de ambtswoning van de burgemeester van Eibergen, F.J.M. Cappetti (1927-1993), die hetzelfde jaar werd gebouwd aan de:
- Eibergen (1 woning): Mallumse Molenweg 33 (1976)
De markante woonboerderij werd gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen.
Verschillende woningtypen met gelijke signatuur
Naar ontwerp van Schouten en De Jonge werden in Nederland verschillende type woningen gebouwd:
Appartementen voor alleenstaanden
- Haaksbergen (10 woningen): Stiegert 1 t/m 19 (oneven) (1980) in opdracht van Woningbouwvereniging Lucht en Licht te Haaksbergen.
Bejaardenwoningen
- Haaksbergen (4 woningen): Stiegert 18 t/m 24 (even) (1980)
Chaletwoningen — 'Villa-Suisse'
- Borger (1 woning): Sassenbergen 26 (1974)
- Borne (3 woningen): Twickelerblokweg 89 (1976), 91 en 97 (1975)
- Doetinchem (1 woning): Burgemeester Kehrerstraat 48 (1972)
- Druten (2 woningen): Hoogstuk 54 en 56 (1972)
- 's-Heerenberg (1 woning): Korensingel 13 (1978)
- Heino (1 woning): de Cingel 17 (1976)
- Hengelo (1 woning): Flemingstraat 1 (1974)
- Hoogland (3 woningen): Zevenhuizerstraat 4 t/m 6 (even) (1976) en 8 (1975)
- Huizen: Van Houtenlaan 12 t/m 20 (even) (1978)
- Leusden (10 woningen): Esdoornhof 2 t/m 20 (even) (1974) in opdracht van Maatschappij voor research en ontwikkeling Projekt Promotion BV in samenwerking met S.S.N. Bouwmaatschappij Noordzij BV te Schiedam en Bouw- en Aannemingsmaatschappij Heilijgers BV uit Amersfoort
- Lichtenvoorde (1 woning): Delstraat 24 (1978)
- Lievelde (1 woning): Bergstraat 4A (1979)
- Rhenen (2 woningen): Asterstraat 3 en 15 (1969)
- Schalkhaar (3 woningen): Kolkmansweg 9A, 9B en 9C (1977)
- Stokkum (1 woning): Eltenseweg 6B (1971)
- Zeddam (4 woningen): Oswaldusstraat 20 t/m 26 (even) (1975)
Geschakelde Chaletwoningen
- Losser (6 woningen): Markeweg 113 t/m 123 (oneven) (1972) in opdracht van Europrovema NV te Hengelo, gebouwd door Bouwbedrijf Oolthuis te Lichtenvoorde
Geschakelde woningen
- Borculo (8 woningen): Geesterse Binnenweg 32 t/m 46 (even) (1974) in opdracht van Europrojektontwikkelings- en Verkoopmaatschappij Europrovema NV te Hengelo (in 1969 opgericht[31] door Eurobouw Het Oosten te Beltrum en K. van Heuven, econoom te Enschede en in 1975 weer failliet verklaard[32][33]) en gebouwd door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen
- Huizen (15 woningen): Van Houtenlaan 1 t/m 9 (oneven) (1978), 2 t/m 10 (even) (1978) en 11 t/m 19 (oneven) (1978)
- Lochem (4 woningen): Tusseler 210 t/m 216 (even) (1975)
Geschakelde topgevelwoningen
- Lochem (24 woningen): Henry Dunantweg 148 t/m 150 (even) (1974) en Schweizerweg 15 t/m 57 (oneven) (1973)
Rijwoningen
- Anna Paulowna (28 woningen): Nachtegaallaan 2 t/m 56 (even) (1977)
- Reeuwijk (33 woningen) : Kievitsbloem 2 t/m 12 (even) (1979), Wederik 18 t/m 32 (even) (1979), Zonnedauw 2 t/m 18 (even) (1980) en Zwanebloem 46 t/m 64 (oneven) (1980)
Rijwoningen (drie-onder-één-kap)
- Borculo (3 woningen): Kamerlingh Onnesstraat 21 (even) (1973) en 23 en 25 (oneven) (1972) in opdracht van Europrovema NV te Hengelo, gebouwd door Bouwbedrijf Oolthuis te Lichtenvoorde
Rijwoningen (met carport)
- Haaksbergen (13 woningen): De Boorne 12 t/m 18 (even) (1980), Stiegert 21 t/m 37 (oneven), 28 t/m 42 (even) en 44 t/m 60 (even) (1980), Vonkenkaamp 4 t/m 38 (even) (1979) en 40 t/m 44 (even) (1980)
