Gele waterkers
| Gele waterkers | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Rorippa amphibia (L.) Besser (1822) | ||||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Gele waterkers op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Gele waterkers (Rorippa amphibia) is een plantensoort uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
Determinatie
Gele waterkers is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 0,4–1,2 m. De plant is zeer variabel van vorm. Ze heeft naast kale, rechtopstaande stengels ook liggende, uitloperachtige, wortelende stengels. Stukken van de stengel kunnen ook wortels vormen. In het water groeiende planten een niet gegroefde, dikke, holle stengel. De onderste bladeren zijn kamvormig of veerspletig tot veerdelig en 7-15 cm lang. De middelste en bovenste bladeren zijn lijn- tot lancetvormig en bochtig getand of gezaagd.

De plant bloeit in mei en juni met oranjegele bloemen. De 3,5–6,5 mm lange kroonbladen zijn omgekeerd-eirond en afgerond. De eivormige, overlangs openspringende (dehiscente) vrucht is een 3–5 × 1,7–2,5 mm groot hauwtje met en 1–2,5 mm lange snavel. De vruchtsteel is 0,8–1,5 cm lang en later naar onderen gebogen. De zaden zitten in twee rijen in het hauwtje.
Ecologie
Gele waterkers komt voor in natte milieus, zoals in uiterwaarden, grienden, moerasbossen en drijftillen.
Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van gele waterkers strekt zich uit over Eurazië. In Nederland is de soort algemeen.
Externe links
- Gele waterkers in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:

