Nigel Lawson

Nigel Thomas Lawson
Nigel Lawson (2018)
Nigel Lawson (2018)
Geboren 11 maart 1932
Londen
Overleden 3 april 2023
Eastbourne
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Politieke partij Conservatieve Partij
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Nigel Thomas Lawson, later Baron Lawson of Blaby, PC (Londen, 11 maart 1932Eastbourne, 3 april 2023) was een Brits journalist, conservatief lid van het Lagerhuis en tussen juni 1983 en oktober 1989 minister van Financiën in de regering Thatcher. Als lid van het Lagerhuis vertegenwoordigde hij van 1974 tot 1992 het district Blaby. In 1992 werd hij in de adelstand verheven, een Life peerage, en trad hij toe tot het Hogerhuis.

Biografie

Nigel Lawson werd geboren in Hampstead, Noord-Londen. Zijn grootvader van vaders zijde was een immigrant uit Letland die in 1925 zijn naam wijzigde van Leibson in Lawson.[1] Vader Ralph Lawson was een thee-handelaar. Zijn moeder Joan (Davis) kwam uit een welvarend gezin van beurshandelaren. Geboren in een Joods gezin was Lawson sinds zijn puberteit "een gecommitteerd niet-gelover".[2] Zijn ouders waren in dusdanige goede doen dat Nigel opgroeide in een huishouden met een gouvernante, kok en dienstmeisje. Nigel Lawson heeft uitsluitend privaat onderwijs genoten: Westminster en Christ Church, Oxford.[3][4]

Aan Christ Church, Universiteit van Oxford studeerde Lawson Politics, Philosophy and Economics (PPE). Hij faalde om universiteitsdocent te worden, verveelde zich binnen het bedrijf van zijn vader en werd journalist bij Financial Times. Daar werd hij al snel een befaamde columnist. Binnengehaald bij de nieuw gelanceerde Sunday Telegraph maakte Lawson indruk als economisch denker en hervormer. Hij kon vervolgens aan het werk binnen de Britse Conservatieve partij - als speech schrijver van Harold Macmillan en vervolgens Alec Douglas-Home. Na Home's vertrek als Britse Prime Minister (1964) pakte Nigel Lawson zijn journalistieke carrière weer op - Financial Times, Spectator, Times, Sunday Times en Evening Standard. In 1974 won hij het kiesdistrict Blaby. Binnen de Conservatieve Partij, op dat moment in politieke oppositie, steeg zijn ster snel.[5]

Chancellor of the Exchequer (Minister van Financiën)

Margaret Thatcher vroeg Nigel Lawson in 1983 om Chancellor of the Exchequer (minister van Financiën) te worden - ter vervanging van Geoffrey Howe. Lawson had reeds onder Howe gewerkt als financieel adviseur en had vervolgens als staatssecretaris in het eerste kabinet van Thatcher diverse privatiseringsprocessen van overheidsbedrijven geleid.[6] Lawson was politiek controversieel en weinig geliefd, maar wel een van de weinigen die de dominante Margaret Thatcher aankon. Hij was de enige minister in het kabinet die Thatcher openlijk kon zeggen dat zij haar mond moest houden tijdens een kabinetsvergadering.[7]

Nigel Lawson stond bekend als de intellectueel briljante minister van Financiën (Chancellor of the Exchequer) die de Britse economie transformeerde met belangrijke belastinghervormingen en privatisering van overheidsbedrijven. Ook de Bank of England werd onder zijn ministerschap zelfstandig. Samen met zijn voorganger Geoffrey Howe was hij in financieel-monetair opzicht de belangrijkste architect van het ideeëngoed dat als "Thatcherisme" de geschiedenis is ingegaan.

