Verdrag van Maastricht (1992)

Verdrag betreffende de Europese Unie
De lijvige tekst van het Verdrag van Maastricht op een tentoonstelling in Regensburg. De opengeslagen bladzijde toont de handtekeningen van de gevolmachtigde ministers van België, Denemarken, Duitsland en Griekenland
De lijvige tekst van het Verdrag van Maastricht op een tentoonstelling in Regensburg. De opengeslagen bladzijde toont de handtekeningen van de gevolmachtigde ministers van België, Denemarken, Duitsland en Griekenland
Verkorte titel Verdrag van Maastricht
Afkorting(en) EU-Verdrag
Type beginselverklaring
Rechtsgebied(en) internationaal recht
Onderwerp(en) economische, monetaire en politieke samenwerking
Status in werking
Verdragsgegevens
Totstandkoming 11 december 1991 in Maastricht
Ondertekend op 7 februari 1992 in Maastricht
Ondertekenaars 12 lidstaten Europese Unie
Inwerkingtreding 1 november 1993 na ratificatie door 12 lidstaten
Verdragrelaties
Amendeert Verdrag van Rome (1957)
Geamendeerd door Verdrag van Amsterdam (1997)
Verdrag van Nice (2001)
Verdrag van Lissabon (2007)
Talen
Authentieke talen (nl) (en) (fr) (de) (da) (es) (pt) (it) (el)
Lees online
Verdrag betreffende de Europese Unie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Europese Unie

Het Verdrag van Maastricht, officieel het Verdrag betreffende de Europese Unie, kortweg EU-Verdrag is het stichtingsdocument van de Europese Unie. Het werd op 7 februari 1992 in Maastricht ondertekend door de (gevolmachtigde) ministers van Financiën en ministers van Buitenlandse Zaken van de twaalf lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap. Zij tekenden in kader van twee Intergouvernementele Conferenties (IGC's): een voor de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en een voor de ontwikkeling van een Europese Politieke Unie.

De lidstaten waren over de inhoud van het verdrag tot overeenstemming gekomen tijdens een topontmoeting op 9 en 10 december 1991 in Maastricht. Het verdrag trad op 1 november 1993 in werking. Met het in werking treden van het verdrag werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) hernoemd tot Europese Gemeenschap (EG). De Europese Economische Gemeenschap (EEG), Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) werden samen onderdeel van de eerste pijler van de - via het Verdrag van Maastricht - nieuw op te richten Europese Unie (EU).[1]

Met het verdrag droegen de lidstaten op nieuwe beleidsterreinen bevoegdheden over aan de Europese Unie. Ook zorgden ze ervoor dat het Europees Parlement op verschillende beleidsterreinen medewetgever werd binnen de EU-besluitvorming. De beleidsterreinen waarover het Europees Parlement kon meebeslissen werden later met het Verdrag van Amsterdam (1997) en het Verdrag van Lissabon (2007) verder uitgebreid.[2]

Een van de hoofdafspraken binnen het Verdrag van Maastricht betrof de oprichting van de Economische en Monetaire Unie. Besloten werd dat op termijn en in fasen een Europese eenheidsmunt zou worden ingevoerd. Het monetaire beleid zou daarbij in handen komen van de - in 1991 nog op te richten - Europese Centrale Bank. In het Verdrag van Maastricht werd de datum vastgelegd waarop de munt uiterlijk zou worden ingevoerd: 1 januari 1999.[3]

Het Verdrag van Maastricht behoort sinds 2018 tot het Europees erfgoed.[4]

Onderhandelingen

Zie Onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht (1991) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 1 juli 1991 nam Nederland het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen op zich. Het kabinet-Lubbers III wilde, na het ondertekenen van de Verdragen van Schengen een jaar eerder, de Europese integratie opnieuw een flinke stap vooruit helpen. De bedoeling was om tijdens het Nederlandse voorzitterschap overeenstemming te bereiken met de andere lidstaten over verdergaande samenwerking – ook op niet-economisch terrein – en te komen tot een verdrag met een blauwdruk voor een Economische en Monetaire Unie (EMU) en een Europese Politieke Unie (EPU). De EMU, met als doel de invoering van één munt en één centrale bank, stond al sinds 1988 op de agenda. De EPU, het gezamenlijk naar buiten treden van de lidstaten op terreinen als defensie en buitenlandse zaken, was in 1990 als doelstelling geformuleerd.

