Qifu
| Qifu | |||
|---|---|---|---|
![]() | |||
| Woonplaats van de Qifu-Xianbei halverwege de derde eeuw na Chr. | |||
| Naam (taalvarianten) | |||
| Vereenvoudigd | 乞伏 | ||
| Traditioneel | 乞伏 | ||
| Pinyin | Qǐfú | ||
| Wade-Giles | Ch’i-fu | ||
| |||
Qifu of Qifu-Xianbei was een Chinese noordelijke nomadenstam verwant met de Xianbei. Ze bewoonden oorspronkelijk het noorden van de Gobi- woestijn en migreerden als een stammenconfederatie in de loop van de derde eeuw (na Chr.) zuidwaarts door het Helangebergte naar het Longxi-gebied, in het zuidoosten van de huidige provincie Gansu. De confederatie omvatte de stammen Qifu (乞伏), Siyin (斯引), Chulian (出連) en Chilu (叱盧) en had als kerngebieden Yuanchuan (苑川, het huidige Xiaguanying (夏官營) in het district Yuzhong (榆中县) in Lanzhou in de provincie Gansu) en Yongshichuan (勇士川), eveneens in het huidige district Yuzhong. Daar vestigde een stamhoofd, Qifu Guoren (乞伏國仁, †388) in 385 de Westelijke Qin-dynastie (385–400, 409–431), een van de Zestien Koninkrijken.
Ontstaansmythe
De ontstaansmythe van de Qifu-stam staat beschreven in juan 125 van het Boek van de Jin. De stammen Fusi (弗斯), Chulian (出連) en Chilu (叱盧) trokken vanuit een noordelijk van de Gobiwoestijn gelegen gebied zuidwaarts naar het Dayin-gebergte (大陰山). Onderweg kwamen ze een gigantisch insect (蟲, chong) tegen in de vorm van een goddelijke (神, shen) schildpad (龜, gui) en zo groot als een heuvel (陵, ling). Ze slachtten een paard en brachten het als offer om te zien of het een goede geest was die de weg weer ging openen of een kwade geest die de weg bleef blokkeren. Het insect verdween en plotseling verscheen er een jongetje. Er was een oude man uit de stam Qifu (乞伏) die zelf geen kinderen had. Hij vroeg of hij het kind mocht adopteren en iedereen stemde daarmee in. De oude man was blij en noemde hem Hegan (紇幹, vertrouwen) Toen de jongen tien jaar oud was, kon hij al goed paardrijden en boogschieten. Zijn boog woog 500 jin (斤, catty). De vier stammen waren onder de indruk van zijn kracht. Zij noemden hem Tuoduo Mohe (托鐸莫何), dat noch god, noch mens betekende (mogelijk is bedoeld een halfgod?) en maakten hem, Qifu Hegan (乞伏紇干) tot de eerste khan van de Qifu (乞伏可汗, Qifu kehan).
In juan 29 van Tongzhi (通志, Algemene verhandeling over instituties) door Zheng Qiao (1104-1162) staat een variant van deze ontstaansmythe vermeld. De stam Rufu (如弗), waar Qifu Guoren, de latere stichter van Westelijke Qin van afstamde, migreerde samen met de drie stammen Chulian (出連), Siyin (斯引) en Chiling (叱靈) vanuit het noorden van de Gobiwoestijn zuidwaarts naar het Yinshan-gebergte. Op basis van dit citaat vermoedde de Chinese historicus Yu Taishan (余太山, *1945) dat bij de ontstaansmythe in het Boek van de Jin na si 斯 het karakter yi 引 ontbrak, zodat de namen van de drie stammen eigenlijk Chulian (出連), Siyin (斯引) en Chiling (叱靈) zouden zijn. Zij vormden samen met Qifu (乞伏)/Rufu (如弗) een stammenconfederatie. Qifu en Rufu waren volgens hem verschillende transcripties van dezelfde naam. De naam van de confederatie werd uiteindelijk niet Rufu, maar Qifu. Zij vormden de kernmacht van de confederatie, omdat Qifu steeds de familienaam van de stamhoofden was. De familienaam Rufu werd verder niet meer genoemd. De drie andere stammen behielden wel hun oorspronkdelijke naam. Dit bleek uit een latere vermelding dat de clanleiders van Siyin, Chulian en Chilu waren benoemd tot militaire bevelhebber. Van de stammenconfederatie behoorden Rufu/Qifu tot de Xianbei, Siyin tot de Jie, Chulian tot de Tuge-stam (屠各) van de Xiongnu en Chilu tot de Gaoche (高車).
