Egelantier (soort)
| Egelantier | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Rosa rubiginosa L. (1771) | ||||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Egelantier op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Egelantier (Rosa rubiginosa) is een plantensoort uit de rozenfamilie (Rosaceae).
Determinatie
Egelantier is een recht opgaande, gedrongen struik die een hoogte bereikt van 1,5–2,5 m. De niet met klieren bezette takken zijn al of niet gestekeld. De takken kunnen stevige, hakig tot sikkelvormig gebogen stekels met een brede basis hebben of hakige en naaldvormige stekels op dezelfde tak. De onevengeveerde bladeren zijn vijf- of zeventallig. De elliptische, 1–2,5 cm lange en 1–1,5 cm brede blaadjes hebben een afgeronde bladvoet en een kort toegespitste bladtop. De bovenzijde van de blaadjes is niet of licht behaard en klierloos, terwijl de onderzijde behaard en dicht bezet is met kleverige, bij wrijven naar appels of wijn geurende, kort gesteelde rode of roodbruine klieren. De steunblaadjes, bladsteel en bladspil hebben ook kort gesteelde klieren.
Egelantier bloeit van juni tot in juli. De 3–4 cm grote bloemen zijn rozerood tot rood en hebben een witte nagel. Ze staan met één tot drie bij elkaar. De met klieren bezette bloemsteel is 1–1,5 cm lang. De sterk beklierde, veerspletige kelkbladen zijn na de bloei steil opgericht en blijven voor een deel tot in de winter aanwezig. De vruchtbeginsels zijn ingesloten in een holle, flesvormige bloembodem. De wollig behaarde stijlen staan vrij.
De rode, eironde, 1,5–2,5 cm lange en 1–1,5 brede, al of niet met klieren bezette rozenbottels zijn vlezige bloembodems met daarin de nootjesachtige vruchten. De klieren zijn indien aanwezig gesteeld. De met klieren bezette rozenbottelsteel is 1–1,5 cm lang en korter dan de rozenbottel. Het stijlkanaal is 1,2–2,5 mm groot. Het aantal chromosomen is 2n = 35.
Gelijkende taxa
Egelantier lijkt veel op andere soorten uit de subsectie Rubigineae. Binnen deze subsectie onderscheidt zij zich doordat de deelblaadjes circa 1,5 cm breed zijn en een afgeronde bladvoet bezitten.[1]

Struik
Tak met stekels
Achterzijde blad
Bloem
Kelk
Rozenbottels
Nootjes
Ecologie
Egelantier groeit op droge, mesotrofe tot eutrofe, zwak basische tot kalkrijke, stikstofarme tot stikstofrijke bodems, met name zand, mergel, klei en op stenige plaatsen. Het gaat om standplaatsen in de volle zon tot in de halfschaduw. Ze komt voor in lichte loof- en naaldbossen, aan bosranden, op kapvlakten, in heggen en duinstruwelen, op dijken en in bermen. Verder in graften en op hoge zandige uiterwaarden, op grindstranden en kalkhellingen.
De rozenbottels worden door allerlei dieren gegeten. In een struwelen met egelantier nestelen vele vogels. De bloemen van de soort worden bestoven door insecten.
Syntaxonomie
In de syntaxonomie staat egelantier te boek als kensoort voor het liguster-verbond (Berberidion vulgaris).
Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van egelantier strekt zich uit over Europa, de Kaukasus en Noordwest-Afrika. Van daaruit het verspreidingsgebied uitgebreid naar Australië, Nieuw-Zeeland, Noord- en Zuid-Amerika en mogelijk ook naar Zuid-Afrika. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van haar areaal. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst als algemeen voorkomend en stabiel of in aantal toegenomen. Egelantier is vrij algemeen in een groot deel van de duinstreek en in Zuid-Limburg, tamelijk zeldzaam langs de grote rivieren en komt elders verspreid voor.
Gebruik
Egelantier wordt gebruikt als struik voor in heggen.
Symboliek
In de middeleeuwse literatuur symboliseert egelantier als witte roos zowel de hemelse als de aardse liefde, met name de reine liefde van de vrouw, terwijl de rode roos symbool staat voor de mannelijke eros. Liefdesscènes in middeleeuwse teksten spelen zich vaak af in een bomentuin (vergier) waarin egelantier bloeit, bijvoorbeeld in de 14e-eeuwse Middelnederlandse Marialegende Beatrijs en in het abele spel Lanseloet van Denemerken. De toonaangevende zestiende-eeuwse Amsterdamse rederijkerskamer De Eglantier voerde als motto In Liefde Bloeyende.
- Rosa ×almeriensis Rouy ex Willk.
- Rosa ×braunii J.B.Keller
- Rosa eglanteria L.
- Rosa floribunda Steven ex Besser
- Rosa moutinii Cr‚p.
- Rosa rugibinosa Steven
- Rosa uliginosa Gilib.
Externe links
- Egelantier op Ecopedia
- Egelantier in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- ↑ René van Moorsel, 2014, CC-BY-SA 3.0. Gearchiveerd op 20 oktober 2022.