Breuk met Margaret Thatcher

Hoewel naar buitenwacht toe de rangen lange tijd gesloten bleven, was Lawsons relatie met Margaret Thatcher gedurende zijn gehele ambtsperiode vaak gespannen. Lawson kwam, net als Geoffrey Howe, definitief met Thatcher in conflict aangaande de ERM - het Europees Wisselkoersmechanisme. Lawson en Howe waren voorstanders van dit systeem[8], wat concreet betekende dat de pond sterling de Duitse mark zou "schaduwen", terwijl Thatcher daarvan een verklaard tegenstander was. Kern van hun conflict was de vraag of de ERM een voorbode zou zijn van een Europese eenheidsmunt - dit was de wens Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie.[5] Achter de schermen schaduwde Nigel Lawson reeds de Duitse Mark met zijn monetaire beleid, maar - zijn kaart tegen de borst houden - wist Margaret Thatcher dat niet.[9][10]

Lawson en Howe versus Thatcher

Nigel Lawson en Geoffrey Howe zetten Thatcher verder onder druk. Deelname aan de ERM was (inderdaad) verstandig. Thatcher wilde echter niet van wijken weten. Op 26 oktober 1989 nam Lawson ontslag. Hij voelde zich met name ondermijnd door Alan Walters, de economisch adviseur van Thatcher. Walters adviseerde Thatcher dringend om tegen Lawsons strategie aangaande het Europese monetaire beleid in te gaan. Er ontstond een situatie van 'hij eruit of ik eruit'. In zijn ontslagbrief deelde Lawson mee dat een succesvol economisch beleid alleen mogelijk was met volledige overeenstemming tussen Prime Minister en Chancellor of the Exchequer. Dat was niet het geval. De omstandigheden van Lawsons ontslagname werden een voorbode voor de politieke val van Margaret Thatcher.[5][11][12]

Een jaar later nam ook Geoffrey Howe ontslag. Het verlies van twee senior ministers betekende het einde van de politieke carrière van Thatcher.[2] Het ging om twee ministers die ideologisch en praktisch verantwoordelijk waren geweest voor wat als het "Thatcherisme" de geschiedenis is ingegaan en haar regering vleugels had gegeven.[13] Het was hun revolutionaire economische en monetaire beleid dat Thatcher tot een van de meest succesvolle Prime Ministers van de twintigste eeuw had gemaakt.[14]

Op 13 november 1990 hield Geoffrey Howe in het Lagerhuis een toespraak naar aanleiding van zijn ontslag. Daarin uitte hij scherpe kritiek op Thatchers benadering van de Europese Gemeenschap en onthulde dat zowel hijzelf als Nigel Lawson al een jaar eerder hadden overwogen ontslag te nemen. Hij gebruikte een metafoor uit de cricketsport om te illustreren dat ministers volgens hem door de premier in een onmogelijke positie werden gebracht. Howe stelde dat haar Europese koers onjuist was en benadrukte dat partijleden voor een keuze stonden in wat hij omschreef als een “tragisch conflict tussen loyaliteiten”. Het was een van de eerste keren dat televisiecamera’s aanwezig waren bij een dergelijke rede, waardoor het optreden breed in het Verenigd Koninkrijk werd gezien. Lawson zat zichtbaar instemmend achter hem, terwijl Thatcher zelf gespannen toeluisterde.[15][16] [17] [18][19]

Howe benadrukte in zijn rede dat het Verenigd Koninkrijk al veel eerder lid had moeten worden van de ERM en ridiculiseerde Thatchers nachtmerriescenario van een Europese superstaat.[20] De pro-Europese Michael Heseltine had reeds eerder ontslag genomen als minister van Defensie. Jarenlang had Heseltine, een self-made miljonair met Amerikaans overkomende presidentiële allures, toegekeken hoe Thatcher andere ministers vernederde. Zelf had hij al die jaren geen oogcontact met Thatcher; zij vertegenwoordigden twee polen binnen de Conservatieve partij.[21] De concrete aanleiding was een incident, maar de werkelijke inzet was de wijze waarop Thatcher het Britse kabinet-systeem naar haar hand had gezet en daarmee in de ogen van Heseltine moedwillig constitutionele regels systematisch overtrad.[22][23][24] Na zijn vertrek als minister van Defensie, in januari 1986, stond Heseltine als parlementair backbencher klaar om Thatcher uit te dagen om het partijleiderschap neer te leggen. Het ontslag van én Lawson én Howe zorgde voor een politiek momentum. Heseltine daagde Thatcher openlijk uit. Er ontstond een machtsstrijd binnen de Conservatieve partij. John Major, de opvolger van Nigel Lawson als Chancellor of the Exchequer kwam na een aantal stemrondes als winnaar uit de strijd. Thatchers lange premierschap kwam daarmee ten einde.[25][26]