Commissievoorzitter Jacques Delors en Ronald van Beuge in de periode van voorbesprekingen voor de Europese top
Handtekeningen van koningin Beatrix en de regeringsleiders in de mergelgrot/ wijnkelder van Château Neercanne

Voorafgaand en tijdens de "Europese top" in Maastricht vond intensief diplomatiek overleg plaats, waarbij onder anderen de Nederlandse topdiplomaat Ronald van Beuge een belangrijke rol speelde. Minister-president Ruud Lubbers telefoneerde in het rond en reisde langs de Europese hoofdsteden om iedereen op één lijn te krijgen. Vice-premier en minister van financiën Wim Kok voerde het "kwartje van Kok" in om het begrotingstekort terug te dringen en zo het goede voorbeeld te geven voor de beoogde begrotingsdiscipline. Minister van buitenlandse zaken Hans van den Broek en staatssecretaris Piet Dankert leden aanvankelijk een zware nederlaag met het door hun ministerie opgestelde eerste verdragsontwerp, dat bij een bijeenkomst in Brussel van ministers van buitenlandse zaken op 30 september door een overgrote meerderheid werd weggestemd omdat het te federaal zou zijn ("zwarte maandag").[5] Een week later waren de voortekenen nog steeds ongunstig bij een informele bijeenkomst van dezelfde ministers op Kasteel de Haar. Op 12 november kwamen de ministers bijeen in Noordwijk en was het tij gekeerd. De Nederlanders grepen uiteindelijk terug naar een eerder dat jaar door de Luxemburgers opgestelde tekst, waar het nodige aan werd bijgeschaafd. De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, had zich echter negatief over deze tekst uitgelaten.[6] Begin december liet Delors weten op te stappen als "Maastricht" onvoldoende resultaat zou opleveren.[7]

De vergaderlocatie: het Statengebouw van het Limburgs Gouvernement aan de Maas
Na het akkoord: persconferentie in het MECC, 11 dec. 1991, ca. 02:00u 's nachts.
Van links naar rechts: ?, Wim Kok, Hans van den Broek, Jacques Delors en Ruud Lubbers
Overzicht van landen die het verdrag in 1992 ondertekenden. In de rood gekleurde landen vonden referenda plaats

Op 9 en 10 december kwam de Europese Raad van regeringsleiders bijeen voor een topconferentie ("Europese top" of "Eurotop") in het Gouvernement aan de Maas in Maastricht. Ook een groot aantal andere ministers waren bij het overleg aanwezig. Voor dat doel was de ronde feestzaal in het Statengebouw van het provinciehuis ("Limburgs Gouvernement") omgebouwd tot vergaderzaal. Het MECC-congresgebouw fungeerde als perscentrum.[8] Koningin Beatrix ontving de Franse president François Mitterrand, de elf minister-presidenten van de andere lidstaten (waaronder Helmut Kohl en John Major), alsmede commissievoorzitter Delors voor een lunch in het kasteel-restaurant Neercanne. Bij de besprekingen kwamen zowel de gezamenlijke munt als verdergaande politieke samenwerking en uitbreiding van het aantal lidstaten ter sprake. Tot op het laatste moment bleef het spannend of de bijeenkomst met een positief resultaat kon worden afgesloten. Duitsland, dat veel belang hechtte aan een stabiele munt, was bereid de Duitse mark op te geven in ruil voor Franse steun voor de Duitse hereniging. Zoals verwacht toonde het Verenigd Koninkrijk zich de grootste tegenstander van een federaal Europa. Een groot struikelpunt was het gebruik van het woord "federaal" in de openingsparagraaf bij de omschrijving van het uiteindelijke doel van de Europese Unie. Het werd pas acceptabel nadat dat woord was vervangen door "an ever closer union". Premier Major ging akkoord met het nieuwe EU-verdrag op voorwaarde dat de Britten later alsnog konden afhaken (de "opt-out"). Al in 1992 maakte het land van die mogelijkheid gebruik om niet mee te doen met de gezamenlijke munt. Ook de sociale paragraaf stuitte bij de Britten op onoverkomelijke bezwaren en werd om die reden buiten het verdrag gehouden. De andere elf lidstaten zouden dit Europees Sociaal Handvest als een afzonderlijk verdrag ondertekenen. De Europese Politieke Unie bleek in Maastricht een brug te ver; op dit gebied werd weinig voortgang geboekt. Na twee dagen moeizaam onderhandelen kon de Maastrichtse Eurotop op 11 december 1991 om half 2 's nachts worden afgesloten met een akkoord.[9]

