Driebergse bos

Driebergse bos
Ecosysteem
Driebergse bos (Utrecht)
Driebergse bos
Situering
Land Vlag van Nederland Nederland
Locatie Utrechtse Heuvelrug
Coördinaten 52° 4 NB, 5° 18 OL
Dichtstbijzijnde plaats Driebergen-Rijsenburg
Informatie
IUCN-categorie VI (Ecosysteem)
Oppervlakte 0,2744 km²
Foto's
Driebergse bos
Driebergse bos
Portaal  Portaalicoon   Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

Het Driebergse bos is een natuurgebied bij Driebergen-Rijsenburg in de Nederlandse provincie Utrecht.

Het bos ligt ten zuiden van de A12 en de spoorlijn Utrecht-Arnhem en loopt tot de bebouwing van Driebergen-Rijsenburg aan de Willem van Abcoudelaan, de Wetstein Pfisterlaan en de Schellingerlaan. Aan de westzijde ligt het bosperceel van de stichting Vrienden van Nassau-Odijkhof, aan de oostzijde de begraafplaats aan de Traaij. Aan de noordzijde van de spoorlijn ligt natuurgebied Bornia. Het 27 hectare grote bos gaat over in het Rijsenburgsebos.[1][2]

Het Driebergse bos heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Het is een overblijfsel van het Sterrenbos Sper en Dal, wat halverwege de 18e eeuw is aangelegd als ‘water tot vermaeck’ door de toenmalige eigenaren van Buitenplaats Sparrendaal. Het sterrenbos staat ingetekend op de pentekening van A. Verryk & Zoon uit 1758 (te zien in Buitenplaats Sparrendaal).

Het Driebergse bos was in de negentiende eeuw eigendom van de familie Diederichs. In 1899 werd de Kraaysteeg hernoemd naar Diederichslaan.[3] Na 1918 werd het Driebergse bos rond de Acaciavijver en de Koekenpan (sprengenstelsel "De Zwoer") verkocht aan de in Indië geboren C.T.F.T Thurkow, commissaris van de cultuurmijnen. In de twintigste eeuw werd het bos dan ook wel ‘het bos van Thurkow’ genoemd.[4][5] In het bos ligt een heideveldje.

Sprengen

Het Driebergse bBos ligt op zogenoemde 'duinvaaggronden' en valt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Het grondwater staat relatief diep: de gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt meer dan 1,4 meter onder het maaiveld en de laagste meer dan 1,8 meter.

In het bos bevinden zich meerdere sprengensystemen uit het begin van de 19e eeuw. De sprengen liggen op de flank van de Utrechtse Heuvelrug, waar kwel- en regenwater werd opgevangen en via gegraven waterlopen naar Sparrendaal stroomde. De sprengkoppen De Koekenpan en Acaciavijver maken deel uit van het sprengensysteem De Zwoer. Dit systeem werd aangelegd om de vijvers van de lagergelegen buitenplaats Sparrendaal van water te voorzien. [6] Bij de Acaciavijver bevonden zich vroeger de Zestien Gezichten, naar de bospaden, die hier samen kwamen. Het sprengenstelsel voorzag Buitenplaats Sparrendaal van (drink)water. De sprengbeken gaan vanuit het Driebergse bos via de wijk Driebergen Noord, de Bosstraat en het Seminarieterrein naar Buitenplaats Sparrendaal.

Het water uit De Zwoer stroomt tegenwoordig via de wijk Driebergen-Noord langs de zuidoostzijde van Sparrendaal en sluit bij de Hoofdstraat aan op het sprengensysteem Kraaybeek. Door dalende grondwaterstanden wordt het systeem vooral gevoed door ‘jong’ kwelwater: regenwater dat hoger op de Heuvelrug infiltreert en lager weer uittreedt. In het sprengensysteem zijn nog resten aanwezig van knijpstuwen die in de jaren 1990 zijn aangebracht om water langer vast te houden. De waterkwaliteit staat vermoedelijk onder druk door riooloverstorten die op het systeem lozen.

Cultuurhistorie

Het sprengensysteem De Zwoer vormt een belangrijk cultuurhistorisch element binnen het Driebergse Bos. Veel oorspronkelijke zichtlijnen en het historische sterrenbospatroon verdwenen bij de aanleg van de wijk Driebergen‑Noord in de jaren 1950, maar enkele oude lanen zijn nog herkenbaar. Aan de noordzijde is het bos tegenwoordig verbonden met het boscomplex rond Austerlitz via een faunatunnel en het Ecoduct Mollebos.

