Wit huis in de nacht

Wit huis in de nacht
Wit huis in de nacht
Kunstenaar Vincent van Gogh
Jaar juni 1890
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 59 × 72,5 cm
Museum Hermitage
Locatie Sint-Petersburg
Inventarisnummer ЗКРсэ-511
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Wit huis in de nacht[1] is een schilderij van Vincent van Gogh. Hij maakte het in juni 1890 in Auvers-sur-Oise, slechts enkele weken voor zijn dood. Na de Tweede Wereldoorlog werd het schilderij naar de Sovjet-Unie gebracht. Sinds die tijd maakt het deel uit van de collectie van de Hermitage in Sint-Petersburg.

Voorstelling

In een brief van 17 juni 1890 schrijft Van Gogh aan zijn broer Theo over twee schilderijen waaraan hij werkte. Naast een stilleven vermeldt hij een werk met "een wit huis in het groen met een ster aan de nachtelijke hemel en een oranje licht in het raam en donker gebladerte en een donkere roze noot."[2]

De compositie van het schilderij wordt bepaald door strakke horizontale en verticale lijnen, die vooral duidelijk zichtbaar zijn in de contouren van het huis en de ramen. De twee verdiepingen tellende gevel wordt verdeeld door twee rijen ramen, omlijst door groene luiken. Het eerste en derde raam van rechts zijn rood verlicht. Van de onderste rij ramen is alleen het raam uiterst links zichtbaar, waarvan de luiken open zijn. Vanuit dit raam schijnt een oranje licht. De rest van de begane grond wordt grotendeels aan het zicht onttrokken door verschillende bomen die in de voortuin staan, geschilderd in groene en zwarte penseelstreken. De voorgevel van het huis is uitgevoerd met korte horizontale en verticale penseelstreken, met verschillende grijstinten zichtbaar naast het dominante wit, waaraan het schilderij zijn naam ontleent. De zijmuur mist dit heldere wit, in plaats daarvan heeft de schilder groenbeige tinten gebruikt in lange verticale penseelstreken. Het dak van het huis is bedekt met rode dakpannen. Om de structuur te benadrukken, gebruikte Van Gogh rode verf en smalle verticale witte en zwarte penseelstreken.

Voor het huis loopt een pad, geschilderd in okertinten met horizontale penseelstreken. Twee vrouwen, gekleed in donkere kleding, van achteren gezien, verlaten net het pad om via de poort het terrein op te gaan. Een andere vrouw staat op de voorgrond, gekleed in donkere kleding. Haar gezicht is slechts met een paar penseelstreken weergegeven. De achtergrond wordt gedomineerd door een blauwe lucht met een geel hemellichaam. De lucht is geschilderd met korte horizontale penseelstreken.

Hoewel de kleuren in het schilderij veel van hun frisheid hebben behouden, zijn ze gedeeltelijk veranderd door chemische processen. In zijn catalogus uit 1928 beschrijft De la Faille de kleur van de vrouwenjurk op de voorgrond als ultramarijn en de donkerroze tint die Van Gogh beschreef, is tegenwoordig niet meer herkenbaar.

Huizen en sterren bij Van Gogh

Huizen zijn in Van Goghs vroege werk al een motief, in eerste instantie als onderdeel van het landschap. Tijdens zijn tijd in Nuenen (1883–1885) maakte hij werken waarin hij een huis in het midden van de afbeelding plaatste en details zoals deuren en ramen benadrukte. De overeenkomsten tussen de schilderij van de pastorie in Nuenen en Wit huis in de nacht, vijf jaar later gemaakt, zijn opvallend. Beide schilderijen hebben een vergelijkbare compositie; de huizen zijn omgeven door een muur, waarvan de poort zich aan de rechterrand van het schilderij bevindt, en voor beide huizen zijn donkere silhouetten van vrouwen afgebeeld.

Tijdens zijn verblijf in de Provence wijdde Van Gogh zich ook aan het thema. Het schilderij van zijn huis in Arles (Het gele huis) is het bekendste voorbeeld uit die periode. In de laatste maanden van zijn leven in Auvers maakte hij veel schilderijen van de oude huizen met rieten daken die hij in het dorp aantrof.

Van Gogh nam vanaf 1888 herhaaldelijk sterren in zijn schilderijen op, met De sterrennacht als bekendste voorbeeld. Mogelijk deed hij hiervoor inspiratie op door het lezen van de werken van auteurs zoals Victor Hugo en Walt Whitman, die dit motief regelmatig gebruikten. Wit huis in de nacht is Vincents laatste schilderij met een stermotief. De schilder had al een soortgelijk hemellichaam afgebeeld in Landweg in de Provence bij nacht, dat hij een maand eerder in Saint-Rémy maakte. Volgens Albert Kostenevich waren sterren een teken van het lot voor Van Gogh, die hij schilderde "in momenten van de grootste angst".

De astronomen Donald Olson en Russell Doescher van de Southwest Texas State University stelden in 2001 dat het hemellichaam op schilderij de planeet Venus was en leidden hier op basis van de positie van Venus boven het huis uit af dat het schilderij om 19 uur gemaakt moest zijn. Het is echter aannemelijk dat Van Gogh meer dan een dag aan het schilderij werkte - de beschrijving in de brief aan Theo is niet geheel in overeenstemming met het eindresultaat. Bovendien is het onduidelijk of Van Gogh het hemellichaam op deze plek daadwerkelijk waarnam, of dat hij het om compositorische redenen op die plek plaatste.

Herkomst

Na de dood van de kunstenaar kwam het schilderij in bezit van zijn broer Theo, die echter enkele maanden later overleed. Zijn weduwe, Johanna Bonger, liet het schilderij na aan Cornelis van Gogh, een oom van Vincent. Hierna kwam het in bezit van de Zürichse kunstverzamelaar Fritz Meyer-Fierz, die het schilderij enkele jaren later verkocht aan de Amsterdamse kunsthandelaar Frederik Muller & Co. In 1926 kocht de Berlijnse kunsthandelaar Paul Cassirer het werk. Via de Berlijnse galerie JS Goldschmidt kwam het uiteindelijk in de collectie van de industrieel Otto Krebs. Hij bewaarde zijn uitgebreide kunstcollectie op een landgoed in Holzdorf bij Weimar, waar de verzameling ook na zijn dood in 1941 bleef. Na de Tweede Wereldoorlog nam het Rode Leger de werken mee naar de Sovjet-Unie en bracht ze uiteindelijk over naar de depots van de Hermitage in Leningrad. Pas in 1995 toonde het museum de schilderijen uit de Krebs-collectie voor het eerst aan het publiek.

Afbeeldingen

Literatuur

  • Albert Kostenevich (1995). Aus der Eremitage: verschollene Meisterwerke deutscher Privatsammlungen. München: Kindler. 246-251
  • Albert Kostenevich (red.) (2012). Impressionisme: sensatie & inspiratie. Favorieten uit de Hermitage. Hermitage Amsterdam p. 260-62
  • Wouter van der Veen en Peter Knapp (2009). Van Goghs Vermächtnis: Seine letzten 70 Tage. Stuttgart: Belser. p.155
  • Ingo F. Walther en Rainer Metzger (2006). Van Gogh - Alle schilderijen. Keulen: Taschen. p. 654.
Zie de categorie The white house at night by Vincent van Gogh van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.