Ž

Het grafeem Ž, ž (Latijnse Z met haček), wordt in verschillende contexten gebruikt, meestal ter aanduiding van de stemhebbende postalveolaire fricatief. De klank is hetzelfde als de g in het woord giraffe. In het Internationaal Fonetisch Alfabet wordt deze klank aangeduid met [/ʒ/], maar de onderkast ž wordt gebruikt in de Americanistische fonetische notatie en in het Oeraals fonetisch alfabet. De ž wordt verder gebruikt als het geromaniseerde equivalent van de Cyrillische letter ж volgende de ISO-standaard ISO 9 en wetenschappelijke transliteratie.
Voor het gebruik in computersystemen staan Ž en ž respectievelijk op Unicode codepunten U+017D en U+017E. Op Windowscomputers kan de letter ook getypt worden met de respectievelijke toetsencombinaties Alt+0142 en Alt+0158.
Behalve in het Estisch en Turkmeense alfabet is de Ž de laatste letter van het alfabet van de taal waarin deze gebruikt wordt.
Origine
De háček (ˇ) vindt zijn oorsprong in het werk van Jan Hus, die in Orthographia Bohemica (1412) diakritische punten introduceerde om specifieke Tsjechische klanken weer te geven. Deze punten evolueerden later tot de háček, terwijl in het Pools de oorspronkelijke puntvorm behouden bleef, zoals in ż. Hus’ systeem bleef aanvankelijk weinig bekend, maar met de verspreiding van de boekdrukkunst in de 16e eeuw raakte de háček wijdverspreid. Dit is het geval voor: Šš, Čč, en Žž[1]
Gebruik
Slavische talen
De Ž is de 42e letter van het Tsjechische alfabet, de 46e letter van het Slovaakse alfabet, de 25e letter van het Sloveense alfabet, en de 30e letter van het Kroatische en het Bosnische alfabet. Daarnaast wordt hij ook in het Sorbisch gebruikt.
Verder wordt de Ž gebruikt als de geromaniseerde vervanger van de Cyrillische letter ж in het Servisch (8e plaats in het alfabet), in het Macedonisch (8e plaats), soms in het Russisch, Oekraïens en het Łacinka (Wit-Russisch), en nog minder vaak in het Bulgaars.
In de meeste talen waarin de letter wordt gebruikt staat hij voor de stemhebbende postalveolaire fricatief [/ʒ/], behalve in de Russische transliteratie van de Ж. Daar wordt de letter uitgesproken als stemhebbende retroflexe fricatief [/ʐ/].
Baltische talen
Ž is de 32e letter van het Litouwse alfabet en de 33e letter van het Letse alfabet.
Oeraalse talen
Ž is de 20e letter van het Estische alfabet (waarin deze wordt gebruikt in leenwoorden) en de 29e letter van het Noord-Samische alfabet. Af en toe komt de letter ook voor van het Fins, bij bijvoorbeeld de leenwoorden džonkki en maharadža. Daar heeft de letter geen aparte plaats in het alfabet, maar wordt hij gezien als een variant van de Z.
In het Fins en het Estisch mag de Ž door zh vervangen worden als het technisch niet mogelijk is een haček op de Z te zetten.[2]
Overige talen
- De Ž is de 13e letter van het Turkmeense en het Lazische alfabet.
- De Ž is de 27e en laatste letter van het Songhaise alfabet.
- De Ž wordt gebruikt in het Pasjtoe-alfabet als het geromaniseerde equivalent van ژ.
- De Ž wordt gebruikt in de standaard spelling van het Lakota.
Weergave op de computer
| Kapitaal | Minuskel | |
|---|---|---|
| samengesteld Unicode-karakter | U+017D |
U+017E |
| Unicode-karakter + diakritisch teken | U+005A + U+030C |
U+007A + U+030C |
| TeX | \v{Z} |
\v{z} |
| HTML decimaal | Ž |
ž |
| HTML hexadecimaal | Ž |
ž |
| HTML tekst | Ž |
ž |
| UTF-8 | 0xC5 0xBD |
0xC5 0xBE |
| Alt-code | Alt+0381 |
Alt+0382 |
- ↑ Baddeley, S. (Susan), & Voeste, A. (Anja) (2012). Hoofdstuk: Czech, in: Orthographies in early Modern Europe (pp. 255–269). essay, De Gruyter Mouton. ISBN 978-3110288124
- ↑ Finnish orthography and the characters š and ž
Literatuur
- Pullum, Geoffrey K., Ladusaw, William A. (1996). Phonetic Symbol Guide. University of Chicago Press, p. 203.