Historisch maakte het grootste deel van het Driebergse en Rijsenburgse Bos deel uit van het park van Sparrendaal. In de tijd van Van Oosthuyse werd op een heuvel bij de bron van De Zwoer (de huidige locatie van zwembad De Zwoer) een met mos beklede koepel gebouwd, gewijd aan zijn zoon en door hem Berg en Dal genoemd. Bij de Acaciavijver stond op een verhoging een siermolen. De vijver had terrassen aan de oevers en was omgeven door sierbomen zoals acacia’s, rozen en fijnsparren. Het water uit deze kom voegde zich later, ter hoogte van het openluchttheater, samen met het water uit De Koekenpan en stroomde vervolgens via de Bosstraat naar Sparrendaal en verder richting de Schippersvaart en Langbroekerwetering.

De Dennenburgerspreng is de oudste spreng van Driebergen. Het ligt aan de Welgelegenlaan, oorspronkelijk een schapendrift, toen Dennenburg nog een boerderij was en de schapen geleid werden naar de woeste gronden boven de Arnhemsebovenweg (toen ‘Via Regia’ geheten)[7] De Dennenburgspreng staat lokaal bekend staat als het 'Lekkere Watertje', met sprengkop 'de Fles'. De ‘Acaciaspreng’ en de ‘Koekenpanspreng’ komen samen in de Zwoer, een veel langere spreng die nog zo’n anderhalve kilometer doorloopt tot de Driebergse Brug, deels bovengronds, en tegenwoordig ook ondergronds in de richting van de Langbroekerwetering.[8][9]

Openluchttheater

Een openluchttheater nabij de Wetstein Pfisterlaan in Driebergen‑Rijsenburg maakte in het midden van de twintigste eeuw deel uit van het Driebergse bos. Het theater werd geopend in 1952 en bood plaats aan circa 7000 bezoekers. In 1963 werd het afgebroken; de contouren van het terrein zijn nog steeds zichtbaar in het bos.

Het natuurtheater maakte gebruik van de bestaande landschappelijke structuur van het gebied. De spreng van het sprengensysteem De Zwoer liep dwars door het terrein en vormde een natuurlijke scheiding tussen podium en tribunes. Voor de aanleg van het theater werd de loop van de spreng aangepast, waardoor het water een integraal onderdeel werd van de inrichting.

Geschiedenis

Het theater werd gebouwd in opdracht van de vermogende inwoner Wetstein Pfister, die in 1952 meerdere bouwprojecten in de omgeving liet realiseren. De officiële opening vond plaats op 15 juli 1952.[10] In deze periode probeerde Driebergen opnieuw toeristen en verblijfsgasten aan te trekken. Het openluchttheater moest dienen als locatie voor grootschalige culturele evenementen, gesteund door lokale winkeliers en de VVV.

Opzet en architectuur

Het ontwerp was van L. van Velthuijsen, hoofd van de plantsoenendienst. Het theater had een moderne en grootschalige opzet, met een podium aan de zuidzijde en tribunes aan de noordzijde. Een zeven meter brede vijver en de door het terrein stromende spreng scheidden publiek en podium.

Blikvanger was het grote klankbord De Schelp, een trapvormige constructie die zorgde voor een opvallend goede akoestiek. In het bouwwerk waren tevens kleedkamers en sanitaire voorzieningen ondergebracht. De houten banken bleven nog jaren na de sluiting aanwezig, maar uiteindelijk bleef slechts een enkele steen als herkenningspunt over.

Gebruik en verval

In de jaren vijftig en vroege jaren zestig vonden in het theater diverse evenementen plaats, waaronder optredens van lokale verenigingen. De belangstelling liep echter snel terug, mede door de opkomst van de televisie. Een naamswijziging in 1959 naar Stichts Natuurtheater had weinig effect.

Museum De Arreslee en sloop

Vanaf 1961 werd een deel van het terrein gebruikt door het Museum De Arreslee, dat er tijdelijk onderdak vond. Discussies over beheer en afbakening leidden tot spanningen tussen de exploitant en de gemeente. In 1963 verhuisde het museum naar Vierhouten en werd het openluchttheater afgebroken. De oprichter van het museum speelde later een rol bij de oprichting van de Stichtse Aanspanning, bekend van de jaarlijkse Kastelentocht.

Het voormalige theaterterrein raakte in de loop der jaren sterk overgroeid, vooral door bramenstruiken. Vrijwilligers zetten zich in om de open plek vrij te houden, zodat het terrein zichtbaar en toegankelijk blijft. De sprengloop is nog altijd herkenbaar en vormt een zichtbaar overblijfsel van zowel het historische sprengensysteem De Zwoer als de landschappelijke inrichting van het voormalige theater.