Schoutenhof (Epen)

De Schoutenhof is een landhuis in het Geuldal bij het Zuid-Limburgse Epen. Het landhuis in historiserende stijl is een ontwerp van Jos Wielders uit 1939. De landschapstuin werd ontworpen door John Bergmans.

Ligging

Het landhuis ligt enigszins geïsoleerd, op enkele honderden meters ten oosten van de dorpskern van Epen. De dichtstbijzijnde dorpsbebouwing ligt aan de Burgemeester Mr. W.J. Merckelbachlaan. Het dorp Epen behoorde in de negentiende en twintigste eeuw tot de gemeente Wittem, die in 1999 opging in de fusiegemeente Gulpen-Wittem, een van de vijf Zuid-Limburgse Heuvellandgemeenten. De voorgevels van het pand zijn gericht naar de Molenweg en het dorp Epen, de achtergevels zien uit op het dal van de Kleine Geul. Aan de overzijde van het dal liggen de heuvels nabij Bommerig en het Elzetterbos, een onderdeel van de Vijlenerbossen.

Geschiedenis

Het landhuis werd gebouwd in 1939-1940 in opdracht van de pas benoemde burgemeester van Wittem, Willem Merckelbach (1904-1975). Merckelbach stamde uit een oud Wittems bestuurdersgeslacht. Een voorvader was al in de zeventiende eeuw schout van Wittem. Om die reden koos hij voor zijn nieuwe woning de naam 'Schoutenhof'. Hoewel in principe een groot natuurbeschermer, koos hij er toch voor om het landhuis in het kwetsbare Geuldal te bouwen. Wel zorgde hij ervoor dat het gebouw qua architectuur en tuinaanleg paste in de omgeving.[1]

Als architect nam Merckelbach de bekende Sittardse architect Jos Wielders (1883-1949) in de arm. Voor de geplande Engelse tuin koos Merckelbach eveneens voor een gerenommeerd ontwerper, de van oorsprong Belgische tuin- en landschapsarchitect John Bergmans (1892-1980), die omstreeks dezelfde tijd de botanische tuin van Terwinselen en het recreatiepark Steinerbos in Stein ontwierp.[1]

Kort na de oplevering werden de gele baksteenmuren wit gesausd, wat echter bij een recente restauratie ongedaan is gemaakt. Het landhuis was gemeubileerd met antiek meubilair uit familiebezit, deels in empirestijl. Merckelbach en zijn echtgenote Maria Truijen woonden dertig jaar in het huis. In 1967 nam hij hier, gedwongen door een slechte gezondheid, afscheid als burgemeester. In 1969 verkocht hij het huis en verhuisde naar Den Haag, waar hij zes jaar later overleed.[1]

Na het vertrek van het echtpaar Merckelbach-Truijen stond het huis te koop voor 450.000 gulden. Geruchten dat een lid van de koninklijke familie interesse voor het landhuis zou hebben, bleken ongefundeerd.[2] Na een renovatie was het complex vanaf omstreeks 1980 in gebruik als hotel-restaurant.[3] Anno 2025 is het pand in restauratie.

Architectuur

De Schoutenhof bestaat uit twee naast elkaar gelegen hoofdvolumes: rechts het iets hogere woonhuis, links de dwars op de weg gebouwde schuur/garage. De twee delen worden met elkaar verbonden door een lager entreegedeelte en een poortje dat toegang geeft tot het achtererf. Het pand is opgetrokken in gele baksteen (in het verleden wit gesausd) met contrasterende, zwarte muurankers. Op enkele plaatsen, zoals de deuromlijsting van de entree, is gebruik gemaakt van grijze natuursteen. De hoge daken van het landhuis zijn gedekt met rode pannen. De dakkapellen zijn niet oorspronkelijk.[4]

Het pand wordt verder gekenmerkt door een viertal rolwerkgevels in Maaslandse renaissancestijl en een pseudo-vakwerkgevel, duidelijke verwijzingen naar de lokale bouwtrant. Diezelfde hoge daken en rolwerkgevels zijn te herkennen bij de zestien mijningenieurswoningen die Wielders in 1941 ontwierp in het mijnwerkersdorp Brunssum. Het wordt gezien als een terugkeer naar een meer romantische, 'typisch Limburgse' manier van bouwen in het oeuvre van architect Wielders.[5]