Ondertekening van het Verdrag van Maastricht

Overzicht van landen die het verdrag in 1992 ondertekenden. In de rood gekleurde landen vonden referenda plaats

Twee maanden later, op 7 februari 1992, vond de ondertekeningsceremonie plaats in hetzelfde gebouw waar de onderhandelingen hadden plaatsgevonden, ditmaal in de Statenzaal. Dat de ondertekening in Maastricht zou plaatsvinden – en daardoor de naam van die stad zou dragen – was niet vanzelfsprekend, omdat op dat moment Portugal het voorzitterschap van Nederland had overgenomen. De Portugezen waren echter net lid en hadden hun handen vol aan de organisatie van hun eerste topconferentie. Ze stemden er daarom in toe dat de ceremonie in Maastricht plaatsvond. De handtekeningen onder het verdrag werden gezet door de gevolmachtigde ministers van de twaalf toenmalige lidstaten van de Europese Gemeenschappen, in de meeste gevallen de ministers van buitenlandse zaken en die van financiën:[10]

Norman Lamont, de Britse minister van Financiën, weigerde het Verdrag persoonlijk te ondertekenen. Hij kon niet verdragen dat zijn handtekening voor altijd op het Verdrag zou prijken. Francis Maude, de Financial Secretary to the Treasury, kwam in zijn plaats naar Maastricht.[12]

Vlag van België Vlag van Denemarken Vlag van Duitsland Vlag van Frankrijk Vlag van Griekenland Vlag van Ierland
Vlag van Italië Vlag van Luxemburg Vlag van Nederland Vlag van Portugal Vlag van Spanje Vlag van Verenigd Koninkrijk

Ratificatie van het Verdrag van Maastricht

Ierse oproep om "no" te stemmen in het referendum

In de periode tussen de ondertekening en inwerkingtreding van het verdrag vonden volksraadplegingen plaats in drie van de twaalf lidstaten. Op 2 juni 1992 stemde een kleine meerderheid van de Denen tegen het verdrag. Door deze onverwachte uitslag kwam ratificatie op losse schroeven te staan, aangezien het verdrag alleen in werking kon treden als alle landen instemden. Op 18 juni stemden de Ieren vóór ratificatie en op 20 september deden de Fransen hetzelfde. Voor de Denen werden op de Europese top van Edinburgh in december 1992 enkele uitzonderingen gemaakt, waarna een meerderheid van de Denen bij een tweede referendum op 18 mei 1993 vóór het verdrag stemde.[13]

