Erich Walther

Erich Walther
Erich Walther
Erich Walther
Geboren 5 augustus 1903
Gorden
Overleden 26 december 1948
Speciaal Kamp nr. 2 Buchenwald
Rustplaats Buchenwald, Duitsland[1]
Land/zijde Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel Luftwaffe
Dienstjaren 1935 - 1945
Rang
Generalmajor
Eenheid Berlin Polizei
1 april 1924 -
25 februari 1933[2][3]
Landespolizeigruppe Wecke z. b. V.
25 februari 1933 -
12 januari 1934[2][3]
Landespolizeigruppe General Göring
12 januari 1934 -
1 januari 1935[2][3]
I. (Jäger) Bataillon/Polizei/Lw.-Rgt. General Göring
1 januari 1935 -
1 januari 1937[2][3]
IV. (Fsch.Jg.) Bataillon/Lw.-Rgt. General Göring
1 januari 1937 -
1 april 1938[2][3]
I.Bataillon/Fsch.Jg.-Rgt. 1
1 april 1938 -
1 april 1939[2][3]
Inspektion der Fallschirmtruppe (L In 11)/RLM
1 april 1939 -
10 november 1939[2][3]
Bevel I.Bataillon/Fsch.Jg.Rgt. 1
10 november 1939 -
22 april 1942[2][3]
Führerreserve OKL
22 april 1942 -
17 september 1942[2][3]
Fsch.Jg.-Rgt. 4
17 september 1942 -
15 maart 1944[2][3]
NS-Führungsoffizier/1e Parachutistenleger
15 juni 1944 -
13 september 1944[2][3]
KGr. Walther
13 september 1944 -
12 oktober 1944[3]
Parachutisten-Pantsergrenadierdivisie 2 Hermann Göring
24 september 1944 (12 oktober 1944)[4] -
8 mei 1945[2][3]
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Zie decoraties
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Erich Walther (Gorden, 5 augustus 1903 – Speciaal Kamp nr. 2 Buchenwald, 26 december 1948) was een Duitse militair van de Luftwaffe in de Tweede Wereldoorlog. Walther begon zijn loopbaan bij de Duitse politie, maar ging in 1935 over naar de Luftwaffe. Al snel trad hij toe tot het nieuwe parachutistenonderdeel en maakte daar carrière. Hij bewees strategische inzichten te hebben en het vermogen om snel te reageren op dynamische gevechtsomstandigheden en toonde zijn leiderschapskwaliteiten onder moeilijke omstandigheden. Hij klom op naar uiteindelijk het niveau van divisiecommandant.

Carrière

Politie

Nadat hij op 1 april 1924 zijn middelbare school had afgerond, trad Walther in dienst bij de Berlijnse politie als politie-aspirant, waar hij medio mei 1928 zijn opleiding voltooide. Daarna werkte hij van 16 juni 1928 tot 24 februari 1933 bij de politieadministratie in Oppeln, later weer terug in Berlijn. Op 25 februari 1933 trad hij in dienst bij Polizeiabteilung z. b. V. Wecke als pelotonsleider en werd op 21 maart 1933 bevorderd tot Polizei-Oberleutnant.

In mei 1935 voltooide hij de parachutistencursus, een training die hem voorbereidde op toekomstige gevechtsoperaties in de lucht. Op 1 oktober 1935 trad Walther toe tot de Luftwaffe met de rang van Hauptmann en diende tot 30 september 1937 als compagniescommandant in het 1e Jägerbataljon van het Regiment General Göring. Daarna bekleedde hij dezelfde functie in het IV. Fallschirmschützen-Bataillon van dit regiment tot eind maart 1938 en leidde daarna een jaar lang het 1e bataljon. Van april 1938 tot het begin van de Tweede Wereldoorlog was Walther belast met de inspectie van de parachutisten in het Reichsluftfahrtministerium.

Luchtlandingsinzet

Op 10 november 1939 keerde hij terug naar het Fallschirmjäger-Regiment 1 als commandant van het 1e bataljon. Met dit bataljon nam Walther deel aan de luchtlandingen in Denemarken en Noorwegen in april 1940. Daarna volgden luchtlandingen in West-Nederland, in zijn geval was zijn belangrijkste wapenfeit de verovering van de bruggen bij Dordrecht in mei 1940. Dit was van belang voor de opmars van de 9e Pantserdivisie. Eind mei werd Walther met zijn bataljon naar Narvik gestuurd om daar de Duitse bergtroepen te ondersteunen, die in problemen waren. Vanwege zijn succesvolle acties werd Walther op 19 juni 1940 bevorderd tot Major. Vervolgens kwam hij in actie in mei 1941 bij de Landing op Kreta, meer specifiek bij de ladingen en gevechten bij Heraklion.

Oostfront en Italië

Eind september 1941 werd de eenheid verplaatst naar het gebied rond Leningrad. Op 1 januari 1942 werd Walther gepromoveerd tot Oberstleutnant. Walther leidde het bataljon aan het oostfront tot 22 april 1942. Vervolgens werd Walther korte tijd overgeplaatst naar de Führerreserve van het OKL en kreeg hij op 17 september 1942 de opdracht om het bevel te voeren over Fallschirmjäger-Regiment 4, waarvan hij op 1 april 1943 tot commandant werd benoemd. Met dit regiment vocht Walther op Sicilië in juli/augustus 1943 (o.a. bij de slag om de Primosole-brug over de Simeto). Vanaf september 1943 tot medio februari vocht Walther met zijn regiment aan de Adriatische kust, o.a. in de Slag om Ortona. Hij gaf het commando over op 15 maart 1944.

Eindstrijd aan west- en oostfront

Vanaf 15 juni 1944 werd Walther Nationalsozialistischer Führungsoffizier van het 1e Parachutistenleger. Toen dit leger in september 1944 opdracht kreeg de oprukkende geallieerde troepen in België te stoppen, vormde Walther op 13 september 1944 de Kampfgruppe Walther, die vocht tegen Operatie Market Garden en de nasleep daarvan, inclusief de Slag om Overloon. Vanaf 24 september 1944 was Oberst Walther officieel aangesteld als commandant van de Parachutisten-Pantsergrenadierdivisie 2 Hermann Göring, maar hij bleef vooreerst bij zijn Kampfgruppe Walther bij Venlo tot 12 oktober 1944.[5] Pas daarna ging hij naar Oost-Pruisen. Hij leidde de Parachutisten-Pantsergrenadierdivisie 2 Hermann Göring in de gevechten in Oost-Pruisen. Zijn promotie tot generaal-majoor volgde op 30 januari 1945. Kort daarna raakte hij gewond door een granaatsplinter en werd tijdelijk vervangen door Oberst Seegers. De divisie was in april weer teruggebracht naar Duitsland en Walther nam het commando weer op zich. Hij behield dit commando tot de onvoorwaardelijke overgave van de Wehrmacht op 8 mei 1945. Walther werd krijgsgevangen gemaakt door de Sovjets in Praag op deze dag.

Einde

Op 5 november 1945 werd Walther gearresteerd door de NKVD en een week later veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens deelname aan de oorlog tegen de Sovjet-Unie. Via verschillende Sovjetkampen kwam hij terecht in Speciaal Kamp nr. 2 Buchenwald, waar hij op 26 december 1948 overleed aan honger en longtuberculose.

Op 23 januari 1996 werd Walther gerehabiliteerd door het parket van de procureur-generaal van de Russische Federatie.[6]

Militaire loopbaan

Decoraties

Zie de categorie Erich Walther van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.