Politieke geschiedenis tot aan de vestiging van Westelijke Qin in 385
Qifu Youlin
In 266 (na Chr.) leidde Qifu Youlin, leider van de Qifu-stam, 5000 huishoudens zuidwaarts, eerst naar Xiayuan (夏緣, het huidige zuidelijke Hetao (河套) aan de middenloop van de Gele Rivier in het noorden van de provincie Ningxia), waar zijn stam in aantal toenam. Vervolgens trok men naar Gaopingchuan (高平川, de huidige Qingshui-rivier (清水河), een zijrivier van de Gele Rivier nabij Guyuan). Qifu Youlin versloeg de daar aanwezige stam van de Xianbei Lujie (鹿結) en nam meer dan 70.000 van hen op in zijn confederatie.
Qifu Shuyan
Na de dood van Qifu Youlin volgde zijn zoon Qifu Jiequan (乞伏結權) hem op. Hij verhuisde naar Qiantun (牽屯) en werd na zijn overlijden opgevolgd door zijn zoon Qifu Lina (乞伏利那). Die versloeg bij de Wushu-berg (烏樹山) de Xianbei Tulai (鮮卑吐賴) en bij Dafeichuan (大非川) de stam van Yuchi Kequan (尉遲渴權). Hij onderwierp op die manier 30.000 personen. Qifu Lina werd eerst opgevolgd door zijn broer Qifu Qini (乞伏祁埿) en daarna door zijn eigen zoon Qifu Shuyan (乞伏述延). Die versloeg bij Yuanchuan (苑川, ten oosten van de huidige stad Lanzhou in de provincie Gansu) de Xianbei Mohou (鮮卑莫侯) en nam meer dan 20.000 van hun stamleden gevangen. Men vestigde zich voor langere tijd rond Yuanchuan, omdat het gebied door voldoende water en gras geschikt was voor landbouw en veeteelt. Hun macht groeide en uiteindelijk beheersten de Qifu behalve Yuanchuan en de oostelijk daarvan gelegen Yongshichuan (勇士川, de huidige Dayingchuan (大营川) in het district Yuzhong (榆中) in de provincie Gansu) ook het Qiantun-gebergte (牽屯山, ten noordwesten van de huidige stad Pingliang, eveneens in Gansu).
Qifu Shuyan maakte zijn oom, Qifu Keni (乞伏軻埿, een jongere broer van zijn vader Qifu Lina) tot zijn mentor en vertrouwde hem staatszaken toe. Ook de drie andere stamleiders van de Qifu-confederatie werden bij het bestuur betrokken. Siyin Wu (斯引烏) werd tot "Linker Hulpgeneraal" (左輔將軍, zuofu jiangjun) benoemd en gestationeerd in Caiyuanchuan (蔡園川), Chulian Gao (出連高) tot "Rechter Hulpgeneraal" (右輔將軍, Youfu jiangjun) in Zhibianchuan (至便川) en Chilu Nahu (叱盧那胡) tot "Generaal van Leidende Rechtvaardigheid" (率義將軍, Lüyi jiangjun) in het Qiantun-gebergte. Elke clanleider bestuurde zijn eigen stam, maar de leider van de Qifu-clan was steeds de (erfelijke) leider van de gehele confederatie.
