Zoutvat

Een zoutvat of zoutpot is een klein kommetje dat wordt gebruikt voor de presentatie van keukenzout op tafel. Zoutvaatjes kunnen een deksel hebben of open zijn en bestaan in allerlei uitvoeringen, van kleine individuele schaaltjes tot onderdeel van grote tafelstukken. De decoratie variëert van functioneel tot overdadig, waarbij gebruik wordt gemaakt van materialen zoals zilver, goud, glas, keramiek, ivoor en hout. Het gebruik van zoutvaatjes is al gedocumenteerd in het oude Rome. Ze bleven in gebruik tot in de eerste helft van de 20e eeuw, tot ze door de introductie van zout dat niet klontert geleidelijk aan vervangen werden door zoutstrooiers, vaak als onderdeel van een peper-en-zoutstel.
Geschiedenis

Artefacten uit het oude Griekenland in de vorm van kleine kommetjes worden vaak zoutvaatjes genoemd. Hun functie blijft onzeker, hoewel ze mogelijk werden gebruikt voor zout of specerijen[1]. De Romeinen hadden het ‘salinum’, een houder die meestal van zilver was en als essentieel werd beschouwd in elk huishouden. Deze had een ceremoniële betekenis, als houder van het (zout)offer dat tijdens de maaltijd werd gebracht, maar werd ook gebruikt om zout aan de gasten te verstrekken[2].
Tijdens de middeleeuwen ontstonden er meester-zoutvaten. Deze pronkstukken werden op de hoofdtafel geplaatst en waren een statussymbool. Ze waren meestal gemaakt van zilver en vaak versierd met motieven uit de zee of vormgegeven als een schip, de zogenaamde nef. Naast het meester-zoutvat werden er kleinere, eenvoudigere zoutvaatjes uitgedeeld aan de gasten. De sociale status van gasten kon worden afgemeten aan hun plaats ten opzichte van het grote zoutvat. Al in de 16e eeuw bestonden er zoutlepeltjes, die behoorden bij een zoutvaatje.
.jpg)
Tijdens de Renaissance en Barok werden er veel weelderige zoutvaten gemaakt. Een van de beroemdste is de zogenaamde ‘saliera’, een gouden zoutvaatje dat tussen 1540 en 1543 in opdracht van Frans I van Frankrijk door Benvenuto Cellini werd vervaardigd. Het is het enige bewaard gebleven goudsmidswerk dat met zekerheid aan Cellini wordt toegeschreven. Het is gemaakt van goud, ivoor en email en stelt de goden Neptunus (zee) en Tellus (aarde) voor, omringd door symbolen voor de delen van de dag en de vier windstreken.
Door de komst van de industriële revolutie aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw werden zowel zout als zoutvaatjes gemeengoed. Vanaf ongeveer 1825 kwam de productie van persglas op gang; zoutvaatjes behoorden tot de eerste artikelen die met deze methode massaal werden geproduceerd[3]. Op dezelfde manier leidde de ontwikkeling van het galvaniseren in de 19e eeuw tot de massaproductie van betaalbare verzilverde artikelen, waaronder zoutvaatjes. De eerste zoutstrooiers werden in het 19e eeuw ontwikkeld. Uit octrooien blijkt dat er divere pogingen werden ondernomen om het probleem van klonterend zout op te lossen, wat nodig was voor het strooien. Pas na 1911, toen effectieve antiklontermiddelen aan keukenzout werden toegevoegd, werden zoutstrooiers populair en raakten open zoutvaatjes in onbruik[4].
Afbeeldingen
Zoutvat van Sigismund III Vasa, Polen, jaren 1610. Münchener Residenz.
Driehoekig zoutvat, Amsterdam, 1618. Rijksmuseum, Amsterdam.
Zoutvat met een jongen zittend op een dolfijn, Johannes Lutma, Amsterdam, 1639. Rijksmuseum, Amsterdam.
Zoutvat met gedreven vissen, schelpen en zeedieren, Claas Fransen Baardt, Bolsward, 1689. Rijksmuseum, Amsterdam.
Zoutvat van aardewerk, Delft, circa 1720-1735, Rijksmuseum, Amsterdam.- Rond glazen zoutvat met zilveren rand, 19e eeuw. Museum Rotterdam.
Referenties
- ↑ Peter Connor en Heather Jackson, A Catalogue of Greek Vases in the Collection of the University of Melbourne. Macmillan Art Publishing, 2000, p. 188. ISBN 978-1876832070.
- ↑ Andreas Gutsfeld, "Salinum", in: Brill's New Pauly Online. Geraadpleegd 30 October 2012.
- ↑ Raymond Notley, Pressed Flint Glass. Shire Publications Ltd, 1997, p. 5. ISBN 0852637829.
- ↑ Mark F. Moran, Antique Trader salt and pepper shaker price guide. Krause Publications Inc, 2008, p. 6. ISBN 9780896896369.