Spitse geelster
| Spitse geelster | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Gagea minima (L.) Ker Gawl. (1816) Basioniem Ornithogalum minimum L. (1753) | ||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||
| De bloem met toegespitste bloemdekbladen | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| Spitse geelster op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Spitse geelster (Gagea minima) is een plantensoort uit de leliefamilie (Liliaceae).
Naamgeving
De soort werd in 1753 onder de naam Ornithogalum minimum door Carl Linnaeus opgenomen in de eerste editie van Species plantarum.[1] Linnaeus verwees voor een eerdere publicatie over de soort als "Ornithogalum luteum minimum" naar de Pinax van Caspar Bauhin.[2] Nadat het geslacht Gagea in 1806 was voorgesteld door Richard Anthony Salisbury, werd de soort daar in 1816 door John Bellenden Ker Gawler als Gagea minima in geplaatst.[3][noot 1]
Determinatie
Spitse geelster is vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken maximaal 15 cm. Ze behoort tot de bolgewassen. De plant bloeit in het voorjaar. Bloeiende exemplaren van deze klein blijvende geelster hebben één grondstandig blad (zeer zelden twee). De bladeren van jonge, niet bloeiende planten zijn rolrond, zonder kiel of groef. Het grondstandige blad van de bloeiende plant is vlak, 2–3(–5) mm breed, en aan de voet rood. De bloeiende plant draagt één tot hooguit drie bloemen in een schijnscherm. De bloemdekbladen zijn toegespitst. Onder de bloeiwijze draagt de plant één schutblad, net als bij schedegeelster, maar dit schutblad is anders dan bij laatstgenoemde niet volledig stengelomvattend. De plant heeft twee bollen die tijdens de bloei in een gezamenlijk omhulsel zitten. Eind mei zij de bovengrondse delen doorgaans alweer verdwenen.
Verspreiding
Het verspreidingsgebied van spitse geelster strekt zich vooral uit over Centraal-Europa. In Nederland groeit de soort slechts op één locatie, als stinsenplant op een landgoed in Vogelenzang bij Haarlem.
Externe links
- Spitse geelster in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- Noten
- ↑ Ook Salisbury nam deze soort in 1806 meteen op in het geslacht Gagea, maar deed dat onder de naam Gagea stellaris, een onnodige hernoeming van Ornithogalum minimum L., die hij als synoniem noemde; zie Salisbury, R.A. (1806). On the Characters of a distinct Genus hitherto confounded with Ornithogalum, and called Gagea. Annals of Botany (König & Sims) 2(3): 556.
- Literatuurverwijzingen
- ↑ Linné, Carl von (1753). Species plantarum : exhibentes plantas rite cognitas ad genera relatas, cum diferentiis specificis, nominibus trivialibus, synonymis selectis, locis natalibus, secundum systema sexuale digestas. Junk, Berlin.
- ↑ Bauhin, C. (1623). Pinax theatri botanici: 71
- ↑ Bellenden Ker Gawler, J. (1816). A systematic View of the Plants contained in the "Liliacées par J.P. Redouté" The Journal of Science and the Arts 1: 180