Qifu Sifan (371-376)
Qifu Shuyan werd opgevolgd door zijn zoon Qifu Nudahan (乞伏傉大寒). Hij kreeg in 329 te maken met de vernietiging van Vroegere Zhao (een van de Zestien Koninkrijken) door Shi Le (石勒, r.319–333), heerser van Latere Zhao. Uit angst voor een verdere opmars vluchtte Qifu Nudahan met zijn stam naar Maitian (麥田) in het Wugu-gebergte (無孤山). Na zijn dood in 371 werd hij opgevolgd door zijn zoon Qifu Sifan (乞伏司繁). Hij trok naar het Dujian-gebergte (度堅山) waar hij in 371 werd aangevallen door Wang Tong (王統), een generaal in dienst van Fu Jian (苻堅, r.357-385), heerser van Vroegere Qin. Qifu Sifan onderwierp zich aan Fu Jian en ontving van hem de titel "Zuidelijke Chanyu" (南單于) en behield het bestuur over zijn stam in Yongshichuan (勇士川, in het huidige Lanzhou, Gansu). Omdat Qifu Sifan in Chang'an, de hoofdstad van Vroegere Qin moest blijven, werd zijn oom Qifu Tulei (乞伏吐雷) aangesteld om de vallei te besturen. Toen die in 373 werd aangevallen door de Xianbei Bohan (鮮卑勃寒) wist Qifu Sifan in opdracht van Fu Jian die opstand te onderdrukken. Hij vestigde zich vervolgens in Yongshichuan, waardoor zijn macht verder toenam.
Qifu Guoren (376-388)

Qifu Sifan stierf in 376 en werd opgevolgd door zijn zoon Qifu Guoren (乞伏國仁, r.376-388). Hoewel die op dat moment de beschikking had over een grote troepenmacht, bleef hij formeel een vazal van Fu Jian van Vroegere Qin. Toen die in 383 besloot de zuidelijke Jin-dynastie aan te vallen, stelde hij Qifu Guoren aan als een van zijn generaals. Omdat eveneens in 383 Qifu Butui (乞伏步頹), een oom van Qifu Guoren, in opstand kwam tegen Fu Jian, kreeg Qifu Guoren opdracht eerst die opstand neer te slaan. Daar aangekomen sloot Qifu Guoren zich echter aan bij zijn oom en zij verklaarden zich niet langer onderworpen te voelen aan de Vroegere Qin. Na de zware nederlaag van Vroegere Qin bij de Slag aan de Fei rivier en de moord op Fu Jian nam Qifu Guoren in 385 de term Jianyi (建義) aan als zijn eigen jaartitel. Hij verklaarde zich daarmee tot onafhankelijk heerser van Westelijke Qin, een van de Zestien Koninkrijken.
Overzicht van de stamhoofden van de Qifu
| Persoonsnaam | Regeerperiode | Familierelatie |
|---|---|---|
| (0) Qifu Hegan (乞伏紇干) / Tuoduo Mohe (托鐸莫何) | - | mythische eerste khan van de Qifu |
| (1) Qifu Youlin (乞伏祐鄰) | 265-? | vermeld als afstammeling van Tuoduo Mohe (Qifu Hegan) |
| (2) Qifu Jiequan (乞伏結權) | ?-? | zoon van Qifu Youlin |
| (3) Qifu Lina (乞伏利那) | ?-? | zoon van Qifu Jiequan |
| (4) Qifu Qini (乞伏祁埿) | ?-? | zoon van Qifu Jiaquan, jongere broer van Qifu Lina |
| (5) Qifu Shuyan (乞伏述延) | ?-? | zoon van Qifu Lina, neef (oomzegger) van Qifu Qini |
| (6) Qifu Nudahan (乞伏傉大寒) | ?-371 | zoon van Qifu Shuyan |
| (7) Qifu Sifan (乞伏司繁) | 371-376 | zoon van Qifu Nudahan |
| (8) Qifu Guoren (乞伏國仁) | 376-388 | zoon van Qifu Sifan vestigde in 385 de Westelijke Qin |
Historiografische bron
De belangrijkste Chinese historiografische bron voor Qifu is:
- Boek van de Jin uit 648: juan 125.
Geraadpleegde literatuur
- (en) Yu Taishan , A Study of the Hephthalite History, Beijing (Commercial Press) 2021, ISBN 9787100189699 (余太山, 《嚈哒史研究》, 北京 (商务印书馆), 2021). Met name: hoofdstuk 1 (Ethnonyms, Ethnic Origins and Ethnicity). (online-versie van dit boek)
Externe links
- (zh) Overzichtsartikel voor de familienaam Qifu op Baidu Baike
- (zh) Overzichtsartikel voor Qifu Xianbei op Baidu Baike
