Tönning
| Stad in Duitsland | |||
|---|---|---|---|
![]() | |||
![]() | |||
| Situering | |||
| Deelstaat | |||
| Kreis | Noord-Friesland | ||
| Coördinaten | 54° 19′ NB, 8° 57′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 44,43 km² | ||
| Inwoners (31-12-2020[1]) |
4.952 (111 inw./km²) | ||
| Hoogte | 2 m | ||
| Burgemeester | Dorothe Klömmer (CDU) | ||
| Overig | |||
| Postcode | 25832 | ||
| Netnummers | 04861, 04862 | ||
| Kenteken | NF | ||
| Gemeentenr. | 01 0 54 138 | ||
| Website | Officiële website | ||
| Locatie van Tönning in Noord-Friesland | |||
| Foto's | |||
| Markt te Tönning, op de achtergrond de St. Laurentiuskerk | |||
| |||
Tönning (Deens: Tønning, Noord-Fries: Taning) is een gemeente in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. De stad maakt deel uit van de Kreis Noord-Friesland.
De stad heeft de status van Staatlich anerkannter Luftkurort. Tönning telde, op de datum van de meest recente statistiek, 4.952 inwoners.[1]
Geografie en infrastructuur
- Nieuwe haven bij het Eidersperrwerk, 10 km van het stadscentrum vandaan
De Eider en de Purrenstrom bij Tönning (midden op de luchtfoto)- Luchtfoto stormvloedkering Eidersperrwerk
Verloop spoorlijn Tönning - Bad St Peter-Ording
Station
Situering oude haven, station, en in 2024 grotendeels verwijderde fabriekssporen
Tönning is de enige gemeente op het schiereiland Eiderstedt, die niet tot het Amt Eiderstedt behoort.
De stad ligt aan de rivier de Eider, bovenstrooms en ten oosten van de uit 1973 daterende stormvloedkering Eidersperrwerk. Een gedeelte van het estuarium van de Eider, tussen de stad zelf en de stormvloedkering, wordt Purrenstrom genoemd. Purre is een woord in het plaatselijke dialect voor garnaal.
Stadsdelen
Tot de gemeente behoren de volgende, in 1974 bij een gemeentelijke herindeling bij de stad gevoegde, dorpen en gehuchten met de status Ortsteil:
- Kating
- Katingsiel
- Olversum
- Groß Olversum
Alle vier deze plaatsjes liggen direct ten noorden van het ecologisch waardevolle, belangrijke natuurgebied Katinger Watt.
Buurgemeentes
De stad Tönning grenst aan de volgende gemeentes:
- In het Amt Eiderstedt:
- In de Kreis Dithmarschen, ten zuidoosten van de stad, aan de overkant van de Eider:
- Iets verderop in noordoostelijke richting liggen:
- Lehe
- Lunden, en nog iets verderop:
- Friedrichstadt, 20 km van Tönning.
Verkeer en vervoer
De stad ligt aan de Bundesstraße 202 en de Bundesstraße 5, die hier deels over een gemeenschappelijk tracé lopen. De B5 loopt van Tönning via een beweegbare brug over de Eider zuidwaarts naar Heide, waar deze overgaat in de Autobahn A 23. De brug over de Eider in de B5 bij Tönning is bouwkundig in slechte staat, o.a. door overmatige slijtage en corrosie. Een sanering is in 2027 gepland.[2] Veel mensen en bedrijven uit Tönning en elders in Eiderstedt vrezen anno 2025 een logistiek isolement en grote economische schade, als deze brug zou moeten worden afgesloten.
Tönning heeft sinds 1854 een in 2024 gemoderniseerd station aan de 21 km lange spoorlijn Husum - Tönning en de ruim 22 km lange spoorlijn Tönning - Bad St Peter-Ording, die, evenals de B202, westwaarts dwars over Eiderstedt loopt. In feite zijn deze twee verbindingen één spoorlijn, hoewel de treinen in Tönning moeten kopmaken.
De oude haven in het centrum van Tönning is alleen nog toegankelijk voor de pleziervaart. Vrachtschepen kunnen in de omgeving van het Eidersperrwerk beperkt laden en lossen.
Economie
Het toerisme is de belangrijkste pijler van de Tönninger economie.
Er liggen ten westen van de stad, en ten oosten ervan, aan de B5, twee bedrijventerreinen. Hier zijn vooral kleine en middelgrote ondernemingen van uitsluitend plaatselijke of regionale betekenis gevestigd.
Tönning was tot 1972, toen het Eidersperrwerk gereedkwam, een belangrijke regionale haven voor de zeevisserij, vooral op garnalen. Deze bedrijfstak is daarna uit Tönning zo goed als verdwenen.
