Rijsenburgsebos

Rijsenburgsebos
Natuurgebied
Rijsenburgsebos (Utrecht)
Rijsenburgsebos
Situering
Land Nederland
Locatie Utrecht
Coördinaten 52° 4 NB, 5° 15 OL
Dichtstbijzijnde plaats Driebergen-Rijsenburg
Informatie
Oppervlakte 0,4 km²
Beheer Utrechtse Heuvelrug
Foto's
Rijsenburgsebos
Portaal  Portaalicoon   Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

Het Rijsenburgsebos ligt in Driebergen-Rijsenburg in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Het gebied ligt tussen de van Oosthuyselaan en de A12 en sluit in het oosten aan op het Driebergse bos. Het bestaat uit bossen, vijvers, ontspringende beken, een speelweide en een heidetuin. De Zwitserse brug biedt uitzicht over het gebied. Over de spreng langs de Zwitserse brug zijn twee houten bruggen aangelegd. Deze spreng werd gegraven om water te verkrijgen voor vijver op het landgoed. Overtollig water uit deze vijvers werd door een spreng afgevoerd naar de Langbroekerwetering.

Het Rijsenburgsebos hoorde oorspronkelijk bij de buitenplaats Kraaybeek, waarvan het hoofdgebouw aan de Hoofdstraat stond. Er zijn nog enkele bijgebouwen en restanten van de historische parkaanleg bewaard gebleven. P.J. van Oosthuyse was begin negentiende eeuw de eigenaar van Sparrendaal. In 1901 werd het gedeelte van het Kraaybeekse Bos langs het seminarieterrein tot ver voorbij de Arnhemsebovenweg na aan de gemeente Rijsenburg door de laatste erfgenaam Diederichs geschonken aan de gemeente. Voorwaarde daarbij was dat de bestemming niet mocht veranderen.[1]

Heidetuin

Heidetuin Driebergen-Rijsenburg in bloei (2)

Toen er eens na een februaristorm een gat in het bos was ontstaan, ontwierp de gemeentelijke plantsoenendienst als experiment een heidetuin met diverse soorten heide.[2] Na de aanplant van struikheide, winterheide, dopheide, Ierse heide, rododendrons, azalea's en jeneverbessen werden uiteindelijk 600 soorten aangeplant. Deze heidetuin kreeg in 1972 van de Floriade het predicaat "Heidehoofdstad van Nederland".[3] Door de heidetuin lopen enkele slingerpaden. Lage houten hekwerken zorgen voor der afscheiding van de heideperken.

Zie verder: Heidetuin

Sprengen

De sprengen in het Rijsenburgsebos vormen een stelsel van kunstmatig gegraven waterlopen op de oostelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug, in Driebergen‑Rijsenburg. Ze werden aangelegd tussen circa 1800 en 1850, tijdens de landschappelijke herinrichting van de omliggende landgoederen zoals Kraaybeek, Sparrendaal en Dennenburg. In deze periode raakte de Engelse landschapsstijl in Nederland in zwang, waarbij stromend water en natuurlijk ogende vijvers een centrale rol speelden. Om deze waterpartijen van voldoende toevoer te voorzien, groef men de sprengen tot in de watervoerende zandlaag van de Utrechtse Heuvelrug, zodat grondwater continu naar de oppervlakte kon stromen. Het water voedde de vijvers van de buitenplaatsen en werd uiteindelijk afgevoerd naar de Langbroekerwetering, die al sinds de 13e eeuw een belangrijke ontwateringsfunctie vervult in de Langbroekerweteringenzone.

In de 19e eeuw werden delen van het gebied ingericht in Engelse landschapsstijl, met slingerpaden, doorkijkjes en kunstmatige heuvels. De sprengen en vijvers vormden een belangrijk onderdeel van deze esthetiek. De Zwitserse Brug, een rustiek bouwwerk in chaletstijl, ligt in een landschappelijk aangelegd deel van het bos met de vijvers Grote Kom en Kleine Kom

Meerdere sprengen

Omdat de sprengen in dit gebied geen officiële individuele namen hebben, worden ze beschreven op basis van hun functie en ligging binnen het waterstelsel van Kraaybeek en Sparrendaal.

Spreng bij de Zwitserse Brug

De spreng bij de Zwitserse Brug werd vermoedelijk aangelegd rond 1820–1830, toen het landgoed Kraaybeek werd omgevormd tot een landschapspark. De Zwitserse Brug zelf werd gebouwd in de periode 1830–1840, in de toen populaire Zwitserse chaletstijl. De spreng ontspringt in een sprengkop op de flank van de heuvelrug en voorzag de nabijgelegen vijvers van stromend water. In de 20e eeuw raakte de spreng door natuurlijke dichtslibbing en verminderde waterdruk deels verstopt. In 1978 en opnieuw in 2004 vonden opschonings- en herstelwerkzaamheden plaats, waarbij de oorspronkelijke loop werd hersteld en de bruggen werden gerestaureerd.

