Restzetel

In Nederland geldt dat restzetels niet worden meegenomen bij het bepalen of een partij de kiesdrempel haalt. Een partij moet ten minste één volle zetel (kiesdeler) behalen om in het parlement te kunnen komen.
Deel van een serie artikelen over
Kiesstelsel & regering
Een Nederlands stembiljet met rood stempotlood
Een Nederlands stembiljet met rood stempotlood
Kiessysteem

Evenredige vertegenwoordiging · Meerderheidsstelsel · Gemengd kiesstelsel · Positief & Negatief parlementarisme

Verkiezing

Kiesraad · Partijlijstenstelsel · Kandidatenlijst · Stembiljet · Open lijst · Gesloten lijst · Hybride lijst · Gerangschikt stemmen · Vervroegde verkiezing

Zetelverdeling

Evenredig aandeel · Grootste gemiddelden & overschotten · D'Hondt & Sainte-Laguë · Hare-quotum · Kies -en Fractiedrempel · Kiesdeler · Restzetel · Zetelroof

Districtenstelsel & Kieskringenstelsel

Enkelvoudig, Meervoudig en Nationaal Kiesdistrict · Districtszetel · Overschotzetel · Vereffeningszetel · Dubbelevenredigheid

Parlement

Lid · Onafhankelijken · Partij · Lijstverbinding · (Gemengde) Fractie · Alliantie · Coalitie · Regering · Minderheidskabinet · Oppositie

Politieke cultuur

Centrumpolitiek · Consensusdemocratie · Cordon sanitaire · Penduledemocratie · Blokpolitiek · Waaierdemocratie · Tangdemocratie

Electorale hervorming

Democratie-index: Economist & V-Dem · Quotumregel · Evenredigheid · Verspilde stem · Derdemachtswortel · Spoilereffect · Versplintering

Portaal  Portaalicoon   Politiek

Een restzetel is een zetel die wordt toegekend aan een politieke partij nadat eerst alle 'volle zetels' zijn verdeeld op basis van de kiesdeler. De evenredigheid komt onder druk te staan wanneer een partij meer dan één restzetel toegewezen krijgt.[1] Dit wordt het schenden van de quotumregel genoemd.[2]

Werking

Het begrip restzetel ontstaat wanneer de zetelverdeling wordt beschreven in twee stappen. Eerst wordt bepaald hoeveel 'volle zetels' een partij krijgt door het aantal stemmen te delen door de kiesdeler (de eerste stap van de methode van grootste overschotten). Daarna worden de resterende zetels verdeeld met de methode van grootste gemiddelden. Het verschil tussen het 'totaal aantal zetels' en de eerder berekende 'volle zetels' wordt in dat geval aangeduid als 'restzetels'.

Geschiedenis

Het begrip 'restzetel' is historisch ontstaan vanuit de methode van grootste overschotten, die in het Nederlandse parlement tussen 1917 en 1933 werd toegepast.[3] Bij de in 1933 ingevoerde methode van grootste gemiddelden zou de zetelverdeling ook zonder onderscheid tussen 'volle zetels' en 'restzetels' kunnen worden uitgevoerd, maar de terminologie is desondanks altijd gebleven. Dit verklaart waarom het begrip 'restzetel' in veel andere landen niet wordt gekend en gebruikt.

Methodes en evenredigheid

Voor het verdelen van zetels bestaan verschillende methoden, zoals de D’Hondt-methode (gebruikt in onder meer in de Nederlandse Tweede Kamer en het Belgische Federale Parlement), de Sainte-Laguë-methode (onder meer in de Duitse Bondsdag en Zweedse Rijksdag) en de grootste-overschottenmethode (onder meer in de Deense Folketing).

Deze methoden leiden tot verschillen in evenredigheid: de D’Hondt-methode komt doorgaans relatief gunstig uit voor grotere partijen. Het kan zelfs voorkomen dat een partij onder D'Hondt meerdere restzetels toegewezen krijgt. Bij de provinciale Statenverkiezingen van 2023 kreeg de BBB bijvoorbeeld in Friesland 3 restzetels toegewezen. Het evenredig aandeel van 11,98 werd door de D'Hondt-methode afgerond naar 14.[4] Dit leidt tot het schenden van de quotumregel. Bij Sainte-Laguë en de methode van grootste-overschotten is dit niet mogelijk: die zouden 11,98 allebei afronden naar 12.[1]

Hoewel er systemen denkbaar zijn die tot evenredigere verkiezingsuitslag zouden leiden, lijkt het onwaarschijnlijk dat grote partijen stappen gaan ondernemen om het huidige systeem van Victor D'Hondt te vervangen. Enkel een kleinere partij zoals de ChristenUnie heeft in 2021 een andere rekenmethode voor restzetels in hun verkiezingsprogramma opgenomen.[5]

Kiesdrempel

Bij verkiezingen voor de Tweede Kamer moet een partij minimaal één volle zetel behaald hebben om voor een restzetel in aanmerking te komen. De kiesdrempel is hierdoor dus gelijk aan de kiesdeler.