Geschiedenis
De streek Uthlande vóór de Sint-Marcellusvloed (1362)
Kasteel Tönning op een prent uit 1598- Portret van hertog Frederik III, door Jurriaen Ovens
De vestingstad Tönning in 1651
Sloop van de vesting van Tönning, 1714
De in 1939 bij Dawartz te Tönning gebouwde gaffel-kotter Mytilus (in gebruik bij o.a. scoutinggroepen)
Het Deense district Tönningharde (Tunnighen haeret), vgl. herred, in het Hertogdom Sleeswijk, werd voor het eerst vermeld in een document uit 1187. In 1186 stond er reeds een kerk, op de plek van de huidige St.-Laurentiuskerk.
In het begin van de 15e eeuw waren er regelmatig gewelddadige conflicten met mannen uit de zuidelijke buurstreek Dithmarschen. Daarbij werd de stad in 1414 een keer volledig door brand verwoest.
Van 1583 tot 1735 stond er een kasteel te Tönning. Hertog Adolf van Sleeswijk-Holstein-Gottorp, eerste heer uit het Huis Sleeswijk-Holstein-Gottorp, had dit laten bouwen. Het omringende kasteelpark bestaat nog. In 1590 verkreeg Tönning officiele stadsrechten. Vanaf omstreeks 1610 trok de regio veel immigranten uit de Republiek der Verenigde Nederlanden aan, onder wie veel Hollandse melkveehouders. Kaas was in die tijd een zeer belangrijk handelsartikel. De kaashandel bracht Tönning economische voorspoed. Hertog Adolf liet ook de nog bestaande oude haven aanleggen, alsmede in de omgeving van Tönning verbeterde dijken en liet twee kanalen aanleggen ter vervanging van de kleiige, modderige wegen over land.
Van 1616 tot 1659 regeerde hertog Frederik III van Sleeswijk-Holstein-Gottorp.[3] Deze liet Tönning vanaf 1634 tot een vestingstad uitbouwen. De Burchardivloed van 1634, die veel menselijk leed en materiële schade in en om Tönning veroorzaakte, leidde ertoe, dat de vestingwerken pas in 1644 gereed waren. Voortdurend was het nu oorlog in deze regio. In 1678 viel de vesting in handen van de Deense koning Frederik III, die haar liet slechten. In 1692 heroverden de mannen van hertog Christiaan Albert de stad, en de Gottorfer hertog liet de vestingwerken herbouwen.
In de Grote Noordse Oorlog (1700-1721) liep Tönning meermaals zware schade op. De strijdende partijen waren Zweden en Gottorp (Gottorf) aan de ene zijde, en Denemarken, Rusland, Polen en Saksen aan de andere zijde. Gottorf, en dus Tönning, stonden aan de Zweedse zijde, mede omdat hertog Frederik IV (regeringsperiode: 1695-1702) met een Zweedse prinses getrouwd was. In 1700 weerstond Tönning een Deense belegering. In 1713 was Tönning toevluchtsoord voor Zweedse soldaten, die verderop een veldslag hadden verloren. Al spoedig braken epidemieën van besmettelijke ziekten uit, en een jaar later ook een hongersnood. Tönning gaf zich over en werd een deel van het Deense hertogdom Sleeswijk. De vesting werd opnieuw afgebroken, en nu ook het kasteel van de stad.
In 1740 werd de toen belangrijke scheepswerf Dawartz geopend, die uitsluitend houten zeilschepen heeft gebouwd, en die tot 1968 bestond.[4]
In 1784 werd het Eiderkanaal geopend, waardoor schepen tot 300 ton van de Eidermonding konden doorvaren naar de Oostzee. In 1895 kwam daarvoor het verbeterde Noord-Oostzeekanaal in de plaats; de Eider was toen echter geen hoofdvaarroute meer, want het Noord-Oostzeekanaal begint bij Brunsbüttel aan de Elbe. In 1783 was het echter nog lonend, om o.a. te Tönning een zeer groot pakhuis te bouwen, dat er nog steeds staat.
In de Napoleontische tijd kende Tönning, omdat het in Denemarken lag, een korte bloeiperiode. Men kon van 1803 tot 1807 het Continentaal stelsel, de Britse blokkade van onder Franse controle staande havens, omzeilen. Schepen met bestemming Hamburg, of van het Oostzeegebied naar Kopenhagen v.v., vaak met Nederland als eindbestemming, laadden en losten hier, soms in chaotische omstandigheden, hun goederen, in een eigenlijk te kleine haven.
In de tweede helft van 1850 was Tönning het toneel van schermutselingen tussen Deense en Sleeswijk-Holsteinse troepen in de Eerste Duits-Deense Oorlog.
Van 1854 tot 1886 bloeide juist de handel met Engeland. De Engelsen kochten duizenden koeien, en betaalden in natura met steenkool. Deze handel eindigde als gevolg van een grote uitbraak van mond-en-klauwzeer onder het rundvee.