Rijwoningen met garage
- Zutphen (79 woningen): Weerdslag 1 t/m 28 (oneven en even) (1977), 58 t/m 73 (even en oneven) (1977) en 157 t/m 193 (oneven en even) (1977) in opdracht van Van Wijnen Projektontwikkeling BV in Dordrecht en gebouwd als Tuinkamerhuizen[34] door NV Aannemingsmaatschappij E. Odink te Eibergen in plan Het Weerdslag
Rijwoningen met garage en dakkapel
- Franeker (19 woningen): R. Pollemaplein 2 t/m 26 (even) (1976) en 7 t/m 17 (oneven) (1976) in opdracht van EWB (Eigen Woningbezit Borne) te Borne en gebouwd door Vierstra's Bouwbedrijf BV uit Franeker in het plan Sexbierumervaart.
Rijwoningen variant type OPD
- Haaksbergen (56 woningen): De Boorne 20 t/m 30 (even) (1980) en 32 t/m 44 (even) (1980), De Morsboer 23 t/m 41 (oneven) (1980), De Nolle 13 t/m 29 (oneven) (1980) en Stiegert 2 t/m 14 (even) (1980), 39 t/m 51 (oneven) (1980) en 62 t/m 70 (even) (1980)
- Stokkum (2 woningen): Rozenkampsweg 37 t/m 39 (oneven) (1973)
Rijwoningen type SW
Tuinkamerwoningen
Twee-onder-één-kap en Vrijstaande woningen
- Biddinghuizen (16 woningen): Dreef 18 t/m 32 (even) (1975) en 34 t/m 48 (even) (1975)
- Franeker (3 woningen): R. Pollemaplein 1 t/m 5 (oneven) (1976)
Vrijstaande herenhuizen
- Anna Paulowna (15 woningen): Zijperlaan 29 t/m 57 (oneven) (1978) in opdracht van NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten en gebouwd door Slokker Bouw Maatschappij BV
Piramideplan: Wonen in groepsverband
Een van de meest herkenbare ontwerpen van het architectenduo Schouten en De Jonge is de Piramidewoning[35], die zij vooral geschikt achtten voor een landelijke omgeving. Met deze markante vorm wilden de architecten de traditionele denkkaders doorbreken en inspelen op de behoefte aan vernieuwende woon- en leefvormen. Het concept ontstond als tegenreactie op de destijds veelvoorkomende rijtjeswoningen, die in rechte, autogerichte straten naast elkaar werden gebouwd. Schouten en De Jonge benadrukte dat Piramidewoningen juist mogelijkheden boden om in een groepsverband rondom een centrale ruimte te worden gesitueerd. Daarnaast constateerden zij dat de gemiddelde gezinssamenstelling in korte tijd bijna halveerde, wat volgens hen ook een kleinere slaapruimte in de woning rechtvaardigde.
Hun visie op wonen liep daarmee vooruit op de tijd en kan in antropologische, ecologische en maatschappijkritische termen als volgt worden samengevat[36]:
- de mens staat centraal en in relatie met de natuur en zijn medemensen
- milieuverantwoord en minimalistisch bouwen met toepassing van kringloop-materialen zoals hout
- gevarieerde en flexibele oplossingen, zowel in situering als indeling
- realisatie van gemeenschappelijke leefruimten in het woonplan
- voldoening en geluk door er persoonlijk maatwerk van te maken
- alternatieve energiewinning en het telen van groente op eigen erf
- samen bouwen en wonen om vervreemding en vereenzaming te voorkomen
De piramidevormige casco-woning, opgebouwd uit eenvoudige houtskeletbouw met een grondvlak van 8 bij 8 meter en een nokhoogte van 7 meter, was grotendeels zelf te realiseren en daardoor betaalbaarder. Bewoners kregen volledige vrijheid om het interieur naar eigen wensen vorm te geven.