Die bepaling geldt niet bij gemeenteraadsverkiezingen en provinciale verkiezingen. Daar kan een partij die 75% van de kiesdeler heeft behaald toch een restzetel behalen. Dit verschil wordt gerechtvaardigd door het feit dat bij die verkiezingen een kleiner aantal zetels te verdelen is. Partijen die minder dan 75% van de kiesdeler hebben gehaald, komen in Nederland niet in aanmerking voor een restzetel.

Op 23 oktober 2024 is er een wetsvoorstel ingediend om de vereisten van de toewijzing van restzetels aan te scherpen. Ook bij gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen zou een kiesdrempel van één kiesdeler gaan gelden. Op 17 juni 2025 werd dit voorstel echter controversieel verklaard vanwege de val van het Kabinet-Schoof.[6][7]

Rekenvoorbeeld

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2023 waren er 10 restzetels te verdelen. Bij deze verkiezingen kregen de drie grootste partijen (PVV, GL-PvdA en VVD) ieder twee restzetels wat leidt tot schending van de quotumregel. Was bij deze verkiezing de grootste-overschottenmethode of de Sainte-Laguë-methode toegepast dan hadden deze partijen ten hoogste één restzetel gekregen.[8] Het grootste afrondingsverschil naar beneden was de 2,57 zetels van Volt dat afgerond werd naar 2 zetels.

Uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen 2023
Partij Stemmen Evenredig aandeel Overschot Grootste-overschottenmethode Grootste-gemiddeldenmethode
Sainte-Laguë-methode D'Hondt-methode
Toegepast in: Vlag Toegepast in: Vlag Toegepast in: Vlag
Breuk Restant Restzetels Totaal Restzetels Totaal Restzetels Totaal
PVV 2.450.878 35,24 0,24 16.575 35 1 36 2 37
GL-PvdA 1.643.073 23,62 0,62 43.388 1 24 1 24 2 25
VVD 1.589.519 22,85 0,85 59.386 1 23 1 23 2 24
NSC 1.343.287 19,31 0,31 21.808 19 1 20 1 20
D66 656.292 9,44 0,44 30.328 1 10 1 10 9
BBB 485.551 6,98 0,98 68.242 1 7 1 7 1 7
CDA 345.822 4,97 0,97 67.616 1 5 1 5 1 5
SP 328.225 4,72 0,72 50.019 1 5 1 5 1 5
DENK 246.765 3,55 0,55 38.110 1 4 1 4 3
PvdD 235.148 3,38 0,38 26.493 1 4 3 3
FVD 232.963 3,35 0,35 24.308 1 4 3 3
SGP 217.270 3,12 0,12 8.615 3 3 3
CU 212.532 3,06 0,06 3.877 3 3 3
Volt 178.802 2,57 0,57 39.699 1 3 1 3 2
JA21 71.345 1,03 0,03 1.793 1 1 1
Totaal 10.432.726 140 Zetels 10 150 10 150 10 150

Grote en kleine raden

Restzetels kunnen verdeeld worden volgens diverse methoden. In Nederland zijn er twee methoden in gebruik: De D'Hondt-methode en de grootste-overschottenmethode.

19 zetels of meer

De eerste methode, die van de grootste gemiddelden[9] hanteert feitelijk het algoritme van de methode-D'Hondt. De methode wordt in Nederland toegepast voor verkiezingen voor een vertegenwoordigend lichaam met 19 of meer zetels (zoals een grotere gemeenteraad, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer). Bij deze procedure wordt het aantal stemmen voor elke partij gedeeld door het aantal behaalde volle zetels plus 1. De partij die zo uitkomt op het grootste aantal stemmen per zetel (grootste gemiddelde) krijgt de restzetel toegewezen. Indien er meer restzetels zijn, wordt de procedure herhaald met de nieuwe tussenstand tot er geen restzetels meer te verdelen zijn.

18 zetels of minder

De tweede methode, die van de grootste overschotten,[10] geldt in Nederland voor een vertegenwoordigend lichaam met 18 of minder zetels (zoals de kleinere gemeenteraden). Bij deze methode wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het totaal aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het grootste overschot krijgt bij deze methode de eerste restzetel, de partij met het op een na grootste overschot de tweede, enzovoort tot alle zetels verdeeld zijn. Deze methode zorgt voor de meest evenredige zetelverdeling omdat het niet in het voordeel werkt van grote of kleine partijen. Elke partij kan hoogstens één restzetel krijgen volgens deze methode.

Lijstverbindingen

De D'Hondt-methode werkt doorgaans in het voordeel van grotere partijen. Het is zelfs mogelijk dat een (grote) partij meer dan één restzetel behaalt wat ten koste gaat van de evenredigheid van de verkiezingsuitslag. Dit is ook de reden waarom sommige partijen lijstverbindingen aangingen met verwante partijen: samen werd de kans op een restzetel groter. Binnen zo'n lijstverbinding werd de grootste-overschottenmethode toegepast zodat kleinere partijen meer kans hadden op een restzetel in vergelijking met de D'Hondt-methode. Deze mogelijkheid is echter afgeschaft in 2017 terwijl deze in 2018 alweer aanbevolen werd door de Staatscommissie parlementair stelsel ter bevordering van pre-electorale coalities.

Zie ook