Intussen was aan de Deense heerschappij over het gebied vanaf 1866 definitief een einde gekomen. Sleeswijk en Holstein waren delen geworden van Pruisen.
Historische gebeurtenissen van meer dan regionale of plaatselijke betekenis zijn sinds het begin van de 20e eeuw niet overgeleverd.
Bezienswaardigheden
- De historische haven
- Het uit 1783 daterende grote pakhuis herbergt het plaatselijke historische museum. Rond Kerstmis vinden hier verscheidene bijzondere evenementen plaats.
- Het uit 1625 daterende Schifferhaus (Deens: Skipperhuset) huisvestte tot en met de 19e eeuw een zeevaartschool en een schipperslogement. Tegenwoordig is het in gebruik bij belangenorganisaties voor de Deense minderheden in Sleeswijk-Holstein, waaronder de Sydslesvigsk Forening.
- Verscheidene oude huizen in de stad, waarvan een aantal met 17e-eeuwse, Hollands aandoende, gevels
- De barokke evangelisch-lutherse Sint-Laurentiuskerk, met beschilderd plafond.
- Strandtoerisme is mogelijk nabij de stad aan de oevers van de Eider.
- Natuurschoon is in de omgeving van Tönning rijkelijk aanwezig, zoals het landschap van de Waddenzee met haar kwelders, waaronder:
- het voor een deel met moerasbos bedekte Katinger Watt, dat deel uitmaakt van een natuurreservaat met de naam Grüne Insel mit Eiderwatt.
- In Tönning staat het hoofdkantoor van de bestuursinstantie van het Nationaal park Sleeswijk-Holsteinse Waddenzee. Dit Nationaal Park beschikt in Tönning over het bezoekerscentrum Marimar Wattforum, met zee-aquarium.
Afbeeldingen
Oude haven
Het Schifferhaus aan de historische haven te Tönning
Interieur St. Laurentiuskerk_jm21906.jpg)
Triomfkruis in deze kerk
Panden uit de 17e eeuw te Tönning
Havenpakhuis (1783)- Bezoekerscentrum Marimar Wattforum (1999) te Tönning
Pand uit 1619 te Tönning
Belangrijke personen in relatie tot de gemeente
Jurriaen Ovens, zelfportret, ca. 1650- Standbeeld van Friedrich von Esmarch te Tönning, gemaakt door Adolf Brütt uit Husum
- Jurriaen Ovens (1623 te Tönning-1678), kunstschilder
- Johann Friedrich Alberti (1642 te Tönning-1710), organist en componist
- Friedrich von Esmarch, geboren op 9 januari 1823 te Tönning, overleden op 28 februari 1908 te Kiel, was een Pruisisch legerarts en in de ontwikkeling van EHBO-hulpmiddelen alsmede de behandeling van oorlogsletsel gespecialiseerd chirurg.[5] Te zijner ere werden in vele plaatsen, waaronder Tönning, monumenten voor hem opgericht.
- Kurt Thomas (1904 te Tönning-1973), componist en dirigent
Partnergemeentes
Tönning onderhoudt jumelages met:
Trivia
Volgens een oude legende zou eens een houten ton, met daarop zittend een zwaan, de Eider zijn afgedreven, tot aan de plek, waar Tönning nu ligt. De ton (Nederduits: Tünne, Tönne), met de zwaan zou dan een bovennatuurlijke aanwijzing zijn geweest, om juist daar een stad te stichten of een kerk te bouwen. De ton met de zwaan erop zijn weergegeven in het stadswapen.
Externe links
- (de) Webpagina gemeente Tönning over het historische pakhuis en het daarin gevestigde museum
- (de) Webpagina met informatie over het natuurgebied Katinger Watt van NABU
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Tönning op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- 1 2 (de) Statistikamt Nord – Bevölkerung der Gemeinden in Schleswig-Holstein 4. Quartal 2020 (XLSX-bestand) (inwonersaantallen op basis van de census 2011)
- ↑ https://www.schleswig-holstein.de/DE/landesregierung/ministerien-behoerden/LBVSH/Aufgaben/Bruecken/Bauwerke/b5_toenning
- ↑ Hij was in 1621 de stichter van het "Hollandse "Friedrichstadt.
- ↑ Een restant van de scheepshelling van de werf is, achter een tot café verbouwde, grote schuur, nog herkenbaar.
- ↑ Hij voerde talrijke verbeteringen door in zijn vakgebied, waaronder vernieuwde verbandmiddelen. Hij vond de driekante doek , een inmiddels verouderd soort mitella uit. Op latere leeftijd schreef hij ook handboeken over dit onderwerp, en richtte in 1896 de Deutsche Samariter-Bund op, die in 1934 opging in het Duitse Rode Kruis.