Het waren John Major, als Prime Minister en Norman Lamont, als de nieuwe Chancellor of the Exchequer, die vervolgens in politiek moeizaam vaarwater kwamen als gevolg van de Britse deelname aan de EMR op een politiek lastig moment. Het Britse pond ging de Duitse Mark schaduwen in een periode dat de Duitse Mark onder druk kwam te staan als gevolg van de Duitse eenheidsvorming na de val van de Berlijnse Muur. De Britse deelname aan de ERM zou daarom maar kortstondig zijn. De Britse economie kwam gehavend uit de internationale monetaire strijd en de Britse Conservatieve partij zou verder splijten over het Europa-vraagstuk.[27] Er kwam een doem te hangen over Majors regering en Europa-politiek effende voor Labour-voorman Tony Blair de weg om in 1997 met overweldigende meerderheid de verkiezingen te winnen.[28]

Vooraanstaand Euroscepticus

Nigel Lawson ontpopte zich als fervent Euroscepticus. In zijn maiden speech in het Britse Hogerhuis, in 1992, pleitte hij voor een referendum indien het Verenigd Koninkrijk ooit zou toe treden tot de EMU, de Economische en Monetaire Unie. Hij herhaalde deze oproep op het moment dat de Britse Labour-regering onder leiding van Tony Blair zich aansloot bij het Verdrag van Lissabon.[29] David Cameron werd in 2013 gedwongen te beloven een referendum uit te schrijven over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie omdat Nigel Lawson zijn volle politieke gewicht in de schaal legde in zijn steun aan Eurosceptische leden van het Britse parlement. Korte tijd diende Lawson persoonlijk als voorzitter van de Vote Leave beweging bij de start van het Brexit-referendum in 2016. De sleutelkwestie daarbij was voor hem niet de economie of de migratieproblematiek, maar de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk binnen een Europa dat steeds federalistischer werd.[2] Het ging hem om democratische beginselen en principes. Onafhankelijkheid van bestuur was het belangrijkste wat bestond, zo vertelde hij in een interview met de pro-Europese krant The Guardian vanuit een fraai buitenhuis in Frankrijk.[30]

Carrière na ontslag als minister en laatste levensjaren

Als elder statesman genoot Lawson van zijn rol als eenling die altijd conventionele wijsheden onder vuur nam met een contrair standpunt.[2] Als minister hield hij bewust van afstand van collega-ministers, maar had altijd een plan op zak om hen te hulp te schieten.[3] Eenmaal met pensioen was Lawson eerlijk genoeg om gemaakte fouten te erkennen.[31]

In zijn laatste levensjaren ontpopte Lawson zich, behalve als uitgesproken Euroscepticus, tot criticus van klimaatverandering wetenschappers. Hij beschuldigde hen van overdrijven van de gevaren van de opwarming van de aarde en het bagatelliseren van de economische kosten van een klimaatvriendelijke politiek.[2][32]

Familierelaties

Nigel Lawson was de vader van de publiciste en mediapersoonlijkheid Nigella Lawson en de journalist Dominic Lawson. Nigel Lawson overleed op 91-jarige leeftijd aan een acute longontsteking.[33][34][35]

Zie de categorie Nigel Lawson van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.