Sprengsysteem Kraaybeek (Grote en Kleine Kom)

Het sprengsysteem van Kraaybeek werd aangelegd tussen 1810 en 1840, tijdens de herinrichting van het landgoed door opeenvolgende eigenaren die de formele tuinaanleg wilden vervangen door een meer natuurlijke stijl. De Grote en Kleine Kom, twee vijvers die centraal lagen in het parkontwerp, werden gevoed door meerdere sprengkoppen die hoger op de heuvelrug waren gegraven. Vanaf circa 1950 raakte het systeem in verval door achterstallig onderhoud en veranderend landgebruik. In de jaren 1990–1995 startte Utrechts Landschap met herstelwerkzaamheden, gevolgd door een tweede fase in 2010, waarbij oevers werden hersteld, dichtgeslibde delen werden uitgegraven en de waterhuishouding opnieuw werd ingericht.

Spreng bij de Heidetuin

De spreng bij de Heidetuin werd aangelegd rond 1825, vermoedelijk als aanvullende watertoevoer voor het Kraaybeekse vijvercomplex. De sprengkop ligt op een hoger deel van de stuwwal, waardoor het water vanzelf richting de vijvers stroomt. De beek werd in de 19e eeuw strak geprofileerd aangelegd, met rechte oevers en een smalle bedding. In de jaren 1980 werd de loop deels natuurlijker gemaakt om ecologische waarden te vergroten. In 2012 vond opnieuw onderhoud plaats, waarbij de historische vorm herkenbaar werd gehouden maar de waterkwaliteit werd verbeterd.

Spreng richting Sparrendaal

De spreng die water leverde aan de vijvers van Sparrendaal werd waarschijnlijk gegraven tussen 1805 en 1820, tijdens de modernisering van het landgoed onder de familie Van Oosthuyse. Het water werd via greppels en duikers naar de formele vijvers achter het landhuis geleid, die zelf dateren uit de 18e eeuw.

Na de verkoop van delen van het landgoed in 1954 verloor de spreng zijn oorspronkelijke functie. In 2008 werden delen van de loop opnieuw zichtbaar gemaakt tijdens bosbeheerwerkzaamheden, waarbij de sprengkop werd vrijgelegd en erosieschade werd hersteld.

Oostelijke sprengloop richting Langbroekerwetering

De oostelijke sprengloop werd aangelegd rond 1830 en had vooral een afwaterende functie. Het systeem zorgde ervoor dat overtollig water uit de Kraaybeekse vijvers gecontroleerd werd afgevoerd naar de Langbroekerwetering, die al sinds ca. 1250 deel uitmaakt van het regionale ontwateringsstelsel. In de jaren 1960 werd de beek deels gedempt vanwege veranderend beheer. Vanaf 2005 werd de loop hersteld om de hydrologische samenhang van het gebied te verbeteren en de cultuurhistorische waarde van het sprengensysteem te behouden.

Belangrijke locaties binnen het sprengensysteem

Zwitserse brug

De Zwitserse brug is een markant 19e‑eeuws bouwwerk in chaletstijl, gelegen boven een sprengenbeek die door een kunstmatig aangelegd dal loopt. De heuvels aan weerszijden van de brug zijn kunstmatig opgeworpen.

Heidetuin

De sprengenbeek stroomt door de Heidetuin, een parkachtig gebied dat tegenwoordig door Utrechts Landschap wordt beheerd. De beek vormt hier een belangrijk landschappelijk element.

Kraaybeek / Kraaybekerhof

Het landgoed Kraaybeek kent een lange geschiedenis (al vermeld in 1594). De sprengen voedden de vijvers van het 19e‑eeuwse landschapspark.

Verval en herstel

Door verdroging van de Utrechtse Heuvelrug functioneren de sprengen tegenwoordig niet meer zoals oorspronkelijk bedoeld. De wandelbeschrijving vermeldt dat de sprengen “niet meer werken als zodanig door de verdroging van de Heuvelrug”, maar dat ze nog duidelijk zichtbaar zijn en cultuurhistorische waarde hebben. In de late 20e en vroege 21e eeuw zijn delen van het sprengensysteem hersteld door natuurbeheerders zoals Utrechts Landschap, onder meer in de Heidetuin en rond Kraaybeek. Deze herstelwerkzaamheden richten zich op het zichtbaar houden van de sprengen en het verbeteren van de ecologische kwaliteit. De sprengen in het Rijsenburgsebos zijn tegenwoordig vooral van cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ze vormen een herkenbaar onderdeel van het bos en worden door wandelaars vaak gezien als hoogtepunten van het gebied. De Trage Tocht beschrijft ze als 'historisch interessant en belangrijk qua landschapsschoon en biotoop'.