Bij de bouw stond het gebruik van milieuvriendelijke materialen centraal, evenals de inzet van hernieuwbare energiebronnen: wind en zon, waarbij ‘zonnekollektoren’ als belangrijkste energievoorziening dienden. Het vakblad Cobouw omschreef het ontwerp destijds treffend als het droomhuis voor de alternatievelingen in onze samenleving.
'Kringloopwigwam' op De Kleine Aarde
Hoewel het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in 1978 het plan voor een experimentele woning voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens nog afwees[37][38], werd in de periode 1978–1982 op het terrein van het ecologische project De Kleine Aarde in Boxtel toch een eerste voorbeeld van de zogenoemde kringloopwigwam gerealiseerd. Het prototype van het 'wigwamhuis' werd op 10 juni 1978 in Boxtel gebouwd tijdens een interactieve informatiedag die werd bezocht door zo'n 80 à 90 aanhangers en sympathisanten van de zogeheten DKA-ideologie. Tegelijkertijd ontstonden in heel Nederland zo’n 25 groepen die met de ideeën van De Kleine Aarde aan de slag gingen. Met name zijn collega Schouten trad daarbij regelmatig in de pers op als pleitbezorger van de piramidedorpen.[39]
De piramidewoning werd in een brochure van De Kleine Aarde als volgt beschreven:
Een woonplan met alle mogelijkheden voor alternatieve energie met eventueel aansluiting op het centrale net voor aardgas, elektriciteit en water, waarvan slechts kleine hoeveelheden nodig zijn. Goedkoop door het eenvoudige basisplan én door de mogelijkheid van een grote eigen inbreng van de bewoners, die zelf het huis kunnen afbouwen naar eigen inzicht. Dat is in een notedop het ontwerp van Gerard Schouten, Gerrit de Jonge en De Kleine Aarde.
De officiële opening in 1982 werd verricht door Chris Zijdeveld[40][41], wethouder van Schiedam van 1974 tot 1994, die in zijn laatste ambtsperiode Gerard Schouten en Gerrit de Jonge overhaalde om het piramideplan in Schiedam van de grond te krijgen.
- Boxtel (1 woning): Het Klaverblad 13 (1982)
De piramidevorm botste echter met diverse bouwvoorschriften en verordeningen. Staatssecretaris van Volkshuisvesting Gerrit Brokx (1933–2002) verleende de gemeente Vlissingen – waar de projectgroep Centraal Wonen Vlissingen al vergevorderde plannen had – toestemming om de regels soepeler toe te passen.[42] Zo kon in 1980 in een buitenwijk van Vlissingen een eerste proefwoning verrijzen, bedoeld als voorbeeld voor een complete wijk.[43] Uiteindelijk bleef het daar echter bij.[44][45]
- Vlissingen (1 woning): Kleiweg (1981)
In de jaren daarna werden alsnog twee projecten gerealiseerd:
- Huizen (20 woningen): Het Spijk 1 t/m 8 (oneven en even), 1A, 3A, 10 t/m 28 (even) (1983)[46]
- Schiedam (16 woningen): Nijhoffplein 1 t/m 16 (oneven en even) (1991)[47]
In beide gevallen weken de plannen af van de oorspronkelijke ideeën, omdat bewoners bredere spanten toepasten dan bedoeld, waardoor de Schouten en De Jonge zich niet verder bemoeiden met de realisatie van het project.
Voor het project in Huizen werd door opdrachtgever Bouwfonds Nederlandse Gemeenten te Haarlem de firma PSB (Project-Service Bureau) uit Rijswijk ingeschakeld voor het technische tekenwerk.
In Schiedam werden de technische tekeningen uitgewerkt door student architectuur Christoph Maria Ravesloot (Lector Duurzaam Bouwproces met BIM aan de Hogeschool Rotterdam) gedurende zijn opleiding bij Van Dop + Mathot architecten te Schiedam in opdracht van Stichting Piramide Woningen Schiedam. Onder begeleiding van architect Ben van Dop en Aannemingsbedrijf G.W. Geelen BV uit Vleuten werd door bewoners zelf meegebouwd aan de piramidewoningen.