Na het eerste Deense referendum gingen Jacques Delors en de Europese Commissie over tot beleidswijzigingen. Wetgevingsprocessen werden afgestoten in de richting van de nationale staten en pogingen werden ondernomen om het wetgevende werk van de Europese Commissie meer open en transparant te maken.[14] John Major vertraagde het Britse parlementaire debat over de ratificatie tot ná het tweede Deense referendum. In de tussentijd verleenden de twaalf lidstaten tijdens een topbijeenkomst in Edinburg aan Denemarken nadere uitzonderingsposities op het terrein van de EMU en het gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidsbeleid. Na een Deense regeringswisseling werd het tweede Deense referendum gewonnen met een comfortabele 56,8%.[15]

In het Verenigd Koninkrijk had premier Major grote problemen om het verdrag door het Britse parlement te loodsen. Na het vertrek van Nigel Lawson was Major zelf minister van Financiën geworden en had Margaret Thatcher weten te overtuigen dat het verstandig was om mee te doen aan het Europees Wisselkoersmechanisme. In 1992, een paar maanden na ondertekening van het Verdrag van Maastricht, kwam dit systeem onder druk te staan omdat beursspeculanten gebruik maakten van het gebrek aan vertrouwen in het Verdrag van Maastricht nadat een meerderheid van de Deense bevolking tegen ratificatie van het Verdrag had gestemd.[16]

Margaret Thatcher stelde zich aan het hoofd van Conservatieve eurosceptici die volle munt sloegen uit het Deense "nee". Ook zij wilden een referendum. Major had weliswaar in april 1992 de algemene verkiezingen gewonnen, maar de meerderheid van de Conservatieve partij in het Lagerhuis was geslonken van 88 naar 21. Dit maakte de positie van de eurosceptici politiek sterk en bovendien werden zij in de rug gesteund door een aantal populaire tabloid-kranten. Uiteindelijk, nadat John Major de vertrouwensvraag had gesteld (dreigen met opstappen als Prime Minister), werd het verdrag met een nipte meerderheid in het Lagerhuis goedgekeurd (319 tegen 316 stemmen).[17]

Helmut Kohl & François Mitterrand

Mitterrand en Kohl waren de grote mannen achter het Verdrag van Maastricht. Maar ook in Frankrijk en Duitsland verliep het ratificatieproces moeizaam. Achteraf in 2002, heeft Helmut Kohl in een interview aangegeven dat hij zich als "een dictator" heeft moeten opstellen om de euro ingevoerd te krijgen. Hij verwachtte dat een referendum daaromtrent negatief zou uitvallen.[18] Bovendien bleek in 2012, op basis van nieuw vrijgekomen documenten, dat zelfs naaste medewerkers van Helmut Kohl twijfels hadden over het euro-proces.[19]

François Mitterrand

In Frankrijk werd een referendum gewonnen met slechts een marginale meerderheid na een intensieve politieke campagne waarbij Mitterrand zijn impopulaire premier Édith Cresson had vervangen en zijn voormalig minister van Cultuur Jack Lang speciaal had aangesteld om de referendumcampagne te leiden. Aan de vooravond van het referendum sprak het prestigieuze dagblad Le Monde zich in een hoofdcommentaar uit vóór het referendum: een "nee" zou de grootste catastrofe zijn voor Frankrijk en Europa sinds Adolf Hitler in Duitsland aan de macht was gekomen. Met een opkomst van 70% stemde van de Fransen slechts 51,05% vóór en 48,95% tegen het Verdrag van Maastricht. Dit resultaat riep vragen op over de rechtvaardiging van alle Franse regeringsinzet. De uitslag versnelde de politieke val van Mitterrand en schokte het zelfvertrouwen van de Europese gemeenschap. De Duitse tabloid Bild had in december 1991 een aantal artikelen gepubliceerd waarin verzet werd aangetekend tegen de EMU. Op de tweede dag van de onderhandelingen in Maastricht opende de populaire massakrant met: 'Het einde van de D-Mark'. Wijdverspreide Duitse zorgen over de implicaties van de EMU, gevoed door de stijgende kosten van levensonderhoud als gevolg van de Duitse hereniging, kwamen te laat om de onderhandelingen in Maastricht te kunnen beïnvloeden, maar lieten zich wel gelden tijdens het ratificatieproces. In Duitsland boog een constitutioneel hof zich uitgebreid over de materie voordat de claim werd verworpen dat het verdrag niet-constitutioneel was. Al deze ervaringen, gecombineerd met de wetenschap dat in andere landen bewijs aanwezig was dat de instemming van burgers met het doen en laten van de Europese Unie aan het afnemen was, waren alarmsignalen in de richting van de federalistische oriëntatie.[20]

Economische Centrale Bank te Frankfurt am Main, augustus 2025.

