San Marcello al Corso
| San Marcello al Corso | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Voorgevel van de San Marcello al Corso | ||||
| Locatie | ||||
| Land | ||||
| Plaats | Rome | |||
| Adres | piazza di San Marcello, 5 - Roma | |||
| Coördinaten | 41° 54′ NB, 12° 29′ OL | |||
| Gewijd aan | Paus Marcellus I | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Monumentale status | Italiaans nationaal erfgoed[1] | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Stijlperiode | barokarchitectuur, barok | |||
| Kerkprovincie en -genootschap | ||||
| Denominatie | katholicisme | |||
| Titulair kardinaal | Giuseppe Betori | |||
| Bisdom | bisdom Rome | |||
| Website | ||||
| ||||
De San Marcello al Corso is een kerk aan de Via del Corso in Rome, gewijd aan de heilige paus Marcellus I.
Geschiedenis
De eerste vermelding van de kerk dateert uit 418, waarin wordt gezegd dat paus Bonifatius I werd gekozen tot nieuwe paus in "de kerk van Marcellus". Daarmee is deze kerkstichting de oudste in de Via del Corso. In de eeuwen nadien werd ze aangeduid als de titulus van Marcellus, en nadien als "kerk van de heilige Marcellus" naar de eerste paus met die naam, die volgens de overlevering op deze plaats werd gevangengehouden door keizer Maxentius
In de achtste eeuw liet paus Adrianus I op deze plek een nieuwe kerk oprichten, waarvan de resten zich bevinden onder het huidige gebouw. Die middeleeuwse kerk werd in 1519 door brand bijna volledig in de as gelegd. Kort nadien werd de kerk herbouwd naar een ontwerp van Andrea Sansovino, die als architect werd opgevolgd door onder andere Antonio da Sangallo de Jonge en Annibale Lippi. In 1592 was de structuur afgewerkt, maar pas in 1682 werd de gevel toegevoegd naar een ontwerp van Carlo Fontana.
Sinds 1369 wordt de kerk bediend door de Servieten van Maria; het 17de-eeuwse okerkleurige palazzo rechts van de kerk is het klooster van deze religieuze orde.
Beschrijving
Gevel
De laatbarokke gevel is relatief smal, maar toont meer volume door zijn holle bouwlijn, de zes volledig losstaande zuilen naast de ingang, en de reliëfs en de zes in nissen opgestelde beelden (twee allegorische figuren en vier heiligenbeelden). Merkwaardig zijn de palmtakken die de eerste orde verbinden met de tweede orde, in plaats van de meer gebruikelijke voluten. In de tondo boven de ingangsdeur is Filippo Benizi voorgesteld, de overste van de Servietenorde die in 1269 verzaakte aan de mogelijkheid om tot paus te worden verkozen, en in 1671 heilig werd verklaard.
Interieur
Het gebouw heeft één enkel schip, met aan weerszijden ervan vijf bogen die alle uitgeven op een zijkapel. De bogen zijn geflankeerd door pilasters met Korintische kapitelen. Daarboven loopt over de hele lengte van het schip een kroonlijst, en nog hoger wisselen rechthoekige ramen af met fresco's die scènes uit Christus' Lijdensverhaal voorstellen.
De rijkelijk decoratie van het schip en de zijkapellen dateert grotendeels uit de 17de en 18de eeuw. Kunstenaars die hiertoe hebben bijgedragen, zijn onder andere Giovanni Battista Ricci, Jacopo Sansovino, Paolo Naldini, Francesco Salviati, Perin del Vaga, Daniele da Volterra, Antoon Van Dijck, Federico Zuccari en zijn broer Taddeo.
De fijn gesculpteerde houten zoldering van het schip dateert uit het einde van de 16de eeuw; de kleurige beschildering ervan is vernieuwd in de tweede helft van de 19de eeuw. Centraal staat de Glorie van Maria; de symbolen errond verwijzen naar de benamingen die haar worden gegeven in de Litanie van Loreto.
Het altaarschilderij in de apsis stelt de Glorie van de heilige Marcellus voor.
Aan de rechterzijde van het schip wordt de zeventiende-eeuwse preekstoel ondersteund door een vergulde engel die op de hemelglobe rust. De voorzijde van de preekstoel draagt het symbool van de Servietenorde: de ligatuur van de letter S en M (Servi di Maria) met daarboven de kroon van Maria. Eveneens aan de rechterzijde van het schip is een bijzonder realistische en pathetische Pietà uit 1700 in gepolychromeerd hout opgesteld.
De volledige binnenzijde van de voorgevel wordt in beslag genomen door een fresco-voorstelling van de Kruisiging op de Calvarieberg uit 1613, een werk van Giovanni Battista Ricci.