Zelfs Madurodam nam destijds miniatuurversies van de Piramidewoningen op in het park. Het oorspronkelijke prototype in Boxtel bleef echter niet behouden: door lekkages en boktor in het hout raakte het in slechte staat en verdween het in 1997 van het terrein van De Kleine Aarde. Daarmee verdween ook een bijzonder architectonisch voorbeeld van duurzaam bouwen uit de jaren tachtig.
Moduul: Modulair woonconcept voor de stad
Waar de Piramidewoning vooral voor een landelijke omgeving bedoeld was, ontwikkelden Schouten en De Jonge aan het einde van de jaren zeventig voor stedelijke leefgemeenschappen het zogeheten Moduulplan. Voor dit flexibele woonconcept, waarvoor zij op 20 december 1979 octrooi (NL7909180A) aanvroegen, werd gebruikgemaakt van betonnen prefab basiselementen waarmee woningen konden worden opgebouwd of weer gedemonteerd. Hierdoor kon de leefruimte eenvoudig worden aangepast en herschikt naar de wensen van de bewoners. Voor zover bekend is dit vernieuwende idee nooit daadwerkelijk gerealiseerd. Het octrooi meldt:
Parallellepipedische sectie van prefabgebouw – bestaat uit betonnen componenten waarbij de bovenkant, onderkant en zijkanten kamers vormen die door geprofileerde secties met elkaar verbonden zijn. — Het gebouw bestaat uit een aantal geprefabriceerde onderdelen, die elk een rechthoekige vorm hebben. De verplaatsbare onderdelen zijn van beton, elk met boven- en onderwanden die aan de uiteinden door zijwanden met elkaar verbonden zijn, zodat ze deel uitmaken van een woon- of andere kamer. Ze kunnen achter elkaar worden verbonden door middel van profielen die aan de wanden worden bevestigd en door de wanden lopen. Hieraan worden balken bevestigd voor het bevestigen van dak- en wandpanelen e.d., terwijl in de ruimte tussen de wanden en de panelen leidingen en bedrading worden weggewerkt.
CVK-woning
In 1981 ontwierpen Schouten en De Jonge in opdracht van het Centraal Verkoopkantoor voor de Kalkzandsteenindustrie (CVK) in Hilversum de zogenaamde CVK-woning. Kenmerkend was dat alle wanden volledig in kalkzandsteen waren uitgevoerd. Het ontwerp was gestoeld op enkele vaste uitgangspunten: een eenvoudige constructie en een zuinig materiaalgebruik, brede toepasbaarheid voor verschillende typen huishoudens, de mogelijkheid om het huis aan te passen aan veranderende woonwensen, aandacht voor energiebesparing en akoestisch comfort, opties voor gedeeltelijke zelfbouw, flexibele positionering in de bouw en betaalbare bouwkosten.
Het basiscasco kon op uiteenlopende manieren worden vormgegeven en ingedeeld. Dankzij de modulaire opzet bood de woning bovendien talloze mogelijkheden tot schakelen, verspringen en stapelen. Hierdoor kon het concept in verschillende stedenbouwkundige omgevingen worden toegepast: als straatwand, in een cluster of binnen een woonerf. Daarmee sloot de CVK-woning goed aan bij de experimentele bloemkoolwijken van de jaren zeventig en vroege jaren tachtig.
De komst van het nieuwe Bouwbesluit
Schouten en De Jonge bouwden in 1978-1979 in opdracht van J. Verhoeff aan de Rijsdijk 14 in Krimpen aan de Lek een sober huis met lage plafonds en een kleine keuken en toilet. Omdat het niet voldeed aan de regels, werd eind oktober 1978 de bouw stilgelegd in opdracht van Burgemeester Arie van Dienst (1919-1997) en Wethouders van de gemeente Krimpen aan de Lek. In Huissen bij Nijmegen realiseerden zij echter woningen die eigenlijk niet aan de voorschriften voldeden, maar desondanks ‘per ongeluk’ werden goedgekeurd. Gedurende het bouwproces van de woning aan de Rijsdijk kocht compagnon Gerard Schouten de in aanbouw zijnde woning van Verhoeff. Met de invoering van het eerste landelijke Bouwbesluit in 1992, waarin technische voorschriften werden vastgelegd, werd het voor Schouten en De Jonge steeds moeilijker om woningen te ontwerpen die aansloten bij zijn principes van eenvoud, betaalbaarheid en energiezuinigheid.
