Plato over democratie
In zijn werk De staat (Politeia) levert Plato over democratie scherpe kritiek, zoals hij die staatsvorm in zijn eigen tijd (4e eeuw v.Chr.) kende.
Plato vindt democratie geen goede staatsvorm, omdat regeren volgens hem een vak is dat je niet zomaar aan iedereen kunt overlaten. Een staat besturen vraagt kennis en kunde, en daarom is het volgens hem irrationeel dat het volk simpelweg iemand kiest om leiding te geven. Dat Plato zo fel is, had ook een persoonlijke en historische achtergrond. Zijn grote voorbeeld Socrates werd door een democratische stemming ter dood veroordeeld.[1] Socrates werd ter dood veroordeeld omdat men hem zag als iemand die de stad ondermijnde. Hij stelde alles in twijfel, prikte door macht en schijnwijsheid heen en maakte invloedrijke mensen belachelijk door zijn vragen.[2] Officieel werd hij aangeklaagd wegens goddeloosheid en het bederven van de jeugd: hij zou de goden niet op de juiste manier eren en jongeren leren om autoriteit niet meer zomaar te gehoorzamen.[3]
Alternatief

Plato pleitte voor een bestuur door hoogopgeleide experts, en eigenlijk vooral door filosofen. Maar filosoof word je niet even. Plato schetst een extreem lang en zwaar opvoed- en opleidingssysteem (tot wel vijftig jaar) voordat iemand geschikt zou zijn om te regeren.[1] Eerst worden de besten geselecteerd en gevormd in karakter en discipline, daarna jarenlang getraind in denken (zoals wiskunde), vervolgens leren ze de hoogste vorm van inzicht via dialectiek, en pas daarna moeten ze zich nog vijftien jaar bewijzen in de praktijk van bestuur en verantwoordelijkheid. Pas als iemand dan rond zijn vijftigste zowel kennis als zelfbeheersing én ervaring heeft, mag hij leiding geven; niet om er zelf beter van te worden, maar omdat hij het goede voor de gemeenschap begrijpt.[4]
Zijn ideale staat noemt hij een 'aristocratie'. Plato bedoelde met 'aristocratie' niet een heerschappij van de rijken of adel, maar een heerschappij van de besten (wijzen en deugdzamen) die leiden vanuit wijsheid en zelfopoffering, niet vanuit eigenbelang, wat radicaal verschilt van de moderne opvatting van adel of een plutocratie (heerschappij van de rijken). Na de aristocratie volgen in Plato's rangorde timocratie, oligarchie, democratie en als dieptepunt tirannie. Hij waarschuwt dat democratie volgens hem uiteindelijk vaak uitmondt in tirannie.[1]
Zie ook
- 1 2 3 De onversneden democratiekritiek van Plato. Filosofie Magazine (5 maart 2018).
- ↑ De dood van Socrates. Filosofie Magazine (7 juli 2017).
- ↑ (en) Benjamin Jowett, Plato, The Apology of Socrates. The Center for Hellenic Studies (12 december 2019).
- ↑ (en) Dorothea Frede, Plato’s Ethics: An Overview. Stanford Encyclopedia of Philosophy (1 februari 2023).