Daaronder bevindt zich aan de rechterzijde een dubbel grafmonument: bovenaan dat van kardinaal Giovanni Michiel (overleden in 1503); het onderste grafmonument is dat van zijn neef bisschop Antonio Orso. Onder diens lijkbaar zijn boeken voorgesteld: een herinnering aan zijn schenking van 730 boeken aan de orde van de Servieten. De toeschrijving van dit grafmonument aan Jacopo Sansovino is onzeker.
Rechts van het presbyterium is de sacristie; op de achterste wand daarvan hangt het schilderij De kruisiging dat wordt toegeschreven aan Antoon Van Dijck (1661).
Bij de oude kerk hoorde een immersie-doopvont die vermoedelijk uit de 8ste eeuw stamt; deze is nog te zien vanuit de gelijkvloerse verdieping van het bankgebouw aan de overzijde van de Via del Corso.
Kruisbeeld
In de vierde zijkapel rechts wordt een 15de-eeuws houten kruisbeeld bewaard dat bijzonder wordt vereerd in Rome. Toen het vorige kerkgebouw van de San Marcello in 1519 was vernield door brand, bleef dit kruisbeeld als een van de weinige cultusvoorwerpen gespaard. Toen dan in 1522 een pest woedde in Rome, werd dit kruisbeeld 16 dagen lang in processie rondgedragen in de stad. Omdat de epidemie nadien ten einde liep, werd de redding aan dit kruis toegeschreven en sindsdien wordt dit beeld als wonderdadig beschouwd.
Al eeuwenlang wordt die processie vanaf de San Marcello naar de Sint-Pietersbasiliek herhaald in Jubeljaren en bij andere bijzondere gelegenheden. Nog in maart 2020 stond dit kruisbeeld samen met de icoon Salus Populi Romani opgesteld voor de Sint-Pietersbasiliek toen paus Franciscus bij het begin van de coronapandemie de zegen Urbi et orbi uitsprak voor een leeg plein.
Ter verering van dit kruisbeeld groeide al in het begin van de 16de eeuw een broederschap (arciconfraternità).
Op het tongewelf van deze kapel: de schepping van Eva, fresco van Perin del Vaga (eerste helft 16de eeuw), met daaronder tweemaal twee evangelisten, door Perin del Vaga en Daniele da Volterra. Het altaar in deze kapel rust op een 3de-eeuwse grafzerk die in de 13de eeuw is bekleed met veelkleurig marmerinlegwerk.
Wetenswaardigheiden
Terwijl de gevel en ingang van de huidige kerk aan de westzijde liggen, waren die in het vroegere kerkgebouw naar het oosten geöriënteerd. Dat verklaart waarom de Via di San Marcello niet voor maar wel achter de huidige kerk loopt.
In 1354 hing het gelynchte lichaam van Cola di Rienzo twee dagen lang voor de toenmalige (later afgebrande) kerk, die toen nog San Marcello a Via Lata heette, naar de vroegere naam van de Via del Corso.
Links van de kerkgevel is de voorgevel bewaard (thans ingang van een luxehotel) van kardinaal Giovanni Michiel, wiens grafmonument zich tegen de binnenzijde van de kerkgevel staat.
In 1568 richtte het aartsbroederschap ter verering van het kruis het Oratorio del Crocifisso op in de Via dell 'Umiltà, even ten noorden van deze kerk.
Titelkerk
Houders van de titel San Marcello waren sinds het begin van de twintigste eeuw:
- Casimiro Gennari (1901-1914)
- Franziskus von Bettinger (1914-1917)
- Francesco Ragonesi (1921-1931)
- Maurilio Fossati, O.SS.G.C.N. (1933-1965)
- Carlo Grano (1967-1976)
- Dominic Ignatius Ekandem (1976-1995)
- Edouard Gagnon, P.S.S. (1996-2007)
- Agustín Garcia-Gasco Vicente (2007-2011 )
- Giuseppe Betori (2012).
Galerij
Schip van de kerk.- Schilderij op het hoogaltaar: paus Marcellus I.
Gesculpteerde zoldering van het schip.
Preekstoel.
Pietà (1700)
Calvarie op binnenzijde van de gevel.
Grafmonument van Michiel en Orso.
Vierde zijkapel rechts.
15de-eeuws kruisbeeld.
Perin del Vaga: schepping van Eva.
Taddeo Zuccari: profeet.
Francesco Salviati: Boodschap aan Maria.
Geraadpleegde informatie
- (it) Touring club italiano. (1993). Roma. Il Touring club, Milano. ISBN 88-365-0508-2. p. 244-245.
- Website van de kerk: https://www.sanmarcelloalcorso.eu/
- ↑ dati.beniculturali.it.