Het Verdrag van Maastricht trad in werking op 1 november 1993. Op 1 januari 1994 startte de tweede fase van de EMU met de oprichting van het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank (ECB). Op 1 januari 1999 startte de derde fase van de EMU met de oprichting van de ECB. Op die datum werden van elf deelnemende landen de wisselkoersen onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld en giraal de euro ingevoerd. De chartale euro (munten en bankbiljetten) werd op 1 januari 2002 ingevoerd. Twaalf lidstaten, oude en nieuwe, deden mee aan de euro: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Griekenland. Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zweden deden niet mee. Met de uitbreiding van het aantal lidstaten werd later ook het aantal deelnemers aan de euro vergroot.

In 1997 werd het Verdrag betreffende de Europese Unie gewijzigd door het Verdrag van Amsterdam, in 2001 door het Verdrag van Nice en in 2007 door het Verdrag van Lissabon.

Reeds in de ratificatieperiode van het Verdrag van Maastricht werden de eerste gesprekken gevoerd met aspirant-lidstaten van de Europese Gemeenschap/Unie. Met het Verdrag van Lissabon (2007) was het aantal lidstaten toegenomen tot 28. Ondanks alle kritiek op het federalisme dat ontstond in de ratificatieperiode van het Verdrag van Maastricht ging de Europese Unie in de periode 2001-2003 over tot het ontwerp van een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.[21] Een eerste poging strandde in 2005 op referenda gehouden in Frankrijk en Nederland. Met veel moeite werd de Europese Grondwet vervolgens omgevormd tot een minder ambitieus hervormingsproces.[22] De Franse president Valéry Giscard d'Estaing heeft publiekelijk aangegeven dat dit verdrag grotendeels identiek was aan de afgestemde grondwet. De vorm was alleen anders om nieuwe referenda te voorkomen.[23] Desalniettemin was het Verdrag van Lissabon niet de fundatie van een Europese federatie of superstaat, iets wat de eurosceptici vreesden dat er zou komen. Het was de consolidatie van reeds bestaande verdragen aangevuld met een aantal institutionele innovaties en een uitbreiding van EU-competenties. Het was als gevolg van moeizame onderhandelingen een verre van ideale tekst, maar net als het Verdrag van Maastricht hetgeen wat op dat moment het hoogst haalbare was.[24] Met het Verdrag van Lissabon kreeg deze Europese Grondwet rechtsgeldigheid.[25] Het pilarensysteem van het Verdrag van Maastricht werd met het Verdrag van Lissabon verlaten.[26]

Inhoud van het Verdrag van Maastricht

Pijlers van de EU

Het Verdrag van Maastricht verving in 1992 een aantal oudere verdragen van Europese eenwording, waaronder het Verdrag van Parijs (1951), waarmee de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) was opgericht, en het Verdrag van Rome (1957), dat de basis vormde van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom. In het Verdrag van Maastricht werd de Europese Economische Gemeenschap hernoemd naar Europese Gemeenschap, omdat de terreinen waar de gemeenschap zich mee bezighield nu ook buiten het economische kader vielen. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht vormen de Europese Gemeenschap (voorheen EEG), Euratom en de EGKS de Europese Gemeenschappen (EG). De Europese Gemeenschappen zijn onderdeel van de Europese Unie (EU).

