Turris Babel


Turris Babel ("Toren van Babel") was een werk uit 1679 van de jezuïet en geleerde Athanasius Kircher. Het was het laatste boek dat hij tijdens zijn leven publiceerde. Samen met zijn eerdere werk Arca Noë (De Ark van Noach) vertegenwoordigt het Kirchers poging om aan te tonen hoe de moderne wetenschap het Bijbelse verhaal in het boek Genesis ondersteunde. Het werk was tevens een brede synthese van veel van Kirchers ideeën over architectuur, taal en religie. Het boek was opgedragen aan de Heilige Roomse Keizer Leopold I en werd in Amsterdam gedrukt door de cartograaf en boekhandelaar Johannes van Waesbergen. Het boek bestaat uit drie delen die de auteur aanduidt als boeken (Liber I, II en III).
Boek één: de generaties tussen Noach en Nimrod
In het eerste deel vervolgde Kircher het verhaal dat hij in Arca Noë was begonnen over de generaties die na Noach kwamen. Hij behandelde de vraag hoe Nimrod, de achterkleinzoon van Noach, slechts 275 jaar na de zondvloed zo'n groot aantal mensen kon aansturen om de toren te bouwen. Hij toonde aan dat, ervan uitgaande dat elk van Noachs zonen elk jaar een zoon en een dochter kreeg, en dat elk van hen op zijn beurt op dertigjarige leeftijd begon met voortplanten, de wereldbevolking in Nimrods tijd 24.328.000.000 zou zijn geweest. In werkelijkheid waren Kirchers berekeningen onjuist, en volgens zijn eigen methode zou het juiste totaal 233.280.000 zijn geweest.
Boek twee: De bouw van de Toren van Babel
In het tweede deel besteedde Kircher veel aandacht aan het aantonen dat Nimrods bouwproject om een toren te bouwen die tot aan de hemel reikte, fysiek onmogelijk was en rampzalig zou zijn geweest voor de planeet Aarde als het wel was gelukt. Kircher legde uit dat de afstand van de Aarde tot de laagste hemelsfeer, die van de Maan, vijfentwintig aarddiameters bedroeg. Er waren niet genoeg bouwmaterialen in de wereld om zo'n hoge toren te bouwen, en als die gebouwd was, zou hij de hele planeet uit zijn evenwicht in het centrum van het universum hebben getrokken, wat in veel delen van de wereld duisternis en extreme klimaatverandering zou hebben veroorzaakt.
Daarnaast bood Kircher een geïllustreerd overzicht van de wonderen van de antieke wereld, waaronder de piramides van Egypte, het labyrint van Kreta en de Kolossus van Rodos.
Boek drie: de evolutie van de taal

In het derde boek behandelde de auteur taalkunde. Kircher beweerde dat er vóór de zondvloed geen scheiding van volken of talen was geweest. Zijn taaltheorie was dat de oorspronkelijke menselijke taal van de Hof van Eden perfect was, in die zin dat woorden precies overeenkwamen met de objecten waarvoor ze stonden. Dit noemde hij de Lingua Humana, waarvan hij verklaarde dat het een vorm van vroege Hebreeuwse taal was. Deze taal werd gesproken door Noach en zijn nakomelingen tot de tijd van de Verwarring der Talen, toen God de hoogmoed van de mensheid strafte door hen te verdelen in sprekers van vele talen.
Kircher steunde niet de opvatting dat God elk van de bouwers van de Toren van Babel had gestraft door hen een eigen taal te geven om te spreken. Hij betoogde echter dat mensen verdeeld waren door familiebanden, waarbij Sem en zijn nakomelingen Hebreeuws bleven spreken, en zijn broers respectievelijk het Grieks, het Latijn, de Germaanse taal en de Slavische taal overnamen. Naarmate de mensen zich vanuit Babel verspreidden, bleven de vijf basistalen die door verschillende takken van Noachs familie werden gesproken, zich diversifiëren, wat leidde tot de vestiging van tweeënzeventig moedertalen, waaruit alle talen in de moderne wereld zijn voortgekomen.
Naast de bespreking van gesproken taal, behandelde Kircher ook schrijfsystemen en toonde hij aan hoe een gemeenschappelijke oorsprong gevonden kon worden voor het Hebreeuwse alfabet en het Latijnse alfabet. Hij betoogde echter dat de Egyptische hiërogliefen en de Chinese karakters deze gemeenschappelijke oorsprong niet deelden.
Kircher zag de Verwarring der Talen als het begin van een afwijking van de ware religie naar verschillende vormen van afgoderij. Hij betoogde dat de goden van verschillende oude religies allemaal voortkwamen uit de verering van de zon en de maan. Hij stelde ook dat variaties in de menselijke huidskleur voortkwamen uit verschillen in het klimaat van de plaatsen waar mensen zich verspreidden.
Illustraties
.jpg)
Net als veel andere werken van Kircher was Turris Babel rijkelijk geïllustreerd. Sommige platen werden gemaakt door Coenraet Decker. De beroemdste plaat in het boek was die van de Toren van Babel zelf, gebaseerd op een eerdere illustratie van Lievin Cruyl. Kircher moet al vele jaren vóór de uiteindelijke publicatie van het werk aan het project zijn begonnen, want verschillende van de platen die het illustreerden, zijn gedateerd op 1670.
De frontispice, van Gerard de Lairesse, toont Nimrod, gekleed als een Romeinse soldaat, die het plan voor de Toren van Babel bestudeert, terwijl de architect, die naast hem staat, naar de half afgebouwde constructie in de verte wijst. Boven hen zweeft Gods alziende oog, en bliksem slaat neer uit stormwolken om Gods toorn te tonen.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Turris Babel op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.