- Krimpen aan de Lek (1 dubbelwoning): Rijsdijk 14 (1979)
Schouten en De Jonge's Atelier voor Architektuur
Op basis van de bekende gezamenlijke projecten kan een goed beeld worden geschetst van de samenwerking tussen Gerard Schouten en Gerrit de Jonge. Het vroegst gedateerde gezamenlijk werk is het ontwerp voor de recreatieverblijven op Vlieland uit 1963, terwijl de laatst bekende gezamenlijke opdracht in 1987 wederom vakantiebungalows op Vlieland betrof. Hoewel de exacte start- en einddatum onbekend zijn, kan hieruit worden afgeleid dat zij in elk geval zo'n vijfentwintig jaar samenwerkten onder de naam Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge.
Leven en karakter
Uitgezonden
Na de Tweede Wereldoorlog vervulde hij met ingang van september 1948 zijn dienstplicht. Een jaar later, in september 1949, stapte hij aan boord van het troepentransportschip SS Groote Beer en werd hij een jaar lang als dienstplichtig[48] soldaat uitgezonden[49] naar Nederlands-Indië. Hij kwam terug zonder oorlogstrauma's zoals andere soldaten, zoals zijn oudste broer Rudolf die het nodige had meegemaakt tijdens zijn dienstperiode in de voormalige kolonie.
Sociaal
Gerrit de Jonge trouwde op 15 augustus 1955 voor de wet in Rauwerd op 27-jarige leeftijd met de eveneens 27-jarige in Sybrandaburen geboren Klaasje Geerte de Vries (1928-2009).[50] Zij kwam uit een vrijzinnig protestants onderwijzersgezin. Het echtpaar woonde op dat moment aan de Kwartelstraat 52 in de Vogelwijk in Leeuwarden. Het echtpaar verhuisde naar de Rijnstraat 46 in Velp en later naar de Da Costalaan 2 in dezelfde plaats. Het echtpaar kreeg twee zoons en een dochter. Gerrit wist zijn werk aan huis goed te combineren met zijn gezin. Dat was ook het geval geweest bij zijn eigen vader die ondanks een eigen slagerij, ouderling was in de kerk en regelmatig wethouder was in de gemeente Blokzijl, onderdeel was van het gezinsleven.
Creatief
In de jeugd van hun kinderen bracht het gezin De Jonge regelmatig de zomervakantie door in een zogeheten Kreatief Kamp[51] in Drenthe, waarbij het accent lag op het gebied van zelfwerkzaamheid en in een natuurlijke omgeving werd kennisgemaakt met verschillende creatieve expressievormen en doe-het-zelf-technieken, onder leiding van kunstenaars en creatieve vakdocenten. Gerrit de Jonge is jarenlang bestuurslid geweest van Stichting Kreatieve Rekreatie (eind jaren tachtig omgedoopt tot Stichting Buitenkunst) die door Pier van Brakel (1933–2022) en Aad Kroon in 1966 was opgericht en sinds begin jaren 70 mede door musicus Arthur Schmidt[52] werd geleid. Deze stichting organiseerde de kampen door het hele land en Gerrit de Jonge was tot op latere leeftijd samen met zijn vrouw regelmatig bezoeker van deze creatieve vrijetijdsbesteding in de natuur. Daarnaast kon de Jonge uiteenlopende creatieven tot zijn vriendenkring rekenen, zoals beeldend kunstenaars Jan Murk de Vries (1919–2015) en Ati Lichtveld (1942–2020).
Het overlijden van zijn vrouw Klaasje in 2009 gaf Gerrit een terugslag. Na verloop van tijd vereenzaamde hij in zijn woonhuis aan de Da Costalaan en verhuisde naar een appartement in het verzorgingscentrum Nieuw Schoonoord in Velp, waar hij gaandeweg weer wat opknapte. Daar heeft hij enkele jaren gewoond. Gerrit de Jonge overleed op 89-jarige leeftijd na een kort ziektebed in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem.