Voor de EU kozen de lidstaten in Maastricht voor een drie-pijlerstructuur. De eerste pijler omvatte de Europese Gemeenschappen. Hierin zaten onder meer de interne markt en de toekomstige EMU. De tweede pijler betrof het Gemeenschappelijke Buitenlands en Veiligheidsbeleid. De derde pijler bestond uit samenwerking op de terreinen Justitie en Binnenlandse Zaken, en betrof onder meer asielbeleid, migratiebeleid en de bestrijding van grensoverschrijdend misdaad en terrorisme.

De Europese interne markt (vrij verkeer van werknemers, goederen, diensten en kapitaal was onderdeel van de eerste pijler, de Europese Gemeenschappen (EG).

Als gevolg van het drie pijlersysteem werd de Europese Unie, zoals voorgesteld in het Verdrag van Maastricht, weergegeven als een klassieke Griekse tempel, waarbij de Europese rechtsorde (het fronton) gedragen werd door de drie genoemde pijlers.[27] Na de ratificering in 2009 van het Verdrag van Lissabon werd de indeling in drie pijlers afgeschaft.

Verder werd in het Verdrag van Maastricht bepaald dat er een Economische en Monetaire Unie (EMU) gevormd zou worden, met een gemeenschappelijke munteenheid. Aanvankelijk werd de munt "ecu" genoemd, later zou het de naam 'euro' krijgen. Voor de invoering van de monetaire unie werd een Europese begrotingsdiscipline afgesproken, de zogenaamde convergentiecriteria ("Maastrichtnorm").

Verder werd er een kader ontworpen voor de toekomstige politieke en economische eenmaking. In dat verband hebben de lidstaten zich verplicht om bij te dragen aan de ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van vervoers-, telecommunicatie- en energie-infrastructuur. Zie verder TEN-T.

Gedenktekens

Gedenkpenning Unus fortis est (ontwerp: Willem Verbon)

Voorafgaand aan een lunch tijdens de Europese topconferentie zetten alle aanwezige staatshoofden en regeringsleiders hun handtekening op een mergelwand in de grotten van Château Neercanne.[28] In de Maastrichtse wijk Céramique is het Plein 1992 naar het verdrag genoemd. Op het plein zijn bronzen tegels aangebracht met afwisselend het Euroteken en het jaartal 1992. In dezelfde wijk bevindt zich aan de Avenue Céramique het kunstwerk Stars of Europe van de kunstenaressen Maura Biava en Ruby van den Munckhof, bestaande uit aluminium palen met sterren die draaien in de wind. De grote sterren verwijzen naar de twaalf landen die in 1992 het Verdrag van Maastricht ondertekenden; de kleinere sterren naar de nieuwe lidstaten die er sinds 1992 bij gekomen zijn.[29] Bij het Gouvernement bevindt zich een monument, dat verwijst naar de Europese top van 1991 en het verdrag van 1992. Ook bevindt zich sinds 2018 aan dit gebouw een plaquette die memoreert dat het verdrag in dat jaar het Europees erfgoedlabel verkreeg.[4] Voor het voormalige gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main staat een groot euro-teken met twaalf sterren, dat indirect verwijst naar de in Maastricht genomen besluiten.

Herdenkingsmunt

In april 2022 is een speciale munt geslagen om 30 jaar dit verdrag en 20 jaar euro te vieren.[30]

Europees erfgoedlabel en Studio Europa Maastricht

Het Europees Erfgoedlabel (EHL) wijst locaties aan die een sleutelrol hebben gespeeld in Europa en bij de totstandkoming van de Europese Unie. Locaties die het label krijgen, staan symbool voor de Europese idealen, waarden, geschiedenis en integratie.

