Poverty Row

Poverty Row is een informele benaming voor kleine Hollywoodstudio's die van de jaren twintig tot en met de jaren vijftig B-films produceerden, doorgaans met veel kleinere budgetten en lagere productiewaarden dan die van de grote studio's.[1] Hoewel veel van deze studio's gevestigd waren in de buurt van Gower Street in Hollywood, heeft de term niet noodzakelijkerwijs betrekking op een specifieke fysieke locatie.[2]

Veel van de films die door Poverty Row-studio's werden geproduceerd, waren westerns, filmkomedies, avonturenfilms en misdaadfilms.[1]

Studio's

Hoewel sommige Poverty Row-studio’s slechts kort bestonden en maar een handvol films produceerden,[3] functioneerden andere op een vergelijkbare manier als de grote filmstudio’s – zoals Metro-Goldwyn-Mayer, Warner Bros. en Paramount Pictures – zij het op veel kleinere schaal.

De meest succesvolle en duurzame Poverty Row-studio's hadden permanente productielocaties, hadden een cast en crew onder contract en produceerden een gevarieerder aanbod dan de kleinere bedrijven.

De belangrijkste Poverty Row-studio's waren:

Kleinere studio's

De kleinste studio's, waaronder Tiffany Pictures, Victory Pictures, Mascot Pictures en Chesterfield Pictures, brachten vaak films uit van onafhankelijke producenten, Britse "quota quickie"-films of exploitatiefilms zoals Hitler – Beast of Berlin[10] om hun eigen beperkte productiecapaciteit aan te vullen. Producenten richtten soms een nieuwe studio op wanneer hun vorige failliet ging, zoals Reliable Pictures en Metropolitan Pictures van Harry S. Webb en Bernard B. Ray.

Sommige studio's, zoals Astor Pictures en Realart Pictures, begonnen met het verkrijgen van de rechten om oudere films van andere studio's opnieuw uit te brengen voordat ze hun eigen films produceerden.

Verhouding tot andere filmstudio's

De grote vijf
De kleine drie
Poverty Row (top 4)
Andere

Teloorgang

Door het studiosysteem (waarbij de productie en distributie van films werd gedomineerd door een klein aantal grote filmstudio's) en de praktijk van blokboekingen (waarbij bioscopen meerdere films als één geheel moesten aankopen) zaten onafhankelijke bioscopen gretig te wachten op producties van de Poverty Row-studio's.

De ontbinding van het studiosysteem na de uitspraak in een rechtszaak van de Verenigde Staten tegen Paramount Pictures uit 1948 en de opkomst van de televisie waren enkele van de factoren die leidden tot de neergang en uiteindelijke verdwijning van de traditionele Poverty Row-studio's, hoewel er tot op de dag van vandaag kleine en onafhankelijke studio's blijven bestaan.[11]

Zie ook