Zie ook
- ↑ Jonge, Gerrit de. zoeken.nieuweinstituut.nl. Geraadpleegd op 9 september 2025.
- ↑ Predicaat experimentele woningbouw 1968-1980. www.cultureelerfgoed.nl. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (1 januari 2018). Geraadpleegd op 28 augustus 2025.
- ↑ "Experimentele bouw krijgt nu steeds meer impulsen", Tubantia, 9 januari 1971. Geraadpleegd op 14 september 2025. – via Delpher.
- ↑ "Mensen kunnen zelf de ruimte in hun huis 'invullen' Experimenteel wonen in Eibergen", Trouw, 25 april 1970. Geraadpleegd op 14 september 2025. – via Deplher.
- ↑ de Groot, Ron, "Geen huis mee te houden", Algemeen Dagblad, 13 februari 1982. Geraadpleegd op 14 september 2025. – via Delpher.
- 1 2 "Woondoos kan functie vervullen tussen camping en stenen huis", Het Parool, 27 mei 1971. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ "Steven de Jonge vijftig jaar slager in Blokzijl", 't Nieuws voor Kampen, 7 november 1955. Geraadpleegd op 9 september 2025. – via Delpher.
- ↑ "Begrafenis S. de Jonge", Friese koerier, 7 augustus 1959. Geraadpleegd op 9 september 2025. – via Delpher.
- ↑ Ankerplaats Ankerplaats (SBEA)
- ↑ "NV Eurobouw Het Oosten", Twentsch dagblad Tubantia, 6 juni 1964. Geraadpleegd op 6 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Platen uit stro", Nieuwe Haarlemsche courant, 2 mei 1963. Geraadpleegd op 12 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ "Gezamenlijke tuinaanleg leidt tot verfraaiing woonomgeving", Nieuwe Winterswijksche courant, 27 mei 1977. Geraadpleegd op 5 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Pas volgend jaar pasklaar voor bewoning", Nieuwe Winterswijksche courant, 9 december 1977. Geraadpleegd op 5 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ Project: Wijkaanpak de Pas | Erfgoeddeal. www.erfgoeddeal.nl. Geraadpleegd op 2 januari 2026.
- ↑ Maas, Tom, "Lezing Quist over paradoxale vormen in de architectuur", NRC Handelsblad, 18 maart 1982. Geraadpleegd op 10 oktober 2025. – via Delpher.
- ↑ "Overlijdensbericht C.D. Saal", NRC Handelsblad, 11 december 1986. Geraadpleegd op 10 oktober 2025. – via Delpher.
- ↑ "Een vreugdedag voor Goor. De nieuwe Eternitfabriek geopend.", Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant, 21 juli 1937. Geraadpleegd op 10 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Sadolin Advertentie — Verkwast uw geld niet", Nieuwsblad van het Noorden, 5 mei 1977. Geraadpleegd op 11 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "De fabricage van „Nopriet”.", Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant, 7 juli 1948. Geraadpleegd op 7 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Sober en bewust leven", Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 3 februari 1979. Geraadpleegd op 6 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "NV Odink Eibergen overgenomen door NV Van Wijnen", Tubantia, 17 december 1970. Geraadpleegd op 8 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Een huis naar eigen idee — Vijf gezinnen doorbraken papierwinkel van woningbouw", Algemeen Dagblad, 29 januari 1972. Geraadpleegd op 26 augustus 2025. – via Delpher.
- ↑ Verplaatsbare woningen van RVB bijna allemaal verkocht. www.rijksoverheid.nl. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (15 december 2023). Geraadpleegd op 7 september 2025.
- ↑ "Advertentie 'Te koop: Looërmark 44, Bathmen'", Trouw, 12 november 1976. Geraadpleegd op 14 november 2025. – via Delpher.
- ↑ (en) Schaik, Patrick van, Look back: Malta International Airport. Times² (16 april 2025). Geraadpleegd op 8 januari 2026.