Maar weinig verdragen hebben zo’n grote invloed gehad op het dagelijks leven van Europeanen als dat van Maastricht. Daarom heeft de Europese Commissie het Verdrag in 2018 bestempeld tot Europees Erfgoed.[31] Dit gebeurde op voorspraak van de Nederlandse regering en de Provincie Limburg. In Nederland hebben slechts drie andere zogenoemde sites het Erfgoedlabel gekregen: Kamp Westerbork, het Vredespaleis in Den Haag en de Koloniën van Weldadigheid.[32]

Toen het Verdrag van Maastricht in 2017 vijfentwintig jaar bestond, waren de Provincie Limburg en de gemeente Maastricht verenigd in het samenwerkingsverband Europe Calling![33] Dit programma behelsde niet alleen viering en herinnering, maar had ook aandacht voor de financiële en economische problemen in Europa, het solidariteitsvraagstuk en de discussie over de openheid van Europa. ‘Maastricht Working on Europe’ is het vervolg van deze samenwerking, waarbij ook de Universiteit Maastricht als partner aansloot, daarmee het programma ondersteunend met onderzoek en Europa-expertise. De uitvoerende organisatie van dit programma is Studio Europa Maastricht, een in 2018 te Maastricht opgericht centrum op het gebied van Europa-gerelateerd onderzoek. Studio Europa Maastricht verzorgt de nalatenschap van het Verdrag van Maastricht en organiseert activiteiten voor een breed publiek rondom het verzamelen en delen van verhalen over Europa.[34] In juni 2022 vond in de Sint-Janskerk – in aanwezigheid van prinses Beatrix der Nederlanden – de eerste Prinses Beatrixlezing plaats, die volgens plan jaarlijks door Studio Europa Maastricht zal worden georganiseerd. In 2022 was de Franse oud-minister Élisabeth Guigou de hoofdspreker.[35]

Mede ter ere van het Europees Erfgoedlabel heeft de Provincie Limburg een permanente expositie ingericht over het Verdrag van Maastricht in het Gouvernementsgebouw - de plaats waar in december 1991 de onderhandelingen plaatsvonden.[1] In 2024 is er ook in Maastricht Museum een expositie over het Verdrag van Maastricht geopend. Deze expositie belicht de geschiedenis van het Verdrag van Maastricht en de onderhandelingen vanuit het perspectief van de stad.[36] Beide exposities zijn mede ontwikkeld door Studio Europa Maastricht. Dit expertisecentrum voor Europa-gerelateerd debat en onderzoek is opgericht in 2018 en wordt ondersteund door de partners van het Maastricht, Working on Europe-programma: Universiteit Maastricht, Provincie Limburg en Gemeente Maastricht. Samen positioneren zij de Limburgse hoofdstad en de regio als werk- en ontmoetingsplaats voor debat en kennis- en visieontwikkeling rondom Europese thema’s.[37]

Na het Verdrag van Maastricht

Na het Deense referendum en de moeizame ratificatie van het Verdrag van Maastricht was de tijd voorbij dat regeringsleiders konden rekenen op een vanzelfsprekende, stilzwijgende instemming van hun burgers met het Europese integratieproject. Ook buiten Groot-Brittannië en Denemarken gingen pers en publiek op kritische wijze kijken wat zich in de Europese Unie afspeelde.[38]

Europese vlag

Om verschillende redenen vormde het Verdrag van Maastricht daarom een kantelpunt in de Europese geschiedenis. Van een overwegend economische samenwerking werd “Europa”  een project dat op het gevoelige terrein van de binnen- en buitenlandse politiek kwam.[39]

