Fokke John

Fokke John
Geboren 25 november 1914, Amsterdam
Overleden 26 april 1970, Amsterdam
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Periode Februaristaking
Groep CPN
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Fokke John (Amsterdam, 25 november 1914 - aldaar, 26 april 1970) was een Amsterdams communist, verzetsman en vakbondsman, en nauw betrokken bij de Februaristaking op 25 en 26 februari 1941. Hij was werkzaam bij de Stadsreiniging.

In de jaren 1930 was hij als jongeman van 18 jaar al betrokken bij de strijd tegen de loonsverlagingen in de crisisjaren.[1] Hij werd in 1932 lid van de Communistische Partij Nederland (CPN).[2] Hij was tijdens de Meidagen van 1940 dienstplichtig matroos. Vlak na de capitulatie begon hij aan zijn illegale werk voor de ondergrondse CPN. In feite werkten de CPN afdelingen in overheidsbedrijven al voor de Duitse bezetting illegaal, aangezien het voor de ambtenaren verboden was lid te zijn van de partij.[2] In december 1940 organiseerde hij met andere arbeiders een demonstratie naar het Amsterdamse stadhuis voor 6% loonsverhoging.[1]

Februaristaking

John was vanaf het begin af aan betrokken bij het organiseren van de Februaristaking, via zijn collega Piet Nak.[3] Hij was aanwezig op de bijeenkomst op de Noordermarkt op de vooravond van de staking, waar het stakingsparool werd gegeven.[2] Op de eerste stakingsdag, 25 februari, haastte hij zich in de vroege ochtend samen met anderen naar de tramremise aan de Havenstraat om de trammedewerkers aan te sporen het werk neer te leggen en pamfletten te verspreiden. Daarna speelde hij een leidende rol bij het stilleggen van de 9e sectie van de Stadsreiniging in Amsterdam-Noord en de vuilverbranding. Ook moedigde hij de mannen van de reiniging aan om de arbeiders van de NDSM en de ADM, Fokker en andere bedrijven aan de Asterweg te bewegen het voorbeeld van het gemeentepersoneel te volgen.[1][2]

Op 28 februari 1941, werd John met een aantal andere reinigingsarbeiders opgepakt vanwege zijn betrokkenheid bij de staking. Zeventien dagen lang hield de Gestapo hem gevangen in het Lloyd-hotel en onderwierp hem aan scherpe verhoren. Op 19 november 1941 werd hij thuis nogmaals gearresteerd door Willy Lages, van de Sicherheitsdienst (SD). Met o.a. Willem Kraan, Bram Haspels en anderen werd John verhoord wegens betrokkenheid bij de staking en vier maanden gevangen gehouden op de Weteringschans en aan de Amstelveenseweg, maar uiteindelijk weer vrijgelaten.[4] (Kraan zou het niet overleven; hij werd gefusilleerd.)

Na zijn vrijlating zette hij zijn illegale werk voort en was hij o.a. verantwoordelijk voor de verspreiding van de illegale De Waarheid onder de overheidsgroepen van de ondergrondse CPN.[1] Toen hij werd opgeroepen om in het kader van de Arbeidseinsatz naar Duitsland te gaan, dook hij onder. John overleefde de oorlog en bleef werken als chauffeur bij de Stadsreiniging. Hij werd actief in de communistische Eenheids Vakcentrale (EVC) via de Bond van Nederlands Overheidspersoneel (BNOP). In 1953 maakte hij, namens de EVC, deel uit van de delegatie van Nederlandse communisten die de begrafenisplechtigheid van Stalin bijwoonde in Moskou.[5][6]

De staking van 1955

Soldaten werden ingezet om de staking te breken (Foto: Harry Pot voor Anefo - Nationaal Archief)

In 1955, werd hij ontslagen door de gemeente Amsterdam, samen met 61 anderen, wegens het oproepen tot een "wilde staking" onder ruim 4.000 gemeenteambtenaren van 31 maart tot 4 april 1955, die niet werd gesteund door de "erkende" bonden, maar slechts door de EVC en de CPN.[7][8][9] Pijnlijk was dat er onder de ontslagenen 22 Februaristakers zaten, naast John o.a. Dirk van Nimwegen.[9] Vanwege zijn leidinggevende rol tijdens de staking werden John en drie anderen gearresteerd en door de politie van hun bed gelicht. Ze werden nadat proces-verbaal was opgemaakt weer in vrijheid gesteld.[8][10]

John had inderdaad een vooraanstaande rol gespeeld, zoals blijkt uit rapporten van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) die de situatie nauwlettend in de gaten hield, en speelde een belangrijke rol tijdens de solidariteitsacties na afloop van de staking.[11] Pas in 1985, na een groot artikel in Vrij Nederland van Carel Brendel, werden de stakers gerehabiliteerd. John was inmiddels overleden.[12] Volgens de toenmalige CPN-wethouder Roel Walraven pasten de zware straffen die het gemeentebestuur in '55 uitdeelde ook toen niet in een sociaal conflict. "Het werd sterk in de sfeer van de Koude Oorlog getrokken".[12]

Uit de CPN

In 1958 schaarde John zich achter de zogenoemde ‘revisionisten’ – Gerben Wagenaar, Henk Gortzak, Frits Reuter en Bertus Brandsen – die dat jaar na een hoogoplopend conflict uit de CPN werden gezet.[2][13][14] Na Chroesjtsjovs onthullingen op het 20e partijcongres in februari 1956 over Stalins misdaden, ontstond binnen de CPN voorzichtig verzet tegen de stalinistische verhoudingen en de dominante positie van Paul de Groot. De Groots plan om de EVC op te heffen leidde tot een botsing met de EVC-top, onder wie voorzitter Reuter en secretaris Brandsen. Wagenaar, Gortzak, Brandsen en de geschorste Rie Lips-Odinot besloten daarop verder te gaan als de Brug-groep, die er in 1959 niet in slaagde zelfstandig zetels te behalen.[15]

Ook John stond op de kieslijst voor de Brug-groep. Na zijn ontslag was hij geruime tijd werkloos. Na een korte tijd als roestbikker werd hij kassier-controleur in de nachtkroeg Het Uiltje van Kees Manders op het Thorbeckeplein. Tijdens de verkiezingscampagne werd hij het slachtoffer van een lastercampagne van De Waarheid, de krant waarvoor hij tijdens de oorlog zijn leven had geriskeerd, die hem afschilderde als een onderkruiper in een 'verdachte' nachtkroeg.[4][16][17] Bij de middagherdenking van de Februaristaking in 1959 werden leden van de Brug-groep, waaronder velen die de staking mede hadden georganiseerd, door hun voormalige partijgenoten uitgejouwd.[18]

Fokke John overleed in 1970, op 55-jarige leeftijd.[4]