- ↑ "Samenwerking van ANWB, Bouwfonds en Heidemij.", Algemeen Handelsblad, 13 september 1968. Geraadpleegd op 3 november 2025.
- ↑ "Veel belangstelling voor bouwplannen in Buurse", Tubantia, 25 januari 1974. Geraadpleegd op 6 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ "Plan voor 70 woningen in Buurse ter discussie", Tubantia, 16 januari 1974. Geraadpleegd op 6 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ Bresser, Jan, "Gerard Schouten: "Mens moet in z’n huis gelukkig zijn"", Tubantia, 15 mei 1975. Geraadpleegd op 25 augustus 2025. – via Delpher.
- ↑ "Nu 67 experimentele woningbouwplannen", Nederlands dagblad : gereformeerd gezinsblad / hoofdred. P. Jongeling ... [et al.], 14 mei 1975. Geraadpleegd op 5 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ "Europrovema opgericht", Tubantia, 22 mei 1969. Geraadpleegd op 8 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Europrovema zag einde in december al naderen", Tubantia, 24 oktober 1974. Geraadpleegd op 8 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Europrovema BV falliet", Tubantia, 7 februari 1975. Geraadpleegd op 8 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Advertentie 'Zutphen — Tuinkamerhuizen'", De Telegraaf, 15 mei 1976. Geraadpleegd op 8 november 2025. – via Delpher.
- ↑ de Groot, Ron, "Geen huis mee te houden", Algemeen Dagblad, 13 februari 1982. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ Piramidehuis (1982 - 1997). Stichting De Kleine Aarde. Geraadpleegd op 28 augustus 2025.
- ↑ Mensen, Barend, "Adviescommissie bang voor eenvoud en legio", Trouw, 26 oktober 1978. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ Eggen, Pieter, Adviescommissie voelt niets voor experiment. De Stem. Krantenbank Zeeland (3 november 1978). Geraadpleegd op 8 september 2025.
- ↑ van de Leur, Han, "Piramidedorpen moeten ons het geluk brengen", Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad, 28 september 1979. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ van Leeuwen, Bart, "Nederland is rijp voor bouwrevolutie", Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad, 2 november 1985. Geraadpleegd op 18 november 2025. – via Delpher.
- ↑ Pruim, Fred, "Schiedam bouwt milieuwijk met 2100 woningen", De Telegraaf, 31 mei 1989. Geraadpleegd op 18 november 2025. – via Delpher.
- ↑ "Piramidehuis weerspiegelt nieuwe woonopvattingen", De Volkskrant, 30 september 1980. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ "Vlissingen bij spits af met nieuwe woonvorm", Algemeen Dagblad, 18 oktober 1980. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ Huurwoningen in plaats van pyramide. Provinciale Zeeuwse Courant. Krantenbank Zeeland (22 april 1982). Geraadpleegd op 7 september 2025.
- ↑ Centraal Wonen Vlissingen gaat met nieuw type woning in zee. Scheldebode. Krantenbank Zeeland (21 oktober 1981). Geraadpleegd op 8 september 2025.
- ↑ Hendriks, Tom, "Veel belangstelling voor milieuvriendelijke piramidewoningen", De Telegraaf, 8 maart 1980. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ Dijkstra, Ger, "Bouwverordeningen maken experimenteel bouwen moeilijk", Limburgsch dagblad, 26 januari 1991. Geraadpleegd op 7 september 2025. – via Delpher.
- ↑ "Uit de omtrek", Opregte Steenwijker courant, 14 september 1948. Geraadpleegd op 5 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ "Uit de omtrek", Opregte Steenwijker courant, 6 september 1949. Geraadpleegd op 5 januari 2026. – via Delpher.
- ↑ "Familiebericht", Leeuwarder courant, 10 augustus 1955. Geraadpleegd op 9 september 2025. – via Delpher.
- ↑ Maurits, Henk, "Kreatieve Kampen: Recreatie rondom het kampvuur", De tijd : dagblad voor Nederland, 21 juni 1974. Geraadpleegd op 22 november 2025. – via Delpher.
- ↑ le Noble, John, "Een explosie van cultuur", Algemeen Dagblad, 1 augustus 1983. Geraadpleegd op 5 januari 2026. – via Delpher.