Chirac & Kohl

Het monetaire proces in de richting van de EMU kreeg na de ratificatie van het Verdrag van Maastricht een slechte start als gevolg van de monetaire crisis die in 1992-1993 Europa trof. Er kwam een einde aan de stabiliteit van het Europese wisselkoerssysteem als gevolg van de enorme kosten van de Duitse eenwording en de hoge rentestand. De vraag was of een streng centraal geharmoniseerd monetair beleid onder leiding van een Europese Centrale Bank wel mogelijk was. De jaren 1990 werden daardoor beheerst door onenigheid over nationale bijdragen. Vooral de rijkere lidstaten gingen zich steeds terughoudender opstellen bij het vaststellen van de afdrachten aan de Europese Unie. Helmut Kohl bleef de grote roerganger van het Europa-project, maar zijn Franse bondgenoot Mitterrand maakte in 1995 plaats voor Jacques Chirac. De relatie tussen Kohl en Chirac werd nooit hecht, maar op het terrein van de EMU realiseerde Chirac zich dat dit een vitaal onderdeel was van goede Frans-Duitse relaties binnen de Europese Unie. Institutionele hervorming ter nadere uitvoering van het Verdrag van Maastricht ging moeizaam. De lidstaten hadden geleerd van de moeizame ratificatie van het Verdrag van Maastricht en hadden dit keer de Internationale Gouvernementele Conferenties eerder te goed dan te slecht voorbereid. Het resultaat was dat de topconferenties van Amsterdam (1997) en Nice (2000), die bedoeld waren voor institutionele hervormingen, resulteerden in moeizame en ingewikkelde compromissen. Wel werd overeenstemming bereikt dat de lidstaten zich moesten houden aan een aantal financieel-economische criteria zodat op termijn een stabiele eenheidsmunt kon worden ingevoerd en gehandhaafd. De grote vraag was of deze criteria ook in economisch zware tijden overeind gehouden konden worden.[40]

Mitterrand toont het Europese paspoort

Bij de Nederlandse regering ontstonden de eerste aarzelingen kort na het Verdrag van Maastricht. Ze werden alleen niet direct zichtbaar in het gevoerde beleid. De Nederlandse regering bleef zich aanvankelijk vastklampen aan de oude zekerheden van de nationale Europapolitiek en welke dankzij het Verdrag van Maastricht nu ook deels een ankerpunt hadden gekregen: volledige vrijmaking van de handel via de interne markt (vrij grensoverschrijdend verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeid), het garanderen van faire concurrentieverhoudingen, het tegengaan van dominantie door de grote lidstaten, versterking van de Europese Commissie en verhoging van het democratisch gehalte van de besluitvorming door de uitbreiding van bevoegdheden van het Europees Parlement. Een nieuw punt van zorg werd toegevoegd: strikte naleving van de deelname-eisen voor de centrale munt, de “convergentiecriteria". Vooral het begrotingstekort van de (kandidaat-)lidstaten van de EMU-landen moest in Nederlandse ogen aan een strenge limiet worden gebonden. Maar ook organisatorisch zorgde het Verdrag van Maastricht voor veranderingen. Tot het Verdrag van Maastricht was “Europa” vooral het terrein geweest van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Met de komst van de eenheidsmunt begon het Ministerie van Financiën een rol op te eisen, terwijl het Ministerie van Sociale Zaken een rol begon te spelen omdat de sociale paragraaf  doorwerking kreeg in Nederlands beleid. De Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken werden direct betrokken bij de Europese Unie als gevolg van de derde “pijler” van het Verdrag van Maastricht. Voor politici werd het verleidelijk om de zwartepiet aan Europa door te schuiven als impopulaire maatregelen verdedigd moesten worden. Europa kwam dichter bij de burger en hoger op de nationale politieke agenda te staan.[41]

Tijdlijn

Tijdlijn met daarin de evolutie van de structuren van de Unie

1948 1952 1958 1967 1987 1993 1999 2002 2003 2009 2011
Brussel EGKS EEG / Euratom Fusieverdrag Europese Akte EU-Verdrag Amsterdam Nice Lissabon
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM)
Europese Economische Gemeenschap (EEG)
P

IJ

L

E

R

S
Europese Gemeenschap (EG) Europese Unie (EU)
↑Europese Gemeenschappen↑ Justitie & Binnenlandse Zaken (JBZ)
Politiële & justitiële samenwerking in strafzaken (PJSS)
Europese politieke samenwerking (EPS) Gemeenschappelijk buitenlands & veiligheidsbeleid (GBVB)
West-Europese Unie (WEU)

Zie ook

Zie de categorie Maastricht Treaty van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.